<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 069 BRUUK  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 18 MEI 2021    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 18 mei 2021    Doel   Het doel van het bezoek is na te gaan of de (stikstofgevoelige) habitattypen in Natura 2000-gebied Bruuk  zich ontwikkelen volgens verwachting, zoals is beschreven in het Beheerplan Natura 20000 Bruuk en de  daarvan onderdeel uitmakende gebiedsanalyse. Dit in het licht van de voorgenomen maatregelen en het  te verwachten effect op omvang en kwaliteit van de habitattypen. Het veldbezoek beperkt zich daarbij tot  zichtbare ontwikkelingen en vormt een aanvulling op de overige monitoring die in het gebied plaatsvindt.  Aan de beheerders is gevraagd eerder in het veld waargenomen signalen uit het veldbezoek in te brengen.    Bevindingen    Stand van zaken habitattypenkaart   In 2019 is een SNL-vegetatie- en soortenkartering uitgevoerd. Uit deze vegetatiekartering worden de actuele  oppervlakten van aanwezige habitattypen afgeleid. De nieuwe habitattypenkaart (T1) is nog niet gereed.  Voor dit veldbezoek is daarom de TO-habitattypenkaart gebruikt.    Status uitvoering PAS-maatregelen   Om het basenrijke water meer aan de oppervlakte te krijgen/houden zijn eind 2020 - begin 2021 verschil-  lende interne watergangen beleemd, daar waar de leemlaag is doorsneden door sloten (onder meer locaties  1 en 2). Ook zijn sloten gedempt of verondiept (omdat anders te veel regenwater wordt vastgehouden in  het gebied, ten nadele van kwelsoorten). De technische uitvoering is geslaagd. Het resultaat zal blijken uit  de procesmonitoring. Bij locatie 7 wordt het peil van de watergang opgezet en bij locatie 8 is de watergang  langs de vuilstort verbreed en verondiept. De watergang door het perceel is hier beleemd. In dit verslag zijn  niet alle uitgevoerde maatregelen beschreven.    Alle voorgenomen hydrologische maatregelen zijn nu vrijwel afgerond. Om in de toekomst een goede eva-  luatie van de resultaten van de maatregelen te maken is het van belang dat de uitgevoerde maatregelen  worden vastgelegd conform het gegevens leveringsprotocol dat de provincie hiervoor heeft opgesteld. De  provincie zal uitvoerende partijen verzoeken deze informatie te leveren.    Locatie 1: Oostelijke Leigraaf is gedempt, on-  diepe laagte zorgt voor afvoer vanovertollig re-  genwater.         0000000400</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Locatie 8a: sloot langs vuil-  stort verbreed en veron-  diept.    Locatie 8b (haaks op 80):  beleemde sloot, in verband  met afvoer uit achterlig-  gend gebied is sloot ge-  handhaafd. Beleming van  de sloot zorgt er voor dat  kwel niet wordt afgevangen  door de sloot.    Status procesmonitoring   De provincie heeft het meetplan voor de procesmonitoring laten evalueren door KWR. Naar aanteiding  daarvan wordt het meetplan aangepast. Aanpassingen zijn onder meer: toevoeging van extra transecten in  het oostelijk deel van het gebied, toevoeging van meting van de waterkwaliteit in de wortelzone. Er worden  nieuwe maatlatten opgesteld voor beoordeling van de resultaten uit de monitoring, die specifieker zijn,  minder ruimte voor eigen interpretatie open laten en meer vergelijkbaar zijn met de methode in andere  gebieden.    Actualisatie Natura 2000 beheerplan   Dit jaar wordt het Natura 2000 beheerplan van de Bruuk met als onderdeel een LESA, geactualiseerd. Hierin  zal een Iteratio-analyse worden opgenomen op basis van de vegetatiekartering van 2019. Hiermee zijn de  resultaten van deze analyse vastgelegd.         0000000401</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Habitattypen  Hieronder is de TO-habitattypenkaart opgenomen met de bezochte locaties. Diverse locaties zijn aangeduid  met een cijfer, deze komen terug in de onderstaande tekst.    EIB HEIIOA. Rugten en zomen (moerasspres)   WB H7 140A. Overgangs- on Inivenen (tranen)   ORK H7 230. Kalkmoerassen   GE H91E0C Vochoge annie bossen (beekbegetedende bossen)  KOOoD   TT NATURA2000 grens              Blauwgrasland (H6410)  Het grootste deel van alle habitattypen binnen de Bruuk bestaat uit Blauwgrasland (H6410).    Locatie G van vorig jaar is niet bezocht maar wel besproken: hier heeft Staatsbosbeheer plaatselijk heel  voorzichtig heel kleinschalig dieper dan gebruikelijk gemaaid, om toename van veenmossen (door verzu-  ring) terug te dringen en moerasviooltje te bevorderen (maatregel M10: ondiep plaggen). Moerasviooltje  lijkt hiervan niet zichtbaar te hebben geprofiteerd. Besluit: eer ffecten van nti-verdrogingsm  regelen afwachten en ie tijd n n uitvoering geven aan maatregel M10.    Bij locatie 4 heeft Staatsbosbeheer in 2019, 2020 en 2021 een extra maaibeurt uitgevoerd om de biomassa  en dominantie van veldrus terug te dringen en de ontwikkeling tot blauwgrasland van goede kwaliteit te  stimuleren. Door de droge jaren is het effect hiervan moeilijk te bepalen. De droogte was bepalender voor  de ontwikkeling van het blauwgrasland. Door de droogte is er meer kieming van houtige soorten als zwarte  els en wilg. De maatregel extra maaien ten behoeve van kwaliteitsverbetering wordt voortgezet.    Bij locatie 11 is habitattype blauwgrasland aanwezig. Dit zou zich door natuurlijke successie kunnen door-  ontwikkelen naar kalkmoeras. Hiermee zou een wijziging van het habitattype aan de orde kunnen zijn. Wan-  neer deze natuurlijke successie in de toekomst op gebiedsniveau leidt tot knelpunten ten aanzien van de  realisering van de doelstellingen uit het aanwijzingsbesluit zal de provincie het Ministerie van LNV benade-  ren voor een eventuele aanpassing van het aanwijzingsbesluit.    Overgangs- en trilveen (H7140A)  Het habitattype is bezocht naast de locaties 2 en 4. Er zijn ten opzichte van het Natura 2000-veldbezoeken  van voorgaande jaren geen bijzonderheden waargenomen.         0000000402</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Vochtige alluviale bos (H91E0C)   Het habitattype is bezocht bij locatie 3. De discussie die vorig jaar speelde is nog niet afgerond: of dit bos  wel of niet kwalificeert afs habitattype Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91E0C), in ver-  band met de afwezigheid van beekinvloed en van kwalificerende soorten. Dit is besproken door de provincie  met het ministerie van LNV en een aantal deskundigen. De eindconclusie van het overleg is nog niet bekend.    Locatie 3: Eikenbos met moe-  “_raszegge.    Kalkmoeras (H7230)   Dit habitattype is aangewezen in het westen van het Natura 2000-gebied (locatie 9). Zoals in 2019 vermeld  in het verslag, lijken ook andere delen in het westen te kwalificeren. Of dit zo is, zal blijken uit de nieuwe  habitattypenkaart.   Bij locatie 9 wordt geconstateerd dat hier Kalkmoeras is ontstaan doordat na plaggen (inrichting voormalig  landbouwperceel) een ‘pionier-fase' is ontstaan die kwalificeert als Kalkmoeras (Associatie van Armbloe-  mige waterbies, zie ter achtergrond Beheersplan, Bijlage 9 “Beschrijving overige voorkomende habitattypen  in De Bruuk”). Op deze locatie zal het Kalkmoeras door natuurlijke ontwikkeling in de vegetatie (successie)  vermoedelijk op termijn verdwijnen en overgaan in een andere vorm van Kalkmoeras (meest waarschijnlijk  Blauwgrasland, subassociatie met Parnassia) of vegetaties die behoren tot het habitattype Blauwgrasland.  Om het habitattype Kalkmoeras te behouden zal mogelijk in de toekomst opnieuw geplagd moeten worden,  nl. in de situatie wanneer op gebiedsniveau in de Bruuk de pioniervorm van Kalkmoeras verdwijnt en geen  ontwikkeling naar Blauwgrasland subassocatie met Parnassia plaatsvindt. Vooralsnog is dit niet nodig. Bij  de herziening van het beheerplan voor de Bruuk zal hier aandacht aan moeten worden besteed.    Vorig jaar is bij het veldbezoek geconstateerd dat nabij het Kalkmoeras (H7230) (locatie 9) twee watergan-  gen aanwezig zijn die aandacht verdienen omdat ze mogelijk een verdrogend effect hebben op de habitat-  typen Kalkmoeras (H7230) en Blauwgrasland (H6410). Bij de huidige gebiedsinrichting worden deze water-  gangen niet meegenomen. Afgesproken wordt dat de beoordeling of deze watergangen een knelpunt vor-    men en welke maatregelen nodig zijn, meegenomen zullen worden bij het inrichten van het vorig jaar ver-  worven perceel ten westen van de Bruuk. Deze inrichting heeft nog niet plaatsgevonden.    Heischrale graslanden (H6230)   Het habitattype is met een zeer kleine oppervlakte binnen het blauwgrasland aanwezig en is daar bezocht  bij locatie 5. Hier komen soorten voor als vleugeltjesbloem, heidekartelblad, struikhei, klokjesgentiaan en  grote keverorchis. Door ontwatering heeft verzuring plaatsgevonden waardoor dit heischraal grasland kon  ontstaan. Het verwachte herstel van het hydrologisch systeem door de recente inrichtingsmaatregelen kan  mogelijk een negatief effect hebben op het heischraal grasland. De verwachting is dat dit type op de hogere  flanken van het gebied tot ontwikkeling zal komen.         0000000403</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Ruigte en zomen (H6430A)  Dit type is niet bezocht maar wel besproken (locatie 10). De sloot waarlangs dit type voorkomt is beleemd,  maar het habitattype is gespaard door met machines vanaf de overkant te werken.    Overig   In 2014/2017 heeft Ben veenmosseninventarisatie uitgevoerd in De Bruuk. Staatsbosbeheer  zoekt het rapport (van 2019) op en stuurt dit rond naar de aanwezigen, zodat deze informatie meegenomen  kan worden bij de actualisatie van het beheerplan.    In het beheerplan zijn zoekgebieden aangegeven voor het ontwikkelen van nieuw blauwgrasland. Mag dit  ten koste gaan van struweel en bos? Dit komt pas in de tweede beheerplanperiode aan de orde. Dan graag  aandacht besteden aan de kwaliteiten van struweel en bos en waar struweelvorming en bosvorming ge-  wenst is. Dit is een aandachtspunt om mee te nemen in het beheerplanproces.    Rondom de vuilstort zijn op meerdere locaties groeiplaatsen met reuzenberenklauw en Canadese gulden-  roede (locatie 6) aanwezig. Dit wordt 2x per jaar gemaaid. De plek met Canadese guldenroede wordt niet  groter. SBB zal de plek met guldenroede met piketpaaltjes in het veld markeren. Aan de hand hiervan zal de  ontwikkeling kunnen worden gevolgd. De soorten staan ook op het aangrenzende eigendom van gemeente  Berg & Dal en het waterschap. Er is afstemming nodig met de gemeente en het waterschap om de bestrij-  ding gezamenlijk aan te pakken. Dit is een aandachtspunt om mee te nemen in het beheerplanproces.    Er is met behulp van peilbuizen onderzoek gedaan naar de invloed van de vuilstort op de kwaliteit van het  water dat de habitattypen voedt. De provincie zorgt dat de resultaten van dit onderzoek beschikbaar komen  en meegenomen worden in het beheerplanproces.    Conclusies 2021   De habitattypen in het Natura 2000-gebied Bruuk laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebieds-  analyse. Alle voorgenomen maatregelen zijn nu uitgevoerd of in uitvoering. De volgende aandachtspunten  zijn geconstateerd:    De habitattypenkaart moet nog worden geactualiseerd op basis van de vegetatiekartering uit  2019. Daarbij wordt ook bekeken in hoeverre er in de Bruuk sprake is van beekinvloed conform  de definitie van het habitattype Vochtige alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91E0C). Waar  er geen sprake is van beekinvloed, kwalificeert het bos mogelijk niet als dit habitattype. Er is hier-  over een expertbijeenkomst georganiseerd door provincie Gelderland. De conclusies hieruit wor-  den meegenomen bij het actualiseren van de habitattypenkaart.  Maatregel M10 (ondiep plaggen) in het blauwgrasland is uitgevoerd door heel voorzichtig heel  kleinschalig dieper dan gebruikelijk te maaien. Dit heeft geen zichtbaar effect gehad. Besloten is  om eerst de effecten van de anti-verdrogingsmaatregelen af te wachten en tot die tijd geen uit-  voering te geven aan deze maatregel.  Staatsbosbeheer stelt het rapport van 2019 van Gerard Dirksen beschikbaar over een veenmos-  seninventarisatie in De Bruuk.  e Aandachtspunten voor het beheerplanproces:  o Aandacht besteden aan de kwaliteiten van bos en struweel.  o Gezamenlijke bestrijding van reuzenberenklauw en Canadese guldenroede (SBB zal in   2021 plek met piketpaaltjes markeren)   De resultaten van het onderzoek naar de invloed van de vuilstort op de waterkwaliteit   meenemen.   Aandacht besteden aan hoe om te gaan met de verandering van habitattypen als gevolg   van veranderingen in de hydrologie en natuurlijke successie van de vegetatie.         0000000404</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>    Openstaande aandachtspunten voorgaande jaren en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2020:   e 2019 en 2020: er is een extra maaibeurt gedaan op een aantal percelen om de biomassa terug  te dringen. Door de droge jaren is het effect hiervan moeilijk te bepalen. De maatregel wordt  voortgezet.   2021: beheerder beoordeelt aan de hand van de vegetatieontwikkeling jaarlijks of maatregelen  uitgevoerd moet worden.   2017: In de PAS-gebiedsanalyse is een onderzoeksmaatregel opgenomen ten aanzien van de ef-  fecten: van de vuilstort op de waterkwaliteit (M13: onderzoek kennisleemten). In verband hier-  mee is het aan te bevelen om de peilbuizen aan de rand van de vuilstort weer te gaan opnemen  en te bemonsteren (dit is in het verleden wel gebeurd maar recent niet meer). De provincie is  dit momenteel aan het uitzoeken.   2018: In juni wordt een peilbuis in de vuilstort geplaatst, na de zomer wordt dit meetpunt uitge-  breid met een raai van peilbuizen. Indien na een jaar van monitoring blijkt dat de waterkwaliteit  wordt beïnvloed door de vuilstort, wordt uitgebreid met een extra raai.   2019: In het najaar van 2018 is een peilbuizenraai geplaatst. Provincie gaat intern na of er al re-  sultaten zijn.   2020: De waterkwaliteitsanalyse laten geen verontreinigingen zien.   2021: De provincie zorgt dat de resultaten van dit onderzoek beschikbaar komen en meegeno-  men worden in het beheerplanproces.   2017: De watergang in vak 16A (bij het Kalkmoeras) wordt opnieuw beleemd (M7: verondiepen  en belemen) omdat de leem plaatselijk is verzakt.   2018: Niet besproken bij het veldbezoek.   2019: Het betreft de sloot parallel aan de Natura 2000-begrenzing ter hoogte van het Kalkmoe-  ras. Het opnieuw belemen van deze watergang is niet opgenomen in het uitvoeringsplan van de  PAS-maatregelen. Provincie Gelderland gaat intern na of dit mogelijk is.   2020: Het gaat feitelijk om twee watergangen, aangemerkt met locatie C en D in het kaartje in  dit verslag. Staatsbosbeheer neemt contact op met provincie Gelderland over D buiten het Na-  tura 2000-gebied. Watergang C wordt indien nodig meegenomen bij de inrichting van het recent  verworven perceel.   2021: De inrichting heeft nog niet plaatsgevonden. Bij inrichting van het verworven perceel  wordt het tegengaan van het verdrogende effect van de aanwezige watergangen meegenomen.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000405</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>