<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 070 LINGEGEBIED & DIEFDIJK-ZUID  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 17 MEI 2021    Aanwezig namens Provincie:  Aanwezig namens Terreinbeheerders:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 17 mei 2021    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek heeft als doel om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ontwikkelingen  van onder andere de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura 2000-gebied. Centraal staat daarbij de vraag  of er ontwikkelingen zijn die afwijken van datgene waar in de in het beheerplan opgenomen gebiedsanalyse  van uit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is de beheerder gevraagd naar eerder waargenomen  signalen uit het veld. Daarnaast zijn het beheerplan, de gebiedsanalyse en het verslag met aandachtspunten  van vorig jaar doorgenomen.    De focus van dit veldbezoek heeft gelegen op de resultaten van herstelmaatregelen die zijn uitgevoerd in de  periode 2007-2014 en zijn gefinancierd vanuit het Investeringsbudget landelijk Gebied (ILG). Hiertoe is een  aantal locaties van Staatsbosbeheer bezocht en is gekeken naar de effectiviteit van maatregelen die in de ILG-  periode zijn genomen.    Bevindingen    Evaluatie natuurherstel- en natuurontwikkelingsmaatregelen uit de ILG-periode   Staatsbosbeheer evalueert momenteel de vegetatieontwikkeling in enkele terreinen waar maatregelen zijn  uitgevoerd met ILG-subsidie. Polder De Geeren (maatregelen in 2013/2014) en de Put van Bullee (maatregelen  2007/2008) zijn daar onderdeel van. Het veldonderzoek is inmiddels afgerond en het adviesrapport is bijna  klaar. Deze inzichten zullen gebruikt worden bij de actualisatie van het beheerplan van Lingegebied en Dief-  dijk-Zuid.    Bezochte locaties  De volgende locaties zijn bezocht, waarbij is gekeken naar de effectiviteit van de genomen maatregelen:  A. Polder De Geeren (Diefdijk):   o Ontwikkeling na inrichting 2013/2014 ten behoeve van ontwikkeling habitattype H7230  Kalkmoeras en Vochtig hooiland (SNL-beheertype N10.02, geen Natura 2000-habitattype).  (Beheerplanmaatregel M2: Omvorming van bos / ander natuurterrein naar Kalkmoeras  (H7230)).   o In dit gebied is ook landbouw omgevormd naar bos ten behoeve van het habitattype Voch-  tige alluviale bossen — beekbegeleidend bos (H91E0C) (beheerplanmaatregel M10), maar dit  is tijdens het veldbezoek van 2021 niet aan bod gekomen.   Put van Bullee   o Ontwikkeling van het bestaande habitattype H7230 Kalkmoeras en van een aangrenzende  uitbreidingslocatie die in de periode 2003-2006 is ingericht. (Beheerplanmaatregel M2: Om-  vorming van bos / ander natuurterrein naar Kalkmoeras (H7230)).         0000000406</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    A. Polder De Geeren  In polder De Geeren is stilgestaan bij twee locaties, weergegeven op de kaart hieronder.    Habitattypen    MN 250    H6430A   _ H6510A   By H6510B  H7230    HM 91€0a  GMM Ho1c08  HB 2 eoc  EN 1109099  Ds 2GH6430A  [_Ì ZeH6510A    ZGH6510B    Bezochte locaties in polder De Geeren.    Locatie A1 is in 2013/2014 ingericht, door de fosfaatrijke bovengrond af te graven ten behoeve van de ont-  wikkeling van Dotterbloemhooiland (N10.02 Vochtig hooiland). Ook zijn er peilbuizen geplaatst. De vegetatie  ontwikkelt zich niet naar wens en bestaat grotendeels uit pitrus en zuur-indicerende soorten als moerasstruis-  gras en egelboterbloem. Dit komt doordat regenwater stagneert tegen het dijkje langs de Culemborgsche Vliet  (het perceel helt licht naar het oosten) en lang op het maaiveld blijft staan. Staatsbosbeheer heeft in de bo-  venste 50 cm van de bodem pH-waarden gemeten van 4,0 tot 4,7. Dat is te zuur voor ontwikkeling van Dot-  terbloemhooiland. Om de aard en ernst van dit probleem beter te onderbouwen is het wenselijk om een ana-  lyse te laten uitvoeren van het porievocht uit de wortelzone, bemonsterd met zogenaamde rhizons (kerami-  sche cups).    Het stagnerende regenwater wordt in dit perceel waarschijnlijk onvoldoende ‘weggedrukt’ door baserijk  grondwater, aangezien hier geen zandbaan ligt waardoor de kweldruk relatief laag is. Het regenwater moet  daarom oppervlakkig afstromen (over maaiveld of via ondiepe greppels), maar door een verkeerde profilering  kan het nu geen kant op. In het oorspronkelijke plan stonden afwateringsbuizen gepland in het dijkje langs de  Vliet, maar die zijn er niet gekomen. In plaats daarvan was de bedoeling dat het water zich meer diffuus naar  de zuidelijke punt van de polder zou afstromen om daar het gebied te verlaten, maar dat gebeurt dus niet.    Staatsbosbeheer schrijft in het advies dat de afwatering van regenwater beter geregeld moet worden, hetzij  over maaiveld (het terrein dan anders profileren), hetzij via ondiepe greppels (deze dan op de juiste manier  aanleggen). In beide gevallen moet een geschikte uitstroomvoorziening worden aangelegd. Daarnaast wordt         0000000407</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    in het rapport geadviseerd om vroeger en frequenter te maaien, om de bedekking van pitrus en grassen te  laten afnemen.    Een ander knelpunt is dat het grondwater al vroeg in het jaar te diep wegzakt. Dat is gebleken uit een recente  peilbuisanalyse. Het is moeilijk om daar grip op te krijgen, bovenal omdat er momenteel geen eenduidigheid  bestaat over de peilafspraken tussen Staatsbosbeheer en het waterschap. In 2017 is gezamenlijk gewerkt aan  een peilinstructie voor De Geeren, maar een vastgestelde peilinstructie is niet beschikbaar of niet bekend, ook  als gevolg van ziekte en personeelswisselingen binnen Staatsbosbeheer.   Voor de actualisatie van het beheerplan dienen het grondwater- en oppervlaktewaterregime en het gevoerde  peilbeheer daarom te worden geëvalueerd, zodat nieuwe (streef}peilen en peilinstructies kunnen worden  vastgesteld.    Ook op locatie A2 is de voedselrijke toplaag verwijderd in 2013/2014. Op deze plek is de ontwikkeling van  nieuw Kalkmoeras (H7230) voorzien. In deze zone van het terrein bevindt zich wel een zandbaan in de onder-  grond, waardoor een flinke opwaartse beweging van basenrijk grondwater optreedt. Stagnatie van regenwa-  ter lijkt hier geen probleem te zijn en de vegetatie in het noordelijke deel van dit perceel bestaat dan ook uit  base-indicerende soorten. Echter, in het zuidelijke deel van het perceel is te weinig grond verwijderd om Kalk-  moeras te kunnen ontwikkelen. Het maaiveld ligt te hoog, waardoor het grondwater de wortelzone niet be-  reikt en er nu soorten van droge zandbodems groeien, waaronder oranje havikskruid. Een beter peilbeheer  zal wellicht voor grondwater hoger in het profiel zorgen, maar toch zal hier een verdere maaiveldverlaging  nodig zijn om ontwikkeling naar Kalkmoeras mogelijk te maken. Staatsbosbeheer stelt voor om het zand dat  bij deze maaiveldverlaging vrijkomt te gebruiken om een perceel aan de Lingedijk/Nieuwe Steeg op te hogen,  dat te diep is afgegraven. Hierdoor worden beide percelen geschikt gemaakt voor kalkmoerasontwikkeling.    A. Put van Bullee  in de Put van Bullee is stilgestaan bij het habitattype Kalkmoeras (H7230) op twee locaties, weergegeven op  de kaart hieronder.    “Ae en moat 5 oo  ON BEE. an  os 3   “oft Ct cate “  Na id is :    7 he 7 E Acquoy    Habitattypen    H6510A  B 465108  B H7230  = H91EOA  EN -eece  EN Ho1c0c  REEK)  = 2GH6430A  L_] ZGH6510A    fm ZGH6510B         0000000408</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    In de periode 2003-2006 zijn maatregelen uitgevoerd voor uitbreiding van het bestaande Kalkmoeras richting  het zuiden (locatie B1). Van een sterk verbost grasland is de voedselrijke toplaag verwijderd. Daarna is conse-  quent tweemaal per jaar gemaaid, waarbij de eerste maaironde vroeger plaatsvindt dan vaak gebruikelijk is  (in mei, soms al in april}. De vegetatie in het nieuw ingerichte perceel ontwikkelt zich inmiddels goed, getuige  het uitgebreide voorkomen van kalkminnende soorten als zeegroene zegge en vestiging van o.a. zeegroene  rus, brede orchis en grote keverorchis.    Een Iteratio-analyse gebaseerd op vegetatiekarteringen uit 2007 en 2019 heeft aangetoond dat de bodem in  de Put van Bullee oppervlakkig aan het verzuren is, met een afname van kalkminnende soorten in het ‘oude’  Kalkmoeras (locatie B2) tot gevolg. Eerdere bodemvochtmetingen door B-WARE (alleen in het ‘oude’ Kalk-  moeras) toonden nog wel kalkrijke condities aan, maar vermoedelijk is die situatie inmiddels verslechterd. Het  is daarom gewenst om opnieuw de basenverzadiging in de wortelzone te meten, door het hele terrein, en de  Iteratio-resultaten hieraan te spiegelen.    Hypothese voor de optredende verzuring is dat er sprake is van verdroging, waardoor kalkrijk grondwater  minder hoog opstijgt, of minder lang in de wortelzone verblijft. Waardoor die verdroging precies wordt ver-  oorzaakt is niet bekend. Anti-verdrogingsmaatregelen iets ten noorden van de Put van Bullee zouden nauwe-  lijks te hebben geholpen (beheerplanmaatregel M1: Vernatten: verondiepen of dempen waterloop noordelijk  van put van Builee). Daarom is het wenselijk om het ecohydrologisch functioneren van het gebied nader te  onderzoeken, waarbij nadrukkelijk ook verder buiten de grenzen van het terrein gekeken moet worden. Het  is denkbaar dat de polder ten noorden/noordoosten van de Put van Bullee (ca. tot aan Acquoy) een verdro-  gende werking heeft, als gevolg van drainage en beregening met grondwater door de daar aanwezige agrari-  sche bedrijven. De effecten van dit landgebruik op de grondwaterstanden in Put van Bullee zijn niet eerder  (volledig) in kaart gebracht. Er is bijvoorbeeld geen goed zicht op het aantal aanwezige grondwaterputten die  voor beregening worden gebruikt. Deze kennisleemte dient te worden meegenomen in de actualisatie van het  beheerplan.    Wat hierbij niet meehelpt is dat de peilbuis die in het ‘oude’ Kalkmoeras aanwezig is al meerdere jaren niet  meer wordt opgenomen. Dit komt vermoedelijk omdat dit meetpunt bij een herziening van het provinciale  meetnet is afgevallen. Het is wenselijk om de metingen te hervatten, omdat de buis in het meest waardevolle  deel van het Kalkmoeras staat, er al lange tijdreeksen van dit meetpunt beschikbaar zijn en het een referen-  tielocatie voor Kalkmoeras betreft. Staatsbosbeheer zal de buis nu eenmalig zelf uitlezen ten behoeve van zijn  advies, maar het is van belang dat opname van deze buis voor de toekomst goed geborgd wordt. Het beste  kan de buis weer worden opgenomen in de meetcyclus van Vitens.    Conclusies en afspraken  Er zijn enkele ontwikkelingen waargenomen die afwijken van waar in het Natura 2000-beheerplan (en de    hierin opgenomen gebiedsanalyse) vanuit is gegaan. Zodoende zijn de volgende afspraken gemaakt:    De Geeren:  Voorstellen om in de actualisatie van het beheerplan als maatregel op te nemen om de aard en ernst  van de verzuring op locatie A1 nader te onderzoeken door analyse van porievocht uit de wortelzone;  Voorstellen om in de actualisatie van het beheerplan als maatregel op te nemen om de afstroming  van regenwater ter plaatse van locatie A1 te verbeteren;  Voorstellen om in de actualisatie van het beheerplan als maatregel op te nemen om het maaiveld  van het zuidelijke deel van locatie A2 verder te verlagen, zodat ook daar de ontwikkeling naar Kalk-  moeras mogelijk wordt en de vrijkomende grond te benutten om een ander perceel in het Natura  2000-gebied via ophogen ook geschikt te maken voor Kalkmoeras;  Grond- en oppervlaktewaterregime en gevoerd peilbeheer evalueren in het kader van de actualisatie  van het beheerplan (Staatsbosbeheer en waterschap gezamenlijk). Vervolgens nieuwe (streef)peilen  en peilinstructies vaststellen.         Put van Bullee:    0000000409</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    Voorstellen om in de actualisatie van het beheerplan als maatregel op te nemen om de ernst van de  oppervlakkige verzuring vast te stellen, door middel van nieuwe bodemvochtanalyses verspreid door  het terrein;   Voorstellen om in de actualisatie van het beheerplan als maatregel opnemen om nader onderzoek  uit te voeren naar het ecohydrologisch functioneren van het gebied, zodat kan worden vastgesteld  waardoor de (vermoedelijke) verdroging wordt veroorzaakt en wat hieraan te doen is. Daarbij dient  ook de polder ten noord(oost)en van de Put van Bullee te worden betrokken;   Het opnemen van grondwaterstanden in de peilbuis in het ‘oude’ Kalkmoeras hervatten. Liefst door  deze weer deel te laten uit maken van de meetcyclus van Vitens.    Openstaande actiepunten uit voorgaande jaren en stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2021:  e _ Provincie Gelderland onderzoekt op basis van o.a. vegetatiekarteringen en op grond daarvan geactu-    aliseerde habitattypenkaart waar op dijken kansen liggen voor uitbreiding Glanshaverhooiland  (H6510A en -B). Op grond daarvan wordt overlegd met de eigenaren (gemeente, waterschap), over  mogelijke aanpassingen van beheer.   2021: Actie blijft staan. Aandacht aan besteden bij veldbezoek 2022.   Zwanendal: In het noorden van het gebied staat een watermolentje, op dit moment is onduidelijk  hoe deze functioneert. Staatsbosbeheer gaat dit intern na.   2021: Het is duidelijk geworden dat het molentje niet naar wens functioneert, het pompt te weinig  water het gebied in. De pompcapaciteit moet zodanig worden vergroot dat het waterpeil 20 cm boven  Linge-peil uitkomt en dot het waterpeil langere tijd hoog blijft. Actie voor Staatsbosbeheer.  Staatsbosbeheer onderzoekt de mogelijkheid de beheerdoelstelling en het beheer van perceel ten    zuiden van het Zwanendal aan te passen richting nat grasland ten behoeve van water/moerasvogels.  2021: Niet bekend of dit is gebeurd. Actie voor Staatsbosbeheer blijft staan. +   Nieuw Kalkmoeras Polder de Geeren en Put van Bullee: Staatsbosbeheer doet een voorstel voor aan-  vulling van de procesmonitoring met bemonstering waterkwaliteit wortelzone.   2021: De wenselijkheid van herhaalde bemonstering waterkwaliteit in wortelzone is ook dit veldbe-  zoek naar voren gekomen. De Provincie zal hiertoe in het kader van de procesmonitoring initiatief  nemen.    Planning 2022  Voor het veldbezoek in 2022 zijn de volgende suggesties voor te bezoeken terreinen gedaan:    e Potentiële uitbreidingslocaties voor Glanshaverhooiland (H6510A en —-B), met name op de dijken. Er  is nog geen definitief besluit genomen over het toevoegen van dit habitattype aan de doelstellingen  voor dit Natura 2000-gebied, maar het is wel de verwachting dat dit gaat gebeuren. Het is daarom  goed om hier tijdens volgend veldbezoek aandacht aan te besteden, met name wat betreft de con-  sequenties voor het dijkbeheer.   Het ‘trilveen’ in Polder Schaayk van Zuid-Hollands Landschap   De bufferzone langs de Nieuwe Zuiderlingedijk. Deze is dan gerealiseerd.   De rietputten langs de Nieuwe Zuiderlingedijk   Andere terreinen die volgen uit de nieuwe habitattypenkaart die dan naar verwachting gereed zal  zijn.         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000410</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>