<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: KORENBURGERVEEN (061)  VERSLAG PAS-VELDBEZOEK DD. 29 AUGUSTUS 2018    Aanwezig namens Provincie:   Aanwezig namens beheerder   Overige aanwezigen:   Datum en tijd veldbezoek: 29 augustus 2018, 09.00h — 17.00h   Verzamellocatie: Beheerkantoor Natuurmonumenten Den Oppas. Korenburgerweg 2, Win-  terswijk.    Doel:   In het kader van de PAS-manitoring moet het bevoegd gezag (provincie Gld) samen met de beheerder(s) van  de PAS gebieden jaarlijks een veldbezoek aan ieder PAS gebied afleggen. Het doel van het bezoek is na te  gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals  is beschreven in de PAS-Gebiedsanalyse van het gebied. Dit in het licht van de uitgevoerde en voorgenomen  maatregelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek be-  perkt zich daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het  gebied plaatsvindt.    Figurenbijlage:  e Looproute met habitattypen  © _ Looproute met maatregelenkaart    Bevindingen:  In het Korenburgerveen komen volgens de gebiedsanalyse (Dorland, e.a, 2017) 9 habitattypen voor en één  habitatrichtlijnsoort (zie bijlage 1):   © Zwakgebufferde vennen H3130  Heischrale graslanden H6230  Blauwgraslanden H6410  Actieve Hoogvenen H7110A  Overgangs- en trilvenen (triivenen) H7140A  Herstellende Hoogvenen H7120  Galigaanmoerassen H7210  Hoogveenbossen H91D0  Vochtige alluviale bossen H91EOC  Kamsalamander H1166    Veegbesluit   De Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft recent een aanvullend ontwerp-aanwij-  zings besluit (het veegbesluit) genomen voor 100 Natura 2000 gebieden in Nederland. In deze Natura 2000-  gebieden kwamen ten tijde van de aanwijzing bepaalde habitattypen en soorten voor, waarvoor in het aan-  wijzingsbesluit nog geen instandhoudingsdoelen waren geformuleerd. Het veegbesluit herstelt deze situatie  en formuleert voor de betreffende natuurwaarden nu ook instandhoudingsdoelen. Voor het Korenburger-  veen geldt dat op grond van dit veegbesluit voor de habitatrichtlijnsoort H1042 Gevlekte witsnuitlibel een  instandhoudingsdoel toegevoegd.    Voor alle habitattypen gelden instandhoudingsdoelstellingen. Het habitattype Herstellende hoogvenen komt  over een grote oppervlakte voor, de andere habitattypen komen over kleinere oppervlakten voor. Er zijn  momenteel geen terreindelen aangewezen als habitattype Vochtige heiden. De vochtige heiden bevinden  zich in het gebied dat is aangemerkt als Herstellend hoogveen en vallen daarom onder dit habitattype. Alle         0000000604</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    habitattypen zijn bezocht met uitzondering van habitattype Zwak gebufferde vennen (H3130), Hoogveen-  bossen (H91D0) en Vochtige alluviale bossen (H91EOC).    Actieve Hoogvenen (M7110A):   Dit PAS veldbezoek is uitgevoerd tegen de achtergrond van de extreem droge zomer van 2018 met een  neerslagtekort van meer dan 300 mm in de Achterhoek (290 mm in de Bilt). Door de lage waterstand was  het dit jaar mogelijk om de kleine stukjes actief hoogveen in het Vragenderveen te bezoeken (zie locaties 1  t/m 3 in Figuur 1 en Figuur 2). Door de slechte toegankelijkheid en broedende kraanvogels was het actieve  hoogveen ca. 6 jaar niet meer bezocht door de beheerder. In het bezochte compartiment met actief hoog-  veen was het waterpeil 27,18 m. +NAP: 62 cm lager dan de balkhoogte van 27,80 m. +NAP (gemeten bij  peilschaal L11). In de winter stroomt het water over de balkhoogte van de stuw, waardoor het winterpeil  hooguit enige centimeters boven de balkhoogte kan uitstijgen. Voor optimaal herstel van het hoogveen mag  het waterpeil in de zomer maximaal 20 cm onder dit winterpeil uitzakken. Tijdens het veldbezoek was het  waterpeil in het veencompartiment 62 cm onder het winterpeil gezakt: 42 cm lager dan het gewenste zo-  merpeil.    Tijdens het veldbezoek viel op dat in het hydrologisch compartiment waarin het actieve hoogveen zich be-  vindt, er beperkt sprake is van opslag van berk. De beheerder geeft aan dat dit komt door de geringe peil-  fluctuaties. tn 2000 is de damwand rond dit compartiment aangebracht. In ca. 2008 is de damwand ter  hoogte van de stuw onderlangs gaan lekken. In 2013 is er een nieuwe damwand voor geplaatst, waarna het  lek is gedicht. Door het lek is het waterpeil enige jaren te laag geweest, waardoor er tijdelijk sprake was van  jonge opslag van berk. De ca. 4 jaar oude opslag sterft nu af door de herstelde natte omstandigheden (zie  Foto 1). Door het stabiele hoge waterpeil is verwijderen van opslag in dit compartiment niet nodig. Het  effect van de droge zomer van 2018 moet echter nog blijken.    Foto 1: Afstervende berkenopslag en nauwelijks jonge berkenplanten in het compartiment van het  actieve hoogveen    De staat van het habitattype actief hoogveen is in het veld geïnspecteerd. Tijdens de kartering van het habi-  tattype in 2012 is als criterium om aan de habitatdefinitie te voldoen gehanteerd dat 70% van de oppervlakte  bedekt moet zijn met actieve hoogveenbulten bestaande uit wrattig veenmos, hoogveenveenmos, dophei  en veenbes. De oppervlakte actieve bulten moet minimaal 250 m2 bedragen. Daarnaast moet de vegetatie  hydrologisch min of meer onafhankelijk van de omgeving kunnen functioneren. Tijdens het veldbezoek zijn         0000000605</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    3 van de 4 locaties met Actief Hoogveen bekeken (locaties 1 t/m 3 in Figuur 1). Hieruit bleek dat, binnen de  op de kaart aangegeven oppervlakte, de bedekking met actieve bulten op het oog meer dan 70% bedroeg.  Buiten de als actief hoogveen gekarteerde oppervlakte was het percentage actieve bulten duidelijk lager dan  70% en was fraai veenmos de meest voorkomende veensoort. Door met de gps proefsgewijs enige transec-  ten te lopen is geconstateerd dat de grens van het habitattype sinds de kartering in 2012 met ca. 5 m. naar  buiten lijkt te zijn verschoven: het oppervlakte habitattype actief hoogveen lijkt dus toe te nemen. Meer  exacte gps-metingen zijn echter nodig om dit definitief vast te stellen. In 2019 zal dit in het kader van de  vegetatiekartering plaatsvinden.    De aangetroffen hoogveenbulten bestaan uit wrattig veenmos, hoogveenveenmos, dophei en veenbes (zie  Foto 2). In de slenken tussen de bulten bestaat de vegetatie vooral uit fraai veen mos. Het is opvallend dat  buiten de gekarteerde oppervlakten Actief Hoogveen op een flink aantal plekken wrattig veenmos (en in  mindere mate het hoogveenveenmos) Fraai veenmos verdringt. Ook valt op dat als gevolg van de droge  zomer het weinig droogtetolerante Fraai veenmos veel minder vitaal oogt dan Wrattig veenmos.    (rechts) geeft aan dot lokaal de bultvormers gaan domineren.    In een veenputje met secundaire verlanding met veenpluis en witte snavelbies, veerde de bodem zeer sterk  (zie Foto 3).         0000000606</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Foto 3: Veenputje met op en neer verende secundaire verlanding met witte snavelbies    De aanwezigheid van enige rietstengels, draadzegge en duizendknoopfonteinkruid geeft aan dat dit deel van  het hoogveen wordt gevoed door enigszins basenhoudend grondwater. Deze soorten zijn relatief talrijker op  een plek waar een ondiepe geul in de zandondergrond lijkt te zitten: hier kan sprake zijn van enige stu-  wing/preferente stroming van basenrijker water over de veenbasis. Dit enigszins gebufferde water zorgt voor  een lichte mineralisatie van het veen, waardoor CO2 vrijkomt, hetgeen bijdraagt aan het opdrijven van het  veen. De beheerder geeft aan dat de geringe peilfluctuatie, de lichte voeding met basenhoudend grondwater  en de aanwezigheid van witveen het Korenburgerveen kansrijk maken voor het succesvol herstel van het  actieve hoogveen in het Korenburgerveen.    Afstemming vegetatiekartering 2019 en kartering habitattype:   In 2019 wordt in opdracht van Natuurmonumenten een nieuwe vegetatiekartering uitgevoerd in het Koren-  burgerveen. Deze kartering zal tevens geschikt moeten zijn om er een nieuwe habitatypenkaart van af te  leiden. Natuurmonumenten en provincie spreken af voorafgaand aan de kartering af te zuilen stemmen over  extra te karteren kenmerken, het vertalen van de kaart in habitattypen en de mogelijkheden van remote  sensing om de vegetatieontwikkeling te volgen. Hierbij worden ook hoogtemetingen gedaan die de groei van  het veen zullen meten.    Herstel veendijken:   In de loop der jaren en wellicht versterkt door de droogte zijn de veendijken op veel plaatsen gekrompen en  aangetast (bijvoorbeeld bij locaties 8 en 9), waardoor de damwanden bloot zijn komen te liggen. Hierdoor  zijn de damwanden kwetsbaar. Natuurmonumenten zal, evenals in het Wooldse veen, de schade inventari-  seren en de kosten ramen. Op basis hiervan zal Natuurmonumenten met de provincie overleggen over het  herstel van dijken/damwanden.    Herstellende hoogvenen (H7120):   Het herstellende hoogveen is bezocht direct rondom het actieve hoogveen (locatie 4). Op deze locatie zijn  veel actieve hoogveenbulten met wrattig veenmos en hoogveenveenmos aangetroffen, die het dominante  fraai veenmos verdringen. Het percentage actieve bulten is nog te laag voor een actief hoogveen, maar de  ontwikkeling is positief, al is niet in te schatten hoe snel hier ook Actief Hoogveen tot ontwikkeling zal komen.  Voor het verwijderen van berken is het voorstel om op de natste plekken waar berkenopslag weinig voor-  komt en/of berken al afsterven geen berkenopslag handmatig te verwijderen. Op de overige plekken zal         0000000607</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    fasegewijs wel berkenopslag verwijderd worden. Materiaal kan achterblijven aangezien dit snel wordt opge-  nomen in de groeiende veenmoslaag. (zie Foto 4).    Foto 4: Afgestorven berkenopslag wordt opgenomen in het hoogveen    Het grasland bij locatie S bij de Middeldijk wordt op de habitattypenkaart aangeduid als Herstellend hoog-  veen. Hier is echter de ontwikkeling van een lagg-zone beoogd met ontwikkeling van matig basenarme en  matig basenrijke overgangsvegetaties: Veenmosrijke heide, heischraal grasland, trilveen, etc. Hier ontwikkelt  zich nu al een fijnschalig mozaiek met heischraal grasland, blauwgrasland en overgangs- en trilvenen. Het is  nog niet duidelijk in welke richting de vegetatie zich hier uiteindelijk zal ontwikkelen.    In het compartiment van locatie 6 in het Meddosche veen is het veenherstel minder ver gevorderd dan in de  bezochte locaties in het Vragenderveen. Naast het dominante fraai veenmos komt hier ook gewimperd veen-  mos voor (een restant van het verleden toen dit deel van het veen nog bebost was). Actieve buiten met  wrattig veenmos komen voor, maar minder dan in het Vragenderveen. De beheerder geeft aan dat ook hier  de ontwikkeling positief is: het fraai veenmos wordt verdrongen door wrattig veenmos. In dit deel komen  tevens indicatoren voor basenhoudend water voor zoals Draadzegge. Onder veenputjes met secundaire ver-  landing was de levende veenmoslaag sterk verend. Het waterpeil was in dit compartiment verder gezakt dan  in het compartiment in het Vragenderveen bij locaties 1 t/m 4. Bij de stuw bij peilschaal L3 stond de bodem  droog, hetgeen duidt op een peildaling groter dan 70 cm!    Het hoogveenherstel is in de noordelijke kern van het Meddosche veen bij locatie 7 het minst gevorderd.  Hier ontbreken de hoogveenvormers wrattig veenmos en hoogveenveenmos en wordt de vegetatie gedo-  mineerd door fraai veenmos aangevuld met veenpluis. Ook ontbreken indicatoren voor (licht) basenhoudend  water, waardoor de benodigde CO2 productie ontbreekt.    Verwijderen opslag:   In het compartiment in het Meddosche veen bij locatie 6 is de afgelopen weken handmatig opslag van berk  verwijderd (PAS maatregel). Opslag van grove den en Vuilboom is her en der gespaard ten behoeve van de  fauna. De takken blijven liggen om onnodige beschadiging van het veen door het afvoeren te voorkomen.  Naar verwachting zullen de takken geleidelijk in het veen verdwijnen.         0000000608</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Foto 5: Recent uitgevoerde kap van berkopslag bij locatie 6. Op de voorgrond het takafval van de  veendam    Aanleg nieuwe habitats voor Speerwaterjuffer (betreft geen PAS maatregel):   Tijdens het PAS veldbezoek is geconstateerd dat de Brandsloot in het Vragenderveen vrijwel geheel is droog-  gevallen (zie Foto 6). Dit is de afgelopen 25 jaar niet eerder waargenomen. De beheerder verwacht dat deze  droogval zeer schadelijk is voor de Speerwaterjuffer en vermoedelijk veel andere soorten van permanente  zwak gebufferde wateren in de lagg. Deze soort is zeer gevoelig voor droogval omdat hij een 2-jarige cyclus  heeft, waarbij de larven niet in de modder wegkruipen. De speerwaterjuffer is tijdens de SNt-kartering eind  mei/begin juni (voor de droogval) ook al niet meer op deze locatie en andere locaties in het Korenburgerveen  waargenomen. De situatie rond deze soort is aldus zorgelijk.         0000000609</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    pe  Lr  SEN    Foto 6: Drooggevallen Brandsloot,    Mogelijk heeft de speerwaterjuffer in andere niet drooggevallen kleine open watertjes in het Korenburger-  veen standgehouden. Om verdwijnen van de soort uit het Korenburgerveen te voorkomen doet Natuurmo-  numenten een voorstel voor de aanleg van nieuwe zwakgebufferde wateren in de lagg. Hiermee wordt ook  tegemoet gekomen aan de kernopgaven voor het Korenburgerveen: realisatie van een samenhangend hoog-  veenlandschap. Het herstel van de veendijk bij locaties 9, 10 en 11 biedt kansen om tegelijk met het herstel  van de veendijken ook nieuwe habitats te creëren voor deze soort. Een mooi, reeds gerealiseerd voorbeeld  hiervan is het open water dat, in combinatie met het opslag verwijderen op veendijkjes, is vrijgesteld bij  locatie 11.         0000000610</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>    En ri ae aN rr    voor de ontwikkeling van    ia a“    een habitat voor speerwaterjuffer.    Overgangs- en trivenen (H7140A):   Dit habitattype is bezocht in de slenk ten noorden van Den Oppas (locatie 12). Dit deel van het gebied is sinds  de maatregelen rond 2000 natter geworden. In het veld is te zien dat de vegetaties nu steeds meer de na-  tuurlijke vormen van het landschap volgen. Op de subtiele ruggetjes ontstaan veenmosrijke vochtige heiden  en heischrale graslanden, in de natte slenken basenrijk blauwgrasland en trilveen. Evenals vorig jaar is ge-  constateerd dat deze slenk zich goed ontwikkelt met ronde zegge, draadzegge, grote boterbloem en trilveen-  mos.    Meischrale graslanden (H6230):   Het heischrale grasland ten noorden van Den Oppas is dit jaar opnieuw bezocht. De uitbundige bloei van de  blauwe knoop was opvallend, evenais het relatief grote aantal (uitgebloeide) gevlekte orchis. Opvallend was  ook de vondst van een klokjesgentiaan. Deze soort was op deze locatie nog niet waargenomen.    Blauwgrasiand (H6410):   Het blauwgrasland ontwikkelt zich onder invloed van de vernatting van de graslanden aan weerzijden van de  Middeldijk. inmiddels worden in de lagere delen van de graslanden ten zuiden van de Middeldijk blauwgras-  landsoorten als blauwe zegge, blauwe knoop (zure kant richting heischraal grasland) en parnassia (basische  kant) aangetroffen (locatie 14). Door het dempen van sloten en stopzetten van de bemaling is er met name  ter hoogte van de Middeldijk sprake van verzuring en vernatting door het meer vasthouden van regenwater.  Dit leidt enerzijds tot het verschuiven van de blauwgraslandsoorten in zuidelijke richting, maar ook tot het  fijner worden van het mozaïek van heischraal grasland op de hoogste ruggen, met op de overgangen naar  blauwgrasland op lagere delen van de dekzandruggen en in de slenken trilveenachtige vegetaties. De ont-  wikkeling wordt als positief beoordeeld.    De kap van bos ten oosten van locaties 12 t/m 14 is voorzien in oktober 2018.    Galigaanmoerassen (H7210):   Het galigaanmoeras is bezocht ter hoogte van locatie 15. Hier is in de nazomer van 2018 bosopslag verwij-  derd. De droge omstandigheden maakten het mogelijk het Galigaanmoeras te betreden en de stobbes laag  af te zetten. Hopelijk zullen deze in de winter van 2018/2019 verdrinken.         000000061 1</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>    De beheerder rapporteert de vestiging van de gevlekte glanslibel: een soort die 20 jaar geleden voor het  eerste op de zuidgrens van ons land werd waargenomen in de galigaanmoerassen rondom het Ringelven bij  Budel en zich sindsdien sterk uitbreidt. De kraanvogel heeft in 2018 niet meer in het Galigaanmoeras ge-  broed, maar iets verderop in het broekbos. Bij het veldbezoek zijn grote boterbloem, galigaan, duizend-  knoopfonteinkruid, holpijp, waterviolier, lisdodde, gagel, haakveenmos en koninginnekruid aangetroffen.  Volgens de beheerder lijkt de afname van galigaan gestopt en is er sprake van een toename van grote boter-  bloem. Het is nog niet duidelijk wat de impact van het dempen van Schaarsbeek en parallelsloot zal hebben  op het Galigaanmoeras. Dit moeras ligt in het laagste deel van de “Schaarslenk”. Naar verwachting zal er na  demping van Schaarsbeek en Parallelsloot meer basenhoudend grond en oppervlaktewater richting het Ga-  ligaanmoeras stromen. In het kader van de PAS procesmonitoring zal de ontwikkeling gevolgd worden.    Vochtige alluviale bossen (H91E0C):  Dit jaar is het habitattype vochtige alluviale bossen niet bezocht. Volgens de beheerder zijn er geen signalen  dat de staat zou zijn veranderd.    Overige aandachtpunten:   Tijdens het bezoek aan de geplagde graslanden in de oostelijke randzone bij de Kooiweg is geconstateerd  dat hier op verschiltende locaties watercrassula is ontkiemd. Dit is het geval in het laagste drooggevallen deel  bij locatie 16, maar ook op hogere delen van het geplagde grasland. In dit deel van het Korenburgerveen was  in 2017 nog geen watercrassula waargenomen. Het vermoeden bestaat dat de uitbreiding van watercrassula  veroorzaakt is door de extreem droge zomer waardoor de normaal geïnundeerde laagten geheel zijn droog-  gevallen. De vestiging en uitbreiding van watercrassula heeft op dit moment geen directe gevolgen voor de  kwaliteit van reeds aanwezige habitattypen. Echter de gewenste ontwikkeling van het Korenburgerveen met  uitbreiding van habitattypen kan mogelijk gefrustreerd worden door dominante aanwezigheid van water-  crassula. Natuurmonumenten zal bij wijze van experiment de watercrassulaplekken bestrijden met stoom.  De hoeveelheid plekken aan de Kooiweg zijn nog zodanig dat dit nog te doen is.    Ook in de geplagde graslanden in de zuidoostelijke randzone zijn grote plekken met watercrassula aange-  troffen. Tijdens het veldbezoek in 2017 was watercrassula nog beperkt tot 2 of 3 plekken van hooguit 1 m2.  De indruk was toen dat de vestiging en dominantie van watercrassula werd beperkt door de sterkere con-  currentie door o.a. pilvaren en andere vochtige soorten. Zelfs 6 jaar na het plaggen leek watercrassula zich  geen plaats in de vegetatie te kunnen veroveren. Dit jaar is dus toch een grote uitbreiding van watercrassula  waar te nemen. Mogelijk is de vestiging van watercrassula door de extreem drage zomer versterkt en zal  watercrassula komende jaren onder normale omstandigheden afnemen. Om de ontwikkeling van water-  crassula te volgen zal Natuurmonumenten een aantal pq’s blijvend gaan monitoren.    De beheerder spreekt de zorg uit dat na plaggen van de Schaarslenk, zoals voorzien in 2019, op grote schaal  vestiging van watercrassula zal optreden. Het alternatief (niet plaggen) is echter ook niet aantrekkelijk, om-  dat dan na vernatting fosfaat zal mobiliseren en zich in de Schaarslenk zal verspreiden. Dit aandachtspunt  zal meegenomen worden in de verdere planuitwerking. Hierin zal ook meegenomen worden het opbrengen  van maaisel of inzaaien, als maatregelen om vestiging van watercrassula te voorkomen/beperken.    De Stichting Bargerveen is bezig met onderzoek naar de standplaatsfactoren van watercrassula en hieruit  voortvloeiende mogelijkheden tot bestrijding. Geconstateerd wordt dat het van belang is om ook in het Ko-  renburgerveen mee te doen met dit project (actie provincie).    Conctusie:    ntwikkelingen in het Korenburgerveen m trekking to ikstofgevoelige habit en zijn con-  form htin | i i |    hoefdlijn zijn de volgende waarnemingen n:    In het veld zijn waarnemingen gedaan die er op duiden dat het actief hoogveen zich kwalitatief goed  ontwikkelt en kwantitatief uitbreidt. Dit is een belangrijk signaal, dat aangeeft dat de reeds uitge-  voerde maatregelen het gewenste effect hebben.   In het habitattype Herstellend hoogveen zijn met name in de kern van het Vragenderveen positieve  ontwikkelingen te zien. Het hoogveenherstel is in het Meddosche veen minder gevorderd.         0000000612</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    Er zijn geen negatieve ontwikkelingen waargenomen in habitattype Trilvenen en overgangsvenen  (7140A), Helschrale graslanden (H6230}, Blauwgrasland (H6410), Galigsanmoeras en Vochtige allu-  viale bossen (H91EOC).   Er is een sterke toename van watercrassula in de in de oostelijke en zuidelijke geplagde terreinen  waargenomen. Mogelijk heeft de extreem droge zomer hieraan bijgedragen. De vestiging en uit-  breiding van watercrassula heeft op dit moment geen directe gevolgen voor de kwaliteit van reeds  aanwezige habitattypen. Echter de gewenste ontwikkeling van het Korenburgerveen met uitbrei  ding van habitattypen kan magelijk gefrustreerd worden door dominante aanwezigheid van water-  crassula. De beheerder zal experimenteren met de bestrijding van watercrassula en de ontwikkeling  volgen. De provincie zal het onderzoek van Stichting Bargerveen ondersteunen.    Actjepunten:  Natuurmonumenten zal met de provincie de vegetatiekartering in 2019 afstemmen. Deze afstem-  ming heeft betrekking op extra te karteren kenmerken, het vertalen van de kaart in habitattypen    en de mogelijkheden van remote sensing om de vegetatieontwikkeling te volgen.    Door de droogte zijn de veendijken op veel plaatsen gekrompen, waardoor de damwanden bloot  zijn komen te liggen. Natuurmonumenten zal, evenals in het Wooldse veen, de schade inventarise-  ren en een voorstel voor herstel opstellen. Hierover zal Natuurmonumenten overleggen met de  provincie.   Natuurmonumenten zal een voorstel opstellen voor herstel van habitats voor de speerwaterjuffers  en hierover overleggen met de provincie.   Natuurmonumenten zal experimenteren met bestrijding van watercrassula met hete stoom en de  ontwikkeling van watercrassula volgen aan de hand van een aantal PQ’s.   De provincie onderzoekt de mogelijkheid om san te sluiten bij het onderzoek van Stichting Barger-  veen naar de bestrijding van watercrassuis.         Loont  |  Kd De tin fe Deo COACH Qldlerlewa         as/yqfie    0000000613</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>    uvadAyeqqey ua sanedof a1420zaq ‘aynoudooT :r 1nnbI4  epnomusies  w”         Ro - <= ET          14) puemwernoy — |  (22) (uessoa epuepatebeg eea) versog ermange shuaoA D0316H 1951  (2) uessoquees6oon 0016 MER  (2) vessessowueeduey ‘01224 RB  (2) (uauenuy veuenmy ue -sBuefusno vori SE  (woz) veusnBoou epusepven oz, zn WB  (e) (degospusruesnBoou) veusnboou ABRI VOLL ZH  (C) vepuerse:banerg 'ouvon WEE  (C) vepuerees6 menssen, OC ZOH  (4) ueuues epreynqebyemz OC CH  (Z) veenetunquasoy anoxdo07 ——  (61) 6107 veorsgpren Syd SMRRIOT ec    0000000614</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>    4  VOO lamensad (ou) hasnowa we ye door ematon zun GU hd    (oe) vabBoue Geeyso: ekuoptos AN —    to) vasephasen von mnn6/900 SUN 7,   1211 doomsen so Gute „soumanrens san ed ON) ve mand verg an  Gide ruse zo Oeges soogmustegee svenn mn) LOO wong en [ Ld  rr    tz) dooveren vedwer (wkues do) von 6000  (0) wopsbaasddoge velborsoy zz mn |    Up! ODO VOS LED UREA ORE EAA GEN mn se  ‘    s) uamghams SERy BZ = ~    (8) 8107 vaormamen va MEOT 0          8    810    uajaba.neew-Syd ua sajjesoj ayyIOZaq ‘aynOIdoOT :z annBbig    \  wo Ld  *    z smsnbne 62 “úoonobinguesow Heozeapiek &           Vd    0000000615</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>