<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 062 WILLINKS WEUST  VERSLAG VELDBEZOEK DOD. 17 aprit 2018    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 17 april 2018    Doel   Het jaarlijkse PAS-veldbezoek heeft als doel om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ont-  wikkelingen van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Centraal staat daarbij de  vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.  Als voorbereiding op het veldbezoek is de beheerder gevraagd naar eerder waargenomen signalen uit  het veld. Daarnaast zijn de gebiedsanalyse en het verslag met aandachtspunten van vorig jaar doorge-  nomen. Vorig jaar is het gebied bezocht op 7 juli. Dit jaar is een vroeger moment gekozen, om de bos-  habitattypen beter te kunnen beoordelen. Alleen de gebieden in eigendom van Staatsbosbeheer zijn  dit jaar bezocht.    Bevindingen  Veegbesluit  De Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft recent een veegbesluit genomen  voor 100 Natura 2000 gebieden in Nederland. In deze Natura 2000-gebieden kwamen ten tijde van de    aanwijzing bepaalde habitattypen en soorten voor, waarvoor in het aanwijzingsbesluit nog geen in-  standhoudingsdoelen waren geformuleerd. Het veegbesluit herstelt deze situatie en formuleert voor  de betreffende natuurwaarden nu ook instandhoudingsdoelen. Voor Willinks Weust geldt dat op grond  van dit veegbesluit voor de habitattypen Vochtige alluviale bossen (H91E0C) en Droge heide (H4030)  instandhoudingsdoelen zijn toegevoegd.    Status uitvoering PAS-maatregelen  Er zijn nog geen PAS-maatregelen uitgevoerd, de maatregelen worden momenteel uitgewerkt. Er is een  knip tussen maatregelen die:   e Door Staatsbosbeheer zelfstandig worden uitgewerkt en uitgevoerd, op eigen terrein. Het be-    treft met name PAS-maatregelen M4a periodiek terugdringen van bosranden en (onder-  zoeks}maatregelen bij de Jeneverbesstruwelen (H5130): M2b strooisel verwijderen, M2d druk-    begrazing, M3 zaaien en M12a onderzoek kennisleemten: effectiviteit plaggen en zaaien. Uit-  voering is voorzien vanaf dit najaar (2018).   Worden uitgewerkt in een inrichtingsplan, door Staatsbosbeheer in samenwerking met provin-  cie Gelderland, voor gronden van particulieren en Staatsbosbeheer. Het gaat om onder andere  de PAS-maatregelen Mia Hydrologisch herstel! t.b.v. H6230 en H6410, M5a omvorming bos  naar schraalland t.b.v. corridors, MSb omvorming van bos naar schraalland en M6a, b & c ont-  gronden en plaggen. Uitvoering is voorzien vanaf 2019.    Habitattypen  Alle habitattypen zijn bezocht. Op de habitattypenkaart zijn de locaties aangegeven die hieronder wor-  den toegelicht.         0000000616</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    ‚ 6% Wttankn vaourst vb jumw 2013    a ee ee ee    neverbesstruwelen (H5130   Het habitattype Jeneverbesstruweel, vorm met hondsroos, komt verspreid voor in de Grote en Kleine  Weust (locatie A en B). Vorig jaar (2017) is geconstateerd dat als onderdeel van het reguliere beheer  opslag van Amerikaanse eik, berk en een deel van de braam moet worden verwijderd om het wegnemen  van licht te beperken. Staatsbosbeheer neemt hiervoor een expert in de arm om te garanderen dat  speciale roos- en braamsoorten worden gespaard. Daarnaast werkt Staatsbosbeheer momenteel de  PAS-maatregelen uit die gericht zijn op het stimuleren van verjonging van jeneverbesstruwelen: M2b  strooisel verwijderen, M2d drukbegrazing en M3 zaaien. Binnen de struwelen treedt namelijk amper  verjonging op. Er vindt wel incidenteel vestiging van nieuwe jeneverbessen plaats, ook op de oostrand  van de groeve (locatie C). Tevens stelt Staatsbosbeheer een plan op voor het monitoren van de effecti-  viteit (M12a onderzoek kennisleemten: effectiviteit plaggen en zaaien). Staatsbosbeheer deelt informa-  tie en ervaringen met onder andere de beheerders van het Mantingerveld, de Borkeld en het Junner  Koeland. Het is van belang dat voorafgaand aan het uitvoeren van de maatregelen een nulmeting wordt  uitgevoerd. Als dit past in de planning, kan dit worden meegenomen in de SNL-vegetatie- en soorten-  kartering. Staatsbosbeheer zorgt hiervoor. De uitwerking van deze PAS-maatregelen staat los van de  rest van het inrichtingsplan dat in samenwerking met de provincie Gelderland wordt uitgewerkt (zie  eerder in het verslag).    Heischraal grasland (H6230) & Blauwgrasland (H6410)    Maaien is onderdeel van het regulier beheer maar ook opgenomen als PAS-maatregel voor de hei-  schrale graslanden (M2c (extra) maaien). Het blijft een uitdaging wegens de natte terreincondities.  Staatsbosbeheer zet licht materieel (Agria maaibalk) in om bodembeschadiging te beperken. In ‘schraal-  land groeve Il’ (Locatie C) is de bodem beschadigd door de tractor en/of de raapwagen. Het is lastig om  bodembeschadiging hier helemaal te voorkomen, wegens het uitgesproken microreliëf. Staatsbosbe-  heer overweegt het inzetten van tractoren met gladde banden. Op termijn wil Staatsbosbeheer nagaan  of het beheer kan worden uitgevoerd met behulp van schaapskuddes (M2d drukbegrazing), waardoor  maaien mogelijk op termijn niet meer of minder vaak nodig is. Voor het hele Natura 2000-gebied is de  PAS-maatregel M4a Periodiek terugdringen van oprukkende bosranden voorzien om overmatige be-  schaduwing te voorkomen en om bladinval te verminderen (lokale eutrofiëring) ten behoeve van de         000000061 7</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    kwaliteit van de schraallanden. Het aanpakken van de bosranden voor het hele Natura 2000-gebied  wordt door Staatsbosbeheer uitgewerkt, los van de overige PAS-maatregelen die samen met de provin-  cie Gelderland worden uitgewerkt in een inrichtingsplan (zie eerder in het verslag). De uitwerking be-  treft maatwerk. Hier en daar staan (cultuurhistorisch) waardevolle soorten in de wal. Het is belangrijk  om deze goed in beeld te hebben en te sparen.    Op verschillende percelen is uitbreiding van de oppervlakte habitattypen Heischraal grasland en Blauw-  grasland voorzien (locaties D t/m G) (M5b: omvorming van bos naar schraalland en M6a, b & c: ont-  gronden en plaggen). Na de uitvoering van hydrologische maatregelen zal hier de toplaag of de laag met  opgebrachte grond worden verwijderd. De dikte met opgebrachte grond is in kaart gebracht. Het per-  ceel aan de zuidoostrand van het gebied (locatie E) is nu niet bezocht. Vorig jaar werd aandacht ge-  vraagd voor het risico dat het perceel na afgraven het aanliggende bos draineert en/of een ‘badkuip’  wordt met stagnerend water. Inmiddels is aan de hand van boringen en metingen geconstateerd dat er  geen risico is op drainage van de percelen. Wel is het van belang dat het perceel blijft hellen, zodat het  water niet stagneert. Hiervoor zijn provincie Gelderland en Staatsbosbeheer samen met Eelerwoude  aan het beoordelen wat de meest geschikte maatregelen zijn, ook voor de (bovenlopen van de) Vossen-    veldsbeek (M1la. Hydrologisch herstel door aanpassing ontwateringssysteem). Uit voorzorg is het slim    om de hydrologie in de eerste planperiode regelbaar te houden.    Ook de ‘Ronde weide’ (locatie F) wordt omgevormd naar schraalland. Hierbij wordt tevens de slenk  hersteld die hier vroeger heeft gelegen. De bomenrij in het midden van het perceel wordt deels geslecht  (ter hoogte van de slenk) maar zal waarschijnlijk voor een deel ook blijven staan. Onder andere ten  zuiden van de ‘Ronde weide’ is de PAS maatregel M5a omvormen van bos naar schraalland t.b.v. corri-  dors voorzien. Op deze locatie betreft dat omvorming van het gemengde naald-loofbos. Een gedeelte  met naaldbos wordt gespaard vanwege aanwezigheid van broedende sperwers (zie foto). Wageningen  Environmental Research (WER) is in opdracht van Staatsbosbeheer bezig met een bodem- en humus-  onderzoek voor alle beoogde locaties, om te beoordelen in hoeverre ontwikkeling van schraallanden  kansrijk is.    Bij het omvormen van bos naar schraalland wordt het naaidbosje (rechts) gespaard wegens broedende sperwers.    Bij het maaien van de Grote Weust (locatie A) is een strook gespaard ten behoeve van insecten. Deze  strook verandert steeds van plaats en biedt onderdak voor diverse flora- en met name faunasoorten.    Eiken-haagbeukenbossen (H9160A)    De bossen hebben een rijke ondergroei met veel bosanemoon en daarnaast onder andere slanke sleu-  telbloem en bleeksporig bosviooltje (zie foto). Ook heelkruid, gulden boterbloem, dalkruid en witte  klaverzuring zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. De boomlaag van het bos en de eerste laag bo-  men daaronder is gevarieerd met onder andere haagbeuk, zomereik, hazelaar en gewone es. Op het  moment van het veldbezoek waren de essen nog niet uitgelopen, waardoor de impact van essentak-  sterfte moeilijk in te schatten is. Vorig jaar zagen ze er plaatselijk nog redelijk vitaal uit, maar inmid-  dels is bekend dat de situatie verslechterd is. Gezien de variatie aan boomsoorten is er geen reden tot         0000000618</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    bijplanten. Beoogde opvolgers met goed verteerbaar strooisel waaronder haagbeuk en hazelaar zijn in  het bos aanwezig. De ontwikkeling van het bos met oog op essentaksterfte blijft wel een aandachts-  punt en zal worden gevolgd. Naast meer licht op de bodem bij het afsterven van de essen, verschuift  de boomsoortensamenstelling. In de tweede of latere beheerplanperiode({n) zal worden beoordeeld of  lokaal ingrijpen in de boomsoortensamenstelling noodzakelijk is (M4b Ingrijpen in de boomsoortensa-    menstelling t.b.v. H9160A en H9120).    3 7 Vi PA  ta  De goed ontwikkelde kruidlaag van het Eiken-haagbeukenbos met soorten zoals bosanemoon, slanke sleutelbloem  en bleeksporig bosviooltje.    Het kappen van zieke/dode essen in het bos wordt niet nodig geacht en is ook niet wenselijk, gezien  de schade aan de bodem die het met zich mee brengt. Voordat kappen van essen überhaupt wordt  overwogen, is inventarisatie van de bedekking en samenstelling van de diverse boomlagen allereerst  van belang, om het effect van het kappen van essen op het licht op de bodem in te schatten. In een  strook langs de Steengroeveweg is het kappen van essen wel noodzakelijk in verband met de veilig-  heid (locatie H). De bomen dienen handmatig te worden gekapt zodat ze in het bos vallen, waar ze  kunnen blijven liggen. Dit biedt extra dood hout in het bos en bovendien wordt bodemverwonding bij  het uitslepen van bomen op deze manier voorkomen.    De Vossenveldsbeek, die door het bos loopt, staat op de planning om een halve meter verondiept te  worden (M1a Hydrologisch herstel door aanpassing ontwateringssysteem). De beek heeft een verdro-  gende invloed op zowel de boshabitattypen als de schraallanden. Provincie Gelderland en Staatsbos-  beheer zoeken in samenwerking met Eelerwoude uit op welke manier dit het beste kan worden uitge-  voerd, waarbij schade aan het bos en de bosbodem tot het minimum beperkt blijft. Bij een bovenloop  van de Vossenveldsbeek die tijdens het veldbezoek is bezocht, is de bijzondere bosflora uitbundig.  Deze staat ook op het walletje langs de beek (zie foto), wat het lastig maakt om de wal te gebruiken  voor de demping van deze zijtak. Alleen het plaatsen van dammen is onvoldoende. De sloot zal dan  nog steeds water aan blijven trekken en dus een verdrogend effect hebben. Verondieping over het  hele traject is dus het uitgangspunt.         0000000619</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Een bovenloop van de Vossenveldsbeek. De bosflora staat tevens op de oevers en in de sloot.    Vorig jaar is geconstateerd dat aan de oostkant van het Natura 2000-gebied (locatie |!) bomen zijn ge-  oogst door de particuliere eigenaar. Dit was niet volgens planning en de bosrand is hierdoor in de rich-  ting van het westen verschoven. Provincie Gelderland is in gesprek met de particuliere eigenaar over  het beheer.    Het bos ten westen van de ‘Ronde weide’ (locatie J) is habitattype Eiken-Haagbeukenbos. Het bos be-  staat voor een deel uit populier, berk, adelaarsvaren, kamperfoelie en braam. Staatsbosbeheer gaat na  op basis van welke informatie dit bos op de habitattypenkaart is aangemerkt als habitattype. Daarmee  kan in combinatie met hydrologische en bodemkundige gegevens worden ingeschat of het potenties    heeft om zich te ontwikkelen tot goed ontwikkeld Eiken-Haagbeukenbos.    Beuken-eikenbossen met hulst (H9120)    Dit habitattype komt in snippers voor op de wat hogere delen rondom de habitattypen Eiken-haagbeu-  kenbos en Vochtig alluviaal bos. Het vormt een samenhangend complex. Het bos ziet er goed uit en er  zijn geen opvallendheden of aandachtspunten met betrekking tot dit habitattype in relatie tot stikstof-  depositie.    Vochtige alluviale bossen (H91E0C)    Dit habitattype komt voor in het midden van het Natura 2000-gebied. Het vormt een samenhangend  complex met de habitattypen Eiken-haagbeukenbos en Beuken-eikenbos . Er zijn geen aandachtspun-  ten of opvallendheden met betrekking tot de ontwikkeling van dit habitattype in relatie tot stikstofde-  positie.    roge h nH  Dit habitattype komt voor op ‘Heitje Adamskamp’ (locatie K). De aangrenzende delen met heischaal  grasland worden gemaaid. Aandachtspunt bij het beheer is dat er geen delen van de droge heide mee-  gemaaid dienen te worden, om het behoud van de oppervlakte van dit habitattype te borgen. Er zijn  geen verdere aandachtspunten.    Overige waarnemingen   In de bermsloot van de Steengroeveweg, aan de noordrand van het Natura 2000-gebied, zijn dode kam-  salamanders gevonden (locatie L). Ze liggen op de locatie waar water de sloot in wordt gepompt vanuit  de steengroeve. Waarschijnlijk zijn ze via de pomp afgevoerd uit de groeve. De pomp is in eigendom en  beheer van Sibelco. Het is van belang dat er een maatregel wordt genomen om dit in de toekomst te  voorkomen (bijv. door bij de inlaat een korf te plaatsen), om te borgen dat de instandhoudingsdoelstel-  ling van deze habitatrichtlijnsoort (H1166) niet in het geding komt.         0000000620</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Conclusies    Er is een goed beeld gekregen van de habitattypen in het gebied en er zijn geen opvallendhe-  den geconstateerd. De ontwikkeling van de stikstofgevoelige habitattypen in het gebied is  conform de verwachting zoals beschreven in de PAS-gebiedsanalyse: de kwaliteit blijft gelijk,  er is geen sprake van voor- of achteruitgang.   Momenteel wordt er gewerkt aan een inrichtingsplan waarbij de maatregelen uit de PAS-ge-  biedsanalyse en het Natura 2000-beheerplan worden uitgewerkt. Er is een knip tussen maat-  regelen die door Staatsbosbeheer zelf worden uitgewerkt en uitgevoerd en overige maatre-  gelen (op grond van zowel Staatsbosbeheer als particulieren). Start van de uitvoering van  laatstgenoemde maatregelen is voorzien vanaf 2019.   Essentaksterfte geeft momenteel geen aanleiding tot bijplanten, omdat het bos gemengd is  en andere soorten zoals haagbeuk en hazelaar het lijken over te nemen. Het blijft een aan-  dachtspunt en de ontwikkeling van het bos dient te worden gevolgd. Vellen van bomen is on-  gewenst in verband met bodembeschadiging. Wel dienen zieke bomen langs de Steengroeve-  weg te worden gekapt met het oog op veiligheid. Mogelijk kunnen de bomen in het bos blijven  liggen. Uitlieren is onwenselijk vanwege bodembeschadiging.   Interne maatregelen Staatsbosbeheer: Het is van belang dat voorafgaand aan het uitvoeren  van de maatregelen een nulmeting wordt uitgevoerd, eventueel in het kader van reguliere-  SNL-vegetatie- en soortenkartering.   Vossenveldsbeek en bovenlopen: Bij het dempen/verondiepen is beperking van schade aan  het bos en de bosbodem van groot belang, de kruidlaag is nu goed ontwikkeld. Staatsbosbe-  heer, provincie Gelderland en Eelerwoude werken de maatregelen (afgraven van het perceel  en verondiepen van de Vossenveldsbeek) uit.   Voor het perceel aan de zuidrand van het gebied is het belangrijk dat voorkomen wordt dat er  een ‘badkuip’ ontstaat. Mogelijk wordt de beek lokaal meer of minder verondiept om stagne-  rend water te voorkomen.   Maaien van de schraallanden blijft een uitdaging: extra maaien is van belang (M2c) maar on-  der natte omstandigheden is er kans op bodembeschadiging. Staatsbosbeheer verkent moge-  lijkheden voor de inzet van tractoren met gladde banden en (na)beweiding.   Staatsbosbeheer gaat na op basis van welke informatie het bos ten westen van de ‘Ronde  weide’ is gekarteerd als habitattype. Daarmee kan beter worden ingeschat of het potenties  heeft om zich te ontwikkelen tot goed ontwikkelde vorm van het habitattype Eiken-haagbeu-  kenbossen.   Het is van belang dat er een korf o.i.d. om de inlaat van de pomp in de groeve te plaatsen, om  te voorkomen dat kamsalamanders worden meegezogen in de pomp. Staatsbosbeheer onder-  neemt actie.   Provincie Gelderland is nog in gesprek met de particuliere eigenaar over het beheer van de  gekapte bosrand in het oosten van het Natura 2000-gebied.    Conclusies 2017 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2018    2017: Wat betreft de verjonging van jeneverbes gaat de beheerder (Staatsbosbeheer) moge-  lijkheden verkennen om het onderzoek/monitoring van de effectiviteit van de verschillende  beoogde PAS-maatregelen te combineren met andere PAS-gebieden.   2018: Staatsbosbeheer is momenteel bezig met het opstellen van een monitoringsplan. Daar-  bij wordt rekening gehouden met het uitvoeren van een nulmeting.   2017: Het perceel ‘schraalland groeve Il verdient vooral de aandacht als het gaat om bosran-  denbeheer (nu is er veel schaduw in het perceel).   2018: Staatsbosbeheer is momenteel bezig met het uitwerken van de maatregel voor het hele  Natura 2000-gebied. Het betreft maatwerk.   2017: Bij de uitwerking van de maatregelen is er aandacht nodig voor de verondieping van  de sloot die door het habitattype Eiken-haagbeukenbos loopt in combinatie met het afgra-  ven van het perceel ten zuiden van het bos. Mogelijk zijn er risico’s voor drainage doordat  het af te graven perceel dan lager komt te liggen.         0000000621</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>           brgutstosbe menen Arterton df et EN er Waatregr en re  verettande gebied st wazrbu gusdacPt vult besterd gun vet gereden „an stageerend    „gren bete so managen beperkt         © UL Pere TC Detner Ar Maakt afaprasen met de Hari Lubere © BET    van dte Bekepre Barat reet ante aa te Natura 2000 pen ee    zg gevoerd  Deate ten vodden var Pab tativor Fnem mgtgit wend ol Pet bor         ANS et gesprern warts    e 2917 ¢             Te 4 04D bt stiype Cte vOut de ue EEA                                                  “ vegentt Pkatgny otoet ae locate aan dee seo nar bgntuttper Beuxee eme basen  etn HOLD een dt gede yey 2 Te gts PO ky tenet rp  ot Pr aoe tatty  Voor volgend jaar  Ty ip Cet as the ted de De ate tot pie 7 be ZE ee” PAS zel EED rn  De dd Ue Brut PE Lee Td „tte „seren Mlogel: At Saa Dn pecopet sce me Mm qateere  veers aa gap dae: lage oar ret Ok le Ame dee ear oye ch nar Der de taba:  ba ge PA Pere ge er te te ota  1 p  1 1  \ = 5  we Dy 5  yu SeQl 2 fe  4  /    0000000622</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>