<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 070 LINGEGEBIED & DIEFONK-ZUID  VERSLAG VELDBEZOEK DD, 9 MEI 2019    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 9 mei 2019         Doel  Het jaarlijkse PAS-veldbezoek heeft als doel om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ont-  wikkelingen van de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Centraal staat daarbij de  vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de gebiedsanalyse van uit is gegaan.  Als voorbereiding op het veldbezoek is de beheerder gevraagd naar eerder waargenomen signalen uit  het veld. Daarnaast zijn de gebiedsanalyse en het verslag met aandachtspunten van vorig jaar doorge-  nomen. Bij het veldbezoek van dit jaar (2019) is een aantal percelen in Utrecht en Gelderland bezocht,                                   Bevindingen   Vegetatiekartering   In opdracht van Staatsbosbeheer, Provincie Gelderland en Zuid-Hollands Landschap is in 2018 door drie  bureaus een vegetatiekartering uitgevoerd van het hele Natura 2000-gebied. Deze dient onder andere  om de huidige habitattypekaart te actualiseren. De provincie Gelderland verwerkt de vegetatiekarte-  ringen in een nieuwe habitattypekaart. De vlakken met de aanduiding H9999 en ZG op de bestaande  kaart zullen dan een nieuwe aanduiding krijgen.    Status uitvoering PAS-maatregelen   Provincie Gelderland is samen met de terreinbeheerders bezig met het uitwerken van de PAS-maatre-  gelen. Er zijn geen nieuwe zaken gemeld ten opzichte van het veldbezoek vorig jaar en nog geen nieuwe  maatregelen uitgevoerd. Ten behoeve van de PAS procesmonitoring is het hydrologisch meetnet inge-  richt.    Habitattypen   De stikstofgevoelige, aangewezen habitattypen in Natura 2000 Lingegebied & Diefdijk-zuid zijn  Glanshaverhooilanden (H6510A (glanshaver) en —B (grote vossenstaart)) en Vochtige alluviale bossen  (H91E0B (essen-iepenbossen} en —C (beekbegeleidende bossen)). Op de habitattypenkaart hieronder  zijn de bezochte locaties aangegeven, die hieronder worden toegelicht: A. De Waai (beekbegeleidend  bos (H91E0C)), B. Glanshaverhooiland type glanshaver (H6510A), C. Zoekgebied Glanshaverhooiland  type glanshaver (H6510A) en D. D betreft een in 2013 ingericht perceel van Staatsbosbeheer waar zich  kalkmoeras ontwikkelt.              0000000716</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>               ME 3150. tieren mel ssabbenscheer en fontenkrukden                                                                                     WR 191 £08. Vochoge aim ote bossen jassen vepenbossen)   GE HorEoc Vochuge a tuvinle bossen (beekbegeteidenrda bossen)   BS ZGHEASOA Wearsch py jk Auigten en romen (moerassp rea)   ma ZGHE510A Wearschipy jk Glanshavei- en vossenstaadhoodanden iglanshaver)   wal ZGH6S10B Wearschgyjh Glanshavei- en vossenstaarthootanden (oiole vossenstaart)  Cc) Begrenzing Natura 2000    vn =—_   — dames HBIJOA Rusgten en zomen (moerasspuea)   = BB 051A Gtanshaver- en vorsenstaartmootanden (glanshaver)   5 (WED #es100 Gtanshaver. en voszensiaarmooflanden (grote vostenstaar;  = BED „7220. Kanmoerassen   = EBB Hes EOA. Vocnoge aluvsste bossen (zachtmoutoonossen}            Vochtige alluviale bossen (beekbegeleldende bossen) (H91E0C)  De Essen-iepenbossen (H91E0B) en Beekbegeleidende bossen (H91EOC) komen verspreid voor in het  Natura 2000-gebied. Vorig jaar werd als aandachtspunt genoemd dat de kwaliteit onder druk kan ko-  men te staan vanwege essentaksterfte. Het bezochte beekbegeleidend bos bij “De Waai” (locatie A)  bestaat voor een beperkt deel uit gewone es waardoor het risico van essentaksterfte op de kwaliteit    0000000717</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>          van dit bosperceel beperkt is. De beheerder geeft aan dat hij snellere verjonging waarneemt wanneer  de dode essen blijven staan, dan wanneer deze (preventief) gerooid worden. Het bos ziet er kwalitatief  goed uit d.w.z. diversiteit aan boomsoorten, variatie aan structuur en een rijke ondergroei met o.a.  elzenzegge, grote keverorchis en groot springzaad. De beheerder geeft aan hier geen effecten te zien  van een verhoogde stikstofdepositie, de kwaliteit van het bos is stabiel.                                                                                                                                                                                       Glanshaverhooilanden (type glanshaver) (H6510A)    In 2018 zijn Glanshaverhooilanden (H6510A en —B) toegevoegd aan het aanwijzingsbesluit voor het  Natura 2000-gebied. Tijdens het veldbezoek is een dijktalud in beheer van Zuid-Hollands Landschap  aan de oostkant van de Diefdijk bezocht (locatie B). Het grasland ziet er kwalitatief goed uit met een  grote variatie aan grassen en kruiden. Het perceel wordt al sinds jaren op dezelfde wijze beheerd waar-  bij twee keer per jaar (eind juni en eind september) wordt gemaaid en afgevoerd. Het dijktalud is steil  en daardoor moeilijk met machines te beheren. Het beheer is voor een groot deel handwerk. Voor de  uitvoering worden vrijwilligers ingezet. Uitgangspunt is dat de vegetatie kort de winter in gaat, waarbij  indien nodig het grasland enkele dagen wordt nabeweid met schapen. Er is nooit bemest of ingezaaid.  Dit in combinatie met het consistente, zorgvuldige (wanneer nodig handmatige) beheer is de crux van  de hoge kwaliteit van het grasland.          Bij locatie C is een dijktalud in beheer van gemeente West-Betuwe dat momenteel nog als zoekgebied  Glanshaverhooiland- en vossenstaart hooilanden op kaart staat. Naast grassen (waaronder glanshaver})  komen in de vegetatie soorten als gewone berenklauw, raapzaad, brandnetel en smeerwortel voor. Dit  duidt op verruiging. Het huidig beheer bestaat uit twee keer per jaar klepelen waarbij het maaisel blijft  liggen. Voor een goede ontwikkeling van het grasland wordt de eerste keer te vroeg, en de tweede keer  te laat gemaaid/geklepeld. Dit is niet gunstig voor de ontwikkeling van de dijk richting Glanshaverhooi-  land. In algemene zin geldt voor de dijken tangs de Linge dat er kansen liggen voor uitbreiding van  Glanshaverhooiland (H6510A en —B). Uit de vegetatiekartering die in 2018 is uitgevoerd, zal blijken op  welke delen van de dijk (en aanliggende graslanden) Glanshaverhooilanden aanwezig zijn of potentie  hebben om zich te ontwikkelen tot dit habitattype. Op basis daarvan zal de betreffende provincie met  het de eigenaren (o.a. gemeente en waterschap) het gewenste beheer bespreken.          Aanliggend is een strook grasland van Staatsbosbeheer nabij het water dat zich deels ontwikkelt rich-  ting Glanshaverhooiland (H6510A). Het grasland staat nu op de kaart als beheettype kruiden- en fau-  narijk grasland. Het heeft een moaie structuur met o.a. braamstruweel. Een deel van de soorten van  Glanshaverhooiland staat er (zoals glanshaver), maar waarschijnlijk heeft het perceel niet de potentie  om voor 100% zich te ontwikkelen tot het habitattype Glanshaverhooiland (H6510A) in goed ontwik-  kelde vorm. Het perceel wordt nu beheerd door een pachter die het niet bemest en twee keer per jaar  maait en afvoert, Dat beheer past bij Glanshaverhooiland (H6510A). Er wordt momenteel niet nabe-  weid, dit is eventueel wel mogelijk. Het perceel wordt nu veel gebruikt als hondenuitlaatgebied. Om de  potenties optimaal te benutten, is het waarschijnlijk nodig de toegang te beperken (en hierop toe te  zien).                                                Overig  Tot slot is een perceel bezocht dat Staatsbosbeheer in 2013 heeft ingericht met als doel het ontwikke-    len van kalkmoeras (lacatie D). Daarvoor is ca. 40 crm grond afgegraven. Er zijn al soorten aanwezig die  passen bij een ontwikkeling naar kalkmoeras, zoals kranswieren, echte koekoeksbloem en kale jonker.  Daarnaast is er veel opslag van els, dit doordat het perceel grenst aan een elzenbroekbos en het perceel  in het verleden begroeid is geweest met deze boomsoort. Dit wordt tegengegaan door het perceel  twee keer per jaar te maaien en het maaisel af te voeren. Daarna is, net als In 2017, een perceel bezocht  ten zuiden van het Wiel van Bassa dat wordt beheerd door Zuid-Hollands Landschap en tevens in 2013  is ingericht. Er ontstond een kortstondige pioniervegetatie met soorten die wijzen op kalkmoeras, maar  die verdwenen later (zie verslag 2017).    Conclusies         0000000718</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>         De ontwikkeling van de in 2019 bezochte stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied Lin-  gegebied & Diefdijk-Zuid verloopt zoals in de PAS-gebiedsanalyse beschreven is. Wel zijn er de volgende  aandachtspunten geconstateerd:   De vegetstiekarteringen die in 2018 zijn uitgevoerd, zijn in concept klaar. De karteringen zijn  nog niet verwerkt in een nieuwe habitattypenkaart. De Provincie Gelderland is hiervoor ver-  antwoordelijk.   e De dijken vormen een potentiële locatie voor uitbreiding van Glanshaverhooiland (H6510A en  —B). De eigenaren (o.a. gemeente West-Betuwe) voert op de dijken een klepelbeheer uit waar-  bij het maaisel blijft liggen. Door plaatselijk steile taluds en gebrek aan schouwpaden is een  ander beheer lastig. De dijkgraslanden die door Zuid-Hollands Landschap wel gehooid worden  en waar het maaisel wordt afgevoerd, wijken in positieve zin af. Provincie Gelderland kijkt op  basis van de vegetatiekarteringen waar met name de kansen liggen voor uitbreiding van  Glanshaverhooiland (H6510A). De provincies Gelderland en Zuid-Holland zullen op basis daar-  van overleggen met de eigenaren (gemeente, waterschap) over mogelijke aanpassingen van  het beheer.    Bevindingen 2018 en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2019:   e 2018: Essentaksterfte blijft een punt van aandacht, al is het risico hiervan beperkt. Er worden  maatregelen genomen in de bossen die vooral uit gewone es bestaan. Bij het opnieuw inplan-  ten van geveld bos dat nu vooral uit es bestaat, is het van belang dat de werkgroep ‘essentak-  sterfte’ binnen Staatsbosbeheer voor soorten kiest die binnen de aangewezen habitattypen  passen.   2019: Bij het bezochte bos in 2019 heeft es een zodanig laag aandeel dat essentaksterfte geen  risico vormt voor de kwaliteit van het habitattype.   e 2018: in het kalkmoeras staat een aantal peilbuizen dat sinds 1,5 jaar niet meer wordt uitge-  lezen. Voor het hydro-ecologisch onderzoek en de PAS-procesmonitoring zijn oude reeksen  van belang, het is daarom belangrijk dat de peilbuizen weer in gebruik worden genomen. In  het monitoringsplan voor de PAS procesmonitoring is aangegeven welke buizen op welke lo-  caties dienen te worden ingericht.   2019: Staatbosbeheer draagt de relevante buizen over aan provincie Gelderland (SBB is over-  leg met de provincie Gelderland).   e 2018: Staatsbosbeheer spant zich in om via het reguliere maaibeheer in het Kalkmoeras de  opslag van els verder tegen te gaan. Hetzelfde geldt ook voor het beheer van de Glanshaver-  hooilanden, om verschraling te versnellen.   2019: half mei wordt door Staatsbosbeheer gericht beheerd om de dominatie van els terug te  dringen in de Put van Bullee (mondelinge info).   e 2018: Staatsbosbeheer geeft mee aan het bureau dat de vegetatiekartering doet om bij het  Glanshaverhooiland in de Asperense Waarden specifiek aandacht te hebben voor het voorko-  men van trosdravik. Dit is van belang om het onderscheid te kunnen maken tussen de twee  typen Glanshaverhooiland (H6510A en H65108).   2019: Dit is gedaan. De karteringen zijn in concept klaar, provincie Gelderland maakt momen-  teel een analyse van de H9999- en zoekgebiedvlakken op basis van de karteringen.         gdsteid goor,                            ay oN ta  Handtekening /” Handtekening - {O° erf    (datum “eS er — dary (datum)    Cd C (low if    Vivo    0000000719</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>