<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 057 VELUWE  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 14 SEPTEMBER 2016    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  An    14 september 2016         Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000  gebied Veluwe zich ontwikkelen zoals beschreven in de PAS-gebiedsanalyse voor dit gebied.  Omdat we nog in het begin van de eerste PAS-periode staan, zijn daarnaast ook voorgeno-  men en genomen maatregelen besproken en bekeken.   Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en is de beheerder  bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld. Het veldbezoek is een aanvulling  op de overige monitoring in het kader van PAS. Tijdens het veldbezoek is alleen gekeken naar  visueel waarneembare aspecten.    Bijlage:  e kaarten met de locaties die zijn bezocht en de gelopen routes;  , toelichtende foto's.         Bevindingen   Doordat de Veluwe een groot gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstof ge-  voelige habitattypen te bezoeken. Dit jaar is gekozen aandacht te besteden aan de stikstof-  gevoelige typen H2310 Stuifzandheide met struikheide en H2330 Zandverstuivingen. Door de  terreinbeheerders zijn de te bezoeken terreinen uitgezocht: het Kootwijkerzand (SBB) en het  Hulshorsterzand (NM). Verder is de recent ingerichte heidecorridor tussen het Hulshorster-  zand en de Elspeetse heide kort bezocht. In bezochte gebieden zijn de actueel aanwezige  habitattypen bekeken. Met de beheerders zijn genomen en voorgenomen maatregelen en  andere thema’s met relatie tot de PAS-doelen en de Natura 2000 doelen besproken.    Onze waarnemingen/bevindingen/discussies zijn:  Tijdens bezoek Kootwijkerzand (ochtend):  © In het Kootwijkerzand zijn 10 tot 15 jaar geleden in het kader van Effect gerichte   maatregelen (OBN) diverse maatregelen uitgevoerd gericht op herstel van het stuif-  zand.  Deze maatregelen betroffen boskap t.b.v het verbinden van geïsoleerde gelegen  stuifzandenterrein, het verwijderen van bos om de windwerking op stuifzandter-  rein te vergroten en plaggen/chopperen/frezen van vastgelegde zandverstuivingsve-  getaties ten einde weer aangrijpingspunten (kaal zand) voor verstuiving te krijgen.  Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat ondanks de uitgevoerde maatregelen  het aandeel kaal zand weer drastisch is afgenomen en dat de exoot Grijs kronkels-  teeltje (‘tankmos’) wederom (als voor de maatregelen) over grote arealen dominant  aanwezig is. Op deze plekken is het zand vastgelegd en is geen verstuiving meer mo-         0000000467</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    gelijk. Hiermee is het effect van de maatregelen te niet gedaan. Verontrustend is  ook dat het dichtgroeien van de stuifzanden en dan met name ook de snelle vesti-  ging van Grijs Kronkelsteeltje nu zo snel verloopt dat er geen/nauwelijks meer ruim-  te is voor trage successie naar gevarieerde korstmosvegetaties die een lange ont-  wikkelduur vragen (15-30 jaar).  De versnelde successie en alom aanwezige dominantie van Grijs Kronkelsteeltje is  voor een deel te verklaren door de zachte winters van afgelopen jaren en dat de  herstelmaatregelen soms op een verkeerde plek zijn genomen, maar hoofdoorzaak  volgens de beheerder is het te hoge stikstofdepositieniveau van de afgelopen jaren.  De gemodelleerde resultaten van Aerius geven voor 2014 en 2015 voor Kootwijker-  zand een afname van de stikstofdepositie zien. Het Meetnetammoniak laat voor het  meetpunt Kootwijkerzand voor de periode 2007-2014 een toenemende trend te zien  in N-depositie. . . Door de overmatige N-depositie heeft de in de gebiedsanalyse  beschreven effecten als versnelde successie doordat de stikstof limitatie wordt op-  geheven, afname van de korstmosbedekkingen, toename van Grijs Kronkelsteeltje  en verzuring van de bodem. Beheerders constateren verder dat de vestiging van kri-  tische kortmossoorten uitblijft. De waargenomen ontwikkeling komt overeen met de  in de herstelstrategie voor H2330 Zandverstuivingen geschetste vesnelde successie  als gevolg van te hoge stikstofdepositie en de nadelige gevolgen hiervan voor karak-  teristieke korstmossoorten.  Door de verzuring van de bodem ontstaat er een disbalans in de mineralen voorraad  van de bodem. Bodemverzuring treedt in dit systeem zeer snel op doordat in dit sys-  teem momenteel alleen buffering door siliciumverwering plaats vindt. Dit laatste  proces is zeer traag. Met herstel van de mineralenbalans door bijvoorbeeld het toe-  voegen van steenmeel moet in dit van nature zeer arme systeem zeer terughoudend  omgegaan worden. Er is nog onvoldoende bekend over de (langere termijn) gevol-  gen hiervan voor de habitattypen en de fauna. Mogelijk kan in OBN kader hier meer  kennis over worden vergaard. Dit geldt ook voor de gevolgen van de verstoring van  de mineralenbalans voor de kruidenrijkdom. Het huidige onderzoek aan toevoegen  van steenmeel vindt plaats in bossen en droge heide. Op de Hoge Veluwe liggen een  antal onderzoeksplots in stuifzand heide. Mogelijk die plots aanknopingspunten voor  vervolgonderzoek of oplossingen.  De conclusie wordt getrokken dat de effectiviteit van de herstelmaatregelen onder  deze hoge N-depositiedruk beperkt blijft. Met name over de kansen voor kritische  korstmossenvegetaties onder de huidige N-depositie bestaan twijfels. Met het ne-  men van extra maatregelen zoals nu geformuleerd in de gebiedsanalyse in zandver-  stuivingen moet erg voorzichtig om worden gegaan: hoewel daarmee de successie  wel weer opnieuw kan worden terug gezet, lijkt intensiever beheer te leiden tot af-  name van de biodiversiteit (de behandeling is erger dan de kwaal).  Naar aanleiding van de veldwaarnemingen die een tegenvallend herstel laten zien  en twijfels over de effectiviteit van beschikbare maatregelen voor behoud en herstel  spreken beheerders en provincies het volgende af:  o Provincie brengt samen met beheerders het komende jaar de trends in de  kwaliteit van de habitattypen H2310 Stuifzandheide met struikheide en  H2330 Zandverstuivingen in beeld. Hiervoor worden historische gegevens  en gegevens verzameld in het kader van de SNL-monitoring en Natura  2000/PAS monitoring bij elkaar gebracht.  Op basis van deze trends en indien daartoe aanleiding is, vraagt de provin-  cie aan het OBN deskundigenteam Droog zandlandschap advies over de  mogelijkheid voor het nemen van herstelmaatregelen en indien nodig ook  te kijken naar maatregelen die niet in de huidige herstelstrategie zijn opge-  nomen.  e SBB stelt momenteel samen met M. Riksen ( WUR Wageningen University en Re-  search) een herstelplan voor het Kootwijkerzand. In dit plan worden de te nemen  herstelmaatregelen nader uitgewerkt en vormen de basis voor SKNL PAS en SKNL         0000000468</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    2000 Kootwijkerzand.   Herstel van stuifzanden is niet eenvoudig doordat maatregelen gericht op de vergro-  ting van de buffercapaciteit tegen verzuring niet/nauwelijks mogelijk zijn. Mogelijke  oplossingen (toevoegen mineralen) zitten nag in de onderzoeksfase en zijn nog geen  bewezen PAS-maatregelen. Daarnaast is het de vraag of herstel van de buffercapaci-  teit bij de nog steeds hoge N-depositie een duurzame maatregel is. Effect gerichte  maatregelen zoals oppervlakkig plaggen blijven nodig zolang de N-depositie de kriti-  sche depositiewaarde overstijgt. Uit de voorlopige resultaten vrijje naar  voren dat frequent oppervlakkig plaggen (voorlopig) nodig blijft voor behoud en her-  stel van het habitattype. In de gebiedsanalyse is oppervlakkig plaggen niet als PAS  maatregel beschreven omdat plaggen onderdeel uit maakt van regulier beheer. Ge-  bleken is echter dat de gewenste plagfrequentie hoger ligt dan bij regulier beheer.  NB! Onder plaggen worden hierbij alle bodembewerkingen verstaan waarbij orga-  nisch materiaal wordt los gemaakt en/of verwijderd, variërend van oppervlakkig eg-  gen (culteren), tot plaggen, zeven en afvoeren.   SBB zal in het najaar op basis van het herstelplan voor het Kootwijkerzand in overleg  treden met de provincie over de te nemen maatregelen en de (PAS-)financiering  hiervan. Onderdeel hiervan is de benodigde hogere plagfrequentie.   Beheerders vragen bijzondere aandacht voor de zeer gespecialiseerde fauna in stuif-  zanden. Door de veranderingen die optreden in stuifzanden als gevolg van N-  depositie (versnelde successie, mineralen onbalans) en effectgerichte maatregelen  staat deze fauna (bv zandhagedis, kommavlinder, kleine heivlinder) onder druk. Bij  het nemen van herstelmaatregelen is aandacht nodig voor het behoud en herstel  van randen, overgangen en reliëf. Beheerder geeft aan dat in het Kootwijkerzand de  bijzondere, op deze gebieden gespecialiseerde fauna nog steeds aanwezig is (maar  in afgelopen decennia sterk achteruit is gegaan en nog steeds sterk onder druk  staat). De beheerder neemt voor bijvoorbeeld de kleine heidevlinder gerichte maat-  regelen door de aanleg van kleine plagplekken.   Beheerder geeft aan dat de bodem in het Kootwijkerzand door de verzuring ver-  sneld zal zijn uitgeloogd. Echter in de bodem zullen zeker nog bodemlagen aanwezig  met enige buffering ( hogere buffering dan de toplaag). Door uitstuiving kunnen  (mogelijkheid hiertoe is afhankelijk van het bovenliggende substraat en de positie in  het landschap) deze reservoirs aangeboord worden. Echter zolang de N-depositie  nog te hoog is zullen deze reservoirs ook snel uitgeput raken. Dit vraagt dus grote  zorgvuldigheid en oog voor de langere termijn voor het aanspreken hiervan.  Beheerder laat zien dat er in het systeem plekken zijn waar eik zich heeft gevestigd.  Mogelijk dat dit soort situaties zich op langere termijn kunnen ontwikkelen tot oud  eikenbos (weliswaar geen oorspronkelijke bosbodem). SBB geeft aan dat zij op land-  schapsschaal aan het nadenken zijn over de toekomst plekken voor oud eikenbos.  Feitelijk geldt dit voor alle habitattypen op de Veluwe, de huidige ligging hoeft niet  maatgevend te zijn voor behoud op langere termijn. Implementatie van een visie  van SBB vergt goede afstemming met de Natura 2000 regelgeving, visie-  ontwikkelingen en doorontwikkelingen in definities.   Binnen grote eenheden vergt de (onzeke) ontwikkeling en reallocatie van habitatty-  pen gestuurd door spontane natuurlijke processen eveneens een goede afstemming  met de Natura 2000 regelgeving.   Binnen het Kootwijkerzand kan uitbreiding van H2310 Stuifzandheide met struikhei-  de ten koste gaan van H2330 Zandverstuivingen. Op basis van het plan van Riksen  zal SBB hierover het gesprek aangaan met de provincie.   Beheerder geeft aan dat voor de Natura 2000 doelsoorten die gebruik maken van  stuifzanden (bv duinpieper en tapuit} vooralsnog geen specifieke maatregelen wor-  den genomen, anders dan het handhaven van rust door een goede recreatieve zone-  ring, blijvende aandacht voor geleidelijke overgangen van heide naar bos, zandplek-  ken etc.   In de volgende Aerius-versie worden PAS leefgebieden opgenomen. Met name op         0000000469</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    plekken waar nu geen habitattype aanwezig is binen het Natura 2000 gebied zal dit  gevolgen kunnen hebben. De provincie zal het gesprek met de beheerders aangaan  om te bezien wat deze leefgebieden betekenen in de zin van extra maatregelen ne-  men.    Tijdens bezoek Hulshorsterzand (middag):    In het Hulshorsterzand zijn de afgelopen 4 jaar maatregelen uitgevoerd ter herstel  van het stuifzandsysteem. Er is bos gekapt ter herstel van de windwerking en habi-  tatontwikkeling ter plaatse, delen van het terrein zijn oppervlakkig geplagd zodat het  zand weer aan de oppervlakte is gekomen en weer kan versuiven en er vindt druk-  begrazing met schapen plaats. Hiermee zijn de PAS maatregelen al uitgevoerd. Het  resultaat laat zich zien in bijvoorbeeld nieuw ontwikkelde H2310 Stuifzandheide met  struikheide op locaties waar bos in gekapt, zones waar stuivend zand accumuleert in  stuifduinen en het terugdringen van vermossing. Beheerder laat zien dat veel aan-  dacht is besteed aan het behoud van het reliëf (geheel plaggen van een stuifzand-  heuvel leidt tot wegblazen van het reliëf) en veel randlengte. Reliëf en randlengte is  essentieel voor de fauna van de zandverstuivingen.   Het stuifzand wordt open gehouden door te culteren (oppervlakkig eggen). Hierdoor  komt de vegetatie op de bodem te liggen en verdroogt. Verdere successie (en het  dichtgroepen met grijs kronkelsteeltje) wordt hiermee voorkomen indien de maat-  regel tijdig wordt genomen.   Beheerders geeft aan dat er veel illegale recreatie in de vorm van crossen met moto-  ren en rijden met auto’s plaatsvinden. Dit leidt tot spoorvorming met langdurige vi-  suele hinder, verstoring van de fauna, lawaaioverlast en locaal aantasting van de ve-  getatie. In de gebiedsanalyse is aangegeven dat de recreatie geen knelpunt vormt  voor betrokken habitattypen. Habitatrichtlijnsoorten als nachtzwaluw hebben ech-  ter wel te leiden onder illegale recreatie.   In het Natura 2000 beheerplan is aangegeven dat er een recreatiezoneringsplan  voor de Veluwe wordt opgesteld. Tevens zal de provincie een handhavingsplan voor  de Gelderse Natura 2000 gebieden opstellen. In deze beide plannen zal aandacht  besteed moeten worden aan de recreatie problematiek en de kansen die een goede  zonering in combinatie met handhaving biedt voor uitbreiding en kwaliteitsverbete-  ring van de leefgebieden voor Natura 2000 doelsoorten en typische soorten. Beide  plannen maken momenteel geen onderdeel uit van het PAS maatregelen pakket.    Tijdens bezoek heidecorridor Hulshorsterzand — Elspeetse heide (eind middag):    Beheerder heeft in een corridor van minimaal 50 meter tot enkele honderden me-  ters breed een verbinding tussen twee heide gebieden ingericht door het kappen  van bos. Het betreft een reeds uitgevoerde PAS maatregel.   In de corridor is de bodem niet geplagd om ten behoeve van de fauna te sterke ver-  arming te voorkomen. Verder staat er in de corridor veel dood hout ten behoeve  van de fauna. In de corridor vindt (druk) begrazing plaats met schapen.   Het voorlopige succes van de corridor komt bijvoorbeeld naar voren door de groter  worden populatie van de levendbarende hagedis, de vestiging van de adder, een  broedgeval van de grauwe klauwier en en een intensief gebruik door herten.  Onderdeel van de corridor is een stukje HA010A vochtige heiden met klokjesgenti-  aan.         0000000470</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Conclusie  De volgende aandachtspunten ten aanzien van de stikstofgevoelige habitattypen H2310  Stuifzandheide met struikheide en H2330 Zandverstuivingen zijn naar voren gekomen:   e Inhet verleden genomen herstelmaatregelen laten tegenvallend herstel zien van  met name H2330 Zandverstuivingen. Hierdoor ontstaan twijfels over de effectiviteit  van beschikbare maatregelen voor behoud en herstel. Naar aanleiding hiervan  spreken beheerders en provincies het volgende af:   o Provincie brengt samen met beheerders het komende jaar de trends in de  kwaliteit van de habitattypen H2310 Stuifzandheide met struikheide en  H2330 Zandverstuivingen in beeld. Hiervoor worden historische gegevens  en gegevens verzameld in het kader van de SNL-monitoring en Natura  2000/PAS monitoring bij elkaar gebracht.   Op basis van deze trends en indien daartoe aanleiding is, vraagt de provin-  cie aan het OBN deskundigenteam Droog zandlandschap advies over de  mogelijkheid voor het nemen van herstelmaatregelen en indien nodig ook    te kijken naar maatregelen die niet in de huidige herstelstrategie zijn opge-  nomen.  Er is meer kennis nodig van de effecten van de verstoring van de mineralenbalans in  de bodem op de flora en fauna en over de mogelijke effecten van de verbetering van  de mineralenbalans door toedienen van steenmeel.    Oppervlakkig plaggen (in ruime zin) blijkt in de praktijk met een hoge frequentie no-  dig om H2330 Zandverstuivingen in stand te houden. Deze maatregel is echter niet  als PAS-maatregel opgenomen, het wordt gezien als een reguliere beheermaatregel.  Hierdoor krijgen beheerders deze maatregelen niet vergoed uit de PAS-middelen.  SBB ziet dit als knelpunt. Provincie en SBB zullen hierover in gesprek gaan.   Illegale recreatie door motoren en auto's zorgen voor verstoring in het terrein. Dit  leidt onder andere tot vermindering van de kwaliteit van het leefgebied van soorten  die van dit type terreinen gebruik maken. De provincie zal aan deze problematiek  aandacht besteden in het op te stellen recreatie zoneringsplan en het handhavings-  plan.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    Handtekening    (datum)    0000000471</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Bijlage bij het verslag van het PAS veldbezoek aan Natura 2000-gebied: 057 Veluwe    Afgelegde route Kootwijkerzand  S 7            Afgelegde route heidecorridor Hulshorsterzand-Elspeetse heide         0000000472</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    H2330 Zandverstuivingen                       H2310 Stuifzandheide met struikheide    H2330 Zandverstuivingen dichtgegroeid met grijs kronkelsteeltje    Plagplek ten behoeve van de kleine heidevlinder    Ge    0000000473</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    Hersteld stuifzandlandschap Hulshorsterzand           Sporen van illegale recreatie         0000000474</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    Recent geculteerd stuifzandlandscha                Heidecorridor    0000000475</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>