<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 069 BRUUK  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 29 MEI 2018    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:  Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 29 mei 2018    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied Bruuk  zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de PAS-gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in  het licht van de voorgenomen maatregelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de  habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling  op de overige monitoring die in het gebied plaatsvindt. Als voorbereiding op het veldbezoek is de gebieds-  analyse en het verslag van vorig jaar bestudeerd. Aan de beheerders is gevraagd eerder in het veld waar-  genomen signalen uit het veldbezoek in te brengen.    Bevindingen   Veegbesluit   De Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft recent een aanvullend aanwijzingsbe-  sluit (het veegbesluit) genomen voor 100 Natura 2000 gebieden in Nederland. In deze Natura 2000-gebie-  den kwamen ten tijde van de aanwijzing bepaalde habitattypen en soorten voor, waarvoor in het aanwij-  zingsbesluit nog geen instandhoudingsdoelen waren geformuleerd. Het veegbesluit herstelt deze situatie  en formuleert voor de betreffende natuurwaarden nu ook instandhoudingsdoelen. Voor Bruuk geldt dat  op grond van dit veegbesluit voor de habitattypen Heischrale graslanden (H6230), Ruigten en zomen  (H6430) (niet stikstofgevoelig), Overgangs- en trilvenen (H7140A)}, Kalkmoerassen (H7230) en Vochtige al-  luviale bossen (H91E0C) zijn toegevoegd.    Plaatselijk gaat het bij de habitattypen Overgangs- en trilveen en Heischraal grasland om een gedegene-  reerde (verzuurde) vorm van Blauwgrasland. In het veegbesluit is over Heischraal grasland opgenomen dat  “mocht blijken dat behoud van H6230 [Heischraa! grasland] in de huidige omvang onmogelijk is bij de ge-  stelde prioriteiten voor het gebied, moet worden bezien of een wijzigingsbesluit noodzakelijk is”. Voor Over-  gangs- en trilveen (H7140) is een dergelijke passage niet opgenomen in het veegbesluit. Mogelijk neemt  het areaal Overgangs- en trilveen op termijn af als gevolg van de hydrologische maatregelen, ten gunste  van Blauwgrasland (H6410). Monitoring moet dit uitwijzen, indien er sprake is van verandering van areaal,  dient tijdig te worden overlegd met de provincie hoe hier mee om te gaan.    Vegetatiekartering   Voor 2019 staat een nieuwe SNL-vegetatie- en soortenkartering gepland. Deze karteringen brengen de  nulsituatie in beeld alvorens de PAS-maatregelen worden uitgevoerd (voorzien in 2020). Uit de vegetatie-  kartering zal blijken hoe groot de actuele oppervlaktes zijn van de verschillende aangewezen habitattypen.  Op basis daarvan kunnen de begrenzingen op de habitattypenkaart worden geactualiseerd. Een goede  voorbereiding met het bureau dat de kartering gaat uitvoeren, is belangrijk. Zo is het bijvoorbeeld van  belang dat alle veenmossen in kaart worden gebracht, wat inzicht geeft in de mate waarin vegetaties on-  derhevig zijn aan verzuring. Ook de plaatselijke mozaïeken van vegetatietypen moeten goed in beeld wor-  den gebracht. Staatsbosbeheer GN neer contact op met Provincie Gelderland   over de voorbereiding.         0000000638</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Status uitvoering PAS-maatregelen   De uitwerking van de externe PAS-maatregelen wordt getrokken door provincie Gelderland. Het plan is ver  gevorderd. Een deel van de maatregelen bleek niet uitvoerbaar en is/wordt aangepast. Deze aanpassing  wordt verwerkt in de gebiedsanalyse. Indien de verdere uitwerking goed verloopt, worden de maatregelen  waarschijnlijk in 2020 uitgevoerd. De stand van zaken is als volgt:    M3a en M3b verondiepen, verbreden en belemen Oostelijke Leigraaf: Het deel van de Oostelijke    Leigraaf dat aan de zuidwestzijde van het Natura 2000-gebied grenst, zou worden beleemd. De  benodigde dikte van de leem is volgens recente berekeningen echter onwenselijk groot. In plaats  van belemen wordt i.c.m. beleming het peil opgezet (M3b). Andere delen van de watergang wor-  den wel beleemd volgens het oorspronkelijke plan (M3a). De effecten van een hoger peil zijn naar  verwachting vergelijkbaar aan de effecten van beleming.   MS5/6 (verondiepen, verbreden en) beleren van sl horst: Ook hier was de berekende klei-  dikte die nodig was te groot (>2,7m). In plaats van deze maatregel, heeft provincie Gelderland de  grond aangekocht ten noordwesten van de sloot. De Ashorstersloot wordt afgewaardeerd naar  een C-watergang die hoger in het landschap komt te liggen en daarmee minder kwel zal afvangen.  M13 Invloed vuilstort Dukenburg en beïnvloedingszone nitraat / sulfaat: Historisch hydrologisch  onderzoek geeft geen aanleiding dat de vuilstort tot verontreiniging met nitraat/sulfaat van de  bodem en het grondwater leidt. De grondwaterkwaliteit zal wel worden gemonitord. In juni 2018  wordt één peilbuis in de vuilstort geplaatst. Na de zomer zal een raai peilbuizen worden geplaatst  om het beïnvloedingsgebied te beoordelen.    Een aantal interne maatregelen is al uitgevoerd de afgelopen jaren (M1: verondiepen en belemen interne  watergangen). De effecten in de vorm van vernatting zijn merkbaar aan het feit dat het langer nat is door  het jaar heen (opmerking beheerder) en te zien aan stervende (oude) eiken.    Habitattypen  Hieronder is de recentste habitattypenkaart opgenomen met de looproutes. Diverse locaties zijn aange-  duid met een letter, deze komen terug in de onderstaande tekst.    Legends   © 8290, Hescwrme gremanden   GERD 10110. cevepeiece   EERE vooor Ruta on zonen (meernespeve)   (EBER 171401, overgange- on toevenen graveren)  GD 7 220. vaamoeremen   GREED 010. vocange atevete vossen         0000000639</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Mauwgrasland (H6410)   Er zijn geen bijzonderheden ten opzichte van het PAS-veldbezoek van 2017. De blauwgraslanden in het  oosten van het gebied (locatie A) staan, zoals beschreven in de gebiedsanalyse, onder druk als gevolg van  verzuring. Veenmossen krijgen hier de overhand. Verondieping, verbreding, beleming en opzetten van het  stuwpeil van de Oostelijke Leigraaf staan op de agenda voor de eerste planperiode (M3). In de Blauwgras-  landen in het oosten wordt het beheer mede gericht op de vlindersoort zilveren maan. Net als vorig jaar is  een aantal vlakken op het oostelijke Blauwgrasland, waar moerasviooltje staat, niet gemaaid. Het beheer  lijkt succesvol voor zilveren maan (zie foto), de populatie is de laatste jaren stabiel. In het Blauwgrastand  ten westen van het Vochtige alluviale bos (H91EOC) (locatie B) is tijdens het veldbezoek ook een individu  waargenomen. Dit is net buiten het tot nu toe bekende verspreidingsgebied van de soort in het terrein.  Dit blauwgrasland bestaat uit een mozaïek van vegetatietypen: blauwgrastand en permanent natte plek-  ken met trilveen wisselen elkaar af. Plaatselijk is er opslag van eik te zien. Na de uitvoering van de hydro-  logische maatregelen zal dit naar verwachting afnemen. In het blauwgrasland in het westen (locaties F en  G) staat veel Spaanse ruiter (zie foto).    Zilveren maan (links) en Spaanse ruiter in het blauwgrasland ín het westen (rechts).    Overzangs- en trijveen (H7140A)   In de Bruuk komt dit habitattype op een aantal locaties voor, veelal in mozaïek met Blauwgrasland. Plaat-  selijk gaat het om een verzuurde variant van het blauwgrasland. Er zijn ten opzichte van het PAS-veldbe-  zoek van 2017 geen bijzonderheden waargenomen. Tijdens het veldbezoek van vorig jaar werd geconsta-  teerd dat de greppel in het Overgangs- en trilveen op locatie D wel is verondiept maar niet voldoende.  Staatsbosbeheer meldt dat de greppel is beleemd en dat een resterende geul is behouden ter voorkoming  van stagnerend water.    Vochtige alluviale bos (H91E0C)   Vochtig alluviaal bos komt voor tussen twee arealen blauwgrasland (locatie C). De begrenzing op de habi-  tattypenkaart is niet actueel. In feite bestaat het uit twee bossen die elkaar niet raken: ter hoogte van de  looproute staat geen bos. Op basis van de vegetatiekartering die gepland staat voor 2019 kan de begren-  zing worden aangepast. Het bos ziet er stabiel uit. De geplande hydrologische maatregelen verbeteren  naar verwachting de kwaliteit van het bos.    H u nd {H   Dit habitattype komt alleen voor bij locatie E. Na hydrologische maatregelen aan de Ashorstersloot (PAS-  len M5a en verondiepen, verbreden lemen sloot Ashorst, in bij lde vorm) zal de   vegetatie zich naar verwachting ontwikkelen naar het habitattype blauwgrasland. Van belang is deze ver-   anderingen in vegetatie goed te monitoren. Positief is dat in het omliggende blauwgrasland, in tegenstel-   ling tot het veldbezoek vorig jaar, grote keverorchis is gevonden (zie foto).         0000000640</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Dit jaar is grote keverorchis waargenomen in het blauwgrastand, in tegenstelling tot vorig jaar.    Kalkmoeras (H7230)    Dit habitattype komt voor in het westen van het Natura 2000-gebied (locatie H). De vegetatie ziet er stabiel  uit, er zijn geen ontwikkelingen ten opzichte van vorig jaar.    Conclusies 2018   De habitattypen in het Natura 2000-gebied Bruuk laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebieds-  analyse: plaatselijk ziet de vegetatie er goed uit, maar de kwaliteit staat onder druk vanwege verdroging  en verzuring. De geplande hydrologische maatregelen zullen de kwaliteiten naar verwachting positief be-    invloeden. De volgende aandachtspunten zijn geconstateerd:    Door het veegbesluit hebben onder andere de habitattypen Overgangs- en trilveen (H7140A) en  Heischraal grasland (H6230) een instandhoudingsdoelstelling. Door de geplande hydrologische  maatregelen zal het areaal op de huidige locaties naar verwachting afnemen ten gunste van  Blauwgrasland (H6410). Mogelijk kunnen deze habitattypen zich op nieuwe locaties ontwikkelen.  Monitoring van de oppervlakte is van belang. Daarnaast heeft het veegbesluit invloed op het PAS-  procesindicatoren-monitoringsplan, omdat bij het opstellen van dat plan is uitgegaan van alleen  Blauwgrasland. Provincie Gelderland houdt het plan tegen het licht.   In 2019 is de SNL-vegetatie- en soortenkartering gepland. Een goede voorbereiding is van belang,  waarbij gedurende een gezamenlijk veldbezoek aandachtspunten worden doorgenomen met het  bureau dat de kartering gaat uitvoeren. Provincie Gelderland (MM en Staatbosbeheer  OO bereiden samen de vegetatiekartering voor.   Vorig jaar werd tijdens het veldbezoek een onbekende exoot waargenomen bij de vuilstort en in  de Oostelijke Leigraaf. Staatsbosbeheer informeert intern of de soort al is gedetermineerd en  communiceert met het waterschap [update 20 juli 2018: Het betrof Grote waternavel deze soort  wordt door het waterschap gemonitord en leek in 2018 niet aanwezig].    indingen vel k 2017 en stand van zaken n.a.v. veld k 2018:    2017: Diverse hydrologische (externe) maatregelen worden uitgevoerd kort na vaststelling van  de hydrologische nulsituatie in 2018. Het is wenselijk dat er dan ook een nulmeting is gedaan  van de vegetatie en plantensoorten. Het wordt daarom aanbevolen dat Staatsbosbeheer in 2018  een uitgebreide SNL-vegetatiekartering en plantensoortenkartering uitvoert. Hierbij dienen ook  de veenmossen te worden geïnventariseerd om een beeld te krijgen van de mate van verzuring  (dit speelt vooral in de blauwgraslanden in het oosten). Ook is het van belang om de versprei-  ding van exoten mee te nemen. De invulling van de monitoring wordt momenteel uitgewerkt in  het kader van de PAS-procesmonitoring. Er is een strakke planning nodig voor de uitvoering van  de resterende hydrologische maatregelen, die binnen de eerste beheerplanperiode van 6 jaar  moet plaatsvinden.         0000000641</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>         2018. De uitwerking van het inricnungsptan :s ver gevorderd en uitvoering us voorzien in 2020. De  vegetatiekartering wordt in 2019 uitgevoerd   2017: Het saan te beveier om een aartal percelen waar de vegetatie zich nog niet Feeft ont  wkkeld tot blauwgrastand van goede kwaliteit een extra keer te maaien zodat ze sneller ver  schraien, ook a Is de hydrologie (1og} niet op orde   2618: Dit 1s tudens het veldbezoek niet pesproken. Deze extra maaibeurt heeft tot op heder met  plaatsgevonden en wordt prominenter in het beheerteam ingebracht bij de maoiplanning.   2017: De greppel is vak SA sa verondiezt maar r:et voicoerde, het ‘s van belang dat hij verder  wordt verordiept om verc-oging van se: perceel tegen te gaan (M1: verondiepen en betemen  mierne watergangen)   2018 De greppel is niet veronaiept maor beleemd. De huidige greppel :s noodzakelijk om stag-  natie van woter te voorkomen   2C17: Het haoitattype Heischraal graslard (#6 320) zal aa uitvoering van de resterende hydrolo-  gische maatregelen door toename var ae kwel oo de huid:ge locatie maar verwachting we opper  vlakte afsemen ten gurste var Blauwegraslard (H6410) Als Hetschraal grasiand (H6320) a s ‚n-  standroucingsdoei wordt toegevoegd, shet te aan te bevelen om in het aanwijzingsbeslu.t op  te nemen dat net achteruit mag gaar ter gunste van Blavwgrasland (H6410;   2018 inmiddels is voor Heischraal grastand een instandhoudingsdoel opgenomen met de voet  ncot dat “mocht biken dat behoud van H6230 (Heischraa! grasland} in de huidige omvang on-  mogeiyk is by de gestelde prioriteiten voor het gebied, moet worden bezien of een wijzigingsbe  sluit noodzakelijk is.   2C17 Hetze!fde geldt voor ret hagitattype Overgangs ent lveen (H7140A). omdat dit in feite  verzuurde delen zie van ket vlaawgrastand. Het is aan te Develen om rp het aanwijeingsbeslur:  op te nemen dat dit nabitactype achterui: mag gaan zen gunste van 3lauwgrasland (H6410)  2018. inmiddels ts voor Overgungs- en trijveen een instandhoudingsdoe! opgenomen, zonder  voetnoot of ‘ten gunste van’ regeling. Monitoring van de ontwikkelingen van het opperviak 1s  van belang om eventuele afname op tijd te signoleren en te overleggen met provincie en minste  re van INV hoe hier mee om te gaan.   2017 Ir ge PAS-gebiedsara yse is een onderzoeksmraatregel opgesomen ten aarzien van de ef  fecten. van ae vur stort op de waterkwa ‘teit ([M13: onderzoek kennisleemten) :n verband hier. |  mee is het aan te bevelen om de peslbuizen aan de rand van de vut stort weer te gaan opnemen  en te bemonsteren (dits ‘r het verleden wei gebeure maar recent niet meer). De provaceis  at momerteel aan het uitzoeken   2018 'njum wordt eer petibuis mn de vwristort geplaatst. na de zomer wordt dit meetpunt uitge  breid met een raa: van peilbuzen. Indien no een jaar van monitoring blijkt dat de woterkwahteit  wordt beinvloed door de vuilstort, wordt uitgebreid met een extra raai.   2017: De watergerg vn vak 16A (bij het Kalkmoeras) wordt opnieuw beleemd (M?: verondiepen  en belemen) omdat de leem p:aatselijk is verzakt.   2018: Niet besproken bij het veldbezoek   2017 Eris eer grvekende exoot waargenomer bij de vuilstort en in de Oostelijke Leigraat Het is |  ven belarg te achterhalen n hoeverre deze een risico vormt en of hij zicn uitbreidt. Het water  schap is op de hoogte dat de plant ir de Oostelijke Leigraaf voorkomt.   2018: Onbekend of inmiddeis bekend ‚s om welke exoot het gaat. Staatsbosbeheer |   informeert intern of de soort al 's gedetermineerd en neemt contact op met het Woterschap indien  noodzakelijk fupd fe 20 juli 2018. Het betrof Grote waternave! deze soort wordt door het woter    schap gemo in 2018 niet aanwezig).                    (datum) 5  9 2 ~m PROS         0000000642</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>