<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 069 BRUUK  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 27 MEI 2020    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 27 mei 2019    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of onder meer de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-  gebied Bruuk zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in de in het beheerplan opgeno-  men gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen maatregelen en het te verwach-  ten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich daarbij tot zichtbare  ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het gebied plaatsvindt. Aan de  beheerders is gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen uit het veldbezoek in te brengen.    Bevindingen   Habitattypenkaart update   In 2019 is een SNL-vegetatie- en soortenkartering uitgevoerd. Uit deze vegetatiekartering worden de ac-  tuele oppervlakten van aanwezige habitattypen afgeleid. De planning is dit uiterlijk 2021 te doen. Op basis  daarvan worden de begrenzingen op de habitattypenkaart geactualiseerd (T1-kaart). Waarschijnlijk ver-  schuiven grenzen en typen ten opzichte van de vigerende TO-habitattypenkaart uit 2013 zoals hieronder    weergegeven. Wanneer er met de huidige kennis fouten worden geconstateerd in deze TO-kaart, zal de  TO-kaart worden gecorrigeerd. Bij het actualiseren van de kaart wordt ook bekeken in hoeverre er in de  Bruuk sprake is van beekinvloed conform de definitie van het habitattype Vochtige alluviale bossen — beek-  begeleidend bos (H91EOC). Als er geen sprake is van beekinvloed, kwalificeert het bos niet als dit habitat-  type. Er wordt hieromtrent een expertbijeenkomst georganiseerd door provincie Gelderland over de afba-  kening van het habitattype. De resultaten hebben, naast de actuele vegetatiekartering, invloed op de (T1  en TO) habitattypenkaart van de Bruuk.    Status uitvoering beheerplan-maatregelen   De interne maatregelen worden najaar 2020 uitgevoerd. Het streven is om de externe maatregelen ook in  2020 uit te voeren. Voor de externe maatregelen is Provincie Gelderland trekker. Wat betreft de water-  gangen worden de interne watergangen beleemd, zodat ze geen kwelwater afvangen maar wel regenwa-  ter af kunnen blijven voeren. In de huidige situatie is dat de meest optimale inrichting, omdat anders teveel  regenwater wordt vastgehouden in het gebied, ten nadele van kwelsoorten. De afgelopen drie jaren waren  droog en de verwachting is dat aanhoudende droogte eerder regel dan uitzondering wordt, door klimaat-  verandering. Dit schijnt mogelijk een ander licht op het al dan niet willen vasthouden van regenwater. Het  is van belang de (hydrologische) ontwikkelingen te blijven volgen de komende jaren.    Status procesmonitoring  Dit jaar wordt een nulmeting uitgevoerd door KWR langs twee monitoringstransecten. Deze twee transec-  ten zijn vlak voor het veldbezoek door Staatsbosbeheer uitgezet en gemarkeerd.    Habitattypen   Hieronder is de huidige habitattypenkaart opgenomen met de bezochte locaties, aangeduid met een let-  ter, deze komen terug in onderstaande tekst. De indruk op basis van dit PAS-veldbezoek is dat de effecten  van drie droge jaren inmiddels zichtbaar zijn in de Bruuk. Hier wordt verderop in de tekst op teruggekomen.         0000000282</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>         Blauwgrasland (H6410)   Het grootste oppervlakte habitattype binnen de Bruuk bestaat uit Blauwgrasland (H6410). Eerste voorlo-  pige Iteratio-berekeningen van kwel, pH en gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) op basis van de  vegetatiekarteringen uit 2007 en 2019 laten zien dat het areaal met matig sterke tot sterke kwel in die  periode is afgenomen. Waar in 2007 een pH van 6-7 is afgeleid, zijn er in 2019 ook zones waar de vegetatie  een pH van 5 indiceert. In het zuidoosten lijkt de situatie echter wel wat verbeterd. Er is daar geen sprake  meer van inzijging, maar een neutrale situatie {geen inzijging, geen kwel). Hier zijn interne hydrologische  maatregelen uitgevoerd.    De verzuring en verdroging als gevolg van ontwatering is versterkt door de afgelopen drie droge jaren  (2018, 2019, voorjaar 2020). De effecten daarvan waren ook zichtbaar tijdens het veldbezoek. Op veel  plekken is de vegetatie korter dan in voorgaande jaren, goed te zien aan de groeiplaatsen met Spaanse  ruiter (zie foto hieronder).         0000000283</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    (6    Spaanse ruiter is minder hoog dan normaal, mogelijk als gevolg van droogte.    Bij locatie A is een sloot aanwezig die tijdens het veldbezoek roestrood water bevatte. Mogelijk heeft de  greppel een verdrogend effect op het aanliggende Blauwgrasland en Kalkmoeras doordat hij kwel weg-  vangt. Omdat Staatsbosbeheer recentelijk een perceel heeft verworven ten westen hiervan (locatie B),  heeft deze sloot voor dat perceel mogelijk geen functie meer. Er wordt bij inrichting van dit perceel op-  nieuw gekeken of het wenselijk is de sloot aan te pakken. De groeiplaats met knopbies vlak bij deze water-  gang (locatie E) is tijdens het maaien ontzien, waardoor er nu opslag van berk is. De opslag wordt verwij-  derd met een bosmaaier door Staatsbosbeheer.    / , a re    Knopbies in het Kalkmoeras (H7230) met opslag van berk.    Staatsbosbeheer heeft vorig jaar voor het eerst een extra maaibeurt uitgevoerd op een aantal percelen  om de biomassa terug te dringen, extra te verschralen en de ontwikkeling tot blauwgrasland van goede  kwaliteit te stimuleren. Naar verwachting is dit nog een aantal jaren nodig. Ook voor 2020 is dit door  Staatsbosbeheer als extra maatregel aangevraagd bij de provincie.         0000000284</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Met name de blauwgraslanden in het oosten van de Bruuk zijn onderhevig aan verzuring, te zien aan toe-  name van veenmossen. Een maatregel uit het beheerplan om verzuring hier tegen te gaan is ondiep plag-  gen (M10). Staatsbosbeheer heeft dit plaatselijk op een voorzichtige manier uitgevoerd door dieper dan  gebruikelijk te maaien, zoals ter hoogte van locatie G, om veenmossen te verminderen en daarmee hun  verzurende effect. Positieve effecten van deze maaibeurt zijn tijdens het veldbezoek niet duidelijk te zien.  Deze blijken ook niet uit de vegetatiekartering van vorig jaar, maar dat komt mede doordat die niet het-  zelfde detailniveau heeft. Conclusie is dat terughoudend om moet worden gegaan met de maatregel M10  omdat het risico bestaat dat deze meer kwaad dan goed doet, en dat deze maatregel alleen kleinschalig  wordt uitgevoerd in de extensieve vorm van diep maaien, waarbij gedeelten met bijzondere soorten zoals  moerasviooltje worden gemeden. Aandachtspunt is om de ontwikkeling van de diep gemaaide locaties te  volgen tijdens de veldbezoeken. Verwacht wordt dat de maatregel niet meer nodig is op langere termijn  nadat hydrologische herstelmaatregelen zijn uitgevoerd.         Tijdens het veldbezoek is een groot aantal waarnemingen gedaan van de Zilveren maan. Ook de waarne-  mingen van Staatsbosbeheer wijzen erop dat de populatie van deze typische soort voor het habitattype  blauwgrasland zich goed ontwikkelt.    Overgangs- en trilveen (H7140A)  Het habitattype is bezocht bij locatie F. Er zijn ten opzichte van het PAS-veldbezoeken van voorgaande  jaren geen bijzonderheden waargenomen.    Vochtige alluviale bos (H91E0C)  Het habitattype is niet bezocht tijdens het veldbezoek, er zijn geen bijzonderheden ten opzichte van vorig  jaar (mondelinge mededeling Staatsbosbeheer).    Kalkmoeras (H7230)   Dit habitattype is aanwezig in het westen van het Natura 2000-gebied. Zoals vorig jaar vermeld in het ver-  slag, lijken ook andere delen in het westen te kwalificeren. Of dit zo is, zal blijken uit de analyse van de  resultaten van de vegetatiekartering. Vorig jaar is tijdens het veldbezoek insporing waargenomen tot op  onwenselijke diepte, als gevolg van het schonen van sloten door het waterschap. Inmiddels lijkt de vege-  tatie zich hier goed te herstellen.    Nabij het Kalkmoeras (H7230) zijn drie watergangen aanwezig (locaties A, C en D) die aandacht verdienen  omdat ze niet in het inrichtingsplan zijn opgenomen maar mogelijk wel een verdrogend effect hebben op  de habitattypen Kalkmoeras (H7230) en Blauwgrasland (H6410). De watergang bij locatie C ligt langs de  rand van (net buiten) de Natura 2000-begrenzing. Staatsbosbeheer stemt met provincie Gelderland (Hans  van Altena) af wat de vervolgstap is voor deze watergang. De watergangen bij locatie A en D, binnen het    Natura 2000-gebied, worden indien nodig aangepakt bij het inrichten van het recent verworven perceel  ten westen van de Bruuk (locatie B).         Heischrale graslanden (H6230)  Het habitattype is niet bezocht tijdens het veldbezoek, er zijn geen bijzonderheden (mondelinge medede-  ling Staatsbosbeheer).    Overig   In de watergang langs het pad langs de vuilstort is tijdens het veldbezoek een schildpad gezien. Staatsbos-  beheer informeert het waterschap hierover.   Daarnaast zijn rondom de vuilstort op meerdere locaties groeiplaatsen met reuzenberenklauw en Cana-  dese guldenroede, op eigendom van gemeente Berg & Dal en het waterschap. Staatsbosbeheer neemt  hierover contact op met de gemeente en het waterschap.         Er zijn twee peilbuizenraaien geplaatst om de invloed van de vuilstort op de kwaliteit van het water dat de  habitattypen voedt, te onderzoeken. In het ondiepe freatische water zijn licht verhoogde concentraties  barium aangetroffen die waarschijnlijk verband houden met de stort. De overige stoffen zitten onder de         0000000285</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    streefwaarde. Het onderzoeksrapport is nog in concept. Wat de ecologische consequenties zijn, is niet  benoemd in dit conceptrapport.    Conclusies 2020   De habitattypen in het Natura 2000-gebied Bruuk laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebieds-  analyse in het beheerplan. De effecten van de droge jaren waren zichtbaar tijdens het veldbezoek aan de  korte vegetatie. Verder zijn er zijn geen nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van de veldbezoeken in voor-  gaande jaren. De volgende aandachtspunten zijn geconstateerd:   e De habitattypenkaart moet nog worden geactualiseerd op basis van de vegetatiekartering uit  2019. Daarbij wordt ook bekeken in hoeverre er in de Bruuk sprake is van beekinvloed conform  de definitie van het habitattype Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91E0C). Als  er geen sprake is van beekinvloed, kwalificeert het bos niet als dit habitattype. Er wordt hierom-  trent een expertbijeenkomst georganiseerd door provincie Gelderland.   Blauwgrasland:  © In 2019 is voor het eerst een extra maaibeurt gedaan op een aantal percelen. In 2020  wordt dit voortgezet; het is de komende jaren nog nodig om de biomassa terug te drin-  gen en te verschralen.  Staatsbosbeheer kijkt bij inrichting van het nieuw verworven perceel of het wenselijk is  om de watergangen bij A en D aan te pakken. Voor de watergang op de buitengrens van  het Natura 2000 gebied (locatie C) wordt contact opgenomen met provincie Gelderland.  De opslag rondom de groeiplaats met knopbies wordt verwijderd met een bosmaaier  door Staatsbosbeheer.  De maatregel ondiep plaggen (M10) dient alleen kleinschalig te worden uitgevoerd in de  vorm van ‘diep maaien’, waarbij locaties met bijzondere soorten zoals moerasviooltje  worden gemeden. Aandachtspunt is om de ontwikkeling van de diep gemaaide locaties  te blijven volgen tijdens de veldbezoeken.  Vuilstort: In het ondiepe freatische water zijn licht verhoogde concentraties barium aangetroffen  die waarschijnlijk verband houden met de stort. De overige stoffen zitten onder de streefwaarde.  Wat de ecologische consequenties zijn, is niet benoemd in het conceptrapport.  Staatsbosbeheer neemt contact op met gemeente Berg en Dal en het waterschap over invasieve  soorten (reuzenberenklauw, Canadese guldenroede en met het waterschap over de schildpad die  tijdens het veldbezoek is waargenomen.  Tot slot is het wenselijk volgend jaar het velbezoek begin april te doen, om het gebied in een  nattere periode te bekijken.    Openstaande aandachtspunten voorgaande jaren en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2020:  © 2017: In het beheerplan is een onderzoeksmaatregel opgenomen ten aanzien van de effecten    van de vuilstort op de waterkwaliteit (M13: onderzoek kennisleemten). In verband hiermee is  het aan te bevelen om de peilbuizen aan de rand van de vuilstort weer te gaan opnemen en te  bemonsteren (dit is in het verleden wel gebeurd maar recent niet meer). De provincie is dit mo-  menteel aan het uitzoeken.   2018: In juni wordt een peilbuis in de vuilstort geplaatst, na de zomer wordt dit meetpunt uitge-  breid met een raaí van peilbuizen. Indien na een jaar van monitoring blijkt dat de waterkwaliteit  wordt beïnvloed door de vuilstort, wordt uitgebreid met een extra raai.   2019: In het najaar van 2018 is een peilbuizenraai geplaatst. Provincie gaat intern na of er al re-  sultaten zijn.   2020: In het ondiepe freatische water zijn licht verhoogde concentraties barium aangetroffen die  waarschijnlijk verband houden met de stort. De overige stoffen zitten onder de streefwaarde.  Wat de ecologische consequenties zijn, is niet benoemd in het conceptrapport.   2017: De watergang in vak 16A (bij het Kalkmoeras) wordt opnieuw beleemd (M7: verondiepen  en belemen) omdat de leem plaatselijk is verzakt.   2018: Niet besproken bij het veldbezoek.         0000000286</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    2019: Het betreft de sloot parallel aan de Natura 2000-begrenzing ter hoogte van het Kalkmoe-  ras. Het opnieuw belemen van deze watergang is niet opgenomen in het uitvoeringsplan van de  PAS-maatregelen. Provincie Gelderland gaat intern na of dit mogelijk is.   2020: Het gaat feitelijk om drie watergangen, aangemerkt met locatie A‚ Cen D in het kaartje in  dit verslag. Staatsbosbeheer neemt contact op met provincie Gelderland over C buiten het Na-  tura 2000-gebied. Watergangen A en D wordt indien nodig meegenomen bij de inrichting van  het recent verworven perceel B.   2019: Tijdens het veldbezoek is insporing waargenomen tot op onwenselijke diepte. Dit was het  gevolg van het schonen van sloten door het waterschap.   2020: De vegetatie lijkt zich ter plekke goed te herstellen.   2019: De bermsloot ten zuiden van de Ashorst komt na verondieping van de Ashorstersloot (M5    Verondiepen, verbreden en belemen Ashorstersloot) dieper te liggen dan de Ashorstersloot zelf.    Provincie Gelderland zoekt uit in hoeverre hier rekening mee is gehouden in het inrichtingsplan.  2020: hier is in het inrichtingsplan (vooralsnog) geen rekening mee gehouden.    Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)         0000000287</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>