<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 038 RIJNTAKKEN  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 6 JUNI 2018    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 6 juni 2018    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van de PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t.  zichtbare ontwikkelingen met betrekking tot stikstofgevoelige habitattypen. Centraal staat daarbij de vraag  of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de Gebiedsanalyse van uit is gegaan. Als voorbe-  reiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse en het verslag van het veldbezoek van 2016 en 2017 bestu-  deerd en is de beheerders gevraagd naar eerder waargenomen signalen uit het veld.    Bevindingen  Doordat Rijntakken een groot Natura 2000-gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstofgevoe-    lige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is ervoor gekozen om aandacht te besteden aan de habitat-  typen Stroomdalgraslanden (H6120), Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (H6510A) en Droge hardhout-  ooibossen (H91F0) in het in de Provincie Utrecht gelegen gebied Amerongse Bovenpolder.    Op onderstaande habitattypenkaart zijn de bezochte locaties genummerd.         - E.provincic _  ki 14 “Geld:  AMERONGSE BOVENPOLDER N2K_HK_38_Rijntakken_v10_T0_201805' Celderland    Legenda    snif Hostoa :  PN :  HB erro   es    4000                   0000000596</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Glanshaverhaoiland (H6510A)    Bezocht is een deel ten westen van de Rijnsteeg:  Locatie 1: (strook RWS). Hoog productief Glanshaverhooiland met kenmerken van verruiging, zoals  aanwezigheid Ridderzuring, Kropaar.  Locatie 2: (halverwege perceel SBB). Goed ontwikkeld Glanshaverhooiland met Bevertjes, Margriet,  Beemdkroon, Oosterse morgenster, Grote ratelaar etc.  Locatie 3: (bij kwelgeul). Zit qua kwaliteit Glanshaverhooiland in tussen locatie 1 en 2. Een groot  deel van gehele gebied is op de kaart uit de PAS-gebiedsanalyse aangegeven als Glanshaverhooi-  land. De percelen zijn eigendom van Staatsbosbeheer (SBB), van enkele particulieren en de buiten-  ste percelen langs de rivier (strook van ca. 100 meter breed) zijn in eigendom bij Rijkswater-  staat(RWS)/Rijksvastgoedbedrijf.    Het gaat om een brede uiterwaard met een vrij intacte geomorfologie. In het gebied treedt kwel op vanuit  de Utrechtse Heuvelrug en vanuit de Nederrijn. Drie jaar terug is er een kwelgeul tot ontwikkeling gebracht  vanuit nog resterende geulrestanten in de kronkelwaard. Deze verbindt de oostelijke (UL) en westelijke (SBB)  Bovenpolder met de rivier, benedenstrooms van de stuw van Amerongen/Maurik. Zowel in de oostelijke als  westelijke Bovenpolder zijn bovendien kwelmoerassen ontwikkeld.    Tot een aantal jaren geleden werden veel percelen in Bovenpolder-West beheerd als standweide. Sindsdien  is dit beheer door SBB op een toenemend oppervlakte omgevormd naar verschralend hooilandbeheer  (veelal met nabeweiding). Dit is mede mogelijk geworden doordat SBB hier de laatste percelen kon vrijma-  ken van reguliere pacht. Een tweede factor is dat Staatsbosbeheer in 2016 een nieuw beheerplan heeft op-  gesteld, dat zich mede baseert op de Natura 2000-doelen (en de rol van Bovenpolder binnen Rijntakken) en  de PAS-gebiedsanalyse en daarom ontwikkkeling van soortenrijke glanshaverhooilanden centraal stelt. In de  ontpachte gebieden zijn toen de ruigteranden en —stukken extra gemaaid en afgevoerd, hetgeen positief  uitgepakt heeft op de kwaliteit van het gebied. Het gehele gebied kent nu een hooilandbeheer over een  oppervlakte van ca. 80-90 ha. Er wordt 1x per jaar gemaaid in de periode 15 juni — 1 juli, afhankelijk van de    zaadzetting. Daarna vindt (op het grootste deel} nabeweiding plaats; meestal met rundvee, soms met scha-  pen. Met flexibele rasters stuurt SBB op de verdeling tussen alleen maaibeheer en maaibeheer met nabe-  weiding. De voorheen reguliere pachtstukken worden 2x per jaar gemaaid (1e snede in mei} om deze zo te  verschralen.    Het habitattype Glanshaverhooiland ontwikkelt zich over het algemeen goed, maar er is een aantal gedeel-  ten met een hoge productiviteit en vooralsnog een ruig karakter. Hier gaat de kwaliteit plaatselijk nog ach-  teruit. Dit betreft zowel dicht bij de rivier gelegen delen die in eigendom zijn van RWS/Rijksvastgoedbedrijf,  als delen die in eigendom zijn van SBB. Een deel van deze percelen, met name richting van de zandige west-  punt van de uiterwaard, kent een hoge dichtheid aan jacobskruiskruid. Daardoor is het maaisel van deze  percelen niet geschikt voor vee en moet tegen aanzienlijke kosten worden gestort/gecomposteerd.   Van de PAS-maatregel M13 extra hooien en nabeweiden is pas afgelopen najaar duidelijk geworden dat deze  kan worden toegepast binnen de Bovenpolder. De beheerintensiveringen van de afgelopen jaren zijn  daarom allemaal door Staatsbosbeheer zelf gerealiseerd. Voor het resterende deel van de opgave, de per-  celen die te ruig zijn of te rijk aan jacobskruidskruid, stelt SBB voor om voor de PAS-maatregel M13 toe te  passen. Hiervoor doet SBB een maatwerkvoorstel aan voortouwnemer Provincie Utrecht. Ook is maatwerk  nodig bij het bepalen waar welk maairegime gehanteerd moet worden (maaien in mei en aug; of in juni en  sept-okt). SBB brengt de locaties voor uitvoering van PAS-maatregel M13 in kaart.    Een belangrijk knelpunt voor uitvoering van het aanvullend maaibeer (M13) is dat Staatsbosbeheer niet lan-  ger verantwoordelijk is voor het beheer van de nabij de rivieroever gelegen delen van de uiterwaard: eige-  naar Rijkwaterstaat heeft deze verantwoordelijkheid op zich genomen. In de praktijk treden zij echter nog  niet altijd op als beheerder en zijn ze bij dit veldbezoek niet als partner binnen het PAS aanwezig. Dit knel-  punt speelt in het gehele Natura 2000-gebied Rijntakken. De provincie Gelderland pakt dit op. Het is van  belang dat hierover op korte termijn duidelijkheid komt om op tijd de aanvullende beheermaatregelen  (M13) te kunnen nemen. Ook is het van groot belang om de kwaliteit van het beheer te borgen. Er moeten  bij aanbesteding van beheer eisen worden gesteld die het behoud van kwaliteit van kwalificerend habitat-  type borgen.         0000000597</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Stroomdalg rasland (H6120) —    Bezocht is het deel van de Amerongse Bovenpolder ten oosten van de Rijnsteeg (locatie 4 en 5). Dit deel is  in beheer bij het Utrechts Landschap (UL). Enkele percelen zijn particulier eigendom. UL hanteert in het hele  gebied een beheer van jaarrondbegrazing.   In deze strook komen rondom de zomerkade diverse stroomdalplanten voor. De zomerdijk is in eigendom  van RWS/Rijksvastgoedbedrijf, maar het beheer wordt uitgevoerd door het UL.   Op het begin van de zomerdijk (locatie 4) komt (veel) Kruisdistel voor, evenals o.a. Kattendoorn, Rode ogen-  troost. De zomerdijk heeft een waterkerende functie iv.m. enkele landbouwpercelen en de aanwezigheid  (fundering) ven Kasteel Amerongen. Op en aan de voet van de zomerdijk wordt aan struweelbeheer gedaan  in het kader van Programma Stroomlijn.   Op locatie 5 komen bovengenoemde soorten minder/nauwelijks voor, In het verleden kwam hier stroom-  dalgrasland voor, maar dit is onder andere door het beheer al geruime tijd geleden verdwenen. Vanwege de  aanwezigheid van stroomdalsoorten, is de strook rondom de zomerkade begrensd als habitatrichtlijngebied.  Er komt hier echter geen habitattype Stroomdalgrasland voor. Dit beeld is tijdens het veldbezoek bevestigd:  de delen die bezocht zijn tijdens dit veldbezoek kwalificeren niet als habitattype Stroomdalgrasland. Er zijn  wel potenties om dit habitattype hier te ontwikkelen als het beheer zich hierop zou richten. De beheerder  heeft hier echter een andere keuze gemaakt. Om de doelstelling voor dit habitattype in de Rijntakken te  realiseren, zal in andere gebieden ingezet worden op uitbreiding en kwaliteitsverbetering ervan. Dit wordt  door de Provincie Gelderland nader ingevuld als uitwerking van het Natura 2000-beheerplan.    Droog hardhoutooibos (H91F0)    Bezocht is een dee! van de strook (locatie 6) die bestaat uit habitattype Hardhoutooibos (H91F0). Dit hard-  houtooibos bevindt zich op de natuurlijke overgang van de uiterwaard naar de stuwwal van de Utrechtse  Heuvelrug. Ook dit deel is in beheer bij het UL. De kwaliteit van het bezochte bos is vrij goed, zo komen  plaatselijk bijvoorbeeld Slangenlook en Bosanemoon voor. Op verschillende plekken laat het UL het bos aan  de onderrand op kleine schaal uitbreiden (‘de uiterwaard inlopen’). Deze delen worden uit het maaibeheer  gehaald, zoals dat nu in de aangrenzende uiterwaard plaatsvindt. Op deze plaatsen schieten nu zachthout-  soorten (wilgen en elzen) op, wat leidt tot ontwikkeling van overgangen van verschillende bostypen binnen  kleine afstand. Er kan zich op kleine schaal Zachthoutooibos (H91E0A) ontwikkelen. Op termijn kan dit zich  ontwikkelen tot habitattype H91E0B (Essen-lepenbossen) of H91EOC (Beekbegeleidende Bossen). Een ont-  wikkeling naar hardhoutooibos is op deze lager gelegen gedeelten echter niet te verwachten. Het UL wil in  de strook hardhoutooibos geen hakhoutbeheer introduceren, omdat ze vrezen dat dit zal leiden tot verrui-  ging met braam. Men beoogt het bos dicht te houden. Het hele bezochte bosgebied, inclusief het zgn. slan-  genlookbosje, is uitgerasterd. Tot recent konden de koeien er nog in wat tot ongewenste ontwikkelingen  leidde (de koeien eten bijvoorbeeld bij voorkeur de slangenlook op) en de kwaliteit van het habitattype  onder druk zette. Op dit moment lijkt de kwaliteit van het habitattype stabiel. De oppervlakte is ook stabiel;  uitbreiding is hier niet mogelijk. De fysieke ruimte tussen Amerongen en Elst enerzijds, en N225 en uiter-    waarden anderzijds, is beperkt en bestaat al uit hardhoutooibos. Wel kan zich mogelijk op kleine schaal Es-  sen-lepenbos (H91£0B) en/of Beekbegeleidend bos (H91E0C) ontwikkelen aan de onderrand.    Conclusies 2018  Glanshaverhooiland, beheergebied SBB (locatie 1, 2,3)   e _Hethabitattype ontwikkelt zich over het algemeen goed, maar in enkele gedeelten gaat de kwaliteit   ervan achteruit (hoge productiviteit, verruiging). SBB brengt de locaties voor uitvoering van PAS-  maatregel M13 (extra hooien of nabeweiden) in 2018 in kaart om de verruiging op deze locaties  aan te pakken. Vervolgens doet SBB een maatwerkvoorstel voor de uitvoering aan Provincie  Utrecht.  Een belangrijk knelpunt voor uitvoering van het aanvullend maaibeer (M13) is dat er onduidelijk-  heid is over wie (Staatsbosbeheer of Rijkswaterstaat) verantwoordelijk is voor het beheer van de  nabij de rivieroever gelegen delen van de uiterwaard. Dit is ook een knelpunt voor uitvoering van  regulier beheer. Dit knelpunt speelt in het gehele Natura 2000 gebied Rijntakken. Oplossing ervan  is urgent om behoud van oppervlakte en kwaliteit van habitattype te kunnen borgen. De provincie  Gelderland pakt dit op.         0000000598</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    e Er moeten bij aanbesteding van beheer eisen worden gesteld die het behoud van kwaliteit van  kwalificerend habitattype borgen.  Stroomdalgrasland, beheergebied UL (locatie 5)   e In het bezochte gebied komen enkele stroomdal!soorten voor, maar komt al geruime tijd geen ha-  bitattype Stroomdalgrasland voor. Dit beeld is tijdens het veldbezoek bevestigd. Er zijn wel poten-  ties om dit habitattype hier te ontwikkelen, maar het beheer is hier op deze locatie niet op gericht.  Om de doelstelling voor dit habitattype in de Rijntakken te realiseren, wordt in andere delen van  de Rijntakken ingezet op uitbreiding en kwaliteitsverbetering ervan. Provincie Gelderland werkt de  invulling van deze opgave uit.   Droog hardhoutooibos, beheergebied UL (H91F0) (locatie 6)   « De kwaliteit en oppervlakte van het habitattype lijkt hier stabiel. Uitbreiding is hier niet mogelijk,  wel zal zich door het huidige beheer mogelijk op kleine schaal Essen-lepenbos H91E08) en/of Beek-  begeleidend bos (H91EOC) ontwikkelen aan de onderrand.                   Handtekening  it lor ded            (datum) 2-/0-2o/f    ash    ZA  7 PAS len  Prev Aer 6 ee         0000000599</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>