<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 070 LINGEGEBIED & DIEFDIJK-ZUID  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 4 JUNI 2020    Aanwezig namens Provincie:   Aanwezig namens Terreinbeheerder:   Overige aanwezigen:   Datum bezoek: 4 juni 2020    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek heeft als doel om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen  van onder andere de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Centraal staat daarbij de vraag  of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de in het beheerplan opgenomen gebiedsanalyse  van uit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is de beheerder gevraagd naar eerder waargenomen  signalen uit het veld. Daarnaast zijn het beheerplan, de gebiedsanalyse en het verslag met aandachtspunten  van vorig jaar doorgenomen.    De focus van dit veldbezoek heeft gelegen op in het veld bekijken en bespreken van de resultaten van uitge-  voerde herstelmaatregelen. Hiertoe is een aantal locaties van Staatsbosbeheer binnen provincie Gelderland  bezocht en is gekeken naar de effectiviteit van maatregelen die in de ILG-periode zijn genomen.    Bevindingen   Stand van zaken uitvoering maatregelen   Eind 2019 is het kwelscherm langs de Asperense Vliet aangelegd (M3a). In 2020 wordt het kwelscherm afge-  rond door de aanleg van het laatste deel. De aanleg van de bufferzone (M4) is voorzien in 2020/begin 2021.    Bezochte locaties  De volgende locaties zijn bezocht waarbij is gekeken naar de effectiviteit van de genomen maatregelen (zie  locaties op de kaart hieronder):  A. Zwanendal: ontwikkeling na inrichting 2014 (beheerplanmaatregel M7) ten behoeve van habitattype  Ruigten en zomen (H6510A)  B. Nieuwe Zuiderlingedijk:  o Ontwikkeling na inrichting 2014 (beheerplanmaatregel M6) ten behoeve van habitattype  Ruigten en zomen (H6510A)  Geplande bufferzone aan de Nieuwe Zuiderlingedijk die wordt aangelegd ten gunste van  met name het habitattype Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91EOC) (PAS-  maatregel M4)  C. Polder de Geeren (Diefdijk)  o Omvorming agrarisch perceel ten behoeve van het habitattype Vochtige alluviale bossen —  beekbegeleidend bos (H91E0C) (beheerplanmaatregel M10)  Omvorming van bos ten behoeve van het habitattype Kalkmoeras (H7230) (beheerplan-  maatregel M2)    A. Zwanendal: ontwikkeling ruigten en zomen   Het Zwanendal (locatie A1) is in 2014 ingericht door te plaggen met behoud van de greppels (beheerplan-  maatregel M7). De vegetatie ontwikkelt zich sindsdien de goede kant op, d.w.z. deels kwalificerend als habi-  tattype Ruigten en zomen (H6510A). Een vergelijking van vegetatiekarteringen uit 2007 en 2019 laat zien dat  de vegetatie voor inrichting voor slechts 0,07 ha bestond uit het Moerasspireaverbond, kwalificerend voor  habitattype Ruigten en zomen (H6510A). Op dit moment lijkt ruim 1 ha waarschijnlijk te kwalificeren, 0,3 ha  daarvan lijkt goed ontwikkeld. De rest behoort tot een rompgemeenschap van koninginnekruid, mogelijk door  net te droge omstandigheden. Het gebied wordt ongeveer eens per drie jaar gemaaid, zodra er teveel houtige  opslag komt. Plaatselijk zijn er haarden met Canadese guldenroede, een invasieve exoot. Deze plaatsen wor-  den vaker gemaaid. Ganzen kunnen een probleem vormen voor de verjonging van riet. De effecten van de         0000000288</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    ganzenvraat zijn te zien maar ganzenvraat lijkt voor dit gebied vooralsnog geen grote rol te spelen. In het  noorden van het gebied staat een watermolentje, onduidelijk is of en hoe deze functioneert. Afspraak: Staats-    bosbeheer gaat dit intern na.    Provincie Gelderland vraagt Staatsbosbeheer om een evaluatie van ecologische herstelmaatregelen uit het  N2000 beheerplan die in 2014 zijn uitgevoerd (zowel PAS als N2000) om te bezien of deze effectief waren of  dat er nog aanvullende herstelmaatregelen nodig zijn om de instandhoudingsdoelen te realiseren. Indien  nieuwe of aanvullende herstelmaatregelen nodig zijn kunnen ze worden meegenomen in de actualisatie van  het Natura-2000-beheerplan Lingegebied en Diefdijk-zuid. Voor het Zwanendal is bijvoorbeeld de vraag of er  nog iets aan de hydrologie kan worden gedaan en of het wenselijk is om dat te doen.    Ten zuiden van het Zwanendal (locatie A2) is enkele jaren geleden een agarisch perceel omgevormd naar  natuur. Het beheer bestaat momenteel uit twee keer per jaar maaien en afvoeren. Het gebied is kruidenrijk  maar de botanische potenties lijken niet erg hoog. Gezien de ligging langs de Linge en de aanwezige greppel-  structuur lijkt een ontwikkeling naar een (zeer) nat grasland met hoge waterstanden (tot lang in het voorjaar  boven maaiveld op de lagere delen) kansrijk. Hiermee ontstaat een aantrekkelijk gebied voor Vogelrichtlijn-  soorten als watersnip, porseleinhoen en voor andere watervogels.   Afspraak: SBB onderzoekt de mogelijkheid de beheerdoelstelling en het beheer aan te passen.         13°50 Meren vet Webbenechee: 99 lantercknascen Le”  ee HAMA Rogie en 10mer moe essowen)   MOSIOA (laranaver ot vonseratanthoviander (ganihere|  RAR ES 108 Glarerever en voerer stoerthordender (pote vonterstear)    4720 Kath rwersteer  MO'ECA Voehtge abn we Doster zachmoutoooorsen.    ZGAOA Weerke pk Rages on Tomer Imoe-asiores   ZONES:OA Weeren Gansnaver: on vorser waarmoodarden gisnthaver,  ZGHESIOB Wasrecn rim Giansnaver. en „oren raarmoodenden grote yoseer staat!  Begrenzing Kat.ra 2000              Bezochte locaties in het Zwanendal (A) en Nieuwe Zuiderlingedijk (B).    B. Nieuwe Zuiderlingedijk   Het bezochte perceel (locatie B1) is in 2014 geplagd (beheerplanmaatregel M6), waarna het zich heeft ont-  wikkeld tot een vegetatie met vooral riet. Moerasspirea als typische soort voor habitattype Ruigten en zomen  (H6510A) komt heel spaarzaam voor. Het perceel wordt zeer extensief gemaaid, hierbij hanteert Staatsbos-  beheer de vuistregel dat er geen (pleksgewijze) dominantie van boom- en struikvormers mag gaan optreden.  Op dit perceel is riet de dominante bedekker en structuurvormer. Er zijn geen mogelijkheden om de water-  stand in het perceel actief te beïnvloeden. Wel is de verwachting dat het waterpeil ook hier 10-20 cm stijgt na  aanleg van de bufferzone. Bij het actualiseren van het beheerplan wordt nader gekeken naar de uitbreidings-  doelstelling voor habitattypen Ruigte en zomen (H6510A). Dit perceel is in potentie een interessante plek,  maar op dit moment kwalificeert de vegetatie niet als H6510A. Afspraak: de ontwikkeling en potenties van dit  perceel worden in het kader van de herziening van het Natura-2000-beheerplan geëvalueerd.         0000000289</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Ten noorden van deze locatie wordt uiterlijk begin 2021 een bufferzone aangelegd (PAS-maatregel M4). Het  perceel op locatie B2 moet ook nog worden ingericht (waarschijnlijk voedselrijke toplaag afgraven en maaisel  opbrengen) maar valt buiten de bufferzone. Mogelijk kan de inrichting van dit perceel meegenomen worden  bij de inrichting van de bufferzone. Afspraak: Staatsbosbeheer gaat na wat de afspraken zijn met de pachter  en of meekoppeling van de inrichting van dit perceel met de inrichting van de bufferzone mogelijk en wenselijk  is. Het maaisel van het perceel op locatie B3 is mogelijk geschikt voor de in te richten percelen in de buffer-  zone. De vegetatie is wat rijker dan een dotterbloemhooilandvegetatie, met veel gestreepte witbol, maar is  wel rijk aan kruiden.    C. Polder de Geeren  In polder de Geeren is stilgestaan bij drie locaties, weergegeven op de kaart hieronder.                   nS    L EN D4    Bezochte locaties in polder de Geeren.    Locatie C1 is in 2013/2014 omgevormd van landbouw naar bos ten behoeve van het habitattype Vochtige  alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91E0C) (beheerplanmaatregel M10). Het bos ontwikkelt zich goed,  in de boomlaag staan vooral els maar ook populier.    Op locatie C2 is rond 2013/2014 eveneens ingericht, door de fosfaatrijke bovengrond af te graven   ten behoeve van de ontwikkeling van vooral Dotterbloemhooilanden. De vegetatie ontwikkelt zich matig, de  vegetatie is erg open en bestaat vooral uit pitrus. De oorzaak hiervan is onduidelijk. Er is geen maaisel opge-  bracht. De ontwikkeling heeft wellicht wat meer tijd nodig.    Locatie C3 is ook in 2019 bezocht. Het betreft een omvorming van bos ten behoeve van het habitattype Kalk-  moeras (H7230) (beheerplanmaatregel M2). De locatie is opnieuw bezocht om de impact van de droogte te  bekijken. De effecten lijken mee te vallen. De hogere ribben zijn droog, maar in de greppels staat nog steeds  water (met kranswieren). De bosopslag valt mee en de eerste orchideeën verschijnen. De hoop is dat de hoe-  veelheid riet in de komende jaren wat vermindert. In het midden van een perceel is maaisel blijven liggen, dit  wordt bij de volgende maaibeurt opgeruimd. Om de ontwikkeling van het Kalkmoeras hier beter te kunnen  volgen is aanvulling van de procesmonitoring nodig met bemonstering van het bodemwater in de wortelzone.    Afspraak: SBB doet een voorstel aan de provincie voor uitbreiding van de procesmonitoring.    Put van Bullee (niet bezocht)   Voor de Put van Bullee (Kalkmoeras (H7230), niet bezocht in 2020) is een Iteratio-analyse uitgevoerd met de  vegetatiekartering uit 2007 en 2019. Iteratio vertaalt vegetatietypen naar abiotische condities. De vergelijking  suggereert dat er sprake is van oppervlakkige verzuring. Eerdere bodemvochtmetingen van onderzoekscen-  trum B-WARE duidden echter op heel veel kalk. Nieuwe metingen van het bodemvocht (wortelzone) zijn wen-  selijk om de Iteratio-uitkomsten te toetsen. Afspraak: Staatsbosbeheer doet een voorstel voor meetlocaties  van het bodemvocht in de Put van Bullee.         0000000290</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Conclusies  Er zijn geen ontwikkelingen waargenomen die afwijken van waar in het Natura 2000 beheerplan (en de hierin  opgenomen gebiedsanalyse) van uit is gegaan.    De volgende afspraken zijn gemaakt:  Zwanendal: In het noorden van het gebied staat een watermolentje, op dit moment is onduidelijk  hoe deze functioneert. Staatsbosbeheer gaat dit intern na.  Staatsbosbeheer onderzoekt de mogelijkheid de beheerdoelstelling en het beheer van perceel A2 bij  het Zwanendal aan te passen richting nat grasland ten behoeve van water/moerasvogels.  Provincie Gelderland vraagt Staatsbosbeheer om een evaluatie van de herstelmaatregelen (PAS en  N2000) die in 2014 door SBB en het waterschap zijn genomen, waaronder voor het Zwanendal (ILG-  maatregelen binnen het Natura-2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid). Daaruit moet blijken wat  het effect is van de genomen maatregelen en of er aanvullende maatregelen mogelijk en wenselijk  zijn, in verband met de recente droogte. De resultaten hiervan zullen meegenomen worden in de  actualisatie van het beheerplan Lingegebied en Diefdijk-zuid.  Perceel locatie B2 aan de rand van de bufferzone: Staatsbosbeheer gaat na wat de afspraken zijn met  de pachter. Wellicht is het een meekoppelkans om dit perceel tegelijkertijd met de bufferzone in te  richten. Staatsbosbeheer neemt dan contact op met provincie Gelderland. Ten tijde van het schrijven  van dit verslag is de kans inmiddels verzilverd en zijn afspraken gemaakt.  Nieuw Kalkmoeras Polder de Geeren en Put van Bullee: Staatsbosbeheer doet een voorstel voor aan-  vulling van de procesmonitoring met bemonstering waterkwaliteit wortelzone.    Openstaande actiepunten voorgaande jaren en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2020:   e 2019: De dijken vormen een potentiële locatie voor uitbreiding van Glanshaverhooiland (H6510A en  —B). Provincie Gelderland kijkt op basis van de vegetatiekarteringen waar met name de kansen liggen  voor uitbreiding van Glanshaverhooiland (H6510A). De provincies Gelderland en Zuid-Holland zullen  op basis daarvan overleggen met de eigenaren (gemeente, waterschap) over mogelijke aanpassingen  van het beheer.   2020: Omdat een definitief besluit over het toevoegen van dit habitattype aan de doelstellingen voor  dit gebied nog niet is genomen, is dit nog niet opgepakt bij provincie Gelderland. Het streven is om  uiterlijk 2021 op basis van de meest actuele vegetatiekartering de geschikte locaties ín beeld te bren-  gen. Vervolgens zullen, wanneer het definitieve besluit over het toevoegen van deze doelstelling ge-  nomen is, afspraken met de beheerders gemaakt worden over het gewenste beheer.   2018: Staatsbosbeheer geeft mee aan het bureau dat de vegetatiekartering doet om bij het Glansha-  verhooiland in de Asperense Waarden specifiek aandacht te hebben voor het voorkomen van tros-  dravik. Dit is van belang om het onderscheid te kunnen maken tussen de twee typen Glanshaverhooi-  land (H6510A en H6510B).   2019: Dit is gedaan. De karteringen zijn in concept klaar, provincie Gelderland maakt momenteel een  analyse van de H9999- en zoekgebiedvlakken op basis van de recente karteringen.   2020: De vertaling van de vegetatiekartering naar een nieuwe habitattypenkaart is nog niet voltooid.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000291</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>