Naar inhoud
Raad van State

Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen.

Jaar: 2020 Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 mei 2020, no.2020000941, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels omtrent de uitvoering van Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (Uitvoeringswet screeningsverordening buitenlandse directe investeringen), met memorie van toelichting.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen inhoudelijke opmerkingen bij het voorstel.De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, adviseert de Afdeling dit advies openbaar te maken.De vice-president van de Raad van StateRedactionele bijlage bij het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State betreffende no.W18.20.0131/IV- In de memorie van toelichting verduidelijken hoe de verantwoordelijke minister invulling zal geven aan zijn verwerkingsverantwoordelijkheid (als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het voorstel) indien andere betrokken ministers persoonsgegevens verwerken voor de uitvoering van dit voorstel.- In de memorie van toelichting verduidelijken of de benodigde investeringen zijn gedaan, ofwel tijdig worden gedaan, zodat het Nederlandse contactpunt uiterlijk per 11 oktober 2020 operationeel en aangesloten op het Europese netwerk zal zijn.Nader rapport (reactie op het advies) van 18 juni 2020De redactionele kanttekeningen van de Afdeling zijn verwerkt door middel van een aanvulling van de memorie van toelichting in de paragrafen 3.2 en 5.2.Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om een wijziging door te voeren in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting daarop aan te passen. Er is in artikel 7 een wijziging van de Handelsregisterwet 2007 opgenomen. In de Wet van 26 juni 2019 tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in verband met de evaluatie van die wet, alsmede regeling van enkele andere aan het handelsregister gerelateerde onderwerpen in het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007 en de Wet op de Kamer van Koophandel (Stb. 2019, 280) is een wijziging van artikel 28, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007 opgenomen. De wijziging strekt ertoe de lijst die in dit artikellid is opgenomen te verplaatsen naar het Handelsregisterbesluit 2008. In de memorie van toelichting werd tot nu toe uitgegaan van de nieuwe situatie. Echter, deze wijziging is nog niet in werking getreden. Het is essentieel dat de verantwoordelijke minister vanaf de inwerkingtreding van de uitvoeringswet de mogelijkheid heeft de gegevens uit het handelsregister te rangschikken naar natuurlijke personen. Daarom wordt de verantwoordelijke minister opgenomen in de lijst in artikel 28, derde lid, van de Handelsregisterwet 2007.Wanneer bovengenoemde wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in werking treedt en de lijst wordt overgeheveld naar het Handelsregisterbesluit 2008, zal ook de bevoegdheid voor de verantwoordelijke minister worden overgeheveld.Ik verzoek U, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.De Minister van Economische Zaken en Klimaat
Documenten (1)