<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 038 RIJNTAKKEN  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 7 MEI 2020    Aanwezig namens Provincie: |  Aanwezig namens Terreinbeheerder: NN (Staatsbosbeheer)  Overige aanwezigen: BE (80szr0ep)    Datum bezoek: 7 mei 2020  Vanwege de Corona-maatregelen is het aantal deelnemers aan het veldbezoek beperkt gehouden.    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen  met betrekking tot onder meer stikstofgevoelige habitattypen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwik-  kelingen zijn die afwijken van datgene waar in de in het beheerplan opgenomen gebiedsanalyse van uit is  gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is het beheerplan en de daarin opgenomen gebiedsanalyse en  het verslag van het veldbezoek van 2016, 2017, 2018 en 2019 bestudeerd en is de beheerders gevraagd naar  eerder waargenomen signalen uit het veld.    Bevindingen   Doordat Rijntakken een groot Natura 2000-gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstofgevoe-  lige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is ervoor gekozen om aandacht te besteden aan de habitat-  typen Stroomdalgraslanden (H6120), Glanshaverhooilanden (H6510A) en Droge hardhoutooibossen (H91F0)  in het gebied Cortenoever, in Gelderland.    Op onderstaande habitattypenkaart zijn de bezochte locaties aangeduid met een cijfer.         Legenda   Habitattypen en benaming   ER 13! 50, Meren met krabbenscheer en fonteinkruden  BEN 3270. Sakkige mmeroevers   H6120. Stroomdalgrastanden  Glo H6430C. Ruigten en zomen (droge bosranden)   H6510A, Glanshaver- en vossenstaarthoodanden (glanshaver )  BR H65 10B. Glanshaver- en vossenstaarthoodanden (grote vossenstaart)  BEB #91 EOA. Vochtge allunate bossen (zachthoutoobossen)   GB H91E0B8 Vochige altunale bossen (essen-sepenbossen|  GEB #9! FO. Droge hardhoutoobossen  BER ZGH95FO. Waarschijnlijk Droge hardhoutoobossen   0000   (] NATURA2000 grens         Er Necertand, Soermunty Va Cerro                        0000000219</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Stroomdalgrasland (H6120)    Locatie 4   Dit betreft een mooi ontwikkeld stroomdalgrasland, met onder meer rivierduinzegge, kleine ratelaar, veld-  satie, geel walstro en walstrobremraap. De kwaliteit is goed. Op deze locatie wordt maatregel M13 Extra  maaien/hooien en afvoeren en nabeweiden uitgevoerd. Het perceel wordt begraasd. De hoge rug wordt 1x  per jaar gemaaid plus nabeweiding.    Locatie 5   Dit perceel is niet van Staatsbosbeheer, maar is particulier eigendom. Het staat op de habitattypenkaart  aangegeven als H6120 Stroomdalgrasland. Het perceel viel tot enkele jaren geleden onder de regeling voor  agrarisch natuurbeheer (de exacte informatie hierover was tijdens het veldbezoek niet beschikbaar). Vol-  gens Staatsbosbeheer is het perceel nu al 2 jaar achtereen geïnjecteerd met drijfmest. Geconstateerd is dat  het habitattype verloren is gegaan.   Actie: De provincie zoekt uit of en welke maatregelen genomen moeten worden.    Locatie 8   Dit betreft een mooi ontwikkeld stroomdalgrasland, met onder meer walstrobremraap en veldsalie. De ve-  getatie vervilt een beetje, er komt veel haakmos in. Het perceel wordt gemaaid. Om vervilting tegen te gaan  gaat Staatsbosbeheer dit perceel nabeweiden.    In de visie die is ontwikkeld voor Cortenoever is opgenomen dat dit perceel op langere termijn doorontwik-  keld zou worden naar hardhoutooibos (verslag PAS veldbezoek 2016). inmiddels is de planvorming voor Cor-  tenoever gevorderd en is geconstateerd dat deze locatie een te waardevolle vegetatie heeft om hier bos te  ontwikkelen. Uitbreiding van het hardhoutooibos zal plaatsvinden op aangrenzende, minder waardevolle  percelen (zie onder “droog hardhoutcoibos”).    Glanshaverhooiland (H6510A)    Locatie 1   Hier geldt een ontwikkelambitie naar Glanshaverhooiland. De maatregel om dit te realiseren is vroeg maaien  (eerste week van mei) (maatregel M13). Dit is de afgelopen 2 — 3 jaar toegepast. De ontwikkeling is nog niet  heel duidelijk zichtbaar. Wel komt karwijvarkenskervel sterk terug. Dit jaar is op dit perceel geen vroege  maaibeurt nodig omdat door het droge voorjaar de gewasgroei beperkt is. Elk jaar wordt opnieuw beoor-  deeld welke percelen in aanmerking komen voor vroeg maaien, afhankelijk van de ontwikkeling. Vroeg  maaien vraagt veel intensieve begeleiding om fauna te sparen. Dit jaar is een experiment gedaan met een  drone die met infrarood fauna (onder meer hazen) kan opsporen. Het experiment is goed bevallen. Het is  wel kostbaar. Staatsbosbeheer geeft aan dat het flexibel omgaan met de maaidatum van dit soort percelen  lastig is te organiseren met gebruiker/loonbedrijf. De provincie geeft aan dat organisatorische/financiële         0000000220</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    overwegingen een goede uitvoering van de maatregel niet zouden mogen belemmeren. De provincie vraagt  Staatsbosbeheer om indien organisatorische/financiële zaken een goede uitvoering belemmeren met de  provincie in overleg te gaan om tot een oplossing te komen.   Actie: Staatsbosbeheer gaat met de provincie in overleg over wat er nodig is om deze maatregel goed uit te  kunnen voeren.    Staatsbosbeheer constateert dat op diverse percelen waarop een ontwikkeldoelstelling voor glanshaver-  hooiland/stroomdalgrasland is gelegd niet het hele perceel geschikt is voor de ontwikkeling van deze habi-  tattypen (dit geldt voor Cortenoever maar ook in andere uitwaarden waar het kronkelwaard landschap nog  intact is (bv Ravenswaard)). Alleen op de hogere delen (stroomruggen) zullen deze typen tot ontwikkeling    kunnen komen. Staatsbosbeheer vraagt zich af hoe hiermee om te gaan, splitsing van het perceel met een  eigen beheertype/beheer voor hogere en lagere delen leidt niet tot een werkbare situatie. De provincie  geeft aan dat differentiatie in de vegetatie in deze percelen inherent is aan de waardevolle geomorfologie  met hogere ruggen en stroomdalen en dat een vegetatie ontwikkeling waarbij deze gradiënt in de vegetatie  naar voren komt juist waardevol is. De provincie geeft aan dat Staatsbosbeheer niet ‘afgerekend’ zal worden  op het vlakdekkend voorkomen van stroomdalgrasland/glanshaverhooiland op dit soort percelen.    Het perceel heeft ook hogere, drogere delen, tussen Stroomdalgrasland en Glanshaverhooiland in. Het be-  heer is in dit stadium nog gelijk: 2x maaien en afvoeren. Als het zich verder ontwikkelt tot Stroomdalgrasland  kan hier op termijn minder worden gemaaid.    Locatie 2   Dit perceel kwalificeert niet als habitattype. Het heeft wel potenties voor ontwikkeling tot Glanshaverhooi-  land en er is het beheertype N12.03 Glanshaverhooiland toegekend in het Natuurbeheerplan. Maatregel  M13 ter ontwikkeling van glanshaverhooiland is voor dit perceel niet afgesproken.   Actie: Staatsbosbeheer doet voorstel aan provincie om M13 uit te breiden naar dit perceel.    Locatie 3   Dit perceel heeft een ontwikkelambitie naar Glanshaverhooiland en Stroomdalgrasland. In het NBP is het  beheertype N12.03 Glanshaverhooiland toegekend. Het wordt nu begraasd door koeien en een paar paar-  den. Hier zou de ontwikkeling in gang kunnen worden gezet door een intensief hooilandbeheer te voeren.  Actie: Staatsbosbeheer zal beheer aanpassen van begrazing naar hooien.    Locatie 6   Dit perceel heeft een ontwikkelambitie naar Glanshaverhooiland. Er is dit jaar niet vroeg gemaaid, vanwege  de beperkte gewasgroei door het droge voorjaar, de vorige 2 jaar wel. Het habitattype heeft zich hier nog  niet ontwikkeld.         0000000221</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Locatie 7  Dit perceel kwalificeert wel als habitattype. Ook hier is de maatregel M13 vroeg maaien niet uitgevoerd  vanwege het droge voorjaar. De gerealiseerde ontwikkeling moet blijken uit de vegetatiekartering van 2020.    Droog hardhoutooibos (H91F0) (in dit gebied geen habita e met te hoge stikstofbelastin    Locatie 9  Het hardhoutooibos is niet bezocht. De kwaliteitsontwikkeling moet blijken uit de vegetatiekartering die dit  jaar wordt uitgevoerd.    In het perceel grenzend aan het hardhoutooibos is uitbreiding van het bos gepland door aanleg van nieuw  bos. Het gaat om hardhoutooibos op de hoogste delen, essen-iepenbos op de iets minder hoge delen en  zachthoutooibos in de lage delen.    Ruigten en zomen (droge bosranden) (H6430C) (in dit gebied geen habitattype met te hoge stikstofbelas-  ting)   Dit habitattype komt in dit gebied niet voor. In het Natura 2000 beheerplan Rijntakken is voor Cortenoever  wel een ontwikkelopgave voor dit type geformuleerd. Het gaat om de waardevolle ruigtevegetatie langs de  randen van bos en heggen, met onder meer kruisbladwalstro. In Overijssel zijn goede ervaringen met de  ontwikkeling van dit type opgedaan met een ontwikkelbeheer van verschralen. Het eindbeheer is periodiek  maaien of begrazen (eens in 2 tot 4 jaar).   Staatsbosbeheer is nog niet gestart met dit ontwikkelbeheer. Staatsbosbeheer geeft aan dat dit type beheer  lastig te realiseren langs perceelranden. Het vergt een extra raster of het verplaatsen van een raster en een  aangepast beheer achter het raster. Staatsbosbeheer geeft aan met een voorstel te zullen komen voor de  start van het ontwikkelbeheer voor dit habitattype.   Actie: Staatsbosbeheer komt met voorstel voor de uitvoering van het ontwikkelbeheer voor het habitattype  H6430C.         0000000222</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Conclusies 2020  De habitattypen Stroomdalgrasland en Glanshaverhooiland ontwikkelen zich zoals beschreven in de ge-  biedsanalyse voor de Rijntakken.    Actiepunten:   e De provincie zoekt uit of en welke maatregelen moeten worden genomen met betrekking tot het  habitatverlies van het type Stroomdalgrasland in het particuliere perceel op locatie 5.  Staatsbosbeheer gaat met de provincie in overleg over wat er extra nodig is om maatregel M13  extra maaien en beweiden op een goede manier uit te kunnen voeren.   e _ Staatsbosbeheer maakt afspraken met de provincie om maatregel M13 ook toe te kunnen passen  op locatie 2.   e Staatsbosbeheer: Op locatie 3: Begrazing aanpassen naar hooien.   Staatsbosbeheer komt met voorstel voor de uitvoering van het ontwikkelbeheer voor het habitat-  type H6430C.  Omdat in 2019, 2018, 2017 en 2016 ook andere deelgebieden binnen de Rijntakken zijn bezocht staan hier-  onder alleen de conclusies vermeld die voor het hele gebied Rijntakken van toepassing zijn. In 2019 zijn de  Erlecomse Waard en de Millingerwaard bezocht, in 2018 de Amerongse bovenpolder, in 2017 de Vreugden-  rijkerwaard en de Duursche waarden en in 2016 de Millingerwaard, Cortenoever, Wilpse klei en de Ame-  rongse buitenpolder.    Bevindingen uit verslag 2019, 2018, 2017 en 2016 en de stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2020   e 2018: Een belangrijk knelpunt voor uitvoering van het aanvullend maaibeer (M13) is dat er ondui-  delijkheid is over wie (Staatsbosbeheer of Rijkswaterstaat) verantwoordelijk is voor het beheer van  de nabij de rivieroever gelegen delen van de uiterwaard. Dit is ook een knelpunt voor uitvoering  van regulier beheer. Dit knelpunt speelt in het gehele Natura 2000 gebied Rijntakken.  Toelichting 2020: De provincie maakt afspraken met RWS over het beheer van rijkseigendommen.  Dit knelpunt blijft een aandachtspunt   2018: Stroomdalgrasland: Om de doelstelling voor dit habitattype in de Rijntakken te realiseren,  wordt in andere delen van de Rijntakken ingezet op uitbreiding en kwaliteitsverbetering ervan. Pro-  vincie Gelderland werkt de invulling van deze opgave uit.   Toelichting 2019: Deze actie blijft staan.  Toelichting 2020: De provincie heeft in het Natuurbeheerplan aangegeven waar naar uitbreiding  van stroomdalgrasland wordt gestreefd. Deze actie is hiermee afgerond.   e 2016: In de grootschalig door integrale begrazing beheerde gebieden kan verruiging van stroom-  dalgrasland optreden. Deze verruiging lijkt door onvoldoende begrazing in de hand te worden ge-  werkt. Het is nodig om de vinger aan de pols te houden.   Toelichting 2020: Provincie en Staatsbosbeheer pakken dit op, conform een afspraak die in 2019 is  gemaakt. Het blijft nodig om de vinger aan de pols te houden.              0000000223</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>