<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 060 STELKAMPSVELD  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 3 JULI 2018    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Oatum bezoek: 3 juli 2018    Doel  Het jaarlijkse veldbezoek is in het kader van het PAS uitgevoerd om de vinger aan de pols te    houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelin-  gen zijn die afwijken van datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.   Als voorbereiding op het veldbezoek zijn de gebiedsanalyse en het verslag van vorig jaar  bestudeerd. Aan de beheerders is gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen bij  het veldbezoek in te brengen.    Bevindingen   Veegbesluit   De Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft recent in ontwerp een  aanvullend aanwijzingsbesluit (het veegbesluit) genomen voor 100 Natura 2000 gebieden in  Nederland. In deze Natura 2000-gebieden kwamen ten tijde van de aanwijzing bepaalde habi-  tattypen en soorten voor, waarvoor in het aanwijzingsbesluit nog geen instandhoudingsdoe-  len waren geformuleerd. Het veegbesluit herstelt deze situatie en formuleert voor de betref-  fende natuurwaarden nu ook instandhoudingsdoelen. Voor Stelkampsveld geldt dat op grond  van dit ontwerpbesluit voor het habitattype Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) is toege-  voegd.    Habitattypen   Alle habitattypen zijn bezocht. Op kaart is de looproute aangeduid, de bezochte locaties zijn  aangegeven met letters. De habitattypen Zwakgebufferde vennen (H3130), Vachtige heiden  (H4010A), Oroge heiden (H4030), Heischrale graslanden (H6230), Blauwgraslanden (H6410),  Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150) en Kalkmoerassen (H7230) komen voor in een  gradiënt waarbij, net als in 2017, het geheel is bekeken en niet elk habitattype afzonderlijk.   De conclusies met betrekking tot de kwaliteit van de habitattypen zijn gelijk aan die van vorig  jaar, er zijn nog geen hydrologische herstelmaatregelen genomen, op maatregelen aan interne  greppels op een enkel terrein van S8B na. Het plan voor de herstelmaatregelen is in voorbe-  reiding en in 2019 start de uitvoering.              0000000600</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    BEER 43130. 2noiged sforde vennen   GEE 160100. vectoge wenden ‘hogere zandgronden)  EED 14030. droge nensen   GE 6.230. rerschrate graianden   GEE e110. cisvngrasencen   i 47150. Pon ervegatanes met snaveideezen  GREE 117290. «24 roerassen   EAD 9120. sehen -ekenbossen met voie    ER +oicoc. moekbegeedende bossen  1              Vennen, vochtige heiden en graslanden   De oppervlakte en kwaliteit van de grazige habitattypen en de Zwakgebufferde vennen  (H3130) staan onder druk door stikstofdepositie (verzuring en vermesting) en verdroging,  zoals beschreven in de Gebiedsanalyse. De voorziene hydrologische herstelmaatregelen moe-  ten leiden tot verbetering. De onder de huidige hydrologische situatie te lange droogval van  de k fferde vennen {H zorgt ervoor dat organische stof oxideert, hetgeen leidt  tot vermesting. De herstelmaatregelen moeten zorgen dat droogval zich beperkt tot de droog-  ste jaren. Om de ontwikkeling van de verschillende habitattypen over de hoog-laag/droog-nat  gradiënt te volgen wordt aanvullend op de SNL-monitoring, dwars op de gradiënt een aantal  proefviakken aangelegd waarin de vegetatieontwikkeling nauwkeurig wordt gevolgd. Monito-  ring van abiotische parameters samen met de ontwikkeling van de vegetatie moet inzicht  geven in veranderingen in de gradiënten en de ligging van de verschillende habitattypen.    In het Heischraal grasland (H6230) op locatie A komt Valkruid voor, dit is één van de weinige  groeiplaatsen in de Achterhoek. Ter bescherming tegen begrazing zijn de planten uitgerasterd.  Nabij de groeiplaatsen is zeer kleinschalig geplagd, om kieming van nieuwe planten te stimule-  ren. Hydrologisch herstel moet zorgen voor optimalere condities, wat de vitaliteit van planten  en de populaties ten goede komt. Vanuit de literatuur is bekend dat met name soorten van  heischrale situaties gevoelig zijn voor een versmalling van de genetische basis door inteelt in  populaties met een geringe omvang. Specifiek voor het Stelkampsveld is hier geen onderzoek  naar gedaan.    Op de overgang van de habitattypen bij locatie A en het voormalige landbouwperceel ten  oosten daarvan (tussen locatie A en de parkeerplaats), ligt een (aangelegd) ruggetje. Dit rug-  getje blijft voorlopig liggen, om afstroming van voedselrijk water richting de habitattypen te  voorkomen. Wanneer de voedselrijke toplaag van dit perceel is afgegraven kan bekeken wor-         0000000601</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    den of het ruggetje kan worden verwijderd.    Ter hoogte van locatie D is in het verleden een greppel gedempt, waarbij wat teveel zand is  ingebracht. Daardoor ligt er nu een grondwalletje deels door een slenk. Bij de uitvoering van  maatregelen in 2019 is het van belang dat ter hoogte van de slenk, het grondwalletje wordt  weggenomen om stagnatie achter de grondwal te voorkomen.    Ten zuiden van de Maandagsdijk (locatie E) ligt een gradiënt met achtereenvolgens de habi-  tattypen Droge heide (H4030), Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150), Vochtige heiden  (H4010A) en Zwakgebufferde vennen (H3130). Plaatselijk is er veel opslag van ruwe berk en  grove den. Afgesproken is dat Staatbosbeheer ervoor zal zorgen dat de opslag wordt verwij-  derd als onderdeel van het regulier beheer. Op het oog ontwikkelt het habitattype Pionierve-  getaties met snavelbiezen (H7150} zich richting Vochtige heide (H4010A) en het Zwakgebuf-  ferde ven (H3130) ontwikkelt zich richting Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150). Er is  sprake van natuurlijke successie. Op basis van de nieuwe vegetatiekartering die nog plaats  moet vinden, zal de habitattypenkaart geactualiseerd worden. Ook hier geldt dat na het hy-  drologisch herstel het terrein een betere uitgangspositie krijgt.    Bij locatie H ligt een mozaïek van habitattypen Droge heide (H4030) en Vochtige heide  (H4010A). De vegetatie ontwikkelt zich goed. Een dee! van het bos rondom de heide is al om-  gevormd naar heide (M3), een deel moet nog worden omgevormd. In het noordoosten van  het gebied zal Natuurmonumenten een ven ontwikkelen in het kader van het PAS.    Vochtige alluviale bossen (H91E0C)    De kwaliteit van het bos (locatie 8) varieert (natte maar ook verdroogde delen). In de natste  delen staat onder andere paardenhaarzegge. De veenbodem is veelal veraard. Bij de uitwer-  king van de PAS-maatregel (M1) voor dit gebied is er voor gekozen om in de watergang die  door het bos loopt stuwen te plaatsen. Dit leidt tot hydrologisch gunstigere omstandigheden  voor het habitattype Vochtige alluviale bossen (H91EOC), wat veenvorming stimuleert. De  uitvoering moet nog plaatsvinden.    Beuken-eiken n met hulst (H9120   Dit habitattype komt voor in het oosten van het Natura 2000-gebied (locatie G). Het bos be-  staat vooral uit zomereik, hier en daar staan beuken en hulst. De structuur is goed ontwikkeld,  met lijsterbes en sporkehout en een ondergroei van met name dalkruid. Tijdens het veldbe-  zoek is een middelste bonte specht waargenomen. Het bos ligt op rabatten, met een kenmer-  kend patroon. In het kader van de PAS-maatregel M1 wordt de watergang waar het rabatstel-  sel op aantakt, in het zuiden afgedamd. Hierdoor zullen de waterstanden stijgen. Naar ver-  wachting zal dit geen negatieve invloed hebben op de waarden van het bos.    Om te vormen & al omgevormde locaties   Veel percelen waar nieuwe natuur ingericht moet worden, zijn in het landbouwkundige verle-  den geëgaliseerd en zelfs liggen er hier en daar begraven vennen, die weer hersteld kunnen  worden. Om deze potenties ten volle te benutten zal de bovengrond van een aantal percelen  conform de gebiedsanalyse worden afgegraven (PAS-maatregel M3). Op een aantal (van natu-  re drogere) locaties is de toplaag al afgegraven en maaisel opgebracht, zoals bij locaties C en  F. De vegetatie ontwikkelt op een aantal plaatsen in de gewenste richting, vooral op locatie F,  met soorten als echt duizendguldenkruid en stijve ogentroost. Op andere locaties is deze ont-  wikkeling (nog) minder duidelijk aanwezig en domineren vooral grassen (bijvoorbeeld locatie  C). Op deze locaties kan het (nogmaals) opbrengen van maaisel uit een nabij gelegen referen-  tiegebied de gewenste ontwikkeling bevorderen. Ook kan het maaibeheer zodanig in gericht  worden dat de verspreiding van zaden van doelsoorten wordt gestimuleerd. Er zijn nu nog  open plekken in de vegetatie waardoor deze maatregelen nog kansrijk zijn. Afgesproken is dat  Staatsbosbeheer gaat intern de mogelijkheden na gaat. Bij het uitvoeren van de gekozen  maatregelen, is het van belang dat de maatregel goed wordt vastgelegd (herkomst maaisel!)         0000000602</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    De ek Anker Ig vaart EE PPO wv OEE         ver erder ops”    zaate egalsel sr et du Cel k    Conclusies  Bevindingen 2018  Ate cahitantyae7 run Deegen er catwikkelen         pcr 2gals pesch ver in de Ger edsera 7se    de babiratty gee stays oeder drk aaa met name verdrog ng en ve ring Verder ein Ce  Nas rdingan a 5 vdigt  e fer rougte van vacate Disarm Pet veledes eer gregoe! gedemat waardi, wat te    veel gana srgenrach: 3 ae uitwber PR von madirege ern 2019 s ser var oe ane               darter Peete var de slerk her grondwadet | wordt wegetnomer ar std    achter ge gronuwal te voor kore    . er Zo den vin ge Maanduged «1, er veel ops ag var ruwe beck £9 grove Genin ae    Hee Stddioosbenee: yor. ervoor de) ce ons'se Aordtvecwycard    e 32> b45-5 van de cieuwe vevelulieke.terep dle nog plaats moet waden za 2e.”         72 Caldecard de vamtattyperkuart actudl Sere         e Bode Jeze ace op ner oMgevormde verse            eo Ags MOL goat ap veszera         rant wiskel eg Staatsoosbenee Peadkt aten eer a?    Bevindingen 2017 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2018  e 2927 Ge sasrand ret 6 veho-evde vegetatie eo Ovengeand dco s Ei ver liegen  or         verm teren van Fet basen Pet westen (Ertolsverdh, noe. og waruen ver           wrdert zodat ve grac ent poi weer wordt orderoroken (acte Staateaos nee  2018 15 nog met witgevoerd. ward: meegenomen wonneer ner maatregeenpiun  wordt uitgevoerd   e 2017 Orr de ortmikkelng van gewens:  perc  Staalsposteneer)    soorten te sterierer Dj al neemchre    e soc  deri riage te worcer opzebacnt vanui een referentiegeb.ed ache              4 Staarnosbereer Ù reater op welke vn ve ue ni wikeelrd var tae           soorten wiilen stimuirrer   © 201? vane greppeltes rani het 7wax gebulterde ver in ner coordooster er fe  5 auwgrastang mn net Zi cer, drent va ntvoenrg sar ce hyero og sche maatregelen  te worden geoo deeld of ze moerer weiden gede np.  1018 Cogtluse bint verend             (deta 7 Cy  (? we, a Det 0         Peo UU    leter Le, uct         0000000603</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>