<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 057 VELUWE    VERSLAG VELDBEZOEK DD. 15 MEI 2019              Aanwezig namens Pravincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 15 mei 2019                             Doel   Het jaarlijkse veldbezoek in het kader van het PAS wordt uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden  m.b.t. zichtbare ontwikkelingen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van  datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.   Doordat het Natura 2000-gebied Veluwe een groot gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstof  gevoelige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is gekozen te focussen op de stikstofgevoelige venhabi-  tattypen (Zure vennen (H3160), Zwakgebufferde vennen (H3130) en Hoogveenvennen (H7110B)). Tevens is  naar aanliggende vochtige/natte habitattypen gekeken (Blauwgrasland (H6410), Heischrale graslanden  (H6230), Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150) en Vochtige heide (H4010A})). Als voorbereiding op het  veldbezoek is de gebiedsanalyse bestudeerd en samen met de terreinbeheerders het programma samenge-  steld.              Stand van zaken venherstelprogramma  in het venherstelprogramma Veluwse vennen opgesteld door Van Kleef et al, 2017 zijn de 131 vennen op de    Veluwe ingedeeld in lage, middel en hoge prioriteit om herstelmaatregelen te nemen. Gezien de focus van  dit PAS-veldbezoek op onder andere de venhabitattypen, is tijdens het veldbezoek de stand van zaken om-  trent het venherstelprogramma besproken:   Staatsbosbeheer heeft inmiddels een systeemanalyse en maatregelenplan laten uitwerken voor zes van de  acht vennen met hoge prioriteit in hun beheergebied: Koatwijkerveen (1 ven}, Watergraafsmeer (1 ven} en  Zandenbosvennen (3 vennen). Daarmee zijn er nog twee vennen over met hoge prioriteit, namelijk Loofles  en Remboe, Paalveen.   Natuurmonumenten geeft aan dat één van haar vennen als hoog prioritair is beschouwd. Ze heeft echter  besloten daar geen maatregelen te nemen. Ze zien wel kansen bij vennen die in het herstelprogramma als  minder prioritair staan aangegeven, of waarvan de prioriteit nader onderzocht dient te worden. De wens is  om met een deskundige een aantal van deze vennen te bezoeken om mogelijkheden voor kwaliteitsverbete-  ringen in beeld te brengen. De provincie is onlangs gestart met de projectmatige aanpak van haar N2000  opgave voor de Veluwe. Na de zomer start zij met de uitwerking van het deelprogramma vennen & venen. In  het kader hiervan zal de provincie een verkenning organiseren in september/oktober met de betrokken ter-  reineigenaren van vennen. Hierbij zal o.a. ook aandacht zijn voor welke vennen nog moeten worden onder-  zocht en voor welke (niet kwalificerende) vennen een kwaliteitsverbetering nodig is. Natuurmonumenten zal  ook voor deze verkenning worden uitgenodigd.   Bosgroep Midden Nederland werkt met subsidie van de Provincie aan een vooronderzoek voor herstel van  een ven met hoge prioriteit op Landgoed Huize de Vennen. Ook heeft zij contact met Gemeente Ede over  mogelijkheden bij het prioritaire ven Plas van Gent.   Op Kroondomein Het Loo ligt ook een ven dat is aangewezen als prioritair maar in samenspraak met de pro-  vincie is besloten hier geen maatregelen uit te voeren.                         0000000647</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Bevindingen habitattypen   Er zijn twee gebieden bezocht tijdens het PAS-veldbezoek in 2019:   Leemputten Staverden (beheerders: gemeente Ermelo en Geldersch Landschap & Kasteelen; GLK): Zwakge-  bufferde vennen (H3130), Hoogveenvennen (H7110B), Blauwgrasland (H6410), Heischrale graslanden  {(H6230), Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150). Niet bezocht maar wel aanwezig: Vochtige heide  (H4010A) en Droge heide (H4030).   Mosterdveen (beheerder: gemeente Nunspeet): Zure vennen (H3160), Hoogveenvennen (H7110B) en Voch-  tige heide (H4010A).   Per locatie zijn de kwaliteit van de habitattypen en de ontwikkelingen bekeken. Met de beheerders zijn ge-  nomen en voorgenomen maatregelen en andere thema’s met relatie tot de Natura 2000-doelen besproken.    LEEMPUTTEN STAVERDEN   Dit gebied wordt beheerd door gemeente Ermelo en GLK. In het gemeentedeel is tot de jaren ’60 leem  (kleinchalig) gewonnen. Dankzij de leem die hierdoor aan de oppervlakte kwam, ontwikkelde zich een  bijzondere vegetatie. Na het stoppen van de leemwinning heeft zich natuur ontwikkeld in het gebied dat  wordt beheerd door gemeente Ermelo. Het GLK-deel wordt ook wel het “Verbrande Bos” genoemd. Nadat  dit oorspronkelijk bos is afgebrand, is naar aanleiding van de aanwezigheid van kwelindicatoren (waterviolier)  het bos niet opnieuw aangeplant/ontwikkeld maar is de voedselrijke toplaag afgegraven t.b.v. ontwikkeling  van vochtige heide. Sindsdien ontwikkelt zich hier een (vochtige) heide met natte laagtes waar plaatselijk  grondwater uittreedt.    De habitattypenkaart van Leemputten Staverden (onderdeel van de de habitattypenkaart Veluwe) is in 2019  op basis van de in 2018 uitgevoerde vegetatiekartering geactualiseerd. Deze geactualiseerde kaart is op de  volgende pagina weergegeven en de bezochte locties zijn gemarkeerd met cijfers.    Algemeen over beheer, kwaliteitsimpuls en monitoring   Sinds 1970 beheert gemeente Ermelo de Leemputten op dezelfde wijze. Dat wil zeggen dat een jaarlijks  maaibeheer wordt uitgevoerd op dezelfde plekken. Ontwikkelingen van afgelopen jaren zijn dat de  bufferende werking van de leem lijkt te zijn verminderd. GLK herkent deze ontwikkeling van haar terrein in  het oosten (“Verbrande Bos”). In eerste instantie stonden hier basenminnende (pionier}soorten zoals  geelhartje, die in de loop van de jaren zijn afgenomen of verdwenen. Omdat afgelopen jaren geen  bodemchemische monitoring is uitgevoerd in het terrein als gevolg van gebrek aan budget, kunnen dergelijke  veranderingen niet worden aangetoond of de oorzaken daarvan worden onderbouwd. In 2007 is het  gemeentedeel voor het laatst onderzocht op abiotiek (mededeling gemeente Ermelo). Het is echter wel van  belang om inzicht te krijgen in het functioneren van het systeem en de ontwikkelingen in de vegetatie als  gevolg van verhoogde stikstofdepositie en verminderende werking van de leem. Op dit moment wordt flora,  fauna en vegetatie conform de SNL-methode gemonitord. De abiotische situatie kan worden afgeleid uit de  vegetatiekaart met behulp van ITERATIO. Dit heeft echter als nadeel dat achteruitgang van de abiotische  situatie in het gebied pas wordt waargenomen wanneer dit in de vegetatie al tot uiting komt. Bij kwetsbare  gebieden zoals Leemputten Staverden met basenminnende vegetaties van stikstofgevoelige habitattypen is  het van belang vinger aan de pols te houden. Dankzij het nieuwe beheerplan voor Leemputten Staverden is  hier vanaf 2019 weer ruimte voor. Dit beheerplan is opgesteld en goedgekeurd door gemeente Ermelo,  samen met GLK, Bosgroep en provincie Gelderland. Naast het reguliere beheer is daarin ruimte voor  monitoring en verbeteringsmaatregelen opgenomen, zoals het stimuleren van pioniervegetaties. Gemeente  Ermelo heeft inhoudelijke ondersteuning en mankracht nodig om het beheer en monitoring rond te krijgen.    Afgesproken is dat provincie Gelderland samen met de beheerders (gemeente Ermelo en GLK) en Bosgroep  Midden-Nederland een overleg initieert om te bespreken:   Wat er nodig is aan monitoring van (a)biotiek in Leemputten Staverden (zowel het terrein van gemeente  Ermelo als GLK), in hoeverre dit gedekt is binnen het nieuwe beheerplan en hoe en door wie de maatregelen  en monitoring kunnen worden uitgevoerd. Onderdeel hiervan is verkennen welke mogelijkheden er zijn om  vanuit de PAS een procesmonitoring op te zetten. Dit komt in beeld op het moment dat er maatregelen  worden geformuleerd voor het toegevoegde habitattype Blauwgrasland (H6410).   of het wenselijk is en welke mogelijkheden er zijn om een nieuwe leemput te ontwikkelen om  (pionier)vegetaties van basenminnende omstandigheden te stimuleren. De aanleiding hiervoor is het gevoel         0000000648</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>          dat de bufferende werking van de leem vermindert en soorten kenmerkend voor deze condities achteruit  gaan.   In hoeverre verkennende onderzoeken nodig zijn om inzicht te krijgen in het functioneren van het systeem.  Systeemkennis is nodig om oorzaken van verzuring te achterhalen en potenties van het terrein ten volle te  kunnen benutten. Voordat een nieuwe leemput wordt ontwikkeld (zie vorige bullet) is eerst een onderzoek  nodig om te inventariseren waar in het gebied leem aanwezig is en wat de kwaliteit is van deze leem.                                             Habitattypen  WER H3130 Zwakgebufferde vennen  BEB 4010 vochtige heiden  H4030 Droge heiden  4 H6230 Helschrale graslanden  mm H6410 Blauwgraslanden    ZZ H7110B Hoogveenvennen  WE 17150 Pioniervegetaties met snavelbiezen                                 ag”.            Habitattypenkaart Leemputten Staverden, geactualiseerd op basis van de vegetatiekartering uit 2018  (Natuurbalans)                        Zwakgebufferde vennen (H3130)  Dit habitattype is aanwezig op een aantal plekken in het terrein, waarvan locaties 1 en 2 zijn bezocht. De  vennen in het gebied betreffen veelal oude leemputten, Door de extreme droogte van afgelopen zomer en  dit voorjaar, zijn de waterstanden erg laag. Het beheer bestaat uit jaarlijks maaien van de oevers en afvoeren  van het maaisel, Het ven bij locatie 1 heeft de neiging dicht te groeien met riet, daarom is een aantal jaar  geleden onder water gemaaid, dit is effectief geweest. De vegetatie ziet er goed uit en er zijn geen  bijzonderheden.                                          Locatie 2 omvat locaties in het “Verbrande Bos” (GLK). Plaatselijk is het habitattype Zwakgebufferde vennen  (H3130) aanwezig. Daarnaast zijn Pioniervegetaties met snavelbiezen (H7150) en Vochtige heide (H4010A)  aanwezig. Sinds het afgraven van de toplaag van het Verbrande Bos ontwikkelt zich een (vochtige) heide waar  plaatselijk grondwater uittreedt. De vegetatie bestaat uit onder andere beenbreek, klokjesgentiaan, liggende  vleugeltjesbloem en heidekartelblad. Vanaf het begin van de inrichting (jaren ‘80/'90) lopen er edelherten.                     0000000649</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                De vegetatie heeft zich onder invloed van deze wilddruk ontwikkeld. Positief aan de wilddruk is de  verspreiding van zaden, creëren van pionierplekken door betreding en het verwijderen van opslag. Negatief  is de vraat aan bijzondere flora en het vertrappen van venoevers en het vermesten van het ven. Als gevolg  van betreding door wild, met name dit jaar vanwege de droogte, zijn de oevers van het ven zodanig vertrapt  dat de habitattypen onder druk lijken te staan. GLK bespreekt intern mogelijkheden om een aantal exclosures  te maken om de vegetatieontwikkeling zonder invloed van vraat te kunnen monitoren. Van belang is om  komende jaren in de gaten te houden hoe de vegetatie zich herstelt/ontwikkelt.    Het habitattype Zwakgebufferde vennen (H3130) is tevens aanwezig in de sloot die van west naar oost door  het terrein loopt. Tijdens het veldbezoek is besproken dat deze sloot mogelijk de invloed van grondwater  negatief beinvloedt. Hetzelfde geldt voor de dijkjes en de overige watergangen in het gebied. Een  systeemanalyse is van belang om inzicht te krijgen in het functioneren van het gebied en de invloed van de  sloten en dijkjes op de potentiële natuurwaarden in het “Verbrande Bos”. Hierin kan ook een analyse van de  invloed van het aangrenzende naaldbos en van de relatie tussen wilddruk en behoud, herstel en kwaliteit van  habitattypen meegenomen worden. Dit wordt opgepakt in het overleg tussen provincie, beheerders en  Bosgroep (zie eerder).                                                                                                   Blauwgraslanden (H6410)  Provincie Gelderland heeft de vegetatiekartering uit 2018 vertaald naar habitattypen en de habitattypenkaart  hierop aangepast. In het noorden van het gebied zijn delen als Blauwgrasland (H6410) gekarteerd. Voorheen  waren deze delen gekarteerd als Kalkmoeras (H7230) en was het habitattype Blauwgrasland nergens  gekarteerd in het Natura 2000-gebied Veluwe. Dat betekent dat het habitattype nog niet was uitgewerkt in  de PAS-gebiedsanalyse. De Provincie past de gebiedsanalyse op dit punt aan. Op dit moment zijn er geen PAS-  maatregelen beschreven voor het habitattype H6410 en vindt er geen PAS-procesindicatorenmonitoring  plaats die gericht is op dit habitattype. Maatregelen en monitoring zijn nu gericht op het habitattype  Kalkmoeras (H7230). Of en welke aanpassing noodzakelijk is en hoe deze kan worden uitgevoerd, wordt in  een overleg tussen provincie Gelderland, de beheerders en de Bosgroep afgestemd (zie eerder).    Bij dit veldbezoek is het Blauwgrasland rondom het ven bij locatie 1 bezocht. De vegetatie ziet er goed  ontwikkeld uit met soorten zoals beenbreek, heidekartelblad, Spaanse ruiter, blonde zegge en vlozegge. Aan  de westzijde van het ven staan driedistel en diverse paddenstoelensoorten (mededeling gebiedskenner Harry  Wouda) die indicatief zijn voor constant beheer. Om kieming van draadgentiaan te stimuleren, worden actief  plekken open gemaakt om een pioniersituaties te creëren.   Tijdens het veldbezoek kwamen de volgende discussiepunten naar voren wat betreft de aanduiding van de  plekken rondom het ven als habitattype Blauwgrasland (H6410):   De vegetatie is gekarteerd als Blauwgrasland (H6410) en niet als Kalkmoeras (H7230). Enkele kleine gedeelten  voldoen floristisch en vegetatiekundig wel als Kalkmoeras. Voorwaarde voor toekenning als Kalkmoeras  (H7230} is echter ook een constante toevoer van basenrijk kwelwater (zie profieldocument). Vooralsnog is  geconcludeerd dat hiervan geen sprake is en dat de vegetatie hier aanwezig is vanwege de aanwezige  basenrijke leem. Onderzoek van (a)biotiek is wenselijk om hier beter inzicht in krijgen (zie verderop).  De vegetatie ten westen van het ven (locatie 1) heeft kenmerken van heischraal grasland (o.a. struikheide en  tormentil aanwezig). Provincie Gelderland checkt de vegetatie-opnamen op basis waarvan deze locatie is  aangemerkt als Blauwgrasland (H6410).                                                                                                                     Hoogveenvennen (H7110B)  Er zijn drie snippers aanwezig in het gebied, waarvan er twee zijn bezocht (locatie 3 en 4). Locatie 3 betreft  een hele kleine zone met berkenbroekbosachtige vegetatie. De beheerder geeft aan dat hier vroeger wilde  gagel stond, inmiddels is dat verdwenen maar de oorzaak is onduidelijk. Locatie 4 betreft een groter  oppervlak en de vegetatie gaat hier richting hoogveen. Een vereiste voor Hoogveenven (H7110B) is de  aanwezigheid van een acrotelm (een 'sponzige' laag van levend en recent afgestorven veenmos). Deze is    tijdens het veldbezoek op beide locaties afwezig. Provincie Gelderland gaat na of de aanduiding van het  habitattype hier terecht is.    0000000650</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Heischrale graslanden (H6230)   Dit habitattype is in het noorden en ter hoogte van bezochte locatie 5 aanwezig. Het betreft een heischraal  grasland onder grove dennen en met een Zwakgebufferd ven (H3130). Het terrein wordt jaarlijks gemaaid. Er  staan soorten zoals liggende vleugeltjesbloem, tormentil en gevlekte orchis. De soorten nemen af in aantal,  mogelijk als gevolg van vergrassing door verhoogde stikstofdepositie of daor gebrek aan open kiemplekjes.  Aanbeveling is om variatie aan te brengen in het maaibeheer door de maaibalk soms wat lager te hangen, of  een extra maaibeurt uit te voeren. Ten gunste van het heischraal grasland is tevens een aanbeveling om  enkele dennen te verwijderen om meer licht op de bodem te krijgen. Dit wordt besproken in het overleg  tussen provincie Gelderland, beheerders en Bosgroep (zie eerder).    Verderop, net buiten de begrenzing van het Heischraal grasland (H6230), is één van de weinige Nederlandse  groeiplaatsen van knollathyrus. Dit indiceert goed gebufferde grond.   De toename van beschaduwing door bomen is hier een zorgpunt. Zo ligt bijvoorbeeld de groeiplaats van de  Knollathyrus in diepe schaduw. Welke aanpassing/monitoring noodzakelijk is en hoe dit kan worden  uitgevoerd, wordt in een overleg tussen provincie Gelderland, de beheerders en de Bosgroep afgestemd (zie  eerder).    Overig   Ten noorden van het Verbrande Bos is nog bos aanwezig (veelal naaldbomen) op een leembodem. Dit gebied  is kansrijk voor uitbreiding van habitattypen gebonden aan gebufferde omstandigheden (zoals zwak  gebufferd ven, heischraal rasland, blauwgrasland). Dit wordt meegenomen bij de uit te voeren  systeemanalyse ten behoeve inzicht in het functioneren van het gebied.    MOSTERDVEEN   Het Mosterdveen heeft een bijzondere historie: tot voor kort werd het noordelijk deel van het zuidelijk deel  gescheiden door een groot recreatieterrein. De afgelopen jaren is door gemeente Nunspeet en partners in  fases het recreatieterrein afgebroken en ontwikkeld tot natuur, waarbij de drukke toegangsweg is afgesloten.  In 2015 is het natuurherstelproject afgerond, Gemeente Nunspeet beheert het Masterdveen, een gebied dat  vrijwel geheel op een leemlaag ligt en wordt gevoed door regenwater en zeer lokale kwel. Het gebied bestaat  uit een aantal doorstroomvennen die behoren tot de habitattypen Zure vennen (H3160) en Hoogveenvennen  (H7110B). De omliggende vegetatie behoort voor een deel tot het habitattype Vochtige heide (H4010A).    De habitattypenkaart wordt momenteel geactualiseerd op basis van een vegetatiekartering die in enkele  gedeelten van het gebied is uitgevoerd in 2016. Ten behoeve van dit veldbezoek is voor deze gedeelten een  voorlopige vertaling gemaakt naar habitattypen, en is deze vertaling verwerkt in de habitattypenkaart. Deze  aldus ontstane conceptkaart is op de volgende pagina opgenomen met de bezochte locaties gemarkeerd met  cijfers.    Zure vennen (H3160)   Dit habitattype is op zeven locaties aanwezig in het Mosterdveen op basis van de concept-habitattypenkaart.  De bezochte vennen zien er goed ontwikkeld uit met o.a. draadzegge. Qua maatregelen zijn er afgelopen  jaren onder andere wat dicht gegroeide delen van verschillende vennen uitgebaggerd en spontane bosranden  verwijderd.    Het ven bij locatie 1 is het meest bovenstroomse ven en grenst aan een bos (zuiden). Bos zorgt voor meer  verdamping dan korte vegetatie, daarnaast vangt het stikstof in. Dit zijn argumenten om het aangrenzende  bos om te vormen naar korte vegetatie, ten gunste van de vennen. Door de grote hoeveelheid ingrijpende  maatregelen die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd (verwijderen recreatieterrein) kiest de beheerder voor  een pas op de plaats, door het bos voorlopig te laten staan. Van belang acht de beheerder wel om in een  beheervisie op te nemen wat in de toekomst wenselijk zou zijn voor de vennen en de rest van de  vegetatietypen in het Mosterdveen. Provincie Gelderland neemt hierover contact op met de beheerder  (gemeente Nunspeet).    Het ven bij locatie 2 is sinds 20 jaar in ontwikkeling. Ook hier is draadzegge volop aanwezig.              0000000651</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>         a  BE 114030 Droge heiden  HM 16230 Heischrale graslander  HMB 13160 Zure vennen    MN 140108 vochtige heiden  || H7110B Hoogveenvennen    Concept-habitattypenkaart Mosterdveen geactualiseerd op basis van deel karteringen uit Berglinde (2016)    Het Andromeda-ven (locatie 3) is bijzonder goed ontwikkeld. O.a. kleine veenbes, waterdrieblad, éénarig  wollegras, hoogveenveenmos en veenbloembies zijn waargenomen bij het veldbezoek. Vooral het  voorkomen van veenbloembies is bijzonder, omdat hiervan nog maar twee groeiplaatsen resteren in  Nederland. Er zijn geen aandachtspunten. Effecten van verhoogde stikstofdepositie zijn hier (nog) niet  zichtbaar.    Hoogveenvennen (H7110B)  Dit habitattype is op twee locaties aanwezig, waarvan locatie 4 bezocht is. Het ven ziet er goed ontwikkeld  uit met waterdrieblad, kleine veenbes, lavendelheide en diverse veenmossen. Er zijn geen aandachtspunten.    Vochtige heide (H4010A)  Tijdens dit veldbezoek lag de focus niet op dit habitattype, maar bij locatie 5 is gekeken naar de invloed van  het dempen van de sloten een aantal jaren terug op de waterstanden. De maatregelen lijken zinvol te zijn  geweest, want ondanks de droge periode staat het water hier aan maaiveld. Er ontwikkelt zich een  veenmosrijke natte heide.    Overig   Het voormalig recreatieterrein ontwikkelt zich goed. Er staat nu een droge heideachtige vegetatie met o.a.  tormentil, struikheide, stekelbrem, kleine leeuwentand en kaal breukkruid op de paden. Lokaal ontwikkelt  het zich al tot habitattype droge heide (H4030). Plaatselijk is er veel opslag van vuilboom en hier en daar  duiken nog tuinplanten op. De beheerder begint binnenkort met drukbegrazing met schapen en geiten.         0000000652</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>               Op de concept-habitattypenkaart is een vlak op grond van de kartering van 2016 aangegeven als Heischrale  graslanden (H6230). In het veldbezoek is geconstateerd dat dit niet klopt. Het betreft ruderaal grasland  zonder kwalificerende soorten. De Provincie Gelderland neemt deze informatie mee bij de actualisatie van  de habitattypenkaart.                        Conclusies   Op de locaties met stikstofgevoelige habitattypen in Leemputten Staverden en Mosterdveen, zijn de ontwik-   kelingen in het algemeen conform de verwachting zoals beschreven in de PAS-gebiedsanalyse. Naar aanlei-   ding van dit PAS-veldbezoek zijn de volgende acties en aandachtspunten naar voren gekomen:   e _Kwaliteitsimpuls niet-prioritaire vennen   Natuurmonumenten en ook Staatsbosbeheer zien kansen voor kwaliteitsverbetering bij vennen die  niet als hoog-prioritair zijn aangewezen in het venherstelprogramma. Ze hebben de wens om met  een deskundige een aantal van deze vennen te bezoeken om mogelijkheden voor kwaliteitsverbe-  teringen in beeld te brengen. In het kader van het deelprogramma vennen & venen voor Natura  2000 Veluwe organiseert Provincie Gelderland in september/oktober een verkenning met de be-  trokken terreineigenaren van vennen, waarop deze wens van Natuurmonumenten ook besproken  zal worden.  Kwaliteitsirmpuls habitattypen Leemputten Staverden  Provincie Gelderland plant een overleg met gemeente Ermelo, GLK en Bosgroep om te bespreken  wat (extra) nodig is voor behoud, kwaliteitsverbetering en uitbreiding van habitattypen in de  Leemputten Staverden. Hierbij zal onder andere het volgende aan de orde kunnen komen:  - Benodigde onderzoek om inzicht te krijgen in het functioneren van het systeem en benodigde  aanvullende monitoring.  - Gewenste aanvullende beheermaatregelen en maatregelen t.b.v kwaliteitsimpuls  - De wenselijkheid en mogelijkheden om een nieuwe leemput te ontwikkelen om basenminnende  habitattypen te stimuleren.  - Wat nodig is om inzicht te krijgen in het functioneren en de potenties van het Verbrande Bos, om  uitspraak te kunnen doen over de invloed van de watergangen, dijkjes en begrazingsdruk op de  aanwezige habitattypen en over de potenties van het bos ten noorden van het Verbrande Bos (zie  volgende).  - Welke mogelijkheden er zijn om het beheer van het Heischraal grasland (H6230) te optimaliseren  om dominantie van grassen tegen te gaan en soorten van pioniermilieus te stimuleren.  Uitbreiding habitattypen  Ten noorden van het Verbrande Bos is nog bos aanwezig (veelal naaldbomen) op een leembodem.  Dit gebied is kansrijk voor uitbreiding van habitattypen met korte vegetaties.  Wilddruk Leemputten  De wilddruk in Leemputten Staverden is behoorlijk, het effect hiervan was bij het veldbezoek  vooral te zien in het Verbrande Bos, waar de venoevers door de grote droogte zodanig zijn vertrapt  dat de habitattypen onder druk zijn komen te staan. De wilddruk is een directe belemmering voor  de ontwikkeling van kwalificerende habitattypen in het Verbrande Bos. Het is van belang om vinger  aan de pols te houden door te volgen in hoeverre vegetaties zich herstellen na een periode van  grote wilddruk. Het is nuttig om de invloed van wilddruk te onderzoeken door dit bijvoorbeeld mee  te nemen in de systeemanalyse (zie twee punten eerder).  Aanduiding Hoogveenvennen Leemputten op habitattypenkaart  Een vereiste voor aanwijzing als Hoogveenven (H7110B) is de aanwezigheid van een acrotelm (een  ‘sponzige' laag van levend en recent afgestorven veenmos). Deze is was op beide bezochte locaties  waar dit habitattype is gekarteerd tijdens het veldbezoek afwezig. Provincie Gelderland gaat na of  de aanduiding van dit habitattype hier terecht is.  Aanduiding Heischraal grasland in Mosterdveen  De aanduiding als Heischraal grasland (H6230) van een vlak op de concept habitattypenkaart voor  Mosterdveen lijkt niet terecht. Provincie Gelderland neemt deze informatie mee bij de actualisatie  van de habitattypenkaart.  Beheervisie Mosterdveen         0000000653</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>              Gelderland neemt hierover contact op met gemeente Nunspeet.    Afspraken/acties uit veldbezoeken afgelopen jaren    Omdat binnen de Veluwe jaarlijks andere deelgebieden en habitattypen worden bezocht, wordt voor de  afspraken en acties uit eerdere PAS-veldbezoeken verwezen naar de desbetreffende verslagen. Alleen on-    derwerpen uit eerdere PAS-veldbezoeken die expliciet zijn besproken, worden hieronder beschreven.    e Update n.a.v. PAS-veldbezoek 2016: nader onderzoek kwaliteit habitattype Stuifzanden is afgerond  In 2016 is tijdens het PAS-veldbezoek geconstateerd dat de kwaliteit van bezochte stuifzandhabi-    tattypen onder druk stond. Om een Veluwebreed beeld te krijgen van deze kwaliteit en de ontwik-  keling daarin, heeft de Provincie Gelderland een onderzoek laten uitvoeren. De rapportage van dit  project is nu gereed en wordt nu door de provincie meegenomen bij het deelprogramma heide en  stuifzand voor Natura 2000 Veluwe. Daarnaast zal op grond van de resultaten van het onderzoek,  de maatregel kleinschalig plaggen door de provincie bij de eerstvolgende actualisatie van de PAS-  gebiedsanalyse worden toegevoegd. Provincie Gelderland geeft aan dat de beheerders, wanneer  ze vooruitlopend op de aanpassing van deze gebiedsanalyse deze maatregel willen uitvoeren, con-    tact kunnen opnemen.    Volgend jaar  Ten aanzien van het PAS-veldbezoek van volgend jaar, zijn er de volgende punten naar voren gekomen:    e Na afloop van het veldbezoek is voorgesteld om volgend jaar de focus te leggen op (een selectie  van) boshabitattypen: Hoogveenbossen (H91D0), Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidende    bossen (H91E0C) en Beuken-eikenbossen met Hulst (H9120).    « Wenselijk is om een terrein van Natuurmonumenten te bezoeken, omdat dat nog niet eerder is  gebeurd de afgelopen jaren. Mogelijk te bezoeken locatie is de Leuvenumse Beek van Natuurmo-    numenten.  « De definitieve locaties worden gekozen op basis van de thema's die door de beheerders, bij de    voorbereiding van het veldbezoek, worden ingebracht. Deze thema’s worden bij de beheerders    opgehaald door de organisator van het PAS-veldbezoek volgend jaar.              Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening    (datum)  Handtekening Handtekening  (datum) (datum)    Nu het Mosterdveen een aaneengesloten terrein is sinds het afbreken van het recreatieterrein, is  het van belang een beheervisie op te stellen waarin wordt opgenomen wat in de toekomst wense-  lijk zou zijn voor de ontwikkeling van het gebied en de hierin aanwezige habitattypen. Provincie                 0000000654</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>         Nu het Mosterdveen een aaneengesloten terrein is sinds het afbreken van het recreatieterrein, is  het van belang een beheervisie op te stellen waarin wordt opgenomen wat in de toekomst wense-  lijk zou zijn voor de ontwikkeling van het gebied en de hierin aanwezige habitattypen. Provincie  Gelderland neemt hierover contact op met gemeente Nunspeet.    Afspraken/acties uit veldbezoeken afgelopen jaren   Omdat binnen de Veluwe jaarlijks andere deelgebieden en habitattypen worden bezocht, wordt voor de   afspraken en acties uit eerdere PAS-veldbezoeken verwezen naar de desbetreffende verslagen. Alleen on-   derwerpen uit eerdere PAS-veldbezoeken die expliciet zijn besproken, worden hieronder beschreven.   e Update n.a.v. PAS-veldbezoek 2016: nader onderzoek kwaliteit habitattype Stuifzanden is afgerond   In 2016 is tijdens het PAS-veldbezoek geconstateerd dat de kwaliteit van bezochte stuifzandhabi-  tattypen onder druk stond. Om een Veluwebreed beeld te krijgen van deze kwaliteit en de ontwik-  keling daarin, heeft de Provincie Gelderland een onderzoek laten uitvoeren. De rapportage van dit  project is nu gereed en wordt nu door de provincie meegenomen bij het deelprogramma heide en  stuifzand voor Natura 2000 Veluwe, Daarnaast zal op grond van de resultaten van het onderzoek,  de maatregel kleinschalig plaggen door de provincie bij de eerstvolgende actualisatie van de PAS-  gebiedsanalyse worden toegevoegd. Provincie Gelderland geeft aan dat de beheerders, wanneer  ze vooruitlopend op de aanpassing van deze gebiedsanalyse deze maatregel willen uitvoeren, con-  tact kunnen opnemen.              Volgend jaar    Ten aanzien van het PAS-veldbezoek van volgend jaar, zijn er de volgende punten naar voren gekomen:   e _ Na afloop van het veldbezoek is voorgesteld om volgend jaar de focus te leggen op (een selectie  van) boshabitattypen: Hoogveenbossen (H91DO), Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidende  bossen (H91E0C) en Beuken-eikenbossen met Hulst (H9120),   « Wenselijk isom een terrein van Natuurmonumenten te bezoeken, omdat dat nag niet eerder is  gebeurd de afgelopen jaren. Mogelijk te bezoeken locatie is de Leuvenumse Beek van Natuurmo-  numenten.   « De definitieve locaties worden gekozen op basis van de thema’s die door de beheerders, bij de  voorbereiding van het veldbezoek, worden ingebracht. Deze thema’s worden bij de beheerders  opgehaald door de organisator van het PAS-veldbezoek volgend jaar.         Handtekening Handtekening    (datum) 30/9 ("9 (datum)         Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000655</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>    ‚Nu het Mosterdveen een aaneengesloten terrein is sinds het afbreken van het recreatieterrein, is  het van belang een beheervisie op te stellen waarin wordt opgenomen wat in de toekomst wense-    lijk zou zijn voorde ontwikkeling van het gebied en de hierin aanwezige habitattypen. Provincie  Gelderland neemt hierover contact op met gemeente Nunspeet.    in 2016 is tijdens het PAS-veldbezoek geconstatéerd dat de kwaliteit van bezochte stuifzandhabi-  tettypen onder druk stond. Om een Veluwebreed beeld te krijgen van deze kwaliteit en de ontwik-  keling daarin, heeft de Provincie Gelderland een onderzoek laten uitvoeren. De rapportage van dit  project i is nu gereed-en wordt nu door de provincie meegenamen bij het deelprogramma heide en  stulfzand voor Natura 2000 Veluwe. Daarnaast-zal op grond van de resultaten van het onderzoek,  de maatregel kleinschalig plaggen door de provincie bij de eerstvolgende actualisatie van de PAS-  " gebledsanatyse worden toegevoegd. Provincie Gelderland geeft aan dat de beheerders, wanneer    . “#8 voorultlopend op de aanpassing van deze gebiedsanalyse deze maatregel willen uitvoeren, con-  tact kunnen opnemen.    ‘Dit verslag is vastgesteld door:    > - .  Tpdarmanbefekemmosepepnosednervverkverenn te ttt ene 8c tage rsenrsoovsveteervearsn    Handtekening         0000000656</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>