Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Toxische cyanobacterien in recreatiewateren | RIVM

Jaar: 1994 Documenten: 1
De toenemende verrijking van zoet oppervlaktewater met voedingsstoffen heeft geleid tot een toename van de bijdrage van cyanobacterien (blauwwieren) aan het totale fytoplankton. Verschillende soorten cyanobacterien kunnen toxines produceren, die vergiftigingsverschijnselen kunnen veroorzaken bij zooplankton, vissen, vogels en zoogdieren, waaronder de mens. Evenals in andere meren is binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland de afgelopen jaren een toename geconstateerd van het aantal gezondheidsklachten na zwemmen in water van bacteriologisch goede kwaliteit. Resultaten van onderzoek naar de fytoplanktonsamenstelling gaven een indicatie, dat er een verband bestond tussen het voorkomen van cyanobacterien en de gezondheidsklachten. Naar aanleiding van een piek in het aantal klachten werd in augustus 1994 eenmalig de toxiciteit getest van het fytoplankton van zeven verschillende meren door middel van bioassays met muizen. Vijf van de zeven monsters bleken toxisch te zijn. Op grond van pathologische symptomen en pathologisch-anatomisch onderzoek werd geconcludeerd, dat hepatotoxines de dood van de muizen veroorzaakt hadden. Deze toxines leken in alle gevallen geassocieerd te zijn met de aanwezigheid van de cyanobacterie Microcystis aeruginosa, hoewel een bijdrage van Anabaena soorten niet uitgesloten kan worden. In de beide monsters, waarin geen toxines werden aangetoond, werd het fytoplankton gedomineerd door respectievelijk Microcystis aeruginosa en Anabaena spiroides, twee potentieel toxische soorten. Onduidelijk is of het uitblijven van toxische effecten het gevolg is van lage toxineconcentraties in de monsters of het volledig ontbreken van toxineproduktie bij deze stammen. Bij de gevonden toxiciteitsniveaus lijkt het ondenkbaar, dat mensen door te zwemmen in de onderzochte meren een lethale dosis binnen zouden krijgen ; dat geldt echter alleen voor locaties waar geen drijflagen voorkomen. Voorts moeten effecten van sublethale doses niet onderschat worden. Op grond van deze resultaten kan niet geconcludeerd worden, dat de toxische cyanobacterien daadwerkelijk de gezondheidsklachten veroorzaakt hebben. Daarom zijn aanbevelingen gedaan voor een gerichter onderzoek naar de relatie tussen toxische cyanobacterien en gezondheidsklachten van recreanten.
Documenten (1)