<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>    NATURA 2000-GEBIED: 071 LOEVESTEIN, POMPVELD EN KORNSCHE BOEZEM  VERSLAG VELDBEZOEK DD. 8 JUNI 2021    Aanwezig namens Provincie:    Aanwezig namens Terreinbeheerder:    Overige aanwezigen:  Datum bezoek: 8 juni 2021    Doel   Het jaarlijkse veldbezoek is uitgevoerd om de vinger aan de pols te houden m.b.t. zichtbare ontwikkelin-  gen in de stikstofgevoelige habitattypen. Centraal staat daarbij de vraag of er ontwikkelingen zijn die af-  wijken van datgene waar in de in het Natura 2000 beheerplan Loevestein opgenomen gebiedsanalyse  vanuit is gegaan. Als voorbereiding op het veldbezoek is het beheerplan bestudeerd en is de beheerder  bevraagd m.b.t. eerder waargenomen signalen uit het veld. Het beheerplan voor dit gebied geeft aan dat  de in het kader van stikstof relevante verzuringsgevoelige habitattypen (H6510A Glanshaverhooiland,  H6120 Stroomdalgrasland) alleen voorkomen in deelgebied Loevestein. Het veldbezoek is daarom be-  perkt tot dit deelgebied.              Bevindingen  Op onderstaande habitattypenkaart zijn de bezochte locaties genummerd. De habitattypen H6S510A    Glanshaverhooiland en H6120 Stroomdalgrasland zijn bezocht (2, 3 en 5), daarnaast een aantal locaties die  potentie hebben voor stroomdalgrasland (zones bij 4 en 6} en de peilbuis in de boezem van Brakel (1).    Zr  ame”    “4  e         egenda    @ = Bezocnte tocaties  jabitattypen  H3150 Meren met krabbensc heer en tonteinkruden  H3270 Stikkige rivieroevers  H6120 Stroom dalgrastanden  HES30A Ruigten en zomen imoerasspirea)  H6510A Glanshaver- en vassenstaarthoouanden (glanshaver:  HOE QA Vochtge alluviale bossen {zachtnoutooibossen  750 meter HO1EOC Vocnhge alluviale bossen beekbegeledende bossen    HCOOG  bri Hederand Jar Wiiem van Aalst. wow mergis ai              000000041 1</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>    Glanshaverhooilanden (H6510A)   Het habitattype Glanshaverhooiland (H6510A) komt voor in het oosten van het Natura 2000-gebied  (locatie 2, 3 en ten oosten daarvan). De begrenzing is anders dan op de habitattypenkaart in dit verslag is  weergegeven. De plek waar de nevengeul is gegraven is gecompenseerd door ontwikkeling van Glansha-  verhooiland richting het oosten. In het verslag van vorig jaar is een kaartje opgenomen met de locatie van  deze compensatie. Er is nog geen nieuwe habitattypenkaart met correcte begrenzing. Door Natuurbalans  wordt dit jaar (2021) een vegetatiekartering van het gebied gemaakt. De habitattypenkaart wordt geactu-  aliseerd nadat de vegetatiekartering van het gebied is opgeleverd.    De ontwikkeling van de vegetatie is goed, er zijn geen bijzonderheden ten opzichte van vorig jaar. De  vegetatie is kruidenrijk, met onder meer groot streepzaad, margriet, knoopkruid, glanshaver, goudhaver,  grote bevernel en karweivarkenskervel (locatie 2). Het aandeel gras en de productie worden steeds minder  als gevolg van 2-3x per jaar maaien (M2 hooilandbeheer). Afhankelijk van de vegetatie bepaalt de  beheerder per jaar of een extra maaibeurt gewenst is. Dit jaar wordt wat later gemaaid vanwege het natte  en late voorjaar waardoor de productie later op gang kwam (ten tijde van het veldbezoek was er nog niet  gemaaid) en om karweivarkenskervel zaad te laten zetten. Tijdens de maaibeurt wordt een klein deel van  de vegetatie langs de randen gespaard t.b.v. met name insecten. In de percelen zelf zou moeilijk inpasbaar  zijn bij de huidige beheerder, het gebeurt nu wel langs de randen. Locatie 3 betreft een groeiplaats van  beemdkroon. Deze staat hier al ruim 30 jaar, maar breidt zich niet uit. Er is in dit deel nooit vaker dan 1x  per jaar gemaaid. Overweging is om bij wijze van experiment een deel vroeg te maaien om verspreiding  van de soort te stimuleren.    Het gecompenseerde stuk Glanshaverhooiland is al wel gemaaid. Vorig jaar bleek dat de vegetatie op dit  stuk nog niet voldoet als habitattype Glanshaverhooiland. Verdere verschraling door middel van 2-3x per  jaar maaien en afvoeren is wenselijk.    Stroomdalgraslanden (H6120)    Op de oeverwal langs de Waal is op twee locaties Stroomdalgrasland (H6120) op de huidige habitattypen-  kaart aangegeven. Het oostelijke vlak (locatie 5) is bezocht, net als vorig jaar. Er zijn geen aandachtspunten  ten opzichte van vorig jaar. De stroomdalgraslandvegetatie is hier goed ontwikkeld met soorten als zacht  vetkruid en brede ereprijs.    Meerdere locaties op en nabij de oeverwal hebben de potentie om zich tot habitattype Stroomdalgrasland  te ontwikkelen, zoals bij locatie 4, ten oosten van 5 en locatie 6. De oeverwal is grotendeels eigendom van  Rijkswaterstaat. Lokaal maaien van verruigde locaties aanvullend op de begrazing zou gunstig kunnen zijn  voor de ontwikkeling van stroomdalgrasland op deze plekken. Daarnaast zou de oeverwal intensiever in  de zomer begraasd moeten worden. De afgelopen jaren is er niet gemaaid en er is onduidelijkheid bij par-  tijen wie het beheer op zich neemt: Rijkswaterstaat of Staatsbosbeheer. Vanuit Rijkswaterstaat is de wens  uitgesproken dat Staatsbosbeheer het beheer van de oeverwal meeneemt. Afgesproken is dat Staatsbos-  beheer intern nagaat of zij dit beheer kunnen meenemen. Provincie gaat na welke afspraken er zijn met  Rijkswaterstaat over beheer van eigendom met habitattype in de uiterwaarden. Staatsbosbeheer en pro-  vincie bespreken hoe deze afspraak vast te leggen en hoe de maatregel financieel geborgd kan worden (via    provincie of Rijkswaterstaat).    De oeverwal bij locatie 6 wordt momenteel alleen in de winterperiode begraasd. De runderen kunnen in  het zomerhalfjaar het gebied niet in doordat het fietspad naar het kasteel dan is uitgerasterd. Ze moeten  daarvoor dan apart worden ingeschaard. Begrazing (of plaatselijk drukbegrazing) is wel wenselijk voor de  ontwikkeling van de vegetatie op de oeverwal, die goede potentie heeft voor de ontwikkeling van habitat-  type Stroomdalgrasland. Afgesproken is dat Staatsbosbeheer met Free Nature contact opneemt om te be-  spreken of de runderen apart kunnen worden ingeschaard, of wellicht samen met het overige deel in vol-  ledige jaarrondbegrazing. Ook wordt contact opgenomen met de beheerder van Slot Loevestein of er een    constructie kan worden bedacht waardoor de oeverwal kan worden bereikt door de runderen tijdens het  groeiseizoen. Daarmee zou apart inscharen van het vee in de toekomst niet meer nodig zijn.         Overig    0000000412</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>    Bij locatie 1 in de boezem van Brakel staat een peilbuis. De waterstanden worden sinds ongeveer 30 jaar  gelogd. Echter is de diver in de peilbuis sinds 2014 niet meer uitgelezen, doordat de peilbuis toen niet is  opgenomen in het provinciale meetnet. De buis is echter wel belangrijk vanwege de lange meetreeks en  het beoordelen van hydrologische effecten van maatregelen in Munnikenland. Afgesproken is dat provin-  cie in het Natura2000-beheerplan opneemt dat deze peilbuis in de toekomst weer structureel gaat worden  uitgelezen. Vooruitlopend daarop organiseert provincie dat de buis op korte termijn alvast wordt uitgele-  zen om de data van de afgelopen jaren veilig te stellen.    Langs de Munnikenlandse Maaskade (weg naar Loevestein) is klei gewonnen op een perceel dat voorheen  van een particuliere eigenaar was, en recent in eigendom van Staatsbosbeheer is gekomen. Staatsbosbe-    heer benoemt de potenties voor dit terrein uitgaand van de Natura 2000 doelen.    Een algemeen aandachtspunt dat naar voren kwam in het veldbezoek, is dat de Natura2000-doelstelling  voor habitattype Glanshaverhooiland de beheerder maar beperkt uitdaagt om de kwaliteit van een vege-  tatie optimaal te ontwikkelen. De vegetatie voldoet al vrij snel aan de minimumeis voor een goed ontwik-  keld Glanshaverhooiland-habitattype. Het is wenselijk om meer te sturen op optimaliseren van de natuur-  waarden van dit habitattype, bijvoorbeeld op het vergroten van het aantal typische soorten en andere  kenmerkende soorten van het habitattype. Dit gaat goed samen met optimaliseren van het aantal kwali-  teitssoorten van het overeenkomstige SNL-beheertype, zoals Staatsbosbeheer momenteel nastreeft bij de  Glanshaverhooilanden in Loevestein door maximaal te maaien en af te voeren.    Conclusies 2021   De habitattypen in het Natura 2000-gebied laten een beeld zien dat overeenkomt met de gebiedsanalyse  uit het Natura2000-beheerplan. De habitattypenkaart dient geactualiseerd te worden. De actualisatie zal  worden uitgevoerd na de uitvoering van de vegetatiekartering in 2021.    Actiepunten zijn:   e Meerdere locaties op en nabij de oeverwal hebben de potentie voor habitattype Stroomdalgras-  land, maar het beheer is nog niet optimaal. Om dit te optimaliseren zijn afspraken nodig die leiden  tot een hogere begrazingsdruk in combinatie met lokaal maaien van ruigtes op de potentiële  stroomdalgrasland locaties. De stroomdalgraslanden zijn grotendeels in eigendom van RWS. RWS  zou graag het beheer aan Staatsbosbeheer overlaten, Staatsbosbeheer verkent intern of dit moge-  lijk is. Provincie regelt goede afspraken.   Staatsbosbeheer neemt contact op met Free Nature om te bespreken of de runderen apart kun-  nen worden ingeschaard op de oeverwal in het westen van het Natura2000-gebied, of wellicht  samen met het overige deel in volledige jaarrondbegrazing.   Staatsbosbeheer neemt contact op met de beheerder van Slot Loevestein om te bespreken of er  een constructie kan worden bedacht waardoor de oeverwal in het westen van het Natura 2000  gebied ook in het zomerhalfjaar kan worden bereikt door de runderen. Daarmee zou apart in-  scharen van het vee in de toekomst niet meer nodig zijn.   Provincie Gelderland zorgt dat de peilbuis in de boezem van Brakel wordt uitgelezen op korte  termijn. Ook wordt in het Natura2000-beheerplan geborgd dat deze peilbuis in de toekomst struc-  tureel wordt uitgelezen.   Staatsbosbeheer benoemt de potenties voor het perceel waar klei is gewonnen langs de Munni-  kenlandse Maaskade, uitgaand van de Natura 2000 doelen.   Volgend jaar worden bij het veldbezoek de resultaten van de vegetatiekartering besproken (actie  Provincie Gelderland).    Actiepunten uit verslagen voorgaande jaren, stand van zaken n.a.v. veldbezoek 2021  e 2017: Op termijn dient er door de provincie te worden nagegaan of het areaal Glanshaverhooiland  zich voldoende ontwikkelt.  2018 t/m 2021: De provincie zal na uitvoering van een vegetatiekartering (2021) een nieuwe ha-  bitattypenkaart opstellen. Het compensatiedeel gaat mee in de vegetatiekartering en in de PAS  soorten monitoring.              0000000413</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    2018: Na uitvoering van maatregel M3 (aanvullend maaien) is monitoring van belang om de ef-  fecten van het beheer vast te leggen (maatregel M4: monitoring vegetatieontwikkeling).   2019 t/m 2021: Blijft staan, maatregel is op oeverwal nog niet uitgevoerd.   2018: Het is wenselijk om te starten met aanvullende beheermaatregelen voor het behoud en de  ontwikkeling van het stroomdalgrasland. Uitgegaan wordt van aanvullend maaien (M3) en even-  tueel drukbegrazing. Knelpunt is nu de gerezen onduidelijkheid over wie (Staatsbosbeheer of    Rijkswaterstaat) verantwoordelijk is voor het beheer van de oeverwal. Als dit niet op korte termijn  duidelijk wordt, kunnen aanvullende beheermaatregelen (M3) niet op tijd worden uitgevoerd. De  provincie is dit nog aan het uitzoeken.   2021: Staatsbosbeheer gaat intern na of zij de aanvullende beheermaatregelen in de terreinen van  Rijkswaterstaat kunnen meenemen. Zo ja, dan wordt met Provincie Gelderland bekeken hoe dit  vast te leggen en financieel te regelen (via provincie of Rijkswaterstaat).         Dit verslag is vastgesteld door:    Handtekening Handtekening    (datum) (datum)    0000000414</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>