<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 069 BRUUK  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 21 JUNI 2016    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen: Geen  Datum bezoek: 21 juni 2016    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000  gebied Bruuk zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de PAS-  Gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen en al uitgevoerde maat-  regelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbe-  zoek richt zich daarbij op zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige  monitoring die in het gebied plaatsvindt.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is aan de beheerder  gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen uit het veld bij het veldbezoek in te bren-  gen.    Bevindingen  Voor de Bruuk is alleen voor het habitattype Blauwgraslanden (H6410) een instandhoudings-    doelstelling geformuleerd. Gezien het voornemen om volgend jaar voor de andere vijf habi-  tattypen die in het Natura 2000 gebied aanwezig zijn instandhoudingsdoelen toe te voegen,  is hier bij het veldbezoek ook aandacht aan besteed. De bij het veldbezoek gevolgde route is  op de onderstaande habitattypenkaart in blauw aangegeven.    De Bruuk  ‚Legenda    H6230, Hoeschrale graslanden  BEN 6410. Blouwgrasianden  S| HE430A. Rugten en zoman (moerasspiraa)  EN #7 <0. Overgangs- en tiivenen (Intvenen)  HERE 17220. Katemoersesen  aa HOTEOC vootge alluviale bossen         0000000463</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Bij het veldbezoek hebben we ons gericht op de aanwezige habitattypen en de ontwikkeling  hiervan, in relatie tot de maatregelen die in de Gebiedsanalyse zijn opgenomen.    De Bruuk heeft van natura een hoge kweldruk. Het kwelwater is afkomstig van de stuwwal  van Nijmegen (basenrijk) en uit het Reichswald (basenarmer). Er bevindt zich een leemlaag  van wisselende dikte dicht onder de oppervlakte. De kwel komt in de Bruuk van onderaf door  de leemlaag heen omhoog. Vanwege de vruchtbare bodem, is in het verleden ondanks het  vele kwelwater geprobeerd om er landbouwgrond van te maken (grasland, aardappelveld-  jes). Tot in de jaren 50 van de 20°* eeuw was er nog veel kalkmoeras en blauwgrasland aan-  wezig, met onder andere Vetblad en Grote Muggenorchis. In de jaren 70 was er nog maar 1  klein perceeltje blauwgrasland over en zijn er diepe sloten in het gebied aangelegd, die de  leemlaag doorsnijden. Bij de tandinrichting Groesbeek is later een deel van de sloten veron-  diept en beleemd. Recent zijn veel nieuwe percelen weer ingericht als nat schraalland. Er  wordt het kader van het Natura 2000 beheerplan en de PAS gewerkt aan verdere verondie-  ping en beleming van watergangen. Deze maatregelen zijn gedeeltelijk al uitgevoerd. Een  ander deel wordt pas uitgevoerd als het peilbuizenonderzoek is afgerond naar effecten op de  waterstanden bij woningen die aan het Natura 2000 gebied grenzen, zodat rekening kan  worden gehouden met de onderzoeksresultaten. Deze hydrologische maatregelen moet  conform de Gebiedsanalyse wel nog in de eerste beheerplanperiode worden uitgevoerd.    We bezoeken in het zuidoosten twee voormalige landbouwpercelen aan weerszijden van de  Oostelijke leigraaf, die 5 tot 10 jaar geleden zijn ingericht als nat schraalland. De Oostelijke  leigraaf moet nog beleemd en verondiept worden en vangt nu veel kwel uit het Reichswald  weg. Dit verklaart mogelijk de waarneming dat het perceel aan de oostzijde van deze water-  gang zich beter ontwikkelt dan dat aan de westzijde. Aan de oostzijde staat veel Grote rate-  laar, Moeraskartelblad, Veldrus en Gevlekte orchis en de vegetatie ontwikkelt zich al in de  richting van habitattype Blauwgrasland (H6410).    in de hele blauwgraslandstrook langs de oostgrens van het gebied is veel Gewoon veenmos  aanwezig. Deze soort neemt hier toe. Dit duidt op een geleidelijk verzuring, die ook hier in  verband wordt gebracht met de nabij gelegen Oostelijke leigraaf. Kleine stukjes zijn hier niet  gemaaid in verband met het voorkomen van de vlinder Zilveren Maan. Het aanwezige Veld-  russchraalland kwalificeert nog wel als habitattype Blauwgrasland, en bevat veel Gevlekte  orchissen. Het habitattype Blauwgrasland staat hier onder druk, zoals ook in de Gebiedsana-  lyse is aangegeven.    In andere schraallandgedeelten komt plaatselijk veel Glanzend veenmos voor. Deze soort  hoort bij een basenrijker milieu, zoals trilveen, en duidt op een positieve ontwikkeling. We  treffen hier ook goed ontwikkeld, soortenrijk Veldrusschraalland (H6410) aan, met onder  andere Vlozegge.         0000000464</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    De Centrale Leigraaf loopt dwars door de Bruuk heen. Hier is de herinrichting (verondieping,  beleming) in 2013/2014 uitgevoerd en nu gereed. Langs de oevers bevindt zich beekbegelei-  dend elzenbroekbos (H91EOC), dat zich goed ontwikkelt. Aan de noordzijde van het gebied  ligt de Ashorstersloot, die nog moet worden heringericht (beleemd, verondiept, verbreed).    Ce KET ER, ad a    ar    Net ten oosten van de vuilnisbelt, komen enkele afwijkende vegetatietypen voor. Hier bekij-  ken we het enige Heischraal Grasland (H6230) perceel, met onder andere Tormentil, Gage! en  Welriekende nachtorchis. Dit type neemt geleidelijk toe ten koste van het omliggende  Blauwgrasland (H6410). Dit komt door verzuring en verdroging die veroorzaakt worden door  de Ashorsterstoot. Na herinrichting van de Ashorstersloot is de verwachting dat de ontwikke-  ling hier verschuift ten gunste van het Blauwgrasland.   Een stukje zuidelijker komt de Blauwgraslandassociatie voor, een ander type H6410 dan in de  rest van de Bruuk, met plaatselijk veet Spaanse ruiter. Dit gedeelte is pas circa 10 jaar geleden  ingericht als nat schraalland.    in het terrein in het westen van de Bruuk, bezoeken we de enige plek die als Kalkmoeras  (H7230) op de habitattypenkaart staat. Hier groeien veel Armbloemige waterbiezen en ver-  der ook veel soorten van het Veldrusschraalland. Verder naar het noorden ligt een groot  gebied dat pas enkele jaren geleden is afgeplagd en ingericht als nat schraalland. Omdat in  het hele gebied op kleine schaal kwalificerend Veldrusschraalland voorkomt, is het als geheel         0000000465</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    als Blauwgrasland (H6410) aangegeven op de habitattypenkaart, maar wel met de aanduiding  dat het maar een klein percentage van de oppervlakte betreft. Een volgende kartering zal in  de toekomst een beter beeld moeten geven van de exacte locaties waar het habitattype hier  voorkomt. We nemen waar dat het terrein zich goed ontwikkelt, met ook ontwikkelingen  richting Kalkmoeras (H7230). Op een aantal plaatsen vinden we Armbloemige veldbies. Bij-  zonder is ook de aanwezigheid van enkele pollen Knopbies.              Conclusie   De waargenomen ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000  gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de Gebiedsanalyse. Er zijn geen aanwijzin-  gen gevonden dat het habitattype Blauwgrasland (H6410) en de andere aanwezig habitatty-  pen (zonder instandhoudingsdoel) op dit moment achteruitgang laten zien in kwaliteit of  oppervlakte. Het habitattype Blauwgrasland staat wel onder druk in de oostrand en rond het  Heischrale grasland in het midden, maar op andere locaties is een positieve ontwikkeling te  zien.    Wel zijn de volgende aandachtspunten en aanbevelingen naar voren gekomen:   -__ Eris een strakke planning nodig voor de uitvoering van de resterende hydrologische  maatregelen, die binnen de eerste beheerplanperiode van 6 jaar moet plaatsvinden.  Dit omdat eerst een gedegen peilbuizenonderzoek naar effecten op de waterstan-  den bij aangrenzende woningen moet zijn afgerond, voordat de resterende hydrolo-  gische maatregelen conform de Gebiedsanalyse zullen worden uitgevoerd.   - Het habitattype Heischraal grasland (H6320) zal na uitvoering van de resterende hy-  drologische maatregelen door toename van de kwel op de huidige locatie naar ver-  wachting afnemen ten gunste van Blauwgrasland (H6410). Als Heischraal grasland  (H6320) als instandhoudingsdoel wordt toegevoegd, is het te aan te bevelen om in  het aanwijzingsbesluit op te nemen dat het achteruit mag gaan ten gunste van  Blauwgrasland (H6410).         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000466</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>