<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 057 VELUWE  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 9 JULI 2020    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:    Datum bezoek: 9 juli 2020    Doel   Het jaarlijkse Natura2000-veldbezoek (eerst: PAS-veldbezoek) heeft als doel om de vinger aan de pols te  houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen van onder andere de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura  2000-gebied. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de  in het beheerplan opgenomen gebiedsanalyse van uit is gegaan.    Doordat het Natura 2000-gebied Veluwe een groot gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstof  gevoelige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is gekozen te focussen op het habitattype Vochtige al-  luviale bossen, type beekbegeleidende bossen (H91E0C). Tijdens het veldbezoek zijn diverse plekken op ter-  reinen van Natuurmonumenten en landgoed Leuvenum langs de Leuvenumse Beek bezocht. Samen met de  terreinbeheerders is het programma samengesteld.    Bevindingen  Per locatie zijn de kwaliteit van de habitattypen en de ontwikkelingen bekeken. Met de beheerders zijn ge-  nomen en voorgenomen maatregelen en andere thema’s met relatie tot de Natura 2000-doelen besproken.    Herstelmaatregelen & ontwikkelingen Leuvenumse Beek   De Vochtige alluviale bossen (H91E0C) die tijdens dit veldbezoek zijn bezocht, liggen in het dal van de  Leuvenumse Beek. Vanaf 2011 (pilot inbreng dood hout) en grootschaliger in 2013/2014 zijn er  beekherstelmaatregelen genomen. Deze maatregelen hadden als doel om de relatie tussen beek en  omgeving te herstellen (beekdalbreed herstel) en om de kwaliteit van het beekmilieu ten behoeve van de  aquatische fauna en flora te verbeteren. De beekbodem is opgehoogd door middel van zandsuppletie en het  aanbrengen van houtpakketten in de beek. De gevolgen van deze maatregelen beginnen zichtbaar te worden.  Het waterpeil is hoger en de stroomsnelheid lager waardoor het bos vaker en over een grotere oppervlakte  inundeert. De beek reageert bovenstrooms nog steeds snel op neerslag, maar door de maatregelen zijn de  effecten van neerslagpieken benedenstrooms (tussen de A28 en de Veluwemeerkust) grotendeels  verdwenen. Het beekprofiel is gevarieerder, ten gunste van onder andere beekprik, rivierdonderpad en de  karakteristieke macrofaunalevensgemeenschap. Op een aantal plekken zijn gevarieerde beekmoerassen  onstaan en worden voorheen droge bosgebieden regelmatig overstroomd, waardoor bomen afsterven en de  bosvegetatie verandert. Op termijn kunnen ook hier beekbegeleidende bossen ontstaan. De natuur in het  beekdalsysteem heeft dus een positieve impuls gekregen. Ontwikkelingen zijn echter nog pril, het systeem  heeft de tijd nodig, het is nog niet duidelijk hoe de natuur zich op verschillende plekken gaat ontwikkelen.    Aandachtspunten per locatie  De bezochte locaties zijn weergegeven op de kaart op de volgende pagina.    Op locatie A en B (landgoed Leuvenum) ziet het Vochtige alluviale bos (H91E0C) er goed uit met een  ondergroei van onder andere pluimzegge en ijle zegge. Er is hier geen tot beperkt invloed van wild. De oost-  west-geörienteerde slenken waarin het bos zich bevindt, worden nu onderbroken door een graslandperceel  tussen de slenken en de beek in. Het grasland is mogelijk kansrijk voor ontwikkeling van bos en daarmee voor  het verbinden van deze twee slenken met elkaar en met de beek. Verder naar het oosten wordt de slenk bij         0000000224</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    locatie B onderbroken door de Frederik-Bernardbeek. Daarnaast ligt deze beek haaks op de  grondwaterstromingsrichting en heeft daarmee een verdrogend effect op de stenk.    Locatie C betreft de voormalige Rode Spreng (Natuurmonumenten). Deze is in 2013/2014 gedempt ten  behoeve van onder andere vernatting van het naastgelegen bosgebied. Het gebied is sindsdien open  gebleven, maar de eerste bosopslag is zichtbaar. De locatie potenties voor ontwikkeling naar Vochtig alluviaal  bos (H91EOC). Natuurmonumenten laat de vegetatieontwikkelingen leidend zijn voor de beheerkeuze  (graslandbeheer of doorontwikkeling naar bos). Op dit moment is de slenk deels als Zwakgebufferd ven  (H3130) aangegeven op de habitattypenkaart.    H91E0C. Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen  ZGH9120, Waarschijnlijk Beuken-eikenbossen met hulst  HO 000    Bij locatie D (Natuurmonumenten) is het habitattype Vochtige alluviale bossen (H91EOC) in een smallere  strook aanwezig dan op de huidige habitattypenkaart aangegeven. Dit wordt geactualiseerd op basis van de  kartering uit 2014. Hoewel het elzenbos langs de ondiepe, watervoerende beek er landschappelijk goed uit  ziet, is er weinig ondergroei als gevolg van gewroet door zwijnen. Interessant zou zijn om de vegetatie binnen  een exclosure te volgen. De slenken op landgoed Leuvenum (locatie A en B} laten mogelijk zien hoe de  vegetatie zich ontwikkelt zonder invloed van zwijnen.    Bij locatie E (Natuurmonumenten) is aan de ‘elzen op stelten’ te zien dat het maaiveld hier is gedaald, als  gevolg van veenoxidatie door verdroging. De waterstand is hier dus ooit hoger geweest. De oxidatie van veen  zorgt hier ook voor de ruige ondergroei met veel braam en brandnetel. Parallel aan dit Vochtige alluviale bos  (H91EOC) ligt een beek haaks op de grondwaterstroming (zijtak van de Grote Koloniebeek) die het grondwater         0000000225</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    wegvangt voordat het het habitattype bereikt. Het is wenselijk voor de kwaliteit van het habitattype om te  verkennen of er vernattingsmaatregelen mogelijk zijn.    Ook ter hoogte van Locatie F en (net benedenstrooms van) G is de beek verondiept middels zandsuppletie in  2013/2014. Sindsdien is het gebied onherkenbaar veranderd, in positieve zin. Door de hogere beekbodem en  het hogere peil inundeert het aanliggende bos hier geregeld. Bij locatie G is een gat gemaakt in de westelijke  wal om inundatie van dit bosgebied mogelijk te maken. In deze laagte staan fladderiepen, die vrij goed  bestand zijn tegen langdurige overstromingen met beekwater. Het bos ís vooral bij locatie F opener geworden  doordat bomen sterven als gevolg van het het hogere peil. Bij locatie F is er meer (onder)begroeiing  ontwikkeld in het bos en in de beek (onder andere waterranonkel). Wanneer de oppervlakte van deze  beekvegetatie groot genoeg is/wordt, kan dit mogelijk (gaan) kwalificeren als habitattype Beken met  waterplanten (H3260A). Dit is een aandachtspunt bij actualisaties van de habitattypenkaart. Op dit moment  is een deel op de habitattypenkaart aangegeven als habitattype Vochtige alluviale bossen (H91E0C). De  begrenzing klopt niet overal, dit wordt geactualiseerd op basis van de kartering uit 2014. Doordat het gebied  zich sindsdien sterk heeft ontwikkeld, zal dit een goede ‘nulmeting’ zijn, maar geen actueel beeld geven. De  volgende vegetatiekartering is gepland in 2026.    Kansen voor langere termijn   De natuur in dit deel van het beekdal heeft dankzij de herstelmaatregelen in 2013/2014 een positieve impuls  gekregen. Er zijn nog kansen voor verbetering. Dat geldt met name voor het bovenstroomse deel van de  Leuvenumse Beek (vanaf de oorsprong ten zuiden van het Uddelermeer). Daar is de beek diep ingesneden  en er is intensieve landbouw in het intrekgebied. De waterkwaliteit is de afgelopen decennia verbeterd, maar  bevat nog steeds (te hoge concentraties aan) stoffen die een (mogelijk) negatief effect hebben op de flora en  fauna. Zo zijn de stikstofconcentraties nog steeds suboptimaal hoog, zo ook voor de Vochtige alluviale bossen  (H91E0C). Het is wenselijk voor de kwaliteit van de Vochtige alluviale bossen (H91E0C) maar ook voor overige  natuur om de kansen, knelpunten en benodigde/mogelijke maatregelen ook hier in beeld te brengen met  verbinding, verbetering van de waterkwaliteit en optimalisatie van de hydrologie (vergroting van de “spons-  werking”; klimaatrobuustheid) als doel. Dit kan worden opgepakt in een gebiedsproces met de bij dit  veldbezoek aanwezige organisaties, waarin ook oog is voor afstemming van de andere functies in het gebied.    Conclusies   Op de locaties zijn de ontwikkelingen in het algemeen conform de verwachting zoals beschreven in de ge-   biedsanalyse in het beheerplan. Naar aanleiding van dit veldbezoek zijn de volgende acties en aandachtspun-   ten naar voren gekomen:   e Goede ontwikkeling na herstelmaatregelen  De uitgevoerde herstelmaatregelen (2013/2014) in het bezochte deel van de Leuvenumse Beek  hebben het gebied bij vooral locatie F en G een kwaliteitsimpuls gegeven. Daardoor ontwikkelen  de Vochtige alluviale bossen (H91EOC) zich in beginsel goed, er is echter tijd nodig om een goed  beeld te krijgen welke kant de ontwikkelingen op gaan.  e _Versnippering en suboptimale waterkwaliteit   De oppervlaktewaterkwaliteit is nog steeds suboptimaal (o.a. hoge stikstofconcentraties). In het  beekdal vanaf de oorsprong tot de bezochte locaties zijn geen herstelmaatregelen uitgevoerd en  bemesting in deze zone beïnvloedt de waterkwaliteit in de Leuvenumse Beek. Bij overstroming  heeft dit een negatieve invloed op de broekbossen langs de beek. Naast het oppervlaktewater in  de beek is ook het grondwater belast met o.a. nutriënten en waarmee het invloed heeft op de  broekbossen. Dit speelt in ieder geval bij locaties A en B in de kwelgevoede slenken. Daarnaast  mist in het bezochte gebied de samenhang. Het zijn veelal snippers die niet met elkaar verbonden  zijn.  Het is wenselijk voor de kwaliteit van de Vochtige alluviale bossen (H91EOC) maar ook voor overige  natuur in het beekdal om de kansen, knelpunten en benodigde/mogelijke maatregelen in beeld te  brengen met verbinding, verbetering van de waterkwaliteit en optimalisatie van de hydrologie  (vergroting van de “sponswerking”; klimaatrobuustheid) als doel. Voorbeelden van concrete kan-  sen zijn:         0000000226</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Het verondiepen van de beek bij locatie E die nu, parallel aan het Vochtige alluviale bos  (H91E0C), grondwater wegvangt waardoor het niet het habitattype kan bereiken  Bos ontwikkelen in het grasland bij locatie A/B en daarmee een verbinding realiseren tussen  de twee slenken die nu geïsoleerd zijn van elkaar  Er liggen goede kansen om dit op te pakken in een gebiedsproces met betrokkenheid van de bij het  veldbezoek aanwezige organisaties (Provincie, Waterschap, Natuurmonumenten, Landgoed Leuve-  num, Geldersch Landschap).  Invloed wild  In delen is de invloed van wild groot, enerzijds door vraat van ree en edelhert, anderzijds door om-  woelen van de bodem door wild zwijn. Dit zorgt voor een beperkte ondergroei en verjonging. Dit is  een aandachtspunt om te blijven volgen.  Habitattypenkaart  Door de herstelmaatregelen uit 2013/2014 is de begrenzing van habitattype Vochtige alluviale bos-  sen (H91E0C) sinds de laatste vegetatiekartering van 2014 plaatselijk veranderd en hebben zich  watervegetaties ontwikkeld die mogelijk kwalificeren als habitattype Beken met waterplanten  (H3260A). Dit is een aandachtspunt voor de provincie bij het actualiseren van de habitattypen-  kaart.    Afspraken/acties uit veldbezoeken afgelopen jaren    Omdat binnen de Veluwe jaarlijks andere deelgebieden en habitattypen worden bezocht, wordt voor de  afspraken en acties uit eerdere Natura2000-veldbezoeken verwezen naar de desbetreffende verslagen.    Volgend jaar  Ten aanzien van het veldbezoek van volgend jaar, zijn de volgende suggesties geopperd:    Na afloop van het veldbezoek is voorgesteld om volgend jaar de focus te leggen op het habitattype  Beuken-eikenbossen met Hulst (H9120).   Mogelijke locaties zijn het Speulderbos (SBB) en De Duddel (Kroondomein het Loo).   De definitieve locaties worden gekozen op basis van de thema’s die door de beheerders, bij de  voorbereiding van het veldbezoek, worden ingebracht. Deze thema’s worden bij de beheerders  opgehaald door de organisator van het veldbezoek volgend jaar.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening  (datum) (datum)  Handtekening Handtekening  (datum) (datum)    0000000227</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>