<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 038 RIJNTAKKEN  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 1 JUNI 2021    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 1 juni 2021  Vanwege de Corona-maatregelen is het aantal deelnemers aan het veldbezoek beperkt gehouden.    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de (stikstofgevoelige) habitattypen in Natura 2000-gebied Rijntakken  zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in het Beheerplan Natura 20000 Rijntakken en de  daarvan onderdeel vitmakende gebiedsanalyse voor dit gebied. Dit in het licht van de voorgenomen maat-  regelen en het te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt  zich daarbij tot zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het gebied  plaatsvindt. Als voorbereiding op het veldbezoek is het beheerplan en de daarin opgenomen gebiedsanalyse  en het verslag van het veldbezoek van 2020 bestudeerd en is de beheerders gevraagd naar eerder waarge-  nomen signalen uit het veld.    Bezochte gebieden en habitattypen  Doordat Rijntakken een groot Natura 2000-gebied is, is het niet mogelijk om alle locaties met stikstofgevoe-  lige habitattypen jaarlijks te bezoeken. Dit jaar is ervoor gekozen om aandacht te besteden aan de habitat-  typen H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver} en H6120 Stroomdalgraslanden in de  gebieden:   A. Hurwenense Uiterwaard   B. Rijswaard, onderdeel van Landgoed Waardenburg en Neerijnen    De locaties die binnen deze gebieden bezocht en besproken zijn staan met nummers weergegeven in figuren  len2.         0000000306</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    A. Hurwenense Uiterwaard    H3150. Meren met krabbenscheer en fonteinkruden   H3270, Shikkige nvieroevers   H6120. Stroomdalgraslanden   H6510A, Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)  H91EOA, Vochtige alluvsale bossen (zachthoutooibossen)   H91E08. Vochtige alluviale bossen (essen 1epenbossen)   ZGH3150. Waarschijnlijk Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden|  ZGH3270. Waarschijnlijk Siikkige rwieroevers   HO000         Figuur 1: Bezochte locaties in de Hurwenense Uiterwaard    Algemeen   Het natuurgebied Hurwenense Uiterwaard is in 2013/2014 heringericht, ten behoeve van zowel natuur als  landbouw. In de huidige vorm bestaat het gebied ongeveer voor de helft uit percelen die in agrarisch gebruik  zijn en voor de helft uit natuur. Voor de landbouwpercelen bestaat de ambitie om over te schakelen naar  natuurinclusieve landbouw (geen Natura 2000-maatregel), hier zijn gebiedsprocessen voor gaanden. Het  natuurgebied bestaat uit een laag-dynamisch terreindeel in het zuidwesten en een hoog-dynamisch terrein-  deel in het noorden en oosten, gescheiden door een zomerkade. In het laag-dynamische deel komen o.a.  waardevolle zachthoutooibossen (H91E0A; figuur 1) en rietmoerassen voor en waterpartijen met een broed-  kolonie zwarte sterns (Kil van Hurwenen). Dit veldbezoek is gericht op het schiereiland in het hoog-dynami-  sche deel, dat ontstaan is door de aanleg van een meestromende nevengeul.    Op het schiereiland bevinden zich twee stikstofgevoelige habitattypen: H6510A Glanshaver- en vossen-  staarthooilanden (glanshaver) en H6120 Stroomdalgraslanden. Op de TO-habitattypenkaart (figuur 1) betref-  fen dit smalle, lintvormige terreindelen van betrekkelijk klein oppervlak. Voor beide habitattypen is uitbrei-  ding voorzien in het Beheerplan Natura 2000 Rijntakken.   De natuurpercelen op het schiereiland ten noorden van de nevengeul zijn voor een groot deel in eigendom  van het Rijksvastgoedbedrijf, beheerd door Rijkswaterstaat, en voor een kleiner deel van Staatsbosbeheer.    Actueel beheer   In het Beheerplan Natura 2000 Rijntakken is de opgave voor uitbreiding en kwaliteitsverbetering van de  habitattypen H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) en H6120 Stroomdalgraslanden  in de Rijntakken beschreven. Deze opgave is in het Natuurbeheerplan 2021 van de provincie Gelderland  opgenomen. In dit plan is aangegeven op welke percelen terreinbeheerders subsidie kunnen krijgen voor de  realisering van de provinciale natuurdoelen. De Natuurbeheerplankaart onderscheidt in het bezochte gebied         0000000307</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    de beheertypen N12.03 Glanshaverhooiland en N11.01 Droog schraalgrasland. Dit laatste beheertype be-  treft in dit gebied Stroomdalgrasland en verwante vegetatietypen.    De provincie constateert dat het gewenste beheer van de graslandhabitattypen zoals in 2018 vastgelegd is  in het Beheerplan Natura 2000 Rijntakken en uitgewerkt in het Natuurbeheerplan 2021 van de Provincie  Gelderland nog niet (volledig) is geïmplementeerd. Zo dient N12.03 Glanshaverhooiland gehooid te worden,  maar op een deel van de percelen dat als dit beheertype in het Natuurbeheerplan staat aangegeven wordt  momenteel verlengde seizoensbegrazing met runderen toegepast. De als N11.01 Droog schraalgrasland aan-  gegeven percelen worden eveneens begraasd. Aanvullende maatregelen om de frequent aanwezige te ruige  plekken terug te dringen is echter noodzakelijk voor de ontwikkeling en kwaliteitsverbetering van het habi-  tattype H6120 Stroomdalgraslanden.   De provincie zal de voortgang van de implementatie van het (ontwikkel)beheer van de graslandhabitattypen  voor de gehele Rijntakken bespreken met Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer (actie Provincie Gelderland).    Het begrazingsbeheer op het schiereiland wordt uitgevoerd door pachters die zijn aangesloten bij de agra-  risch natuurvereniging Capreton. De Capreton voert dit beheer uit in gezamenlijke opdracht van Rijkswater-  staat en Staatsbosbeheer. Er is bewust niet gekozen voor jaarrondbegrazing (in het kader van ‘rewilding’),  om goed te kunnen sturen in de vegetatieontwikkeling. Op terrein van Staatsbosbeheer zijn enkele taluds  met bloemrijke vegetaties uitgerasterd. Deze worden gehooid in plaats van begraasd, al dan niet met nabe-  weiding.    Recent hebben Provincie Gelderland en Rijkswaterstaat een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor  beheer van natuur op rijksgronden, waaronder ook de gronden in de Hurwenense Uiterwaard. Dat bete-  kent dat Rijkwaterstaat vanaf 2022 kan starten met het in het Beheerplan Natura 2000 Rijntakken aange-  geven ontwikkelbeheer (waar nodig) en het instandhoudingsbeheer van het Glanshaverhooiland en  Stroomdalgrasland. Momenteel loopt er bij Rijkswaterstaat een aanbestedingsprocedure voor een nieuwe  verpachting van haar gronden. In de nieuwe pachtovereenkomst(en) zal het voor de Natura 2000-habitat-  typen gewenste beheer vorm moeten krijgen (Actie: Rijkswaterstaat). Staatsbosbeheer bekijkt vervolgens  of zij eveneens afspraken kan maken met dezelfde nieuwe pachter(s), voor het beheer van de percelen van  Staatsbosbeheer. Dit hangt er mede vanaf of de opdrachtformulering van Rijkswaterstaat voldoende uit-  zicht biedt op het doelbereik van Staatsbosbeheer. Desgewenst denkt Staatsbosbeheer mee over die op-  drachtformulering.    Bevindingen per bezochte locaties   Locatie 1 betreft een mogelijke uitbreidingslocatie voor H6120 Stroomdalgraslanden. De huidige vegetatie  laat die potentie duidelijk zien, maar is nu te productief en te ruig. Er groeit veel grote brandnetel en kruis-  distel is op veel plekken vlakdekkend aanwezig. De zomerbegrazing zou hier intensiever moeten, maar wordt  nu waarschijnlijk geremd door de hoge dichtheid kruisdistel en door het productieve aangrenzende grasland  dat tot dezelfde begrazingseenheid behoort, maar veel lager ligt. Het advies is om verruiging van de vegeta-  tie op deze locatie, maar ook elders op het schiereiland, terug te dringen door aanvullend op de begrazing  ruige delen te maaien. Jaarlijks zullen nut en noodzaak en de precieze locaties voor dit beheer bepaald moe-  ten worden. Voorlopig wordt ervan uitgegaan dat dit aanvullende maatwerkbeheer gedurende vijf jaar  noodzakelijk is. Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer gaan dit gezamenlijk oppakken. Rijkswaterstaat zorgt  ervoor dat deze maatregel als ontwikkelbeheer wordt opgenomen in de nieuw te maken pachtafspraken  (Actie: Rijkswaterstaat in samenspraak met Staatsbosbeheer).   lets verder van de rivier staat een oude meidoornhaag met populieren, die zich in potentie tot habitattype  H91F0 Droge hardhoutooibossen (H91F0) zou kunnen ontwikkelen. Wanneer voor deze ontwikkeling geko-  zen zou worden is afstemming met Rijkswaterstaat nodig in verband met hoogwaterveiligheidseisen.         0000000308</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Locatie 2 betreft een zone die op de TO-habitattypenkaart staat als H6120 Stroomdalgraslanden. Het betreft  nu een mooi ontwikkelde, maar smalle strook bloemrijke vegetatie op een talud met zowel soorten die ken-  merkend zijn voor Stroomdalgrasland als soorten die (ook) kenmerkend zijn voor Glanshaverhooiland. Voor-  beelden daarvan zijn kruisdistel, sikkelklaver, veldsalie, wede, geel walstro, geoorde zuring, beemdkroon,  gele (en/of oosterse) morgenster, gewone margriet, grote ratelaar en knoopkruid. Op deze locatie wordt  klaarblijkelijk gehooid en niet (alleen) begraasd. Het huidige beheer dient te worden voortgezet. Het perceel  ten zuiden van locatie 2 heeft de mogelijkheid om zich tot soortenrijk Glanshaverhooiland te ontwikkelen,  dus uitbreiding van het hooilandbeheer leidt potentieel tot een flinke uitbreiding van het areaal H6510A  Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver). In het Natuurbeheerplan 2021 is dit zuidelijk gelegen  perceel opgenomen als beheertype N12.03 Glanshaverhooiland. Deze aanduiding past dus bij de beschreven  potentiële ontwikkeling.    Locatie 3 betreft een perceel waar ‘bodemtransplantatie’ heeft plaatsgevonden (zuidelijke deel): de toplaag  die vrijkwam bij het uitgraven van de nevengeul is hier opgebracht. Het noordelijke deel van dit perceel is  geënt met maaisel van een nabijgelegen goed ontwikkeld Glanshaverhooiland. De vegetatie is wat produc-  tiever dan op locatie 2, maar desalniettemin heel kruidenrijk, met kleine ratelaar als opvallende soort. De  bodemtransplantatie heeft een gewenst resultaat opgeleverd. Het huidige hooilandbeheer leidt tot de ge-    wenste ontwikkeling. Door consequent hooilandbeheer toe te blijven passen kan de vegetatie nog soorten-  rijker worden.    Locatie 4 lijkt zich te kunnen ontwikkelen naar Stroomdalgrasland door intensievere begrazing toe te passen.  De verwachting vooraf was dat het al beter ontwikkeld en minder verruigd zou zijn. Om dat voor elkaar te  krijgen zal echter compartimentering met rasters nodig zijn, zodat grazers ‘gedwongen’ worden om ook in  dit minder aantrekkelijke terreindeel te grazen. Gericht maaien van ruigtes op de oeverwal kan ook een  goede optie zijn, net als op locatie 1.    Locatie 5 betreft de noordoever van de meestromende nevengeul. De dynamiek van het stromende water  heeft hier gezorgd voor zandige en plaatselijk afkalvende oevers. In dit kalkrijke pionierhabitat groeien nu  soorten die kenmerkend zijn voor Stroomdalgrasland, zoals wit en zacht vetkruid, sikkelklaver, brede ere-  prijs, viltig kruiskruid en wat hoger op de oever het zeldzame kluwenklokje. Op de beheertypekaart van het  Natuurbeheerplan 2021 staat de noordoever aangemerkt als N12.03 Glanshaverhooiland, maar op de ho-  gere delen zou N11.01 Droog schraalgrasland (in dit geval Stroomdalgrasland) beter passen. Mogelijk is dit  een relatief omvangrijke uitbreidingslocatie voor habitattype H6120 Stroomdalgrasland, maar daarvoor  moet de ontwikkeling op langere termijn worden afgewacht.         0000000309</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    B. Rijswaard, landgoed Waardenburg en Neerijnen         H3270. Shkkige nvieroevers  H6120. Stroomdalgraslanden  H6510A. Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)  H91EOA, Vochtge alluviale bossen (zachthoutoobossen)  H91E08, Vochtge aftuvsale bossen (essen-iepenbossen)  _ ZGH3150, Waarschijnlijk Meren met krabbenscheer en fontemkruiden|  ZGH3270, Waarschijnlijk Shkkige rvieroevers  ZGH6430A, Waarschijnlijk Ruigten en zomen (moerasspirea)  H0000         0 250 500 1000 meter  ttt tt         Figuur 2: Bezochte locaties in de Rijswaard    Algemeen   De Rijswaard is sinds 1973 in eigendom van Geldersch Landschap en Kasteelen (GLK). In de koopovereen-  komst is destijds vastgelegd dat in de uiterwaard niet gegraven mag worden. De aanleg van nieuwe neven-  geulen zijn daarom bijvoorbeeld geen optie in dit gebied, wat er mede toe geleid heeft dat het bijzondere  reliéf (kronkelwaarden) behouden is gebleven. Toch is er het nodige gebeurd in het gebied. In 2013 is vanuit  Programma Stroomlijn van Rijkswaterstaat de hoeveelheid houtige begroeiing in de uiterwaard terugge-  bracht. De meidoornhagen in de stroombaan konden gelukkig behouden blijven, maar zijn teruggezet naar  een hoogte van 1,20 tot 1,50 m. Buiten de stroombaan van de rivier konden echter nieuwe meidoornhagen  worden aangelegd. Een kleine hoeveelheid Zachthoutooibos moest worden verwijderd, maar dat wordt op  een andere plek gecompenseerd. Dat lukt niet goed via natuurlijke verjonging, daarom worden in 2022 wil-  gen aangeplant.   Dit veldbezoek is gericht op de graslanden. Op de TO-habitattypenkaart staat een aanzienlijk oppervlak  H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) aangegeven en een klein stukje H6120 Stroom-  dalgraslanden (figuur 2). In het Natuurbeheerplan 2021 staan deze percelen aangegeven als N12.01 Bloe-  mendijk, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N12.03 Glanshaverhooiland. GLK streeft ernaar om een  deel van de N12.02 Kruiden- en faunarijke graslanden door te ontwikkelen naar N12.03 Glanshaverhooiland,  maar dat heeft tijd nodig.    Actueel beheer   Het graslandbeheer vindt deels plaats onder reguliere pacht en deels onder liberale pacht. In de liberale  pachtcontracten wordt meestal overeengekomen dat er één, meestal twee keer per jaar gehooid wordt,  waarbij de eerste maaidatum na 15 juni moet liggen. Ook wordt er soms nabeweid. Uitgangspunt is dat er  niet bemest wordt, tenzij bemonstering van de bodemkwaliteit uitwijst dat enige toevoeging van vaste mest  gewenst is. Voor de graslanden onder reguliere pacht gelden deze voorwaarden niet.         0000000310</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Een van de liberale pachters is het bedrijf Biodivers, dat de graslanden gebruikt voor het produceren van  zaden van inheemse kruiden.    Locatie 1 betreft de percelen die op de TO-habitattypenkaart staan als H6510A Glanshaver- en vossenstaart-  hooilanden (glanshaver). De vegetatie bestaat inderdaad uit prima ontwikkeld Glanshaverhooiland, met pro-  ductievere en schralere delen. Het wordt twee keer per jaar gehooid, voor een belangrijk deel door Biodi-  vers, en in sommige jaren ook nabeweid. De omvang van een aaneengesloten hooilandcomplex met deze  kwaliteit is indrukwekkend. De hoge dichtheid karweivarkenskervel is opvallend. Glanshaver, groot streep-  zaad en gewone berenklauw zijn aspectbepalend, maar we zien ook soorten als grote ratelaar, goudhaver  en kleine bevernel.    Locatie 2 ligt direct aan de Waal. Hier staat een klein stukje H6120 Stroomdalgraslanden aangegeven op de  TO-habitattypenkaart, maar de vegetatie vertoont over een grotere lengte kenmerken van dit habitattype.  Deze zone wordt enkel beweid. We zien een bijna vlakdekkende vegetatie van sikkelklaver (kensoort) en  kruisdistel en enkele andere kenmerkende soorten: brede ereprijs (kensoort), geoorde zuring en goudhaver.  Verder is de vegetatie niet erg soortenrijk, maar er lijkt niks ‘mis’ te zijn. Andere bijzondere soorten van  Stroomdalgrasland kunnen nog verwacht worden, want bronpopulaties zijn niet ver weg.   De oeverstrook van deze locatie is eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf, maar tot nu toe beheert GLK ook  dit deel van de locatie. Hierover zijn geen formele afspraken gemaakt. Het toekomstige beheer van de oe-  verstrook is onderdeel van de lopende aanbesteding van het beheer door Rijkswaterstaat.    Locatie 3 betreft weer H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver). We staan stil bij de  belangrijkste groeiplaats van veldsalie in het terrein. Deze soort wordt bij de maaironde in juni ontzien door  een raster te plaatsen. Afgelopen jaren bleef de populatie stabiel, maar nu zien we voor het eerst ook veel  jonge planten. De soort breidt zich nu dus uit, een mooi resultaat.   Na het maaien wordt dit perceel begraasd door schapen. Dat gebeurt niet veel in de uiterwaarden, maar het  resultaat is naar tevredenheid.    Conclusies en afspraken    Conclusies Hurwenense Uiterwaard:   In de Hurwenense Uiterwaarden (schiereiland ten noorden van nevengeul) ontwikkelt het habitattype  H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) zich deels wel en deels nog niet zoals be-  schreven in de gebiedsanalyse voor de Rijntakken. Dit komt omdat het gewenste beheer van de grasland-  habitattypen zoals in 2018 vastgelegd is in het Beheerplan Natura 2000 Rijntakken en uitgewerkt in het Na-  tuurbeheerplan 2021 van de Provincie Gelderland nog niet (volledig) is geïmplementeerd. Zo dient N12.03  Glanshaverhooiland gehooid te worden, maar op een deel van de percelen dat als dit beheertype in het  Natuurbeheerplan staat aangegeven gebeurt dat momenteel niet.   De locatie die op de TO-habitattypenkaart staat aangegeven als H6120 Stroomdalgraslanden heeft zowel  kenmerken van Stroomdalgrasland als van Glanshaverhooiland. Voor het opstellen van de T1-habitattypen-  kaart zal op basis van een vegetatiekartering moeten worden vastgesteld hoe de grenzen tussen beide ha-  bitattypen inmiddels lopen. Op de hogere delen van noordoever van de nevengeul lijkt zich nieuw Stroom-  dalgrasland te ontwikkelen.         Afspraken Hurwenense Uiterwaard:   e Rijkswaterstaat zorgt ervoor dat de benodigde maatregelen voor ontwikkel- en instandhoudings-  beheer van Glanshaverhooiland en Stroomdalgrasland worden opgenomen in de nieuw af te slui-  ten pachtcontracten. Dit gebeurt in afstemming met Staatsbosbeheer. Onderdeel van het ontwik-  kelbeheer is gedurende vijf jaar aanvullend maaien van verruigde delen op bestaande en potenti-  ele uitbreidingslocaties van Stroomdalgrasland. Jaarlijks worden nut en noodzaak en de precieze  locaties voor dit beheer bepaald.    Conclusies Rijswaard, Landgoed Waardenburg en Neerijnen:  In de Rijswaard ontwikkelen de habitattypen H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)    en H6120 Stroomdalgraslanden zich zoals beschreven in het Beheerplan Natura 20000 Rijntakken en de         0000000311</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>    daartoe behorende gebiedsanalyse. Stroomdalgrasland is direct langs de Waal mogelijk al in groter opper-  vlak aanwezig dan staat aangegeven op de TO-habitattypenkaart.    Openstaande actiepunten uit voorgaande jaren en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2021    Actiepunten uit verslag 2020, Cortenoever:    De provincie zoekt uit of en welke maatregelen moeten worden genomen met betrekking tot het  habitatverlies van het type Stroomdalgrasland in het particuliere perceel op locatie 5.  Staatsbosbeheer gaat met de provincie in overleg over wat er extra nodig is om maatregel M13  extra maaien en beweiden op een goede manier uit te kunnen voeren.   2021: De handhaver van de provincie is in contact geweest met de eigenaar, die zijn beheer gaat  aanpassen. De actie is daarmee afgerond.   Staatsbosbeheer maakt afspraken met de provincie om maatregel M13 (aanvullend maaibeheer)  ook toe te kunnen passen op locatie 2.   2021: Niet bekend of dit is gebeurd. Staatsbosbeheer zoekt dit uit, actie blijft staan.  Staatsbosbeheer: Op locatie 3: Begrazing aanpassen naar hooien.   Staatsbosbeheer komt met voorstel voor de uitvoering van het ontwikkelbeheer voor het habitat-  type H6430C.   2021: Niet bekend of dit is gebeurd. Staatsbosbeheer zoekt dit uit, actie blijft staan.    Algemene aandachtspunten uit eerdere jaren die nog open staan:    Een belangrijk knelpunt voor uitvoering van het aanvullend maaibeer (M13) is dat er onduidelijk-  heid is over wie (Staatsbosbeheer of Rijkswaterstaat) verantwoordelijk is voor het beheer van de  nabij de rivieroever gelegen delen van de uiterwaard. Dit is ook een knelpunt voor uitvoering van  regulier beheer. Dit knelpunt speelt in het gehele Natura 2000-gebied Rijntakken.   2021: Provincie Gelderland en Rijkswaterstaat hebben in het najaar van 2020 een samenwerkings-  overeenkomst getekend waarin beheervergoedingen overeen zijn gekomen. Het is nu zaak voor  Rijkswaterstaat om de gewenste beheermaatregelen (zowel ontwikkelbeheer als instandhoudings-  beheer) te borgen in de te maken pachtovereenkomsten. Dit dient in goed overleg te gebeuren met  aangrenzende terreinbeherende organisaties, waaronder Staatsbosbeheer.   In de grootschalig door integrale begrazing beheerde gebieden kan verruiging van stroomdalgras-  land optreden. Deze verruiging lijkt door onvoldoende begrazing in de hand te worden gewerkt.  Het is nodig om de vinger aan de pols te houden.   2021: We constateren dot dit knelpunt jaarlijks blijft terugkeren en nog niet is opgelost. Afspraak:  Provincie Gelderland neemt initiatief om hierover nadere afspraken te maken met Staasbosbeheer  en Rijkswaterstaat.    Planning 2022  Voor het veldbezoek in 2022 zijn de volgende suggesties voor te bezoeken terreinen gedaan:    Hoenwaard, langs de IJssel bij Hattem. Hier kan o.a. aandacht worden besteed aan het thema ‘over-  stromingsvlakten en ooibossen’. Wellicht te combineren met terreinen aan de andere kant van de  IJssel, in Provincie Overijssel.   Heesseltsche Uiterwaarden. Hier vindt jaarrondbegrazing plaats in het kader van ‘rewilding’.         0000000312</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>