Emission database for global atmospheric research (EDGAR) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Determination of ethylenethiourea in water by single-step extractive derivation and gas chromatography-negative ion chemical ionization mass spectrometry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bodem en grondwater in Europa (van de Oeral tot de Atlantische Oceaan) worden bedreigd door diffuse vervuilingen die vooral worden veroorzaakt door de bemesting van landbouwgronden en door een toegenomen luchtverontreiniging. De kwetsbaarheid van de bodem (met inbegrip van het grondwater) voor diffuse vervuiling hangt af van het landgebruik, eigenschappen van de ondiepe bodem, het neerslagoverschot, aard van de watervoerende pakketten, aanvulling en ouderdom van het grondwater. Het overschot aan neerslag is geschat met behulp van meteorologische gegevens en de benadering van Turc-Langbein voor de actuele evapotranspiratie. Door toepassing van irrigatie zal de waarde van het neerslagoverschot niet sterk veranderen. Voor alle gebieden is aangehouden dat 5% van de neerslag onmiddellijk wordt afgevoerd door oppervlakkige afvoer of snelle percolatie in de bodem en dus niet onderhevig is aan evapotranspiratie. De aanvulling van het grondwater is gelijk aan het neerslagoverschot minus de oppervlakkige afstroming. Het voorkomen van oppervlakkige afvoer is afhankelijk gesteld van een aantal eigenschappen van de bodem (textuur, helling, landgebruik, ijsbedekking). De ouderdom van het grondwater volgt uit de waarden voor de aanvulling, de porositeit en de dikte van de desbetreffende watervoerende lagen. De kwetsbaarheid van de bodem is onderscheiden in een kwetsbaarheid van de toplaag en een kwetsbaarheid van het grondwater. In beide gevallen worden, met behulp van GIS-methodieken, waarden aan de kwetsbaarheid toegekend die volgen uit een verwerking van de gewogen bijdragen door de diverse factoren die van invloed zijn. De resultaten zijn op kaarten weergegeven.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Het beleid bij blootstelling aan mogelijk infectieus bloed via huid of slijmvliezen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
DNA fingerprinting of Mycobacterium tuberculosis. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The use of laboratory animals of different microbiological status. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The development of reference materials for paralytic shellfish poisons: the European tackling of an analytical problem | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The mineralization of chloroform in river sediments | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Measuring concurrency | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A simple and widely applicable method for preparing homogeneous and stable quality control samples in water microbiology | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ernstige pneumonie ten gevolge van infectie met Toxocara | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of parameters on supercritical fluid extraction of triazines from soil by use of multiple linear regression | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Structure-activity relationships for biodegradation: a critical review | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Investigating a leaching test for PCBs and organochlorine pesticides in waste and building materials. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
In het kader van de herziening wet bodembescherming zijn voorstellen gedaan voor humane interventiewaarden voor bodem en grondwater, berekend met behulp van humaan toxicologische grenswaarden en humane blootstelling. Ten behoeve van dit doel wordt het humane blootstellingsmodel CSOIL gepresenteerd en bediscussieerd. Dit model is ontwikkeld met het doel om de humane blootstelling ten gevolge van bodemverontreiniging te kunnen kwantificeren. Bovendien worden de onzekerheden van de modelberekeningen besproken. Het CSOIL model wordt niet alleen gebruikt bij de afleiding van de interventiewaarden, maar wordt tevens toegepast, in combinatie met metingen in contact media, voor de berekening van het actuele humane risico, ten behoeve van de bepaling van de saneringsurgentie.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Variable outcome of a congenital cytomegalovirus infection in a quadruplet after primary infection of the mother during pregnancy | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of in vitro exposure to ultraviolet radiation on the functional activity of lymphocytes, with emphasis on susceptibility of different species | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Recent trends in smoking habits in the Netherlands [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Assessment of immunotoxicity of buprenorphine | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immunotoxicological screening of biotechnology products. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cat scratch disease | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Total cholesterol in relation to 25-year CHD and total mortality in the Seven Countries Study. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Pitfalls in immunoblot detection of Aspergillus antigens associated with invasive infection [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Semi-quantitative PCR that uses non-radioactive reagents for monitoring HBV-DNA levels in chronic hepatitis B patients on interferon treatment [Abstract]. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Differential absorption lidar system for routine monitoring of trophosperic ozone | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Susceptibility to and incidence of hand dermatitis in a cohort of apprentice hairdressers and nurses | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
'Vleesetende' bacterien. De complexe manifestaties van infecties met groep A Streptokokken | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Optimization of supercritical fluid extraction of organochlorine pesticides from real soil samples | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Selectieve of algehele screening op infecties met Chlamydia trachomatis onder bezoekers van een Amsterdamse geslachtsziekten polikliniek? [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Determination of phthalate-induced rat liver cytochrome P-450 IVA1 by a fluorimetric HPLC assay and by chemiluminescence detection on Western blots [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
In opdracht van de Inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene is onderzoek uitgevoerd naar de milieuhygienische implicaties van het gebruik van versnipperde, uit polyester samengestelde, autobekledingsmaterialen (tapijtsnippers) voor het ophogen/opvullen van maneges. Dit polyestermateriaal is met antimoontrioxide, Sb2O3, brandwerend gemaakt. In de uit een manege-bak afkomstige monsters tapijtsnippers bleek het antimoongehalte tussen 100 en 150 mg Sb/kg te liggen. De grond onder sedert circa vijf jaar aanwezige snippers bleek niet met antimoon verontreinigd te zijn. Bij uitloogproeven aan het tapijtsnipper-materiaal bleek hieruit met aangezuurd water nagenoeg geen antimoon vrij te komen. In het uit de manege-bak opgewaaide stof bleek antimoon niet aantoonbaar.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Determination of n-methylnicotinamide in urine with capillary zone electrophoresis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Incorporating land-use change in earth systems models [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Gehydrogeneerde (chloor)fluorkoolwaterstoffen HCFK's en HFK's zijn vervangers voor het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) en halonen. Omdat HCFK's een kleinere Ozone Depleting Potential (ODP) hebben dan CFK's maar niet gelijk aan nul, terwijl HFK's een ODP van nul hebben, wordt het gebruik van HCFK's op termijn uitgefaseerd. HFK's dragen echter bij aan de versterking van het broeikaseffect: zij hebben een Global Warming Potential (GWP) ongelijk aan nul. In dit rapport worden drie scenario's beschreven, voor Nederland en mondiaal: (1) de 'Londen'-scenario's, waarin HCFK's en HFK's zonder restricties als vervangers voor CFK's en halonen gebruikt worden ; (2) de 'Kopenhagen'-scenario's, waarin behalve CFK's en halonen ook het gebruik van HCFK's op termijn uitgefaseerd wordt, met als gevolg een groter verbruik van HFK's; (3) de 'Additioneel beleid'-scenario's, waarin verondersteld wordt dat alleen stoffen met een ODP van 0 en GWP van 0 of zeer laag gebruikt worden. Er wordt een overzicht gegeven van het toepassingspotentieel van HFK's tot 2000 a 2010 wereldwijd en in Nederland en van de bijdrage aan de emissies van broeikasgassen. Met name wordt aandacht besteed aan de alternatieven, zgn. 0-ODP en laag-GWP of 0-GWP stoffen. Daarnaast worden van HFK's de GWP-waarden en hun onzekerheden besproken. Verder worden de bronnen van emissies beschreven en reductie-mogelijkheden in termen van beschikbare alternatieve stoffen en methoden en reductie bij gebruik ervan. Tenslotte worden conclusies getrokken met betrekking tot mogelijk klimaatbeleid inzake HCFK's en HFK's. Zonder additioneel beleid zal het aandeel van halogeenkoolwaterstoffen in de totale emissie van directe broeikasgassen in Nederland toenemen van ca. 3% in 1990 tot 7 a 11% in 2010 (uitgaande van een GWP van 0 voor CFK's en halonen). Reductie van CFK-gebruik door GWP-0 alternatieven leidt in de meeste scenario's tot stabilisatie op het niveau van 1990. De belangrijkste beperkingen voor additioneel beleid zijn gelegen in beperkte kennis van technisch-economische en veilige beschikbaarheid voor alle toepassingen, gebrek aan informatie over kosten van aanvullend beleid, en de onzekerheid met betrekking tot directe en totale GWP-waarde voor HFK's en alternatieve stoffen. Daarnaast is inzicht in het potentieel van hergebruik belangrijk.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Network models; from paradigm to mathematical tool. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Op initiatief van BV Aannemingsbedrijf NBM is in november 1991 een civieltechnisch en milieuhygienisch laboratoriumonderzoek gestart naar de mogelijkheden om in depot liggend verontreinigd wegfunderingsmateriaal te immobiliseren of te stabiliseren. Het doel hiervan was om een bijdrage te leveren aan een verantwoorde beslissing voor het hergebruik van het verontreinigde funderingsmateriaal als wegfundering. Voor de coordinatie van de verschillende aspecten bij het onderzoek werd een werkgroep samengesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van Kansai Engineering, RIVM en NBM. Voor het immobiliseren of stabiliseren werden, mede ter onderlinge vergelijking, verschillende percentages (4, 7, 10 en 12%) cement, 20% geosta-E mix en tenslotte een mengsel van 3% cement en 3% emulsie (in het rapport verder aangeduid met 3/3% EMC) gebruikt als bindmiddel. Het geosta werd gekozen vanwege vermeende sterk immobiliserende eigenschappen. De conclusie uit het civieltechnische deel van het onderzoek is dat: Toepassing van tenminste 7% cement voldoende druksterkte geeft aan de uit het verontreinigde materiaal vervaardigde proefstukken. De conclusies uit het milieuhygienische deel van het onderzoek zijn dat: 1. zowel op basis van de organische samenstelling als het anorganisch uitlooggedrag van de met 7% cement en 12% cement uit het verontreinigde materiaal vervaardigde proefstukken hergebruik mogelijk is binnen categorie 1 van het (voorlopige) Bouwstoffenbesluit. De met geosta en EMC vervaardigde proefstukken voldoen aan eisen voor categorie 2. 2. de granulaten (afvalstadium van de toepassing) uit de hiervoor genoemde stabilisaten met 7% cement en 12% cement nuttig toepasbaar zijn binnen het kader van categorie 2 van het (voorlopige) Bouwstoffenbesluit. De eindconclusie uit het laboratoriumonderzoek is dat ten behoeve van hergebruik van het verontreinigde funderingsmateriaal als nieuwe wegfundering stabilisatie met 7% cement civieltechnisch en milieuhygienisch verantwoord is.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Toxicity studies with fish: the value of histopathology | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
De Sectie Metingen onderzoekt sinds een aantal jaren de hoogte van metaalconcentraties in het huishoudelijk afval alsmede de calorische waarde. De resultaten van dit onderzoek leveren de basisinformatie voor het inzicht over de herkomst en de concentratie van metalen zoals aangetroffen in het huishoudelijk afval, indirect in bodemas en vliegas uit verbrandingen, en compost. Tevens kan zij dienen voor het volgen van beleidsmaatregelen of afspraken bijvoorbeeld tot vermindering van de emissie van cadmium. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek beschreven. In de periode 1986 - 1992 werd een zestal monsters huishoudelijk afval onderzocht. De monstername en opzet van het onderzoek sloot zoveel mogelijk aan bij het lopende onderzoek naar de fysische samenstelling van huishoudelijk afval. Hierdoor was het mogelijk de resultaten van het onderzoek naar de fysische samenstelling van huishoudelijk afval te relateren aan de resultaten van dit onderzoek. De analyse van het huishoudelijk afval vond plaats nadat de monsters waren gesorteerd in 14 kenmerkende componenten. In deze componenten werden de metaalconcentraties alsmede de calorische waarde bepaald. Samengevat geeft dit onderzoek de volgende informatie: De concentratie van 18 metalen nn 12 uit het huishoudelijk afval gesorteerde componenten, uitgedrukt in mg/kg droge stof. De concentratie van 18 metalen in huishoudelijk afval, uitgedrukt in mg/kg inclusief het 'van nature' aanwezige vocht. De distributie van metalen in het huishoudelijk afval over de belangrijkste componenten. Metaalconcentraties in produktgroepen gesorteerd uit de leer/rubber component. Metaalconcentraties in bepaalde produkten behorend tot het zogenaamd bijzonder afval en het klein chemisch afval. De calorische waarde en droge stof gehaltes van de belangrijkste componenten uit het huishoudelijk afval
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
A QSAR approach to reductive transformation of TFA. Relationships between chemical structure and rates of reduction of halogenated aliphatic compounds | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The significance of biofouling to the food industry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Genes for the filamentous hemagglutinin and fimbriae of Bordetella pertussis: colocation, coregulation, and cooperation? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
SOA-onderzoek Rotterdam: De epidemiologie van gonorroe, chlamydia, syfilis, hepatitis B en andere SOA onder bezoekers van een geslachtsziekten polikliniek te Rotterdam | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ten behoeve van een snelle screening van kunststoffen op cadmiumgehaltes hoger dan de waarde van 50 mg/kg genoemd in het Cadmiumbesluit werd een onderzoek, vastgelegd in onderzoeksplan 93/LAC/692210/Cdscreening/00, uitgevoerd naar de toepasbaarheid van draagbare commercieel verkrijgbare rontgenfluorescentie-apparatuur. Drie instrumenten werden onderzocht. Gebleken is dat voor gemalen monsters van kunststoffen een gekalibreerd instrument met grote trefzekerheid ter plaatse kan worden ingezet t.b.v. de voorselectie van monsters die met de in het Cadmiumbesluit genoemde meetmethoden moeten worden geanalyseerd ter vaststelling van overtreding. Ook het malen van monsters kan ter plaatse worden uitgevoerd. De voorbewerking en analyse neemt ca. 15 min. in beslag. De apparatuur bevat een rontgenbron. Het gebruik van de apparatuur vereist een lokaal stralingsdeskundige met deskundigheidsniveau 4.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Interlaboratory validation of in vitro serological assay systems to assess the potency of tetanus toxoid in vaccines for veterinary use | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxocara seroprevalence in 5-year-old elementary schoolchildren: relation with allergic asthma | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Naturally-occurring toxins in food. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Changes in total and high density lipoprotein cholesterol in an aging cohort of men (The Zutphen Study 1977-1993) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Protection of rhesus macaques from SIV infection by immunization with different experimental SIV vaccines | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Catheter-associated urinary tract infections: epidemiological, preventive and therapeutic considerations | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Prevalence of fluoroquinolone resistance in Europe | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The LOGIZ-project: an inventory of health (care) registers in The Netherlands [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Low doses of interleukin-2 can cure large bovine ocular squamous cell carcinoma | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inzicht in prestaties. Evaluatie grondwaterreinigingstechnieken | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Characteristics of Bacillus cereus related to safe food production | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Turkish coffee and serum total cholesterol in two Serbian cohorts of the Seven Countries Study [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The terrestrial biosphere and global change. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The intake of chemicals related to age in long-term toxicity studies; considerations for risk assessment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Absence of a secondary response to polioviruses after vaccination with inactivated hepatitis A virus vaccine [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inventarisatie luchtkwaliteit in grote Europese steden | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Workshop 2: Diagnosis and molecular epidemiology. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Quantitative Risikoanalyse als Element von Qualitatssicherungssystemen in der Lebensmittelindustrie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Differences in the association between alcohol consumption and blood pressure by age, gender, and smoking | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Stability of spores of Bacillus cereus stored on silicagel | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Apoliprotein e4 allele and cognitive decline in elderly men | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Impacts of climate change on ecosystems and species: marine and coastal ecosystems | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Competition in chemostat culture between Pseudomonas strains that use different pathways for the degradation of toluene | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Methane and nitrous oxide emissions: an introduction | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Specific T-cell factors that initiate cellular immune responses are produced by CD4-, CD8-, Vbeta8- lymphocytes and are present in nude mice | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Antibiotics enhance binding of lipid A-specific murine monoclonal antibody E5 to gram-negative bacteria | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vaccination with inactivated hepatitis A virus vaccine does not cause a secondary response to polioviruses [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Onlangs zijn voor een groot aantal stoffen de nieuwe interventiewaarden bodemsanering van kracht geworden. In dit rapport worden voorstellen gedaan voor humaan-toxicologisch en ecotoxicologisch onderbouwde interventiewaarden voor een twaalftal nog niet eerder in dit kader beoordeelde stoffen. De voorstellen zijn tot stand gekomen volgens de methoden die bij de eerste set van stoffen zijn gebruikt en in een aantal rapporten zijn vastgelegd. Daar waar afgeweken is van deze procedures wordt dit vermeld of verwezen naar relevante beschrijvingen. Er worden voorstellen gedaan voor interventiewaarden bodemsanering voor azinfos methyl, de groep van organotinverbindingen, chloordaan, endosulfan, heptachloor, heptachloorepoxide, antimoon, beryllium en borium. Hoewel geevalueerd, wordt voor nitraat nog geen voorstel gedaan in verband met de onzekerheden in de dominante gewasroute en de beperkte ecologische evaluatie (eutrofiering).
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Belangrijke bijwerkingen van vaccinaties in 1992 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of isoniazid (INH) on the BCG-induced local immune response after intravesical BCG therapy for superficial bladder cancer | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Detection of amplified Chlamydia trachomatis DNA using a microtiter plate-based enzyme immunoassay | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modelling dry deposition of SO2 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Use of various genetic markers in differentiation of Mycobacterium bovis strains from animals and humans and for studying epidemiology of bovine tuberculosis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The HACCP concept: specification of criteria using quantitative risk assessment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immunogenicity of two vs. three injections of inactivated Hepatitis A vaccine [ Abstract]. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The application of patch models of vegetation dynamics to global change issues. Workshop summary. Global change and terrestrial ecosystems GCTE | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Trends in hospital resource utilization by HIV-infected persons, January 1987-June 1990 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The golden hamster as an animal model in atherosclerosis research: characterization of 13 inbred strains [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Tissue-type plasminogen activator and its inhibitor in rat aorta | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Environmental aspects of construction with waste materials | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acute toxicity of technical trichlorphon to cyprinid fish | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A priori calculation of instrumental detection limits in graphite furnace atomic absorption spectrometry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Chronische ziekten komen steeds frequenter in onze samenleving voor. Dit is deels toe te schrijven aan een verschuiving van acute ziekten naar chronische ziekten, maar ook de toenemende vergrijzing speelt hierbij een rol. Door de snelle toename van wetenschappelijke kennis van chronische ziekten ontstaat bij het beleid een groeiende behoefte aan actuele overzichten over de ontwikkelingen in kennis van chronische ziekten. In het rapport dat voor u ligt is de stand van zaken weergegeven met betrekking tot de etiologie, determinanten en mogelijkheden voor preventie van artrose door middel van interventie op leefstijlfactoren. Er wordt zowel aandacht besteed aan mogelijkheden voor primaire, secundaire en tertiaire preventie. Artrose, ook wel ten onrechte gewrichtsslijtage genoemd, is de meest voorkomende aandoening van het bewegingsapparaat. Artrose komt vooral voor bij ouderen en dan vooral bij vrouwen. Ondanks de verschillende pogingen om criteria op te stellen voor de diagnose van artrose is er op dit moment nog geen criterium dat door het merendeel van de medische wereld wordt geaccepteerd. De diagnose van artrose wordt gesteld aan de hand van klachten van de patient, lichamelijk onderzoek, laboratoriumonderzoek en rontgenfoto's. De etiologie van artrose is nog grotendeels onbekend. Verschillende hypotheses zijn geopperd. De op dit moment meest geaccepteerde hypothese stelt dat het proces waardoor artrose ontstaat begint in het kraakbeen. Het beloop van artrose, behalve bij artrose van de heup, is onvoorspelbaar en kan sterk varieren in ernst. Van de leefstijlfactoren worden vooral lichamelijke activiteit en roken in verband gebracht met het ontstaan en/of beloop van artrose. Roken lijkt het risico op het ontstaan van artrose te verlagen. De resultaten van de verschillende onderzoeken zijn echter niet eenduidig. Tevens is er nog geen mogelijk verklarend mechanisme voor de relatie tussen roken en artrose. Lichamelijke activiteit heeft zowel een effect op het ontstaan als op het beloop, al lopen deze effecten in verschillende richting. Er zijn hypotheses dat lichamelijke activiteit het risico op het ontstaan van artrose verhoogt. Er komen echter steeds meer aanwijzingen dat regelmatig hardlopen het risico op het ontstaan van artrose niet verhoogt. Lichamelijke activiteit onder deskundige begeleiding heeft een gunstig effect op het beloop. Het doel is beperkingen te voorkomen. De effectiviteit van interventies gericht op lichaamsbeweging is echter nog niet bewezen. In het algemeen is kennis over de etiologie en het beloop van artrose nog onvoldoende. Stimulering van onderzoek hiernaar kan mogelijkheden voor zowel primaire, secundaire als tertiaire preventie dichterbij brengen. Voor primaire preventie van artrose door interventie op leefstijlfactoren is bevordering van 'verstandig' bewegen, beginnend in het basisonderwijs, een aangrijpingspunt. Bij secundaire preventie is vooral alerte symptoomherkenning van belang omdat dan functiebeperkingen nog zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Screening is nog niet mogelijk. In het niet-medicamenteuze deel van de behandeling is fysiotherapie een belangrijk onderdeel. De effectiviteit is echter nog weinig in interventieonderzoeken bestudeerd, evenmin als de soort, duur en intensiteit van de oefeningen. Ook de mogelijkheden voor groepsoefentherapie zijn nog onvoldoende onderzocht. Stimulering van dit onderzoek wordt aanbevolen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
gag- And env-specific serum antibodies in cats after natural and experimental infection with feline immunodeficiency virus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Dietary patterns and cardiovascular risk factors in elderly men: The Zutphen Elderly Study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The HACCP concept: identification of potentially hazardous micro-organisms | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acetylcysteine bij paracetamoloverdosering; intraveneuze maar ook orale therapie is zinvol, ook bij late toepassing | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Hyperinsulinemia, impaired glucose tolerance and cognitive function (The Zutphen Elderly Study) [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Chemical processes controlling the mobility of waste materials contaminants in soils. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
QTC-prolongation in the insulin-resistence-syndrome: The Zutphen Elderly Study [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Comparison of two panels of monoclonal antibodies for determination of Chlamydia trachomatis serovars | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
In de interimrapportage wordt de huidige stand van zaken beschreven van, hoofdzakelijk, (inter)nationaal epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen PM10 en het optreden van gezondheidseffecten. PM10 ("particulate matter") is de afkorting van de massa van de in de lucht zwevende deeltjes (aerosol) met een diameter kleiner dan ongeveer 10 micrometer (10 mum = 0,01 mm). PM10 wordt in Nederland ook wel "fijn stof" genoemd en geldt als indicator voor de ernst van het wintersmogmengsel. Daarna wordt verslag gedaan van het onderzoek dat tot nu toe is afgerond. Uit de literatuur blijkt dat blootstelling aan wintersmog geassocieerd is met een toename van de dagelijkse sterfte, met ziekenhuisopnamen voor ademhalingsklachten, met een toename van medicijngebruik bij astmatici en met longfunctieverslechtering. Er lijkt geen drempelwaarde voor dergelijke associaties te bestaan waar beneden effecten op mortaliteit en morbiditeit niet meer voorkomen. Gelet op de moeilijkheid een drempelwaarde vast te stellen, wordt een schatting van de gezondheidseffecten uitgedrukt als procentuele toename per 100 mug/m3 verandering in de daggemiddelde concentratie van PM10. Deze toename is voor dagelijkse sterfte 10-15%, voor toename van ziekenhuisopnamen voor respiratoire aandoeningen 20-40% en voor toename van medicijngebruik bij astmatici ongeveer 30%. De longfunctieverslechtering wordt geschat op 2-4% voor 100 mug/m3 toename van de PM10 concentratie. De daggemiddelde PM10-concentraties in Nederland kunnen tijdens wintersmogepisoden oplopen tot 140 mug/m3 en hoger. Er zijn weinig toxicologische gegevens beschikbaar omtrent de gezondheidseffecten en het werkingsmechanisme van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Enkele proefdierstudies met gecontroleerde inhalatie van verschillende (redelijk oplosbare) deeltjes suggereren dat de grootte van het oppervlak en de reactiviteit van het oppervlak van ultrafijne deeltjes (< 0,1 mum) een rol spelen in het veroorzaken van pulmonale effecten. Het grootste deel van de massa van alle deeltjes wordt veroorzaakt door deeltjes met een diameter van enige micrometers (mum) tot enige tientallen micrometers. Omdat de hoogte van de PM10-niveaus afhangt van de massa van de deeltjes worden deze PM10-niveaus vooral bepaald door deeltjes groter dan enkele micrometers in diameter. De ultrafijne deeltjes met diameters van enige honderdsten tot tienden van micrometers vormen wel de grootste aantallen deeltjes, maar dragen vrijwel niet bij aan de PM10-niveaus. Deeltjes van tussenliggende diameters bepalen voor het grootste deel het oppervlak. Zij hebben een verwaarloosbaar effect op de PM10-niveaus. Het is momenteel nog onbekend of het toxische werkingsmechanisme van de deeltjes afhangt van de massa dan wel de chemische samenstelling van de deeltjes, of afhangt van het oppervlak van de deeltjes of juist van de aantallen deeltjes. Daarom is de keuze van het juiste bestrijdingsdoel op dit moment niet eenvoudig.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Interlaboratory comparison of enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA) and indirect immunofluorescence (IIF) for detection of Bordetella bronchiseptica antibodies in guineapigs | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxic effects of pollutants on the mineralization of 4-chlorophenol and benzoate in methanogenic river sediment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Uniform system for the evaluation of substances II effects assessment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
No beneficial effect of n-acetylcysteine treatment on broncho-alveolar lavage fluid variables in acute nitrogen dioxide intoxicated rats | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Uniform system for the evaluation of substances. III. Emission estimation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Uniform system for the evaluation of substances IV distribution and intake | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Attenuation of acute lung injury by ozone inhalation - the effect of low level pre-exposure | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxicological pathology: a general introduction | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Developments of immunotoxicology methods in the rat and applications to the study of environmental pollutants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Diet and physical activity as determinants of hyperinsulinemia: The Zutphen Elderly Study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The fimbrial gene cluster of Haemophilus influenzae type b | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ultraviolet radiation - induced impairement of the early initiating and the late effector phases of contact hypersensivity to picrylchloride: regulation by different mechanisms | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Microcarrier technology, present status and perspective [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
(Potentieel) proefdierpathogene micro-organismen Streptococcus pneumoniale | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Minimal immunological changes in structurally malformed rats after prenatal exposure to cyclophosphamide | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Poliomyelitis outbreak in an unvaccinated community in the Netherlands, 1992-93 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Time course of 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxin (TCDD)-induced thymic atrophy in the Wistar rat | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Development of pertussis serological potency test; Serological assessment of antibody response induced by whole cell vaccine as an alternative to mouse protection in an intracerebral challenge model | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Trends in cardiovasculaire aandoeningen en kanker tussen 1973 en 1987 in de Verenigde Staten; goed of slecht nieuws? [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Equine salmonellosis in a Dutch veterinary teaching hospital | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Analyse van de AIDS-epidemie in Nederland 1982-1993 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Septic shock: no correlation between plasma levels of nitric oxide metabolites and hypotension or lethality | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Normstelling bodemkwaliteit | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Liquid chromatographic analysis and stability of benzo[a]pyrene-tetrols in blood protein adducts in rats after exposure to benzo[a]pyrene | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Diffuse bodemverontreiniging | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluation of a surface resistance parametrization of sulphur dioxide | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Parametrization of surface resistance for the quantification of atmospheric deposition of acidifying pollutants and ozone | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxicologische evaluatie van propyleenglycol als oplosmiddel in hoestmiddelen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Volksgezondheid Toekomst Verkenning. Concept en uitwerking | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxicological pathology: training/registration and future perspectives | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Lokale bodemverontreiniging | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxic effects of pollutants on the mineralization of chloroform in river sediments | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
EXPECT: a concise simulation system for environmental policy analysis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Implications of multidrug resistance for the future of short-course chemotherapy of tuberculosis: a molecular study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Climate change implications for Europe. An application of the ESCAPE model | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Isomer and congener identification of chlorinated pyrenes by narrow-bore liquid chromatography-fourier transform infrared spectrometry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Seasonal development of zooplankton in the lower river Rhine during the period 1987-1991 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Nursing homes: not a source of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in the Netherlands [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A method for robust calibration of ecological models under different types of uncertainty | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Pharmacokinetics of the enantiomers of bupivacaine following intravenous administration of the racemate | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
DNA double strand breaks from two single strand breaks and cell cycle radiation sensitivity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Influenza in het seizoen 1993/'94; vaccinsamenstelling voor het seizoen 1994/'95 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verkeer en vervoer en luchtverontreiniging: ontwikkelingen tot 2010 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Uniform system for the evaluation of substances I principles and structure | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modeling the global society-biosphere-climate system: Part 2: computed scenarios | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Characterization of strains of Neisseria meningitidis recovered from complement-sufficient and complement-deficient patients in the Western Cape Province, South Africa | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Analysis of radiation induced carcinogenesis using a two-stage carcinogenesis model: implications for dose-effect relationships | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Comparison of the antiatherogenic effects of isradipine and ramipril in cholesterol-fed rabbits: I; Effect on progression of atherosclerosis and endothelial dysfunction | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Nosocomial infection by Staphylococcus haemolyticus and typing methods for epidemiological study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
No specific effect of fluoxetine treatment on fasting glucose, insulin, lipid levels, and blood pressure in healthy men with abdominal obesity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A comparison of ELISA and RPLA for detection of Bacillus cereus diarrhoeal enterotoxin | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The use of software sensors for measurement and control of animal cell cultures [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Antibody-targeted liposomes to deliver doxorubicin to ovarian cancer cells | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Using computerised systems in modern vaccine production plants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Relationships of plasminogen activator inhibitor-1 to anthropometry, serum insulin, triglycerides and adipose tissue fatty acids in healthy men | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Simulating the carbon flux between the terrestrial environment and the atmosphere | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The development of live animal feed reference materials, certified for their aflatoxin B1 content | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Determining the potential distribution of vegetation, crops and agricultural productivity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Results of an international plankton investigation on the river Rhine | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Track structure approaches to the interpretation of radiation effects on DNA | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
SMOES: a simulation model for the Oosterschelde ecosystem. Part I: Description and uncertainty analysis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Contribution of PAH and some of their nitrated derivatives to the mutagenicity of ambient airborne particles and coal fly ash | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Non-specific modulation of the immune response with liposomal meningococcal lipopolysaccharide: role of different cells and cytokines | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Biochemical feedbacks in the oceanic carbon cycle | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Tropical rain forest conversion to pasture: changes in vegetation and soil properties | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Organotypic culture of human skin to study melanocyte migration | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Maternal serum markers in second-trimester oligohydramnios | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Resistance of bacterial strains to dry conditions: use of anhydrous silica gel in a desiccation model system | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Recognition of visual characteristics of infrared spectra by artificial neural networks and partial least squares regression | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ervaren gezondheid, sterfte en chronische ziekten bij oudere mannen; de Zutphen-studie 1985-1990 [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Prevention of waste in industry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Monitoring of the biologically relevant UV radiation in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Prevention of cancer: anti-carcinogens in food | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Desiccation in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The project PROSA (Probabilistic Safety Assessment) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Change in locomotor activity pattern: a model for recognition of distress in mice? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Certification of microbiological reference materials | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
China Vaccine Production projects (CVP) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Studies on processes in industry in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The 1993 Public Health Status and Forecasts (PHSF); results and perspectives | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Incomplete efficacy of vaccination against pertussis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Epidemiology of AIDS and HIV infection in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Risk assessment for man | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Investigation of a possible radon hazard in dwellings, built on polders where harbour sludge was used as landfill | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Influence of toxic substances on the development of natural plankton communities in rivers | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Third National Environmental Outlook and environmental return of the NEPP-2 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
CATS-2: a model to predict accumulation of persitent chemicals in sedimentation areas of rivers | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Risk analysis of foodborne bacterial pathogens | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
CATS-3: a model for deriving ecotoxicological water quality criteria on the basis of three toxicity data (algae, zooplankton, fish) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The introduction of GIS in radiation research | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ad hoc investigations in relation to environmental incidents | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The uniform system for the evaluation of substances, uses 1.0 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The RIKWIN project | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
'Environmental costs' project | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
MOVE: a multiple stress model for vegetation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Development of a new man machine interface for bioreactors | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Environmental aspects of technological development | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluation and validation of a single-dilution potency assay based upon serology of vaccines containing diphteria toxoid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Pneumococcal vaccine development | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Introduction of estimators for measurement and control of animal cell cultures | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Integration of monitoring systems of public health in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ten behoeve van toekomstige versies van de integratie-rapporten Milieubalans en Milieuverkenning is door het RIVM gekozen voor het integraal weergeven van de milieuproblematiek in relatie tot het Nederlandse milieubeleid, in termen van een beperkte set doelvariabelen of graadmeters. Dit definitierapport beschrijft en onderbouwt de graadmeters waarin het complete aandachtsgebied 'externe veiligheid' wordt uitgedrukt. Samen met de andere definitierapporten dient het als onderbouwing van de keuzen die zijn gemaakt bij het formuleren van de indeling van en de figuren in toekomstige versies van de Milieubalans en de Milieuverkenning. Voor het aandachtsgebied 'externe veiligheid' is het in de nota 'Omgaan met risico's' vastgelegde beleid richtinggevend. Dit beleid is verder geconcretiseerd in de brief van de minister van VROM aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (13 juni 1994).
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In dit rapport wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de epidemiologie, etiologie en mogelijkheden voor primaire, secundaire en tertiaire preventie van coronaire hartziekten (CHZ), hartfalen en cerebrovasculaire aandoeningen (CVA) door middel van leefstijlinterventie. Ondanks het feit dat het accent in dit rapport derhalve ligt op de leefstijldeterminanten, blijft ook kennis over de endogene determinanten van belang, aangezien het effect van leefstijlfactoren op het ontstaan en beloop van CHZ en CVA voornamelijk verloopt via de beinvloeding van deze endogene (intermediaire) determinanten. Met betrekking tot de primaire preventie van CHZ, hartfalen en CVA zijn roken, voeding, alcoholgebruik en lichamelijke activiteit belangrijke leefstijldeterminanten. Interventies, gericht op deze determinanten kunnen belangrijke endogene determinanten voor CHZ, hartfalen en CVA (met name serumcholesterol, overgewicht en bloeddruk) gunstig beinvloeden. Gezien de hoge prevalenties van roken, overmatig alcoholgebruik, lichamelijke (in)activiteit en de hoge vetconsumptie in Nederland, biedt interventie op deze determinanten in theorie goede mogelijkheden voor gezondheidswinst. In het verleden zijn programma's ten aanzien van preventie van CHZ en CVA met name gericht geweest op een van de (talrijke) determinanten voor deze aandoeningen. Uit de literatuur blijkt dat de beste resultaten met betrekking tot primaire preventie van CHZ en CVA worden gevonden in multifactoriele programma's, gericht op het verlagen van de niveau's van meerdere factoren tegelijkertijd. Een geintegreerde aanpak van preventie door middel van leefstijlinterventie biedt aanzienlijke mogelijkheden voor gezondheidswinst. Het mechanisme waarlangs omgevingsfactoren, zoals voedingsstoffen, de niveaus van deze endogene determinanten beinvloeden wordt bepaald door verschillende (waaronder genetische) factoren. Dit leidt tot een aanzienlijke variabiliteit in de respons op deze omgevingsfactoren. Het is wenselijk het inzicht in de aard en het effect van deze factoren te vergroten, aangezien dit kan bijdragen aan het opsporen van hoog-risico groepen. Aansluitend bij de consensus-bijeenkomsten ten aanzien van hypercholesterolemie en hypertensie kan worden aanbevolen bij personen met licht verhoogde determinantenniveaus in eerste instantie met behulp van voedingsaanpassingen (beperking van inneming van verzadigd vet, natrium en alcohol) en, indien nodig, gewichtsvermindering te trachten een reductie van de bloeddruk en/of het serumcholesterol te verkrijgen, alvorens over te gaan tot medicamenteuze behandeling. Naast gewichtsreductie past ook regelmatige lichamelijke activiteit in het behandelingsschema. Bij secundaire preventie van CVA en CHZ moet worden gedacht aan het zo vroeg mogelijk herkennen van symptomen bij personen met angina pectoris, TIA of een 'stil' hart- of herseninfarct. Hartfalen is een langzaam voortschrijdende aandoening, die vaak de nasleep is van een hartinfarct. Dit gegeven biedt aanknopingspunten voor secundaire preventie door vroegtijdige onderkenning, gevolgd door adequate behandeling. De bewijslast voor de relatie tussen leefstijlfactoren en het beloop van CHZ, CVA en hartzwakte is kleiner dan die voor het ontstaan van de ziekte, hoofdzakelijk ten gevolge van de (relatief) beperkte informatie over deze relatie in de wetenschappelijke literatuur. De leefstijldeterminanten die een rol spelen bij de etiologie van CHZ, CVA en hartfalen, zijn voor een belangrijk deel ook van belang bij het beloop van de aandoeningen en bieden dus mogelijkheden voor tertiaire preventie. Beinvloeding van het rookgedrag, het verlagen van het serumcholesterol-gehalte, het lichaamsgewicht en de bloeddruk door voedingsaanpassingen en het nastreven van een goede lichamelijke conditie door frequente lichamelijke activiteit, kan de kans op complicaties bij CHZ- en CVA-patienten, zoals een tweede hart- of herseninfarct, verlagen en kan zelfs tot regressie van het atherosclerose-proces leiden. Het huidige rookbeleid, gericht op beperking van het tabaksgebruik en bescherming van de jeugd en de niet-roker, is te vrijblijvend om tot werkelijk resultaat te leiden. Een preventiebeleid ten aanzien van roken zal in verschillende sectoren moeten doordringen om succes te behalen (facetbeleid). De eerstelijns-gezondheidszorg, GGD'en, industrie en wetgevende macht spelen in dat facetbeleid een belangrijke rol. Met betrekking tot het voedingsbeleid is een terughoudendheid merkbaar, waar het de intersectorale aanpak betreft. Dit resulteert tot op dit moment in een slechts traag nerbeterende betrokkenheid van de industrie en minimale vooruitgang in de richtlijnen/wetgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van etikettering van voedingsmiddelen. Ook hier is facetbeleid wenselijk. Zo kan de hoge zoutconsumptie in Nederland alleen effectief worden beinvloed als medewerking wordt verkregen van de voedingsmiddelenindustrie, aangezien 85% van de geconsumeerde hoeveelheid zout reeds aanwezig is in het voedingsmiddel, en slechts 15% tijdens het bereiden of aan tafel wordt toegevoegd. Het is opvallend dat in het gezondheidsbeleid nauwelijks aandacht wordt besteed aan het reduceren van lichamelijke inactiviteit. De nieuwste inzichten op het gebied van deze determinant rechtvaardigen een meer stimulerend beleid ten aanzien van lichamelijke activiteit in ons land, waar naar schatting meer dan een derde van de bevolking lichamelijk inactief is in de vrije tijd. Aanbevolen wordt om tot een voorlichtingsplan voor lichamelijke activiteit te komen, vergelijkbaar met het Alcohol Voorlichtings Plan, dat op zowel nationaal als lokaal niveau activiteiten ontplooit, gericht op bewustwording van de problematiek en beinvloeding van de mentaliteit. In het overheidsbeleid ten aanzien van chronisch zieken wordt slechts zeer beperkt aandacht besteed aan de rol die leefstijlfactoren kunnen spelen bij het voorkomen van verergering van de ziekte en de goede mogelijkheden die daarmee ontstaan voor de verbetering van de kwaliteit van leven van de chronisch zieke. Een actiever overheidsbeleid lijkt daarom wenselijk, gezien de mogelijke gezondheidswinst (inclusief verbetering van de kwaliteit van leven) die met tertiaire preventie valt te behalen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
De interventie waarde (voorheen C-waarde) is gebaseerd op de integratie van zowel een humaan toxicologisch als een ecotoxicologisch criterium voor ernstige bodemverontreiniging. Het doel van dit rapport is om de methodiek voor het afleiden van het ecotoxicologisch criterium voor ernstige bodemverontreiniging, zoals beschreven door Denneman en Van Gestel (1990, 1991), te updaten met de aanbevelingen gedaan door de Technische Commissie Bodembescherming (TCB, 1992) en de wetenschappelijke informatie en methoden die de laatste jaren beschikbaar zijn gekomen. De methodiek waarmee het humaan toxicologisch criterium wordt afgeleid zal beschreven worden in rapportnummer 711701 006 (Janssen, 1995). Het ecotoxicologisch criterium voor ernstige bodemverontreiniging is dat er een ernstig gevaar voor een bodemecosysteem bestaat wanneer 50% van de soorten en 50% van de microbiele processen worden bedreigd. Dit is het geval wanneer de NOEC (No-Observed-Effect-Concentration) voor vitale levensfuncties van soorten (zoals overleving, groei en reproduktie) en microbiele en enzymatische processen worden overschreden. Voor stoffen met een potentieel risico voor doorvergiftiging zijn de mogelijk negatieve effecten ten gevolge van doorvergiftiging meegenomen in het criterium. De methodiek die gebruikt wordt voor het afleiden van het ecotoxicologisch criterium voor ernstige bodemverontreiniging is beschreven in een protocol in dit rapport.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit rapport geeft een overzicht van de huidige kennis over het gedrag van lachgas (N2O) in de atmosfeer, wereldwijde bronnen en putten van N2O, Nederlandse N2O emissie in 1990, opties om N2O emissies te reduceren en projecties. Ondanks een aantal onzekerheden is het mogelijk de waargenomen trend in atmosferisch N2O te verklaren met bekende bronnen. Schattingen van mondiale emissies zijn minder onzeker dan die van nationale, omdat de wereldwijde emissie afgeleid kan worden van een massabalans van de atmosfeer. Ondanks de onzekerheden is het waarschijnlijk dat de Nederlandse N2O emissie zal blijven stijgen in de toekomst, tenzij aanvullend beleid wordt ingezet. Verschillende bestaande beleidsmaatregelen beinvloeden de uitstoot van N2O, bij voorbeeld die ter bestrijding van verzuring en vermesting. Een aantal van deze maatregelen kan de N2O uitstoot doen toenemen, terwijl andere kunnen resulteren in een reductie van de N2O emissie. De beschreven technische opties kunnen de Nederlandse emissie met 25% reduceren ten opzichte van 1990 door onder andere (1) katalytische N2O reductie bij de produktie van salpeterzuur, (2) efficienter gebruik van stikstof meststoffen, bijvoorbeeld door gebruik van slow release fertilizers, (3) aanpassingen in de verbranding van afval en (4) optimalisatie van de verbranding van fossiele brandstoffen, met name in oudere centrales en katalytische N2O reductie in wervelbedverbranding. De grootste reductie kan worden gerealiseerd bij industriele produktie van salpeterzuur, maar de aanname dat een katalysator geimplementeerd kan worden in 2000 lijkt optimistich. De onzekerheden in schattingen van de Nederlandse N2O emissie zouden verminderd kunnen worden door (1) meten van N2O vorming tijdens salpeterzuurproduktie, (2) voortzetting van onderzoek naar N2O produktie door voertuigen, (3) meten van N2O produktie in Nederlandse bodems, (4) onderzoek naar N2O produktie in grond- en oppervlaktewater in Nederland, (5) onderzoek naar N2O vorming in de atmosfeer en (6) onderzoek naar de effecten van klimaatverandering op N2O emissies.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In het MeerJarenPlan-Gewasbescherming van 1991 is de mogelijkheid gegeven om door middel van onderzoek in de verzadigde fase van de bodem aan te tonen dat bestrijdingsmiddelen, die kunnen uitspoelen naar de verzadigde zone, alsnog voor toelating in aanmerking kunnen komen als de omzettingssnelheid voor het middel en sommige omzettingsproducten in deze zone tot een diepte van 10 m beneden maaiveld voldoende hoog is. Dit rapport geeft een methodiek die vooralsnog kan worden toegepast om te bepalen of de omzettingssnelheid voldoende hoog is. Deze methodiek is opgenomen in het Besluit Milieutoelatingseisen Bestrijdingsmiddelen op basis van de Bestrijdingsmiddelenwet van 1962. Daarnaast geeft dit rapport nadere randvoorwaarden waaraan onderzoek naar het gedrag van middelen in de verzadigde zone moet voldoen om tot een accurate beoordeling te komen. Aan de in het MJP-G opgegeven, minimale reistijd van 4 jaar tot 10 m beneden maaiveld wordt in de praktijk bijna altijd voldaan; een uitzondering geldt voor het bovenste grondwater in de directe omgeving van een puttenveld van een waterwinning en voor enkele zandgebieden welke geen agrarisch gebruik kennen. De kennis van het gedrag van bestrijdingsmiddelen en omzettingsproducten in de verzadigde zone is op dit moment nog onvoldoende. De beschreven methodiek lijkt de best haalbare. Uitbreiding van kennis kan ertoe leiden dat de methodiek in de toekomst moet worden aangepast.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In deze studie is een aantal potentiele bronnen van lokale bodemverontreiniging geinventariseerd en vormt een aanvulling op eerder uitgevoerde inventarisaties. Van een groot aantal bodemrelevante prioritaire stoffen is de emissie naar de bodem geschat. Daarnaast zijn door middel van een modelmatige benadering de gevolgen voor de bodemkwaliteit beoordeeld en zijn metingen van bodemgehaltes geinventariseerd. Acht bronnen van lokale bodembelasting zijn geselecteerd op basis van de criteria: 1. de bron emitteert tot op heden naar de bodem ; 2. er is geen specifiek beleid geformuleerd of in voorbereiding ; 3. de bron is niet eerder bij inventarisatie meegenomen. Onder lokale bodembelasting wordt de belasting van de bodem verstaan met stoffen in de directe omgeving van een bron en waarbij sprake is van een gradient in de belasting. Dit project (over lokale bodembelasting) zal samen met een studie naar bronnen van diffuse bodembelasting (afronding eind 1994) worden gebruikt ter onderbouwing van beleidsmatige prioriteiten bij de aanpak van bodembelastende activiteiten. In het rapport zijn per onderzochte bronnen gegevens over de emissies naar de bodem samengevat: oorzaak, vrijkomende stoffen, geschatte bodembelasting in Nederland, geschat belast (bodem)oppervlak. Op basis van deze informatie, een aantal modelmatige berekeningen en beschikbare gegevens over de huidige bodemkwaliteit rond de bronnen, is de verwachte (toekomstige) bodemkwaliteit beoordeeld. De mogelijkheden voor emissiereductie zijn in beperkte mate in deze rapportage opgenomen. Bij openbare rioleringen bestaat, op basis van de geschatte lekkage naar bodem en de rioolwatersamenstelling, na 50 jaar kans op verontreiniging met chloorkoolwaterstoffen tot boven de streefwaarde voor bodem en grondwater bestaat. Bij incidentele lekkage van ondergrondse transportleidingen (gem. 1 tot 2 keer per jaar) wordt de interventiewaarde voor olie overschreden, maar hierop volgt meestal direct sanering. Daarnaast kan bij kleine onopgemerkte lekkages de streef/interventiewaarde worden overschreden. Bij snelwegen wordt binnen 50 jaar na begin van de belasting de interventiewaarde voor zink overschreden (met name onder vangrails). Verwacht wordt dat voor cadmium, lood, naftaleen en fenantreen (de meest geemitteerde PAK) langs snelwegen de streefwaarden binnen 50 jaar na begin van de belasting worden overschreden. Bodemanalyses langs snelwegen ondersteunen deze resultaten, kopergehaltes zijn ook verhoogd. De streefwaarden voor koper voor bodem langs spoorwegen en trambanen (vrije baan) worden binnen 50 jaar na begin van de belasting overschreden (voor trambanen mogelijk ook interventiewaarden). Rond oudere hoogspanningsmasten worden voor zink zowel streefwaarden als interventiewaarden (direct rond de mast) overschreden. Door nieuwe masten binnen een (tot enkele) jaar na plaatsing te verven zullen binnen 50 jaar na plaatsing streefwaarden alleen tot enkele meters van de mastvoet worden overschreden. Bij stralen en verven is gezien het eenmalige karakter van de activiteiten de kans op overschrijden van de streefwaarden zeer klein. Alleen het gebruik van dichloormethaan bij gevelreiniging leidt mogelijk tot een snelle overschrijding van de interventiewaarde. Uitloging van geimpregneerd hout kan mogelijk (binnen 50 jaar na toepassing) leiden tot een overschrijding van de streefwaarden voor chroom en koper. Voor koper kan de interventiewaarde worden overschreden. Voor PAK-totaal (geen berekening) wordt gezien de totale belasting ook overschrijding van streefwaarden van afzonderlijke PAK verwacht. Door bouwactiviteiten wordt geen overschrijding van streefwaarden verwacht ; alleen op- en overslag van olieprodukten hebben in dit verband aandacht nodig (via milieuzorg). De beschouwde bronnen dragen samen voor 1% tot 15% bij aan de totale belasting van de Nederlandse bodem met zware metalen. Voor PAK's en olie dragen deze bronnen voor resp. circa 41% en maximaal 15% bij aan de bodembelasting. Met name wegen, spoorwegen en uitloging van hout leveren een belangrijke bijdrage aan de emissies naar bodem.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
De toxiciteit van negen verschillende bestrijdingsmiddelen of afbraakproducten voor de grondwater copepod Parstenocaris germanica is onderzocht. De onderzochte stoffen zijn geselecteerd vanwege hun potentieel gevaar voor grondwater bewonende metazoen. Niet alle experimenten lieten een duidelijke dosis-respons relatie zien of leverden goed reproduceerbare resultaten op. Dit werd veroorzaakt door een grote variatie in de waarnemingen mogelijk veroorzaakt door het technisch ontwerp van de experimenten (kleine volumina en aantallen test organismen) of door heterogeniteit van het biologisch materiaal (afkomstig van een veldpopulatie). Het meest toxisch voor P. germanica bleken Fenpropathrin (EC50 0.006 mug/l) en Cypermethrin (EC50: 0.02 mug/l) te zijn, gevolgd door Thiram (EC50: 2.3 mug/l); matig toxisch waren Aldicarb-sulfoxide (EC50:
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de actuele stand van de kennis omtrent etiologie, determinanten en mogelijkheden voor preventie voor chronische aspecifieke luchtwegaandoeningen (CARA). De nadruk ligt in dit rapport op de rol van leefstijlfactoren (roken, voeding en lichamelijke activiteit) bij primaire, secundaire en tertiaire preventie van CARA. CARA is een verzamelnaam voor een drietal chronische aandoeningen van de luchtwegen, astma, chronische bronchitis en emfyseem, met luchtwegobstructie als belangrijkste gemeenschappelijk kenmerk. Chronische aspecifieke luchtwegaandoeningen komen zeer frequent voor. Geschat wordt dat momenteel zo'n 10% van de bevolking in meer of mindere mate CARA heeft. Op basis van de beschikbare cijfers wordt er voor de toekomst een verdere toename in zowel het absolute aantal als het percentage CARA-patienten voorzien. Etiologie en beloop van de verschillende vormen van CARA zijn nog verre van opgehelderd. Er is een beperkt aantal, zowel exogene als endogene factoren waarvoor een verband met het ontstaan van CARA overtuigend is aangetoond. Daarnaast is een groot aantal factoren bekend die op korte termijn verergering van de klachten kunnen veroorzaken. Over het beloop van CARA op langere termijn en de factoren die daarbij een rol spelen is wederom minder duidelijkheid. Uit het overzicht van mogelijke en waarschijnlijke determinanten voor het ontstaan en het beloop van CARA komen drie leefstijlfactoren naar voren die een rol kunnen spelen bij de primaire en/of tertiaire preventie van CARA: roken, voeding en lichamelijke activiteit. Bij de secundaire preventie van CARA spelen leefstijlfactoren geen rol. Leefstijlfactoren spelen een rol bij de preventie van CARA naast andere factoren, zoals allergenen en adequate zelfzorg. Deze factoren vormen niet het primaire onderwerp van dit rapport maar worden toch kort beschreven teneinde de rol van leefstijlfactoren bij de preventie van CARA in het juiste perspectief te plaatsen. Roken is de belangrijkste (exogene) risicofactor in het ontstaan van CARA, met name van chronische bronchitis en emfyseem, en vormt dan ook het meest voor de hand liggende aangrijpingspunt voor de primaire preventie van CARA. Ook voor de tertiaire preventie van CARA (voorkomen van verergering) is stoppen met roken, naast het vermijden van andere exogene prikkels waarvoor men gevoelig is, voor zowel astma als chronische bronchitis en emfyseem van groot belang. Op dit terrein is de komende jaren zeker nog winst te boeken gezien het percentage rokers in Nederland, ook onder de CARA-patienten, en de recente stijgende trend onder jongeren. Een krachtiger rookontmoedigingsbeleid van de overheid is vanuit een oogpunt van de preventie van CARA nog steeds wenselijk. Een tweede leefstijlfactor die in verband wordt gebracht met het ontstaan van CARA is voeding. Met uitzondering van het vermijden van voedingsstoffen waarvoor een individuele CARA-patient overgevoelig is, bieden voedingsfactoren vooralsnog geen concrete aanknopingspunten voor de primaire preventie van CARA. Onderzoek naar ondermeer de relatie tussen anti-oxidanten en CARA kan in de toekomst misschien wel aanknopingspunten bieden. Bij de tertiaire preventie kan (energieverrijkte) voeding mogelijk wel een rol spelen bij het voorkomen van gewichtsverlies bij ernstige CARA-patienten. Hiervoor is echter nog meer kennis nodig over de meest wenselijk samenstelling van deze voeding. Lichamelijke (in)activiteit lijkt geen rol te spelen bij het ontstaan van CARA. Lichamelijke activiteit in de vorm van sportbeoefening of speciale oefenprogramma's heeft een aantal duidelijke positieve effecten op CARA-patienten, zoals verbetering van het uithoudingsvermogen en van het psychosociaal functioneren. Het komt nog regelmatig voor, dat bij artsen en (omgeving van) CARA-patienten het idee bestaat dat sporten en CARA niet samengaan. Dit leidt tot ongewenste inactiviteit en, vooral bij kinderen met astma, mogelijk ook tot enig psychosociaal isolement ten aanzien van leeftijdsgenoten. Extra aandacht in voorlichting en deskundigheidsbevordering voor CARA en sport lijkt dan ook van belang. Daarnaast is meer kennis gewenst over welk type lichamelijke activiteit voor welk type CARA-patient het meest geschikt is. Tenslotte is het bevorderen van adequate zelfzorgcapaciteiten van CARA-patienten, middels voorlichting en educatie door de huisarts of de (wijk)verpleegkundige, van groot belang voor de tertiaire preventie in het algemeen en zeker ook voor de rol van leefstijlfactoren hierbij.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In het verleden waargenomen verschillen tussen atmosferische depositie en doorvalfluxen in bossen worden voor een belangrijk deel toegeschreven aan kroonuitwisselingsprocessen. Ten einde inzicht te krijgen in kroonuitwisselingsprocessen en deze ook te kwantificeren zijn op de boslocatie Speuld verschillende veldonderzoeken uitgevoerd. Relevante informatie werd verkregen door i) meting van open-veld neerslag en doorvalfluxen met verschillende tijdresoluties, gebruikmakend van twee kroonuitwisselingsmodellen, ii) het vergelijken van resultaten van afspoelexperimenten met echte en kunstmatige twijgen, en iii) het vergelijken van doorval-depositieschattingen met schattingen van micrometeorologische metingen en inferentiemodellen. Specifieke informatie over kroonuitloging van uit de bodem afkomstig sulfaat is verkregen middels een S-35 bemestingsproef. Resultaten van de veldexperimenten lieten zien dat zwavel zich op langere termijn (maanden) in de boomkroon conservatief gedraagt. Afgezet tegen de totale atmosferische input van zwavel was de stomataire opname van SO2 (35 mol.ha-1.jaar-1) min of meer gelijk aan de leaching van sulfaat afkomstig uit de bosbodem (80 mol.ha-1.jaar-1). De stomataire opname van NO2 en HNO2 bedroeg 130 mol.ha-1.jaar-1. Omdat geen indicaties werden gevonden voor een significante opname van NO3- uit waterlaagjes op het boomoppervlak, bleef er een onverklaarbaar verschil van +/- 270 mol.ha-1.jaar-1 bestaan tussen de NOy depositieschatting en de NO3- doorvalflux. De stomataire opname van NH3 bedroeg 140 mol.ha-1.jaar-1 en de opname van NH4+ in oplossing 115 mol.ha-1.jaar-1. De totale bovengrondse opname van anorganische stikstofkomponenten bedroeg 385 mol.ha-1.jaar-1. De bovengrondse opname van H+ bedroeg 180-200 mol.ha-1.jaar-1. De kroonopname van NH4+ en H+ werd gecompenseerd door uitloging van K+ (270 mol.ha-1.jaar-1), Ca2+ (50-75 mol.ha-1.jaar-1) en Mg2+ (0-40 mol.ha-1.jaar-1). Een beperkt gedeelte van de uitloging van K+, Ca2+ en Mg2+ (15%) vond plaats in samenhang met zwak organische zuren. Er vond geen significante opname of uitloging plaats van Na+ en Cl-. De verschillen gevonden tussen atmosferische depositie en doorvalfluxen konden bijna geheel verklaard worden door uitwisselingsprocessen. Om het verschil tussen de atmosferische depositie van NOy en de doorvalfluxen van NO3- te kunnen verklaren is echter aanvullend onderzoek noodzakelijk. Aanvullende informatie aangaande uitwisselingsprocessen voor stikstofkomponenten kan verkregen worden door bijvoorbeeld gebruik te maken van tracers (15N) in ecosyteemonderzoek. Tegelijkertijd dienen de NO2, HNO2, HNO3 en NO3- depositieschattingen van micrometeorologische metingen en inferentiemodellen verbeterd te worden. De veldexperimenten op de boslocatie Speuld zijn verricht gedurende de winterperiode (november tot mei) wanneer, fysiologisch gezien, de vegetatie relatief inactief is. Door opschaling van de meetresultaten naar een jaar is de stomataire opname en de opname en uitloging in oplossing waarschijnlijk onderschat. Gedurende de meetperiode kwamen geen episodes met smog, vorst, droogte of een insecten plaag voor. Dergelijke factoren hebben grote invloed op kroonuitwisselingprocessen. De resultaten voor Speuld kunnen niet automatisch beschouwd worden als zijnde representatief voor andere bossen in Nederland. De mate van kroonuitwisseling hangt namelijk sterk af van de boomsoort en de groeiplaatsfactoren. Over het algemeen zal echter de kroonuitwisseling van SOx, Na+ en Cl- in Nederlandse bossen verwaarloosbaar klein zijn. Een kroonuitwisselingsmodel ontwikkeld door Ulrich (1983) en uitgebreid door Van der Maas & Pape (1991) is een bruikbaar hulpmiddel gebleken voor het kwantificeren van de kroonuitwisseling. De combinatie van doorvalmetingen en dit model leidt tot depositieschattingen welke vergelijkbaar zijn met de schattingen van micrometeorologische metingen en inferentiemodellen. Verschillende aannamen in het model zijn echter nog niet geevalueerd onder verschillende milieuomstandigheden (groeiplaats, verontreinigingsklimaat). Hierdoor blijft de bruikbaarheid van het model vooralsnog beperkt tot bosopstanden op droge, zandige, nutrienten arme podzolgronden, bij huidige niveau 's van luchtverontreiniging. Het model kan verbeterd worden door bij de berekening van de 'droge depositiefactor' rekening te houden met de verschillende massa-mediane diameters van Mg2+, Ca2+ en K+ aerosolen ten opzichte van die van Na+ aerosolen. Daarnaast dient de stomataire opname van NO2 en HNO2 in het model ingebracht te worden.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
De toenemende verrijking van zoet oppervlaktewater met voedingsstoffen heeft geleid tot een toename van de bijdrage van cyanobacterien (blauwwieren) aan het totale fytoplankton. Verschillende soorten cyanobacterien kunnen toxines produceren, die vergiftigingsverschijnselen kunnen veroorzaken bij zooplankton, vissen, vogels en zoogdieren, waaronder de mens. Evenals in andere meren is binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland de afgelopen jaren een toename geconstateerd van het aantal gezondheidsklachten na zwemmen in water van bacteriologisch goede kwaliteit. Resultaten van onderzoek naar de fytoplanktonsamenstelling gaven een indicatie, dat er een verband bestond tussen het voorkomen van cyanobacterien en de gezondheidsklachten. Naar aanleiding van een piek in het aantal klachten werd in augustus 1994 eenmalig de toxiciteit getest van het fytoplankton van zeven verschillende meren door middel van bioassays met muizen. Vijf van de zeven monsters bleken toxisch te zijn. Op grond van pathologische symptomen en pathologisch-anatomisch onderzoek werd geconcludeerd, dat hepatotoxines de dood van de muizen veroorzaakt hadden. Deze toxines leken in alle gevallen geassocieerd te zijn met de aanwezigheid van de cyanobacterie Microcystis aeruginosa, hoewel een bijdrage van Anabaena soorten niet uitgesloten kan worden. In de beide monsters, waarin geen toxines werden aangetoond, werd het fytoplankton gedomineerd door respectievelijk Microcystis aeruginosa en Anabaena spiroides, twee potentieel toxische soorten. Onduidelijk is of het uitblijven van toxische effecten het gevolg is van lage toxineconcentraties in de monsters of het volledig ontbreken van toxineproduktie bij deze stammen. Bij de gevonden toxiciteitsniveaus lijkt het ondenkbaar, dat mensen door te zwemmen in de onderzochte meren een lethale dosis binnen zouden krijgen ; dat geldt echter alleen voor locaties waar geen drijflagen voorkomen. Voorts moeten effecten van sublethale doses niet onderschat worden. Op grond van deze resultaten kan niet geconcludeerd worden, dat de toxische cyanobacterien daadwerkelijk de gezondheidsklachten veroorzaakt hebben. Daarom zijn aanbevelingen gedaan voor een gerichter onderzoek naar de relatie tussen toxische cyanobacterien en gezondheidsklachten van recreanten.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Met een panel van vier cytotoxiciteitstesten met als parameters; celgroeiremming, LDH afgifte voor membraan permeatie, ATP depletie voor cellulaire metabole intoxicatie en de indirect contact test "agar-overlay" is een vergelijkend onderzoek uitgevoerd op een panel van 12 latex en niet latex handschoenen. Doel van het onderzoek was om cytotoxiciteits testen als standaarden voor medische handschoenen te evalueren. Uit het onderzoek is gebleken dat de onderzochte latex handschoenen overwegend cytotoxisch zijn. De resultaten van de vier testen zijn voor de groep sterk cytotoxische handschoenen onderling bevestigend. The "agar-overlay" is minder geschikt voor de onderzochte toepassing, aangezien deze test in vijf gevallen een vals positief of negatief resultaat gaf in vergelijking met de drie overige testen. De ATP-depletie test blijkt het meest gevoelig voor migrerende cytotoxische stoffen. Deze test scoort maximaal bij monsters waar de LDH afgifte of celgroeiremming halfmaximaal scoren. Aangezien van de handschoen gebruikers 25 tot 41% een niet allergene vorm van irritatie vertoont, is het duidelijk dat normstelling voor de handschoen gerelateerde cytotoxiciteit vereist is. Met de testen zoals gebruikt voor de analyse beschikt de industrie over een gedetailleerde evaluatie voor produkt controle aan de door CEN TC/206 opgestelde norm. Enkele geteste handschoenen vertonen reeds een matige tot zeer verlaagde toxiciteit wat aangeeft dat het niet onmogelijk is veilige (niet-irritante) latex produkten te maken.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit is het eindrapport van het project "Maatschappelijke oorzaken broeikaseffect: emissie-inventarisaties en opties voor uitworpbeperking", gefinancierd door het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering en het Directoraat Milieuhygiene van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. In 1990 was er weinig bekend over de nationale uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen en de oorzaken ervan. De doelstellingen van het project waren tweeledig: het ondersteunen van de ontwikkeling van een Nederlands klimaatbeleid dat met alle broeikasgassen rekening zou houden en de identificering van lacunes in de kennis omtrent de bronnen van broeikasgassen teneinde de prioriteitstelling binnen het NOP te ondersteunen. Het eindrapport vat de vier fasen van het project samen. In de eerste fase werd een eerste voorlopige inventarisatie van de uitworp van broeikasgassen gemaakt, te weten koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide of lachgas (N2O) en de ozon precursors koolstofmonoxide (CO), stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS). In de tweede fase werd de opgedane kennis gebruikt om de ontwikkeling van Richtlijnen voor Nationale Uitworpinventarisaties door het gezamenlijk OESO/IPCC programma te ondersteunen, onder meer via de organisatie van een internationale workshop en de deelname aan de planningsgroep van het programma. In de derde fase werd een gedetailleerde analyse uitgevoerd van de nationale bronnen van methaan, de huidige en toekomstige uitworp, en de mogelijkheden tot beheersing van de uitworp. Tenslotte werd een vergelijkbare analyse uitgevoerd voor distikstofoxide. In deze studies werd gevonden, dat maatregelen die niet speciaal gericht zijn op het beperken van klimaatverandering, zouden helpen de uitworp van de niet-CO2 broeikasgassen te beheersen. Terwijl voor methaan, de nationale uitworp even zouden afnemen door maatregelen in de veeteelt en afvalverwijdering, zouden voor distikstofoxide de reductie in de uitworp vanuit de landbouw meer dan gecompenseerd worden door een toename in speciaal de transportsector. Het project laat ook zien, dat de toepassing van meer gedetailleerde informatie leidt tot verschillen met de Richtlijnen, enerzijds omdat niet alle broncategorieen in de Richtlijnen zijn opgenomen en anderzijds vanwege andere locatie-specifieke emissiefactoren.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Er zijn onvoldoende toxicologische gegevens over ergot alkaloiden om een risicoschatting te maken. Daarom werd het volgende experiment uitgevoerd. Sprague Dawley (SD) ratten (6 dieren/geslacht/groep) werden gedurende 4 weken blootgesteld aan ergometrine maleaat, in doseringen van 0, 2, 10, 50 of 250 mg/kg voer. Er waren twee controle groepen: een groep kreeg het SSP-tox voer ad libitum, en een groep (groep 1) werd 'pair-fed' gevoerd met dehoogste doseringsgroep. In week 4 zijn bloed monsters verzameld voor hematologische en klinisch-chemische bepalingen, en werd gedurende 24 uur urine verzameld. In week 5 werden de dieren opgeofferd waarbij bloed is verzameld voor biochemische en endocrinologische bepalingen. En aantal organen zijn gewogen, gefixeerd en er is een uitgebreid histopathologisch onderzoek verricht. Concentraties van 2, 10, 50 en 250 mg ergometrine maleaat/kg voer resulteerde in een gemiddelde opname van circa 0,2, 1, 5 en 25 mg/kg lichaamsgewicht. De homogeniteit en stabiliteit van ergometrine maleaat in het voer was goed. Er werden geen klinische symptomen gerelateerd aan de behandeling waargenomen bij de dieren. Plasma glucose spiegels waren significant gedaald in vrouwtjes behandeld met 50 en 250 mg/kg. Bij mannetjes werd eveneens een tendens tot verlaging van glucose spiegels waargenomen, maar dit effect was niet significant in de multiple-comparison test. In mannelijke ratten waren T4 spiegels verlaagd in de hoogste doseringsgroep (250 mg/kg), en FT4 spiegels bij 50 en 250 mg/kg. Bij vrouwtjes was er een (niet significante) tendens tot verlaging van T4 spiegels. Serum prolactine was verlaagd bij 50 en 250 mg/kg (mannetjes en vrouwtjes).Er werden geen behandelings gerelateerde effecten gezien op hematologische parameters. Het absolute en relatieve (alleen vrouwtjes) gewicht van het hart was verhoogd bij 250 mg/kg. Het relatieve hersenen gewicht van de pair-fed controle groep was hoger dan dat van de controle groep. Het absolute gewicht van de lever was verhoogd in vrouwtjes (250 mg/kg), en het relatieve gewicht van de lever was verhoogd bij 50 en 250 mg/kg in beide sexes. Het gewicht van de ovaria (absoluut en relatief) was verhoogd bij 250 mg/kg, en het absolute gewicht van de nieren was verhoogd bij 250 mg/kg (mannetjes). Macroscopisch werd in mannetjes een lichte dosis-gerelateerde vergroting van de mediastinale lymfeklieren gezien, en een vergroting van de parathymale lymfeklieren. Histopathologisch werden bij mannetjes behandeld met een dosis van 250 mg/kg bleke hepatocyten gezien die in sommige gevallen gezwollen waren. Dit fenomeen werd geinterpreteerd als een toegenomen glycogeen opslag in de lever. Mineralisatie en nefrose in de nier werd in alle groepen (inclusief controle) gezien. Histopathologisch werden geen veranderingen in het hart en de ovaria gezien. De no-effect level is 10 mg/kg. Binnen het RIVM zijn reeds sub-acute en sub-chronische studies met ergotamine tartraat uitgevoerd (Speijers, 1992 en 1993). De subacute toxiciteit van ergotamine tartraat en ergometrine maleaat in de SD rat worden vergeleken. Effecten die met beide stoffen gezien zijn: verlaging van thyroxine spiegels, verhoogde relatieve gewichten van het hart, lever en ovaria. Nefrotoxiciteit en necrosis van de staartpunt werden uitsluitend met ergotamine tartraat gezien. Aanwijzingen voor een verstoring van het koolhydraat metabolisme werden uitsluitend met ergometrine maleaat verkregen. Er wordt nog een experiment met een derde ergot alkaloid (ergocryptine) uitgevoerd. Dan kan de toxiciteit van de modelstoffen uit drie verschillende categorieen ergot alkaloiden vergeleken worden en een risico evaluatie m.b.t. humane blootstelling worden gemaakt.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Bodemverontreinigende stoffen kunnen via accumulatie in voedselketens toxische effecten hebben op vogels en zoogdieren (doorvergiftiging). In de huidige procedure voor doorvergiftiging in de normstelling wordt de maximaal toelaatbare concentratie (MTR) van een stof in de bodem alleen gebaseerd op de voedselketen: bodem --> worm --> vogel/zoogdier en berekend met MTR(bodem) = NOEC(vogel of zoogdier) / BAF(voedsel), waarbij BAF de bioaccumulatiefactor is, en NOEC is de hoogste concentratie in het voedsel waarbij nog geen effect optreedt. In het onderhavige onderzoek is het bovengenoemde algoritme uitgebreid met: 1. de belangrijkste terrestrische voedselketens, 2. correctiefactoren voor de NOECs met betrekking tot verschillen tussen laboratorium en veld omstandigheden, 3. het genereren van een kansverdeling voor de MTR uit stochastische, in plaats van constante, BCFs, BAFs en NOECs. Voedselwebben zijn gemodelleerd voor acht soorten roofvogels en twee soorten roofdieren met onderling verschillende voedselkeuze. Zes stoffen zijn geselecteerd op basis van de beschikbaarheid van gegevens voor bioaccumulatie en toxiciteit: DDT, dieldrin, lindaan, pentachlorofenol (PCP), cadmium en (methyl)kwik. Modelberekeningen zijn uitgevoerd met gemiddelde waarden voor voedselkeuze en correctiefactoren. Het model kan aangepast worden aan specifieke locaties, seizoenen en levensstadia door deze inputparameters te varieren. Uit literatuurgegevens kan afgeleid worden dat er gecorrigeerd moet worden voor calorische waarde en assimilatie-efficientie van voedseltypen, en bovendien voor metabolische snelheid (energieverbruik) van vogels en zoogdieren. Van de assimilatie-efficientie van stoffen en van soortsgevoeligheid is erg weinig bekend. De beschikbare informatie geeft geen aanleiding om te corrigeren voor deze beide factoren. Soorten die zich voor een belangrijk deel voeden met vogels (sperwer, havik) en kleine carnivore zoogdieren (buizerd, kerkuil) worden in grotere mate blootgesteld dan de soorten die zich bijna uitsluitend voeden met kleine herbivore zoogdieren (torenvalk, ransuil). De volgende aanbevelingen kunnen worden gedaan met betrekking tot de huidige procedure voor afleiding van normen op basis van het risico van doorvergiftiging. De voedselketen bodem --> worm --> vogel/zoogdier kan worden gebruikt voor de risicoschatting van doorvergiftiging. Daarnaast moet bij persistente en sterk lipofiele stoffen aandacht worden gegeven aan toppredatoren, vooral vogels, blootgesteld via de routes bodem --> worm en insekt --> vogel --> toppredator. De risico-analyse voor toppredatoren wordt voor de meeste stoffen echter bemoeilijkt door een gebrek aan QSARs en experimentele gegevens voor bioaccumulatie in zowel ongewervelde als gewervelde dieren. Correcties moeten worden aangebracht voor verschillen tussen laboratorium- en veldomstandigheden met betrekking tot metabolische snelheid, calorische waarde en assimilatie-efficientie van voedseltypen. De correctie voor assimilatie-efficientie is kwantitatief veel minder belangrijk dan de correcties voor metabolische snelheid en calorische waarde. NOECs, BCFs, BAFs moeten wanneer mogelijk als stochastische variabelen worden gebruikt, hetgeen waardevolle informatie over de variatie in de MTR oplevert.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit rapport bevat een integrale beschrijving van de rol van stikstof in het milieu. Emissies van verschillende stikstofverbindingen worden gegeven en het transport van stikstof door het milieu (lucht, bodem, grond- en oppervlaktewater) wordt beschreven. Ook worden de ecologische effecten op zowel terrestrische als aquatische ecosystemen besproken, alsmede de risico's voor de volksgezondheid. De consequenties voor de drinkwatervoorziening worden eveneens behandeld.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Gezien de gestegen prevalentie van chronische ziekten in Nederland is er een toegenomen behoefte aan overzichten over de nieuwste ontwikkelingen in de kennis. Het voor u liggende rapport geeft een overzicht van de huidige kennis over een aantal aspecten van de ziekte van Parkinson. Nadruk ligt daarbij op de epidemiologie van de ziekte van Parkinson in Nederland, de etiologie van het ziektebeeld en de mogelijkheden voor preventie door interventie op leefstijlfactoren. De ziekte van Parkinson is een chronische ziekte waaraan naar schatting op basis van registratie in de huisartspraktijk tussen de 13.500 en 35.000 personen lijden. De huisarts registreert jaarlijks ongeveer 1.700 nieuwe gevallen van de ziekte van Parkinson. De eerste resultaten van een bevolkingsonderzoek in Nederland onder personen van 55 jaar en ouder tonen een prevalentie van 11 per 1.000 mannen (95%-betrouwbaarheidsinterval 7-16) en 15 per 1.000 vrouwen (95%-betrouwbaarheidsinterval 11-19), hetgeen overeenkomt met 15.300 mannen en 26.300 vrouwen. De ziekte van Parkinson is daarmee een regelmatig voorkomende ziekte onder ouderen. De ziekte van Parkinson wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren zoals genetische aanleg, veroudering, en omgeving. Het huidige onderzoek geeft geen eenduidige aanwijzing over een genetische etiologie. Aan omgevingsfactoren in de vorm van een virus, metalen of andere toxische stoffen wordt in combinatie met veroudering een belangrijke rol toegekend. Over de invloed van leefstijlfactoren op het ontstaan van de ziekte van Parkinson is nog niet veel (met zekerheid) bekend. Associaties met roken, voeding (vitamine E) en lichamelijke activiteit worden onderzocht. Veel onderzoek speelt zich op biologisch niveau af waar ook de belangrijkste aangrijpingspunten voor therapeutisch ingrijpen zijn gelegen. De oorzaak van de ziekte van Parkinson is vooralsnog onbekend. Screening op grote schaal lijkt, gelet op de criteria van Wilson en Jungner, momenteel niet zinvol. Hoewel ervan wordt uitgegaan dat de ziekte van Parkinson een pre-klinisch stadium heeft en er, zij het nog niet op grote schaal toepasbare, redelijk betrouwbare screeningsinstrumenten voorhanden zijn, is het arsenaal aan therapeutische mogelijkheden momenteel nog te smal om screening aan de bevolking aan te bieden. Het is dan ook moeilijk om algemene maatregelen op het niveau van primaire of secundaire preventie aan te bevelen. Wat betreft tertiaire preventie gericht op leefstijlfactoren lijken fysiotherapie en logopedie zinvol. Complicaties als vallen en slikstoornissen kunnen erdoor worden voorkomen en het welzijn van de patient wordt erdoor vergroot. De verschillende vormen van in aanmerking komende fysiotherapie dienen echter nog op doeltreffendheid en doelmatigheid getoetst te worden. Een gerichte onderzoeksinspanning om dit te realiseren kan worden aanbevolen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit rapport geeft een overzicht van technologische oplossingen voor de milieuknelpunten van de textiel- en tapijtveredeling in Nederland. De resultaten van deze studie dienen ter onderbouwing van de besluitvorming rond de mogelijke introductie van een programma-onderdeel textiel- en tapijtveredeling binnen de Stimuleringsregeling Milieutechnologie (StirMT) in 1995. Er zijn drie milieuknelpunten gesignaleerd. Achtereenvolgens zijn dat emissies van kleurstoffen en antimoonhoudende brandvertragers naar water, de produktie van chemisch afval t.g.v. kleurstoffengebruik en het waterverbruik. Voor de milieuknelpunten t.g.v. het toepassen van kleurstoffen zijn met name belangrijk: optimaliseren van de aanmaak door meten en regelen, procesaanpassingen (zoals minimaliseren van de systeeminhoud), nieuwe procestechnieken (zoals minimum-applicatietechnieken en opbrengtechnieken zonder water o.a. superkritisch CO2-verven en electronbeamverven) en hergebruik van restpasta's (bij drukken). Voor het milieuknelpunt m.b.t. antimoon geldt dat voor het antimoon dat zich in brandvertragers bevindt in principe alternatieven voorhanden zijn. Het vrijkomen van antimoon uit polyester tijdens de behandeling kan via procesaanpassingen binnen het textielveredelingsproces verminderd worden. Procesaanpassingen bij de polyesterproduktie zelf (binnen de chemische industrie) is een andere technologische oplossing voor dit knelpunt. Voor het knelpunt m.b.t. het waterverbruik zijn hergebruik van waterstromen (zowel koel- en waswater alsook andere waterstromen) als proceswater en het toepassen van meet-en regeltechnieken als technologische oplossingen geselecteerd.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Bodemverontreinigende stoffen kunnen via accumulatie in voedselketens toxische effecten hebben op vogels en zoogdieren (doorvergiftiging). In de huidige procedure voor doorvergiftiging in de normstelling wordt de maximaal toelaatbare concentratie (MTR) van een stof in de bodem alleen gebaseerd op de voedselketen: bodem --> worm --> vogel/zoogdier en berekend met MTR(bodem) = NOEC(vogel of zoogdier) / BAF(voedsel), waarbij BAF de bioaccumulatiefactor is, en NOEC is de hoogste concentratie in het voedsel waarbij nog geen effect optreedt. In het onderhavige onderzoek is het bovengenoemde algoritme uitgebreid met: 1. de belangrijkste terrestrische voedselketens, 2. correctiefactoren voor de NOECs met betrekking tot verschillen tussen laboratorium en veld omstandigheden, 3. het genereren van een kansverdeling voor de MTR uit stochastische, in plaats van constante, BCFs, BAFs en NOECs. Voedselwebben zijn gemodelleerd voor acht soorten roofvogels en twee soorten roofdieren met onderling verschillende voedselkeuze. Zes stoffen zijn geselecteerd op basis van de beschikbaarheid van gegevens voor bioaccumulatie en toxiciteit: DDT, dieldrin, lindaan, pentachlorofenol (PCP), cadmium en (methyl)kwik. Modelberekeningen zijn uitgevoerd met gemiddelde waarden voor voedselkeuze en correctiefactoren. Het model kan aangepast worden aan specifieke locaties, seizoenen en levensstadia door deze inputparameters te varieren. Uit literatuurgegevens kan afgeleid worden dat er gecorrigeerd moet worden voor calorische waarde en assimilatie-efficientie van voedseltypen, en bovendien voor metabolische snelheid (energieverbruik) van vogels en zoogdieren. Van de assimilatie-efficientie van stoffen en van soortsgevoeligheid is erg weinig bekend. De beschikbare informatie geeft geen aanleiding om te corrigeren voor deze beide factoren. Soorten die zich voor een belangrijk deel voeden met vogels (sperwer, havik) en kleine carnivore zoogdieren (buizerd, kerkuil) worden in grotere mate blootgesteld dan de soorten die zich bijna uitsluitend voeden met kleine herbivore zoogdieren (torenvalk, ransuil). De volgende aanbevelingen kunnen worden gedaan met betrekking tot de huidige procedure voor afleiding van normen op basis van het risico van doorvergiftiging. De voedselketen bodem --> worm --> vogel/zoogdier kan worden gebruikt voor de risicoschatting van doorvergiftiging. Daarnaast moet bij persistente en sterk lipofiele stoffen aandacht worden gegeven aan toppredatoren, vooral vogels, blootgesteld via de routes bodem --> worm en insekt --> vogel --> toppredator. De risico-analyse voor toppredatoren wordt voor de meeste stoffen echter bemoeilijkt door een gebrek aan QSARs en experimentele gegevens voor bioaccumulatie in zowel ongewervelde als gewervelde dieren. Correcties moeten worden aangebracht voor verschillen tussen laboratorium- en veldomstandigheden met betrekking tot metabolische snelheid, calorische waarde en assimilatie-efficientie van voedseltypen. De correctie voor assimilatie-efficientie is kwantitatief veel minder belangrijk dan de correcties voor metabolische snelheid en calorische waarde. NOECs, BCFs, BAFs moeten wanneer mogelijk als stochastische variabelen worden gebruikt, hetgeen waardevolle informatie over de variatie in de MTR oplevert.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Het Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten is uitgevoerd van 1987-1991. In deze periode zijn ruim 36.000 mannen en vrouwen in de leeftijd van 20-59 jaar onderzocht op risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Prevalentie van hypercholesterolemie was 16% voor mannen en 13% voor vrouwen, 21% van de mannen en 6% van de vrouwen had een verlaagd HDL-cholesterolgehalte. Acht procent van de mannen en 6% van de vrouwen had hypertensie en 7% van de mannen en 9% van de vrouwen had overgewicht. Veertig procent van de mannen en vrouwen rookte sigaretten, 10% van de mannen en 3% van de vrouwen waren zware drinkers. Ongeveer 1/3 deel van alle mannen en vrouwen was lichamelijk inactief. De prevalentie van hypercholesterolemie daalde over de studieperiode met 3% bij mannen en 2% bij vrouwen, de prevalentie van een verlaagd HDL-cholesterolgehalte nam toe met 9% bij mannen en 1% bij vrouwen. De prevalentie van hypertensie veranderde niet, maar de medicamenteuze behandeling van hypertensie daalde. De prevalentie van overgewicht en lichamelijke inactiviteit steeg wanneer werd gecorrigeerd voor veranderingen in opleidingsniveau over de studieperiode. Het percentage sigaretten rokers daalde met 3% bij mannen en 4% bij vrouwen, het percentage zware drinkers nam af met 3% bij mannen en vrouwen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Het klimaatverdrag werd door Nederland in December 1993 geratificeerd. Het verdrag is op 21 maart 1994 officieel van kracht geworden. Een van de verplichtingen die de overheid daarmee op zich heeft genomen is een nationaal overzicht te maken van de uitstoot van broeikasgassen in het basisjaar 1990. Tevens dienen projecties te worden gegeven voor het jaar 2000. Eveneens dient Nederland een overzicht te geven van de maatregelen om deze uitstoot te verminderen. Ook over andere jaren in het verleden of de toekomst kan gerapporteerd worden. Dit rapport werd geschreven op verzoek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu als een achtergrondrapport voor het eerste Nationaal Overzicht ten behoeve van het Klimaatverdrag. Het documenteert de gebruikte methoden, zowel voor de emissie berekeningen als voor de projecties. Voor de belangrijkste broeikasgassen worden schattingen gegeven voor 1980, 1985, 1990, 1991 en 1992, en projecties voor 2000 en 2010 onder twee scenarios. Het eerste doel van het Klimaatverdrag is de stabilisering van emissies in 2000 op het niveau van 1990. Daarom is 1990 als basisjaar gekozen voor de emissie berekeningen en 2000 als basisjaar voor de projecties. Internationaal overeengekomen methoden van de IPCC zijn gebruikt voor de berekeningen. Nederlandse methoden zijn gebruikt waar deze beter geacht werden. De verschillen worden expliciet aangegeven. De emissies van kooldioxide zijn met en zonder temperatuurcorrectie voor weersomstandigheden gegeven. In de oorspronkelijke Nederlandse methode gehanteerd in het NMP werden emissies berekend inclusief potentiele emissies uit brandstoffen gebruikt als grondstof. Voor methaan en lachgas emissies zijn Nederlandse emissiefactoren gebruikt. Aangezien bij lachgas meer bronnen voor emissies gevonden werden dan behandeld in de IPCC Guidelines, zijn onze schattingen mogelijk om die reden hoger dan in andere landen die strikt de IPCC Guidelines gebruiken. De kooldioxide uitworp nam tussen 1990 en 1992 toe van 174 tot 177 Mton CO2 (netto uitworp, gecorrigeerd voor temperatuur). In het tweede Nationaal Milieubeleidsplan en de tweede Nota Energiebesparing zijn maatregelen geformuleerd om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Het doel voor CO2 is 3-5% vermindering tussen 1990 en 2000. Dit is van 184 naar 173-177 Mton (inclusief feedstock emissies, gecorrigeerd voor temperatuur). Of, in IPCC termen van 174 naar 160-164 Mton (exclusief feedstocks, gecorrigeerd voor temperatuur). Projecties in dit rapport zijn gebaseerd op het European Renaissance scenario met een hoge energieprijsontwikkeling. Een contrasterend scenario was het Global Shift scenario met een lage energieprijsontwikkeling. Scenarioberekeningen tonen dat een reductie van bijna 3% tussen 1990 en 2000 (van 184 naar 179) haalbaar is. De werkelijke reductie is afhankelijk van de ontwikkeling van de economie en de energieprijzen. De emissies na 2000 tonen een stijging met de groei van de economie, omdat nog geen beleid na 2000 is geformuleerd. Methaan emissies vertonen een piek van 1090 kton in 1991. Uit scenario berekeningen blijkt dat het doel van 10% reduktie tussen 1990 en 2000 zal worden gehaald. Als al het milieubeleid succesvol is dan tonen scenario berekeningen dat zelfs een reduktie van 25% tussen 1990 en 2000 mogelijk is. Emissies zullen voornamelijk afnemen door het beleid van reduktie van afval en afvalstorts, mestoverschotten en ammoniakemissies. Methaan uit afval kan ingezet worden als energiebron. Verdere redukties zijn mogelijk, vooral met geavanceerde technieken bij de stortgaswinning en de biogaswinning bij GFT-fermentatie. N2O emissies waren stabiel op 60 kton per jaar in 1990 tot 1992. Het doel is stabilisatie van deze emissies tussen 1990 en 2000. Scenario berekeningen tonen dat dit doel mogelijk moeilijk realiseerbaar is, vooral door de introduktie en slijtage van de 3-weg katalysator in auto's. In 2000 wordt een uitworp van 62 kton verwacht. Beleid is overeengekomen voor de reduktie van emissies van de gassen die vooral een indirekte broeikaswerking hebben zoals CO, NOx en NMVOC. Extra beleid is nodig om de doelstellingen te halen. In 2030 zullen de HCFK's uit produktie genomen zijn volgens afspraken in Kopenhagen bij het Montreal Protocol. HFK's worden ingezet als vervangers voor CFK's en HCFK's. Volgens scenario berekeningen is de bijdrage van HFK's aan de potentiele opwarming in 2000 in Nederland nog klein. De bijdrage in 2010 zal relatief groot zijn tenzij maatregelen genomen worden. HFK's hebben geen ozonaantastende werking maar wel een relatief groot potentieel broeikas effect. Een HFK beleid is nog niet vastgesteld. Meer aandacht is nodig voor andere sporegassen met een relatief hoge potentiele broeikaswerking , bijvoorbeeld de PFCs (polyfluorinated carbon compounds). Kleine hoeveelheden hebben al grote effecten door de extreem hoge atmosferische verblijftijden en Global Warming Potentials van deze stoffen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
De ontwerp-methode voor de fotometrische bepaling van het totale gehalte aan cyanide (totaal-cyanide) en het gehalte aan vrij-cyanide in water en bodem met een doorstroomanalysesysteem (Ontwerp NEN 6655) is onderzocht en zonodig gewijzigd. De ontwerp-methode is gemodificeerd om de storingsgevoeligheid van de methode te verlagen en om minder chemisch afval te produceren. De belangrijkste methode-parameters en storingen werden vastgesteld. De totaal-cyanide gehalten in 11 verontreinigde grondmonsters gevonden met de gewijzigde methode en met NEN-6489 werden met elkaar vergeleken.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit is een verslag van onderzoek naar de samenstelling van de inhoud van glasbakken verricht ten behoeve van de uitvoering van het Convenant Verpakkingen. Daartoe is in de periode december 1993 - januari 1994 de fysische samenstelling van gescheiden ingezameld glas afkomstig van 10 locaties onderzocht. Hierbij werd speciaal de aandacht gericht op de vervuiling van het ingezamelde glas en het aandeel en samenstelling van eenmalig verpakkingsglas. Het totale percentage verpakkingsglas is vastgesteld op gemiddeld 96,5 %. Het percentage flessen bedraagt 78,8 % en het percentage potten 17,7 % van de totale monsterhoeveelheid. Het percentage ongekleurd verpakkingsglas bedraagt gemiddeld 38,5 % van de totale inhoud van de glasbak. Het gemiddelde percentage aangetroffen 'rest' materiaal (niet-glas) wat wordt beschouwd als verontreiniging bedraagt 1,2 %. De maximale hoeveelheid verontreiniging gemeten in een monster is 1,6 %. In het Convenant Verpakkingen is de doelstelling opgenomen om voor 31 december 1995 minimaal 50 % van eenmalig gebruikte verpakkingen zo hoogwaardig mogelijk te verwerken. Om dit te verwezelijken wordt voor glas een streefwaarde van 80 % gescheiden inzameling genoemd. Het percentage verpakkingsglas, dat via de glasbak gescheiden is ingezameld, is voor 1993 berekend (RIVM) op 68 % van de totale hoeveelheid door huishoudens verbruikt verpakkingsglas. De Stichting Promotie Glasbak komt voor 1993 tot 76 % gescheiden inzameling.Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat de door de branche opgegeven hoeveelheid gescheiden ingezameld verpakkingsglas inclusief verontreiniging is. Bovendien schat het RIVM het verbruik van eenmalig verpakkingsglas, op basis van sorteeranalyses met huishoudelijk afval, hoger in dan de opgave door de branche.In het Convenant Verpakkingen is tevens de taakstelling opgenomen dat, eind 1994,50 % van het te herverwerken glas op kleur moet worden gescheiden. Onderzoek naar de samenstelling en zuiverheid van op kleur (wit, groen en bruin) gescheiden ingezameld glas is aan te bevelen
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit is het verslag van een onderzoek ten behoeve van de uitvoering van het Convenant Verpakkingen. In dit Convenant zijn afspraken gemaakt inzake doelstellingen en maatregelen voor preventie en hergebruik van verpakkingsafval. In het kader hiervan is in januari 1994 de fysische samenstelling onderzocht van papier en karton dat gescheiden van het overig huishoudelijk afval, door verenigingen werd ingezameld. Inzameling vond plaats via huis-aan-huis acties en door middel van brengsystemen. Het aandeel verpakkingen is bepaald op gemiddeld 20,6 % (niet gewogen gemiddelde). De onzuiverheid van het ingezameld papier, d.w.z. het bij gescheiden inzameling niet gewenste materiaal, bestond uit gemiddeld 1,5 % rest afval (geen papier of karton) en 0,1 % drankkarton (niet gewogen gemiddelden).
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Een aantal wetenschappelijke ontwikkelingen in het afgelopen decennium hebben laten zien dat de huidige wettelijke normstelling voor de microbiologische kwaliteit van drink- en zwemwater onvoldoende basis biedt voor de bescherming van de gezondheid van de consument/recreant. De basis voor deze normstelling is grotendeels empirisch en kwalitatief en maakt gebruik van indicator-organismen voor faecale verontreiniging, welke indirect gerelateerd zijn aan het gezondheidsrisico. Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van een kwantitatieve analysemethode voor microbiologische gezondheidsrisico's op basis van dosis-effectonderzoek bij humane vrijwilligers met pathogene micro-organismen. Deze wordt door de US Environmental Protection Agency gebruikt als basis voor hun normstelling. In dit rapport wordt een eerste analyse gemaakt van de toepasbaarheid van deze aanpak voor de Nederlandse situatie. Een kwantitatieve beschrijving van het risico van pathogene micro-organismen in drink- en zwemwater maakt inpassing mogelijk in het risico-beleid van VROM ; (de bestrijding van) deze risico's kunnen dan afgewogen worden tegen (het ontstaan van) andere risico's, zoals bijvoorbeeld die van de vorming van desinfectie-bijprodukten. Daarnaast vormt deze methode, indien door VROM een acceptabel risico-niveau voor infecties met deze pathogene micro-organismen is gedefinieerd, een kwantitatieve basis voor het dimensioneren van zuiveringsprocessen. Er worden tevens een aantal aanbevelingen gedaan voor onderzoek ten behoeve van de implementatie van kwantitatieve risico-analyse op dit terrein voor de Nederlandse situatie.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In een aantal woningen rond een terrein dat gelegen is tussen de Amsterdamseweg, de Brantsenstraat, de Bouriciusstraat en de Sweerts de Landasstraat te Arnhem komt een relatief hoge concentratie van met name perchlooretheen (per) en in mindere mate trichlooretheen (tri) voor. Oorzaak van de verontreiniging van de binnenlucht is een verontreiniging van de bodem met per- en trichlooretheen op het aangrenzende terrein. Ook na beveiligingsmaatregelen, waaronder isolatie van de onderzijde van de kruipruimtevloeren bleken de concentraties nog steeds verhoogd. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te geven in de wijze waarop de verontreiniging van de kruip- en woonruimten vanuit de bodem tot stand komt. Dit gegeven is van belang om vast te stellen op welke wijze de bijdrage van de bodemverontreiniging aan de verontreiniging van de binnenlucht effectief kan worden tegengegaan. Dit rapport heeft betrekking op twee in dit kader uitgevoerde deelonderzoeken. Het eerste deelonderzoek betrof een onderzoek in zes woningen op de lokatie, waarbij in vijf tot zes ruimten van de woning de concentraties van ondermeer perchlooretheen en trichlooretheen is gemeten. Tevens heeft orienterend onderzoek plaatsgevonden in een aantal kelders en kruipruimten naar de mogelijke bronnen voor de verhoogde concentraties in deze ruimten. Daarnaast is gepoogd om door middel van een tracermethode inzicht te verkrijgen in het patroon van luchtverplaatsingen in de woningen, om op deze wijze de bijdrage van de kruipruimtelucht aan de lucht in de woning te kunnen kwantificeren. Het traceronderzoek is echter als gevolg van redenen van analytische aard, mislukt. Bij het tweede deelonderzoek zijn indicatieve metingen uitgevoerd van de concentratie aan per- en trichlooretheen in de kruip- en woonruimten van 28 woningen. Doel hiervan was om te bepalen in welke woningen vervolgonderzoek zinvol moest worden geacht. Uit de resultaten van het eerste deelonderzoek blijkt dat het aannemelijk is, dat de kruipruimten nog steeds een belangrijke en wellicht zelfs de belangrijkste bron voor de in de verblijfsruimten optredende concentraties van perchlooretheen vormen. De isolerende maatregelen in kruipruimten blijken geen meetbaar effect te hebben gesorteerd op de concentratieniveaus van perchlooretheen. Hoewel dit op grond van de uitgevoerde metingen niet kan worden bewezen lijkt het het meest waarschijnlijk, dat de concentraties in de kruipruimten vooral tot stand komen door een convectieve flux van perchlooretheen langs de afdichtingsranden van het isolatiemateriaal. De belangrijkste conclusie uit deelonderzoek 2 is dat er duidelijk te onderscheiden zones blijken te zijn met woningen die wel en woningen die niet een sterk verhoogd concentratieniveau in de kruipruimte kennen. Tussen de genoemde zones blijken scherpe grenzen te kunnen worden getrokken.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Alpha-linoleenzuur (C18:3 n-3) is een essentieel vetzuur met een mogelijk gunstige werking met betrekking tot hart- en vaatziekten. Het onderzoek naar de effecten van alpha-linoleenzuur wordt echter bemoeilijkt door het ontbreken van voedselconsumptiegegevens over dit vetzuur. De Nederlandse Voedingsmiddelentabel (NEVO) bevat bijvoorbeeld nog geen gegevens over alpha-linoleenzuur. Een voedingsmiddelentabel met gegevens over alpha-linoleenzuur is samengesteld om in dit gebrek te kunnen voorzien, eventueel ook ten behoeve van anderen. Om de tabel te kunnen vergelijken met de NEVO-tabel zijn tevens gegevens van linolzuur in de tabel opgenomen. De tabel is samengesteld door gebruik te maken van Nederlandse analysegegevens, buitenlandse voedingsmiddelentabellen, door waarden van produkten van elkaar over te nemen of af te leiden, en door voor een aantal samengestelde produkten gehalten aan de hand van berekening van de receptuur te bepalen. De voedingsmiddelentabel bestaat uit 999 produkten die in de voedselconsumptie- onderzoeken van de Zutphen Studie in 1985 en 1990 voorkwamen. Hiervan komen 972 produkten ook in de NEVO-tabel voor, terwijl 27 produkten hierin niet opgenomen zijn. Voor slechts 3 voedingsmiddelen werd geen waarde voor alpha-linoleenzuur gevonden. In vergelijking met de NEVO-tabel geeft berekening van de inneming van linolzuur met behulp van deze tabel gemiddeld een overschatting van 5 a 10%. Op produktnivo geeft de tabel een overschatting van gemiddeld 0,20 gram per produkt. Mogelijk geldt een dergelijke overschatting ook voor alpha-linoleenzuur. Validering van de tabel voor alpha-linoleenzuur door middel van chemische analyse van bijvoorbeeld een pakket aan veel gebruikte voedingsmiddelen is aan te bevelen. De tabel is recent reeds toegepast in een onderzoek naar de inneming van alpha-linoleenzuur, in het kader van de Zutphen Studie.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Chronische ziekten komen steeds frequenter in onze samenleving voor. Dit is deels toe te schrijven aan een verschuiving van acute ziekten naar chronische ziekten, maar ook de toenemende vergrijzing speelt hierbij een rol. Door de snelle toename van wetenschappelijke kennis van chronische ziekten ontstaat bij het beleid een groeiende behoefte aan overzichten over de ontwikkelingen in kennis van chronische ziekten. In het rapport dat voor u ligt is de stand van zaken weergegeven met betrekking tot de etiologie, determinanten en mogelijkheden voor preventie van diabetes mellitus door middel van interventie op leefstijlfactoren. Er wordt zowel aandacht besteed aan mogelijkheden voor primaire, secundaire en tertiaire preventie. Diabetes mellitus is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Er zijn verschillende oorzaken van het ontstaan van het te hoge bloedglucosegehalte. Hierdoor zijn er verschillende typen van diabetes. In dit rapport zijn de twee meest voorkomende vormen beschreven. Dit zijn insuline afhankelijke diabetes mellitus (IDDM) en niet-insuline afhankelijke diabetes mellitus (NIDDM). De exacte mechanismen waardoor IDDM veroorzaakt wordt zijn nog niet bekend. Wel komen er steeds meer aanwijzingen dat IDDM een auto-immuunziekte is. Er zijn aanwijzingen dat bij IDDM een combinatie van genetische factoren en doorgemaakte virale infectie kan leiden tot een afweerreactie tegen de insulineproducerende cellen in de alvleesklier (beta-cellen van de Eilandjes van Langerhans). Deze beta-cellen worden vernietigd waardoor de alvleesklier geen of nauwelijks nog insuline kan produceren. Ook de mechanismen waardoor NIDDM wordt veroorzaakt, zijn nog niet opgehelderd. Het ontstaan van NIDDM wordt voorafgegaan door een periode waarin de glucosetolerantie verminderd is. Na kortere of langere tijd is de glucosetolerantie zodanig verslechterd dat er sprake is van NIDDM. Er zijn verschillende determinanten die een effect hebben op de glucosetolerantie en daardoor een effect hebben op het ontstaan en/of op het beloop van NIDDM. Erfelijke factoren lijken een belangrijkere rol te spelen bij het ontstaan van NIDDM dan bij IDDM. Obesitas, zowel over het hele lichaam als een ongunstige vetverdeling, lijkt een belangrijke risicofactor te zijn voor het ontstaan van NIDDM. Ook worden verschillende leefstijlfactoren in verband gebracht met het ontstaan en/of beloop van NIDDM. Van de leefstijlfactoren zijn lichamelijke activiteit en voeding de belangrijkste determinanten. Het effect van alcoholgebruik en roken op het ontstaan van NIDDM is nog onduidelijk. Wel speelt roken een rol bij het optreden van complicaties. De mogelijkheden voor primaire en secundaire preventie van IDDM komen steeds dichterbij. Veel onderzoek wordt gedaan naar het effect van immuuntherapieen op het behoud van de insuline-producerende cellen. Als een aanvaardbare therapie is ontwikkeld, wordt het belangrijk patienten met IDDM in een zo vroeg mogelijk stadium te identificeren zodat zoveel mogelijk insuline-producerende cellen behouden kunnen worden (secundaire preventie). Een mogelijk vervolg hierop is het ontwikkelen van een vaccin waardoor het optreden van auto-immuniteit en daardoor het ontstaan van IDDM kan worden voorkomen (primaire preventie). Preventie bij IDDM is momenteel vooral gericht op het regelen van het bloedglucosegehalte en het voorkomen van complicaties (tertiaire preventie). Door toediening van insuline wordt de bloedglucose spiegel geregeld. Het voorkomen van complicaties gebeurt door regelmatige controle van ogen en voeten. Met betrekking tot leefstijl zijn stoppen met roken, een gezonde voeding en voldoende lichamelijke activiteit de belangrijkste adviezen die zowel rechtstreeks als via hun invloed op hypertensie het ziektebeloop gunstig kunnen beinvloeden. Gezien de ontwikkelingen op het gebied van kennis ten aanzien van determinanten van NIDDM lijken er mogelijkheden voor primaire en secundaire preventie te ontstaan. Primaire preventie van NIDDM zal zich vooral richten op gezonde voeding en lichamelijke activiteit. Ook secundaire preventie van NIDDM lijkt tot de mogelijkheden te behoren. Onderzoek heeft aangetoond dat ongeveer 50% van de personen met NIDDM niet gediagnostiseerd is. Vaak wordt de diagnose, aan de hand van bloedsuikerbepalingen, pas gesteld als de patient zich met complicaties bij de arts meldt. Actieve opsporing van patienten met NIDDM en behandeling kan er mogelijk toe leiden dat complicaties minder vaak optreden. Ook hier is bij de behandeling de aandacht gericht op gezonde voeding, lichamelijke activiteit en het voorschrijven van orale bloedglucose verlagende middelen. Preventie van NIDDM is net als bij IDDM vooral gericht op de tertiaire preventie. De behandeling, tertiaire preventie, is gericht op het normaliseren van de bloedglucosespiegel via het verminderen van overgewicht, het stimuleren van lichamelijke activiteit en het voorschrijven van orale bloedglucose verlagende middelen. Deze factoren zijn ook van invloed bij het voorkomen van complicaties.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Ter ondersteuning bij Integrale Normstelling (INS) wordt in het project ECOROUTING onderzoek uitgevoerd naar de toepasbaarheid van het evenwichtspartitieconcept bij de harmonisatie van milieukwaliteitsdoelstellingen voor de compartimenten bodem en sediment. Het onderzoek beperkt zich tot de bestudering van het fysisch-chemisch gedrag van zware metalen onder veldcondities. Hiervoor is in samenwerking met de opdrachtgever en een klankbordgroep een meetprogramma samengesteld. Een onderdeel van dit meetprogramma is een inventarisatie van Acid Volatile Sulfide (AVS) en Simultaneously Extracted Metals (SEM) gehalten in nederlandse mariene en zoetwatersedimenten. Daartoe moest eerst een meetprocedure ontwikkeld worden, waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan. De op het RIVM ontwikkelde meetmethodiek voor de analyse van AVS/SEM gehalten in sediment en bodem is een modificatie van de procedure zoals beschreven door Allen et al. (Environ. Toxicol. Chem., 12 (1993) 1441). Bij de ontwikkeling is speciale aandacht besteed aan het bewaken van de kwaliteit van de analyse, zodat de metingen kunnen worden uitgevoerd onder het kwaliteitskeurmerk GLP. Reductie van chemisch afval werd gerealiseerd door het gebruik van kleinere volumina t.o.v. de oorspronkelijke methode. Voor de verwerking van de data is een spreadsheet ontwikkeld, die het AVS- en SEM-gehalte en de SEM/AVS ratio inclusief standaarddeviatie automatisch uitrekent na invoer van alle basisgegevens. De meetprocedure is zeer gevoelig met een onderste analysegrens van 0,04 notmol AVS per gram droge stof. Aangezien de methodiek met ingebouwde kwaliteitscontrolemomenten nogal bewerkelijk is, is de analyse per monster vrij kostbaar. De huidige opstelling is niet geschikt voor de analyse van grote aantallen monsters.Het rapport wordt afgesloten met een beknopte presentatie van (lopend) onderzoek, waarbij de analyse van AVS en SEM in sediment en bodem centraal staat.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Een onderzoek naar de scheve speenverhoudingen bij de nude-rat | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Hospital admissions. Organization and planning | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Richtlijnen steriliseren en steriliteit. Historie en nieuwe ontwikkelingen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Community-based study of the incidence of gastrointestinal diseases in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cyclic-AMP level and eicosanoid release from alveolar macrophages are differentially affected by high and low dose of platelet activating factor | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Antigen receptors on THY-1+ CD3- CS-initiating cell. In vitro desensitization with hapten-amino acid or hapten-ficoll conjugates, versus hapten-protein conjugates, suggests different antigen receptors on the immune cells that mediate the early and late co | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Infection spreads between hospitals [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Potential for meteorological bias in lidar ozone data sets resulting from the restricted frequency of measurement due to cloud cover | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The toxicity of organic concentrates to Photobacterium phosphoreum of river Meuse water in the stretch between Remilly (France) and Keizersveer (The Netherlands) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Reproductive history and cancer of the biliary tract in women | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The role of poisons control centres in case of chemical accidents | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Presentation of a general algorithm to include effect assessment on secondary poisoning in the derivation of environmental quality criteria | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Chromosomal localization of the rat N-ras protooncogene by fluorescence in situ hybridization | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Simulating changes in global land cover as affected by economic and climatic factors | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modeling the global society-biosphere-climate system: Part 1: model description and testing | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Laboratory diagnosis of measles infection and monitoring of measles immunization: Memorandum from a WHO meeting | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Guillain-Barre syndrome associated with hantavirus infection [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Visceral fat accumulation in relation to sex hormones in obese men and women undergoing weight loss therapy | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Model for calculating regional energy use, industrial production and greenhouse gas emissions for evaluating global climate scenarios | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modulation of antiviral immune responses by exogenous cytokines: effects of tumour necrosis factor- , interleukin-1 , interleukin-2 and interferon- on the immunogenicity of an inactivated rabies vaccine | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxic equivalency factors for dioxin-like pcbs | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The 'ultimate objective' of the framework convention on climate change requires a new approach in climate change research | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Apolipoprotein E phenotype and blood pressure [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
An atmospheric-ocean model for integrated assessment of global change | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Health aspects of chemical accidents. Proceedings of the symposium, April 1993, Utrecht, The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Serum antibodies to the flagellum of Borrelia burgdorferi measured with an inhibition enzyme-linked immunosorbent assay are diagnostic for Lyme borreliosis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of sodium lactate on toxin production, spore germination and heat resistance of proteolytic Clostridium botulinum strains | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Formation and persistence of DNA adducts in pouch skin fibroblasts and liver tissue of rats exposed in vivo to the monofunctional alkylating agents N-methyl-N-nitrosourea or N-ethyl-N-nitrosourea | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Molecular analysis of hprt gene mutations in skin fibroblasts of rats exposed in vivo to N-methyl-N-nitrosourea or N-ethyl-N-nitrosourea | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
De difterie-epidemie in de Russische Federatie en adviezen ten aanzien van difterievaccinatie in Nederland | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Flavonoiden: non-nutrienten of nutrienten? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Mycobacterium smegmatis strain for detection of Mycobacterium tuberculosis by PCR used as internal control for inhibition of amplification and for quantification of bacteria | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The pathogenetic aspects of measles virus infection: Memorandum from a WHO meeting | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Computing land use emissions of greenhouse gases | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A two-mutation model of radiation carcinogenesis: application to lung tumours in rodents and implications for risk evaluation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modelling foodweb accumulation of cadmium in sedimentation areas of the Rhine delta | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
HIV transmission in the provision of health care | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Kinetics and specificities of a T helper-cell response to GP120 in the asymptomatic stage of HIV-1 infection | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immunization of guinea pigs with Treponema pallidum recombinant antigens reveals the presence of novel epitopes | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The effects of ultraviolet light irradiation on viral infections | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inventory of greenhouse gas emissions in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Multicenter comparison of Neisseria meningitidis serogroup C anti-capsular polysaccharide antibody levels measured by a standardized enzyme-linked immunosorbent assay | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Class and subclass distribution of Hantavirus-specific serum antibodies at different times after the onset of nephropathia epidemica | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Methods for the purification of equine rabies immunoglobulin: Effects on yield and biological activity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Neutralization enzyme immunoassay for influenza virus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cloning and characterization of the mouse XPAC gene | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Health Impact Statement Schiphol Airport | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Minstens 10% van de westerse wereld bevolking lijdt aan een vorm van astma of CARA (chronische aspecifieke respiratoire aandoeningen). De incidentie en de ernst van deze respiratoire aandoeningen lijkt toe te nemen. Alleen in Engeland zijn deze aandoeningen al verantwoordelijk voor ongeveer 2000 doden per jaar. Het is bekend dat naast genetische (erfelijke) componenten ook immunologische overgevoeligheids reacties gericht tegen geinhaleerde chemische stoffen een rol kunnen spelen bij deze luchtweg aandoeningen. Meer dan de helft van de astma gevallen wordt geinduceerd door type I overgevoeligheid en zijn dus IgE afhankelijk (=allergische astma). De astma gevallen die niet door type I overgevoeligheid worden geinduceerd zijn mogelijk niet immunologisch gemedieerd (=intrinsieke astma) of geinduceerd door andere immunologische overgevoeligheids reacties (type III of IV). Om bovengenoemde redenen zijn testen nodig om chemicalien te onderzoeken met betrekking tot hun capaciteit om respiratoire overgevoeligheid te induceren. Deze testen zijn met betrekking tot de inductie van respiratoire overgevoeligheid echter niet voorhanden. Het merendeel van deze testen is bedoeld voor het screenen van de te testen chemicalien op de mogelijke eigenschap om huidovergevoeligheid te induceren. De mogelijkheid om deze huidovergevoeligheids testen ook te gebruiken voor het testen op de potentie van deze stoffen om respiratoire overgevoeligheid te induceren is beperkt.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Het begrip 'stiltegebied' vindt zijn oorsprong in de Wet geluidhinder (1979). Volgens de Memorie van Toelichting behorende bij de Wet geluidhinder gaat het bij een stiltegebied om 'Een gebied in de orde van grootte van enige vierkante kilometers of meer, waarin de geluidbelasting door toedoen van menselijke activiteiten zo laag is, dat de in dat gebied heersende natuurlijke geluiden niet of nauwelijks worden gestoord.' Het beleid voor stiltegebieden is in de nieuwe Wet Milieubeheer (1993) overgenomen in de regeling voor milieubeschermingsgebieden ; 'gebieden waarin de kwaliteit van het milieu of van een of meer onderdelen daarvan. bijzondere bescherming behoeft'. Tot nu toe bestond geen adequaat nationaal overzicht van de door de provincies geinventariseerde stiltegebieden. Verder was er geen duidelijk beeld van de ontwikkelingen met betrekking tot aktiepunt 158 van het Nationaal Milieubeleidsplan (1989) ; 'Met andere overheden wordt overleg gevoerd om te bereiken dat het areaal stiltegebieden in de omgeving van stedelijke agglomeraties in 2000 tenminste 200.000 hectare bedraagt t.o.v. 135.000 hectare in 1988.' Ook is de relatie tussen de stiltegebieden, milieubeschermingsgebieden en andere beleidsrelevante gebiedsindelingen onderzocht (Ecologische hoofdstructuur, koersgebieden VINEX).
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Nederlandse samenvatting niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
A literature Survey on the Assessment of Microbiological Risk for Drinking Water | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In deze procesbeschrijving in het kader van het project "Energie" is getracht een compleet en toch beknopt beeld te geven van de stand van zaken in de Nederlandse afvalverbranding anno 1993 (basisjaar). De vorm van "procesbeschrijving" is standaard uitgekozen voor meerdere economische activiteiten van verschillende doelgroepen - Industrie, Landbouw, Verkeer, Consumenten. Zo'n procesbeschrijving dient niet alleen leerzame informatie over een bepaalde activiteitentak te verschaffen, maar geeft ook voldoende cijfermateriaal ten behoeve van de invulling van het Reken- en Informatiemodel RIM+ en kan als een uitgaansbasis fungeren voor de opstelling van een Milieubalans en Milieuverkenningen. De informatie uit deze procesbeschrijving geeft voldoende kennis over het functioneren van een afvalverbrandingsinstallatie in het algemeen, over verschillende aspecten van afvalinzameling en voorbewerking, rookgasemissies en hun bestrijding en problematiek van rest- en afvalstoffen na verbranding. Bovendien bevat deze beschrijving kwantitatieve gegevens over afvalhoeveelheden en verbrandingscapaciteit in Nederland in heden en toekomst. Ook individuele informatie van alle in 1993 werkende Nederlandse AVI's is samengevat. Grote aandacht is besteed aan de milieu-aspecten van afvalverbranding als belangrijke maatsschappelijke activiteit: emissiereductie en energiebesparing. Met het oog op het in werking treden van het Besluit Luchtemissies Afvalverbranding zijn emissiefactoren gepresenteerd van belangrijke aandachtstoffen in het jaar 2000 (vergeleken met 1990).
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In de jaren zeventig en tachtig is het risico voor het milieu en de volksgezondheid van het gebruik van PCB's onderkend, wat heeft geresulteerd in een verbod op het gebruik van PCB's in de meeste westerse landen. Verschillende PCB vervangers met vergelijkbare fysisch-chemische , en daarmee helaas ook toxicologische, eigenschappen zijn vervolgens op de markt gebracht. Hiervan is met name Ugilec 141, een technisch mengsel van dichloorbenzyldichloortoluenen (DBDT's), toegepast in de mijnbouw. Ugilec 141 is aangetroffen in sedimenten van rivieren in gebieden met ondergrondse mijnbouw in Duitsland en in vis van grensoverschrijdende rivieren als de Roer. In Nederland is het volgens de Wet Milieugevaarlijke Stoffen verboden om Ugilec 141 te vervaardigen, in te voeren, ter beschikking te stellen of toe te passen, en daartoe is in het kader van handhaving een methode ontwikkeld om Ugilec 141 in afvalolie te kunnen bepalen om daarmee de import en verwerking van afvalolie te kunnen controleren. De ontwikkelde kolomchromatografische methode is gebaseerd op een uitbreiding en combinatie van reeds bestaande toepassingen voor vergelijkbare komponenten, danwel matrices. Dit resulteerde uiteindelijk in een zuiveringsmethode bestaande uit verschillende stappen over aktieve kool, aluminiumoxyde en silicagel. Er wordt een specifieke analyse uitgevoerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS) om interferentie met mogelijk tegelijkertijd voorkomende PCB's te vermijden. Kwantificering vindt plaats met behulp van een externe standaard van Ugilec 141 op de zes meest intensieve responses, waarbij wordt gecorrigeerd voor de interne standaard 13C6 DBDT 80 en gecontroleerd m.b.v. een injektie standaard van 13C12 PCB 141. De nauwkeurigheid van de methode is 3 % over een concentratie gebied tot 8 mg Ugilec 141/kg olie, de bepalingsgrens is 0.25 mg Ugilec 141/kg olie en de recovery is ca. 65 %. De ontwikkelde methode is - wat de monstervoorbewerking betreft - een bewerkelijke maar verder nauwkeurige en voldoende gevoelige methode voor de bepaling van Ugilec 141 in afvalolie met behulp van GC-MS. In de praktijk voldoet de methode redelijk, er zullen echter, als gevolg van de grote varieteit in afvalolien en mogelijke verontreinigingen daarin, regelmatig verstoringen van het signaal blijven optreden. Om een beeld te krijgen van de verspreiding en het voorkomen van Ugilec 141 in Nederlandse afvalolie, werden in 1990 en 1993 bij een aantal verwerkers oliemonsters genomen. In 74 monsters werd slechts in een geval een gehalte van 5.7 mg Ugilec 141/kg olie aangetroffen. Daarentegen werd in het kader van een inspektie onderzoek, eenmalig tweetal monsters met een zeer hoge concentratie Ugilec 141 aangetroffen van resp. 45 en 116 g(!)/kg olie. Hieruit mag geconcludeerd worden dat er geen grote stromen met Ugilec 141 verontreinigde afvalolie in Nederland ingevoerd en verwerkt worden, maar dat incidenteel een verontreinigde partij kan voorkomen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Het onderhavige onderzoek is een eerste verkenning geweest naar de aanwezigheid van organische microverontreinigingen in gft-compost. In deze rapportage is een indicatieve vergelijking van de gehalten in compost met de streefwaarden voor bodem (H=20%) gemaakt. Mede op basis van dit onderzoek zullen normen voor organische microverontreinigingen worden ontwikkeld. Uit het onderzoek blijkt dat alle compost monsters organische microverontreinigingen bevatten. Het gehalte PAK in het onderzochte compost blijkt relatief hoog te zijn ten opzichte van de streefwaarde voor bodem. Er is voor de meeste PAK geen relatie gevonden tussen het gehalte in compost en de composteerinrichting. De hoeveelheden van HCB en ftalaten in het compost blijken eveneens hoger dan de streefwaarde te zijn. In enkele monsters blijkt het gehalte chloorfenolen, PCB, endrin en/of minerale olie hoger te zijn dan de streefwaarde. Het gehalte dioxinen in compost blijkt ver onder de voorlopige waarde voor bodem in woongebieden te liggen. Het gemeten gehalte dioxinen blijkt in twee van de vier monsters eveneens lager dan de voorlopige waarde voor veeteeltgebieden te zijn en weinig verschillend van het achtergrondniveau van dioxinen in de Nederlandse bodem. Naar aanleiding van de resultaten van dit orienterende onderzoek, wordt aanbevolen om een groter opgezet onderzoek naar organische microverontreinigingen in compost uit te voeren, zodat een representatief beeld van de gehalten in gft-compost in Nederland wordt verkregen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Om inzicht te krijgen in de voortgang van de uitvoering van het Convenant Verpakkingen wordt, als onderdeel van het meet- en monitoringsysteem, jaarlijks door het RIVM de output van verpakkingsafval vastgesteld. Dit rapport presenteert de resultaten van de analyse naar de hoeveelheid verpakkingsafval in 1993, uitgesplitst in de componenten kunststof, papier/karton, (eenmalig) glas, blik (ferro) en aluminium. Ingegaan wordt op de hoeveelheid, de samenstelling en de verwerkingswijze van verpakkingsafval afkomstig van verschillende sectoren (huishoudens, kantoor- winkel- en dienstensector (KWD-sector) en industrie). Tevens wordt de nauwkeurigheid van de gegevens voor de verschillende sectoren en gehanteerde meetmethoden beschreven. Ook worden de gegevens van 1993 vergeleken met die van voorgaande jaren. De hoeveelheid verpakkingsafval afkomstig van huishoudens (exclusief hergebruik) is gedurende de afgelopen jaren bepaald aan de hand van sorteeranalyses van het RIVM. Voor 1993 is gebruik gemaakt van een nieuwe opzet voor wat betreft de monstername van deze sorteeranalyses. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij de vergelijking met voorgaande jaren. De hoeveelheden verpakkingsafval afkomstig van de KWD-sector en de industrie zijn in 1992 en 1993 bepaald door middel van enquetes onder bedrijven in deze beide sectoren. Dit onderzoek is zowel voor 1992 als 1993 uitgevoerd door Motivaction in opdracht van het RIVM. Gezien de grote onnauwkeurigheidsmarges die gelden voor de aldus gemeten totale hoeveelheden verpakkingsafval zijn grote absolute veranderingen nodig om te kunnen spreken van significante verschillen. Voor 1986 zijn de gegevens via andere methoden bepaald. Bij vergelijking van de resultaten van 1993 met 1992 kan opgemerkt worden dat de opgaven uit 1992 van met name de KWD-sector (en in mindere mate de industrie) het RIVM vorig jaar reeds aan de hoge kant leken. De gevonden resultaten voor 1993 lijken hiervan een bevestiging te geven. Door de Directie Afvalstoffen van het Directoraat-Generaal Milieubeheer zijn in 1991, in overleg met het bedrijfsleven, uitgangspunten voor wat betreft hoeveelheid en samenstelling van het verpakkingsafval in 1986 vastgelegd. Nader onderzoek van het RIVM naar de uitgangshoeveelheden voor 1986 bracht echter aan het licht dat de vastgestelde hoeveelheden op sommige punten nog voor verbetering vatbaar waren. Op basis van met name deze informatie is door de Commissie Verpakkingen onderzocht of een bijstelling van de uitgangshoeveelheden voor 1986 hierdoor gerechtvaardigd is. In dit rapport worden zowel de vastgestelde als de gecorrigeerde hoeveelheden voor 1986 gepresenteerd. Hoewel aan de gecorrigeerde hoeveelheden in 1986 evenmin absolute zekerheid kan worden toegekend, geven ze op basis van de momenteel aanwezige informatie een beter beeld van de werkelijke situatie in dat jaar. Rekening houdend met de nauwkeurigheden van de gehanteerde meetmethoden lijken de gegevens voldoende betrouwbaar om te kunnen concluderen dat zowel bij de KWD-sector als bij de huishoudens de hoeveelheid verpakkingsafval in 1993 zeker niet gestegen is, maar op zijn minst gelijk gebleven is in vergelijking met 1992. Niet geconcludeerd mag echter worden dat hier sprake is van een significante daling. In 1993 is bij de industrie wel met redelijke zekerheid sprake van een afname van de totale hoeveelheid verpakkingsafval ten opzichte van 1992. Ten opzichte van 1986 kan nu een index bepaald worden voor 1993. Deze index geeft een indicatie voor de stijging van de hoeveelheid verpakkingsafval tussen deze twee jaren. Bij hantering van de index dient dan ook rekening gehouden te worden met mogelijke afwijkingen van de gemeten waarde ten opzichte van de werkelijke situatie. De index voor 1993 laat een toename zien van 27 of 15 procent ten opzichte van respectievelijk de vastgestelde of de gecorrigeerde hoeveelheid verpakkingsafval in 1986. Wanneer tevens rekening wordt gehouden met de hoeveelheid meermalig glas die in 1986 is meegenomen, maar voor de andere jaren zoveel mogelijk buiten de meting gehouden is, is de index in 1993 met respectievelijk 31 of 18 procent toegenomen. In de RIVM-rapportage over 1992 werd al aangegeven dat de stijging van de index in 1991/1992 ten opzichte van (de vastgestelde hoeveelheid van) 1986 significant was, maar dat niet geconcludeerd kon worden dat de hoeveelheid verpakkingsafval tussen 1986 en 1991/1992 met meer dan 50 procent was toegenomen. De resultaten van 1993 lijken deze conclusie te bevestigen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Session 3B: teratological/toxicological aspects - validation studies, industrial applications. Whole embryo culture and toxicity testing | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A reevaluation of the role of lipopolysaccharide (LPS) in septic shock. A study in rats and rabbits with focus on the pharmacological modulation with: antibiotics, NO synthase inhibitors, steroids and NSAIDs | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bioavailability of inorganic arsenic from bog ore-containing soil in the dog | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Deactivation of precolumn for capillary GC by a thin layer of OV-1701 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Berekend beleid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Experimental study to investigate the effects of intervention in acute nitrogen dioxide intoxication to improve human treatment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Fish as biomarkers in immunotoxicology | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Isolation of rat chromosome-specific paint probes by bivariate flow sorting followed by degenerate oligonucleotide primed-PCR | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
UV-B exposure impairs resistance to infection by Trichinella spiralis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Analysis and occurrence of toxic planar PCBs, PCDDs and PCDFs in milk by use of carbosphere activated carbon | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Good clinical practice in het Rijksvaccinatieprogramma? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
De consequenties van een lagere norm voor lood in drinkwater | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Colonization and antibody response in mice and rats experimentally infected with Pasteurellaceae from different rodent species | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Enzyme immunoassay with enhanced specificity for detection of antibodies to Chlamydia trachomatis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Laboratory techniques to study Chlamydia trachomatis infections on the move. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Chlorite and chlorate in drinking water: DPB's or environmental pollutants? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Phenotypic and genotypic changes in a new clone comples of Neisseria meningitidis causing disease in the Netherlands, 1958-1990 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Paralytic shellfish poison reference materials: an intercomparison of methods for the determination of saxitoxin | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Estimate of ozone production and destruction over northwestern Europe | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Variation in the sensitity of aquatic species to toxicants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The Elspeetsche veld experiment on surface exchange of trace gases: summary of results | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Molecular mechanisms in radiation mutagenesis and carcinogenesis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Pharmacokinetic modeling of polychlorinated dibenzo-p-dioxins (PCDDs) and furans PCDFs) in cows | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immunogenicity testing of diphtheria and tetanus vaccines by using isogenic mice with possible implications for potency testing | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Recommendations for the health monitoring of mouse, rat, hamster, guineapig and rabbit breeding colonies | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Exposure to 2,3,7,8-chlorine substituted dioxins, furans and planar PCBs from food by Dutch turks: relevance of mutton | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Biotechnology-derived and novel foods: safety approaches and regulations | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Discrimination of epidemic and nonepidemic methicillin-resistant Staphylococcus aureus strains on the basis of protein A gene polymorphism | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Testing surfactants for ultimate biodegradability | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Sensitivity and specificity of PCR for detection of Mycobacterium tuberculosis: a blind comparison study among seven laboratories | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vaccins en het koude staartje: bewaking van de cold chain | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Risk assessment of carcinogenic chemicals in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inducibility of the TOL catabolic pathway in Pseudomonas putida (pWW0) growing on succinate in continuous culture: evidence of carbon catabolite repression control | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Recombinant of the bph (biphenyl) catabolic genes from plasmid pWW100 and their deletion during growth on benzoate | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A QSAR for base-line toxicity to the midge Chironomus riparius | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
2-O-methyl-D-mannose residues are immunodominant in extracellular polysaccharides of Mucor racemosus and related molds | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Mutational analysis of the Bordetella pertussis fim/fha gene cluster: identification of a gene with sequence similarities to haemolysin accessory genes involved in export of FHA | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Comparative environmental threat analysis: three case studies | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A two-mutation model for radiation induced cancer: biological basis and implications for risk analysis. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Sulfation of aromatic hydroxamic acids and hydroxylamines by multiple forms of human liver sulfotransferases | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Trichloorbenzeen, hexachloorbenzeen, hexachloorbutadieen. Samenwerkingsproject effectieve emissiereductie diffuse bronnen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Flavonols and flavones in foods and their relation with cancer and coronary heart disease risk | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
(Potentieel) proefdierpathogene mikro-organismen. Cilia-associated respiratory (CAR) bacillus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
(Potentieel) proefdierpathogene mikro-organismen. Adenovirus (MAdV en GpAdV) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Soil water dynamics and long-term water balances of a Douglas fir stand in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
(Potentieel) proefdierpathogene micro-organismen. Pneumocystis carinii | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Rochalimaea henselae [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modulation by Pertussis toxin of salbutamol- and arecoline-induced effects in the isolated heart and aorta of the rat | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Echinokokkose in Nederland, 1987-1991 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Matig resultaat van behandeling van echinokokkose met albendazol bij 7 patienten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Intervention strategies for Salmonella enteritidis in poultry flocks. A basic approach | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The contribution of complexed copper to the metabolic inhibition of algae and bacteria in synthetic media and river water | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Certified reference materials (CRM-408 and CRM-409) for quality control of main components (ammonium, calcium, hydronium, magnesium, nitrate, potassium, sodium and sulphate) in simulated rain water | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A comparison of ABL heights inferred routinely from lidar and radiosondes at noontime | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The rat N-ras gene; interference of pseudogenes with the detection of activating point mutations | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The car model. The Dutch method to determin city street air quality | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cyclic AMP enhancing drugs modulate eicosanoid release from human alveolar macrophages | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The sagitall waist diameter and mortality in men. The Baltimore longitudinal study on aging | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inability of lipid A murine specific monoclonal antibody E5 to neutralize lipopolysaccharide biological activity in vitro | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A method for simultaneous determination of solubility and transfer coefficient of oxygen in aqueous media using off-gas mass spectrometry | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Susceptibility of bacterial strains to desiccation. A simple method to test their stability in microbiological reference materials | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Serum total cholesterol and systolic blood pressure as risk factors for mortality from ischemic heart disease among elderly men and women | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ecological assessment of natural resources in agroecosystems of Dutch lowland peat area | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The hemodynamic effects of gamma2-melanocyte-stimulating hormone and related melanotropins depend on the arousal potential of the rat | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Population dynamics of Diplolaimelloides bruciei, a nematode associated with the salt marsh plant Spartina-anglica | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of decreased atmospheric deposition on the sulfur budgets of two Dutch moorland pools | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
An evaluation of the repeatability and reproducibility of a surface test for the activity of disinfectants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A prospective study on obesity and subcutaneous fat patterning in relation to breast cancer in post-menopausal women participating in the DOM project | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Antilichaamrespons bij personen met AIDS en bij met HIV geinfecteerden na vaccinatie met influenzavaccin, tetanustoxoid en pneumokokkenvaccin [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Treponemal infections in hares in The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Review of deposition monitoring methods | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Potentiometric stripping analysis of thallium in natural waters | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cultivation of the hybridoma cell line MN12 in a homogeneous continuous culture system: effect of culture age | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Fish consumption and risk of stroke. The Zutphen Study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Regional fat distribution as risk factor for clinically diagnosed gallstones in middle-aged men: a 25-year follow-up study (the Zutphen Study) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding, glucosemetabolisme en diabetes mellitus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Overgewicht in relatie tot coronaire hartziekten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding en lichamelijke activiteit als determinanten van hyperinsulinemie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Stabiliteit van bloedvitamines tijdens 4 jaar opslag bij -20 graden C | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A role for cellular immunity in the induction of airway hyperresponsiveness induced by small molecular weight compounds | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of UV-B on the resistance against infectious diseases | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Visconsumptie en het risico op coronaire hartziekten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acute intoxicaties. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Feitelijke bestanden met toxicologische en milieu-informatie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
VOC workshop assessment & evaluation, January 1993, Amersfoort, The Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bij dit rapport hoort een bijlage met nummer 679101012A
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
CATS-2: een model ter voorspelling van accumulatie van microverontreinigingen in sedimentatiegebieden van rivieren | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Risk assessment of polybrominated biphenyls and polybrominated diphenyl ethers | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
A poliovirus type-specific IgM antibody-capture enzyme-linked immunosorbent assay for the rapig diagnosis of poliomyelitis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Current regulatory (draft) guidance on chiral medicinal products: Canada, EEC, Japan, United States | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Extrapolatie van laboratorium naar veld ; de invloed van milieufactoren op de anaerobe transformatiesnelheid van chloorfenolen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
In de periode december 1993/januari 1994 hebben zich in de wijk Zuilen te Utrecht bij herhaling ernstige stankklachten voorgedaan. Oorzaak van de stankklachten was een verontreiniging met benzine in de bodem op de betreffende lokatie. Deze verontreiniging drong in de woningen binnen via de kruipruimte, maar ook via het rioleringssysteem. De verontreinigingen konden in het rioolsysteem doordringen als gevolg van een extreem hoge grondwaterstand. Naar aanleiding van de stankklachten zijn door het RIVM in een aantal van de betrokken woningen metingen verricht. Uit de resultaten van de metingen blijkt, dat in vrijwel alle betrokken woningen op verschillende dagen duidelijke overschrijdingen hebben plaatsgevonden van de normaal in woningen voorkomende concentraties van een aantal vluchtige (benzine) componenten. Deze overschrijdingen gingen volgens van de bewoners verkregen informatie gepaard met klachten over hevige stank en bij een aantal personen met geirriteerde ogen, hoofdpijn en gebrek aan eetlust. Hoewel wordt aangenomen dat de verhoogde blootstelling periodiek van aard is geweest en er geen blijvende effecten op de gezondheid worden verwacht is het uiteraard ongewenst, dat de lucht in woonruimten zodanig verontreinigd is, dat de bovenomschreven klachten zich voordoen. Door de Dienst Ruimtelijke Ordening en Milieu zijn een aantal maatregelen ten uitvoer gebracht, waarvan mag worden aangenomen, dat deze voldoende effectief zullen zijn met betrekking tot de verlaging van de verontreinigingsconcentraties in de woningen buiten het directe verspreidingsgebied van de bodemverontreiniging. Voor de woningen binnen het directe verspreidingsgebied van de bodemverontreiniging mag ook een duidelijke verlaging van de concentraties worden verwacht, maar voor deze woningen moet een nacontrole op de effectiviteit van de maatregelen, door middel van concentratiemetingen, noodzakelijk worden geacht.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
UNCSAM: a tool for automating sensitivity and uncertainty analysis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Quality assurance in health care. From a traditional towards a modern approach | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ten behoeve van normstelling in de milieubescherming moeten de risico's van toepassingen van radioactieve stoffen vastgesteld worden. Uitgaande van ORS en de daarin gestelde grenzen resulteert dit in emissielimieten voor de verschillende toepassingen. De op modelberekeningen gebaseerde schatting van het risico dient tevens ter onderbouwing van een vergunningaanvraag voor de betreffende toepassing. In verband met rechtsgelijkheid voor alle aanvragers van een dergelijke vergunning, is een standaard richtlijn voor de uitvoering van modelberekeningen met de daarin te gebruiken parameterwaarden ontwikkeld. In het onderhavige rapport wordt een methode gegeven voor het uitvoeren van risicoanalyses van reguliere lozingen door alle bronnen van ioniserende straling en radioactiviteit en van ongevalslozingen door alle bronnen behalve kerncentrales. Voor de verschillende bronnen wordt aangegeven wat de relevante emissies en blootstellingspaden zijn. De conceptuele modellering van de blootstellingspaden met de te gebruiken parameterwaarden wordt vervolgens gegeven in de vorm van standaarden voorschriften en aanbevelingen. Hierbij is zoveel als mogelijk uitgegaan van de in Nederland algemeen geaccepteerde wijze van modelleringen. Aangegeven wordt in welke computerprogramma's de conceptuele modellering is uitgewerkt. Randvoorwaarden en eindpunten zoals beschreven in de Beleidsstandpunten Stralingshygiene zijn in dit rapport meegenomen.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Scenario analysis, health policy, and decision making | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Beoordelingssystematiek bodemkwaliteit ten behoeve van bouwvergunningsaanvragen. Deel 1. Bodemgebruiksspecifieke beoordelingsmethodiek voor de humane blootstelling | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Dit rapport over de produktie van pigmenten is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en vergunningssituatie.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Present state of the water quality of European rivers and implications for management | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Improved clean-up procedure for the high-performance liquid chromatographic assay of bupivacaine enantiomers in human plasma and ultrafiltrate in the nanogram per milliliter range | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Deze bijlage hoort bij rapport 679101012
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Onderhavig document omvat gegevens over kwik inzake de bronnen en verspreiding en de risico's op basis van afweging van blootstellingsniveaus en schadelijke concentraties. Tevens worden de autonome ontwikkelingen in de emissies geschetst en inzicht gegeven in mogelijke aanvullende technische maatregelen voor verdere emissiereductie. De emissie naar het milieu door Nederlandse bronnen bedraagt enkele tonnen per jaar. De bijdrage aan de kwikbelasting vanuit het buitenland is groot. Voor het oppervlakte-water wordt deze geschat op 75%. Ook de depositie wordt vooral bepaald door het achtergrondniveau en vormt de belangrijkste belasting van de bodem in Nederland. Op basis van de gegevens in dit document wordt geconcludeerd dat de huidige en toekomstige blootstellingsniveaus voor de mens op een toelaatbaar risiconiveau liggen. Met betrekking tot de water- en (water)bodemecosystemen en de daarvan afhankelijke hogere predatoren zijn er aanwijzingen dat de bestaande risico's beperkt zijn, met de kanttekening dat de risicoschatting grote onzekerheden kent. De afgeleide MTR-waarden liggen op een vergelijkbaar niveau als de grenswaarden. De grenswaarden worden in het aquatisch milieu op veel plaatsen overschreden ; terugdringen van het risico zal door emissie-reducties weliswaar plaatsvinden, maar het is onzeker of de gestelde emissie-doelstellingen worden gehaald. In het terrestisch milieu is normoverschrijding minder evident ; hier geldt echter het probleem dat de emissiedoelstelling niet zal worden gehaald en er sprake blijft van accumulatie van kwik in de bodem.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Validation of models on uptake of organic chemicals by plants roots | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Optimalisering van de meticillinegevoeligheidsbepaling bij coaguase negatieve staphylococcen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Ter voorbereiding van het NMP-2 is midden 1993 de derde Nationale Milieuverkenning (MV3) verschenen. Deze Milieuverkenning kan gezien worden als een evaluatie van het eerste NMP en een actualisatie van de tweede Nationale Milieuverkenning. Teneinde rekening te houden met toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen is in de MV3 gebruik gemaakt van twee nieuwe lange-termijn scenario's van het Centraal Planbureau. De gebruikte scenario's kunnen als bandbreedte gezien worden waarbinnen de toekomstige macro-economische ontwikkeling zich waarschijnlijk voltrekt. In de Milieuverkenning is het vastgestelde en het voorgenomen beleid geevalueerd. Onder het voorgenomen beleid worden concrete maatregelen of overeenkomsten verstaan die in de 'pijplijn' zitten en die naar verwachting voor 1 januari 1995 aan de Tweede Kamer worden aangeboden respectievelijk met de doelgroepen worden afgesloten. Het te evalueren maatregelpakket is geformuleerd door de NMP-ministeries. Dit rapport geeft een nadere onderbouwing van de cijfers, maatregelen en veronderstellingen over afval, zoals die in de Milieuverkenning zijn weergegeven. Hoofdstuk 2 geeft per afvalcategorie cijfers over de hoeveelheid en verwerkingswijze van afval en de bron van de gegevens. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven hoe het potentiele afvalaanbod in de toekomst wordt berekend. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met allerlei autonome ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 wordt het effect van het afvalbeleid gepresenteerd, dat wil zeggen hoeveel afval wordt voorkomen als gevolg van het preventiebeleid en hoeveel afval wordt hergebruikt gegeven de vastgestelde en voorgenomen maatregelen en instrumenten en de inschatting van het effect van die maatregelen. In dit hoofdstuk wordt ook aangegeven hoeveel afval zou kunnen worden verbrand en gestort. In hoofdstuk 5 wordt voor het jaar 2000 rekening gehouden met de verbrandingscapaciteit uit het Tienjarenprogramma 1990-2002 van het Afval Overleg Orgaan. Gegeven de doorgerekende ontwikkelingen, de maatregelen en het geschatte effect daarvan, gevoegd bij de veronderstelling dat niet meer verbrandingscapaciteit voor 2000 gerealiseerd wordt dan in het Tienjarenprogramma wordt aangegeven, wordt geconcludeerd dat een deel van het niet hergebruikte, brandbare afval in 2000 wordt gestort. In hoofdstuk 6 wordt een verdeling gemaakt van de hoeveelheid afval naar doelgroep. In dit hoofdstuk wordt ook summier ingegaan op de kosten van afvalverwijdering in de toekomst. Het volgende hoofdstuk heeft een sterke relatie met het NMP-2. Ten tijde van het verschijnen van de MV3 zijn stortverboden aangekondigd voor meer dan 30 afvalstoffen. Deze maatregel is opgenomen in het NMP-2. Voor een deel zijn deze te zien als het sluitstuk van al doorgerekende maatregelen, deels kunnen zij beschouwd worden als aanvullend beleid. Na doorrekening van deze stortverboden blijkt dat de afvaldoelstelling voor 2000 (maximaal 14 miljoen ton verbranden, storten en lozen in 2000) wordt gerealiseerd. Het merendeel van het niet meer gestorte afval zal worden hergebruikt. Na 2000 zal de te storten hoeveelheid verder worden verminderd tot circa 1 a 2 miljoen ton, althans wanneer uitbreiding van verbrandingscapaciteit plaats vindt. Ook de afzetmarkt voor secundaire materialen moet verder worden gestimuleerd. De aangekondigde verhoging van de storttarieven tot het niveau van verbranding zal een belangrijke stimulans zijn voor preventie en hergebruik. In het laatste hoofdstuk wordt onder meer een aantal recente ontwikkelingen rond de Milieubalans en Milieuverkenning aangeroerd.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Biomagnification and environmental quality criteria: a physiological approach. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Construction and evaluation of an expression vector allowing the stable expression of foreign antigens in a Salmonella typhimurium vaccine strain. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Wat brengt het NMP-2? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The pollution of soils and groundwater in the European Community | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The RIVM Center for Alternatives to Animal Testing and the concept of the three Rs in the quality control of vaccines | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A method for the ecotoxicological risk analysis of polluted sediments by the measurement of microbial activities | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Volksgezondheid Toekomst Verkenningen: in de toekomst een langer, maar niet gezonder leven | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The SCID mouse as a tool to bridge the gap between human and animal responses [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
On the mechanism of 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxin induced thymic atrophy [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxoplasma-seroprevalentie en de incidentie van primaire infecties bij zwangere vrouwen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Improved detection of immunoglobulin M in sera of erythema migrans patients by western blotting with a local Borrelia burgdorferi skin isolate | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Screening op foetale neuraalbuisdefecten. Alfa-foetoproteineconcentratie in maternaal serum | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bijdrage van de polymerase ketting reaktie tot de diagnose van congenitale toxoplasmose | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Enhanced visualisation in GIS | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modelling traffic and transportation data: using ARC/INFO dynamic segmentation in a general conceptual model | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
HIV en tandheelkunde. Deel 2. De prikverwonding | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Changes in major risk factors for cardiovascular diseases over 25 years in the Serbian cohorts of the Seven Countries Study | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Project report: ammonia and nitrous oxide | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Volksgezondheid Toekomst Verkenning | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
On the efficacy of beta-adrenergic receptor agonists in the treatment of d,1-propanolol intoxication in the rat [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The pathogenesis of shock and sepsis [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Whole bowel irrigation in acute poisoning [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acute work-related poisoning by etching substances; the situation in the Netherlands [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxicological pathology in laboratory fish: an evaluation with two species and various environmental contaminants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Poison information centres: facilitites and staffing [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Van emissie tot ecologisch effect. Naar een risico-analyse van emissies in rivierstroomgebieden voor aquatische ecosystemen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Antitumor effect of locally injected low doses of recombinant human interleukin-2 in bovine vulval papilloma and carcinoma | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluation of several adjuvants as alternatives to the use of Freund's adjuvant in rabbits | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effect of immunomodulators on specific tumor immunity induced by liposome-encapsulated tumor-associated antigens | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxocara canis-induced murine pulmonary inflammation: analysis of cells and proteins in lung tissue and bronchoalveolar lavage fluid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evidence for a diminished maturation of preosteoblasts into osteoblasts during aging in rats. An ultrastructural analysis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Histopathology of the immune system as a tool to assess immunotoxicity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The effects of intravesical pretreatment with pentosan polysulfate on the Bacillus Calmette-Guerin induced immune reaction of the Guinea pig | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Berekeningsmethodiek ammoniakemissie in Nederland voor de jaren 1990, 1991 en 1992 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Validatie toxiciteitsgegevens en risicogrenzen bodem: voortgangsrapportage 1993 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Achtergrondgehalten van dioxinen in de Nederlandse bodem | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Simultaneous multiple synthesis and selective conjugation of cyclized peptides derived from a surface loop of a meningococcal class 1 outer membrane protein | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Mercury kinetics in a case of severe mercuric chloride poisoning treated with dimercapto-1-propane sulphonate (DMPS) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Interindividual variabiblity in modeling exposure and toxicokinetics: a case study on cadmium | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acute pulmonary damage by toxic substances: new aspects of therapy. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The mechanism of fluoride-induced hypocalcaemia | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Future perspectives on toxicokinetics: a regulator's view | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The analysis of EDTA in water by HPLC | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Onderzoek van de gevoeligheid van modelmatig berekende persistentie van chemicalien in het milieu | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Bacteriophages as models of human enteric viruses in the environment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
F-specific RNA bacteriophages are adequate model organisms for enteric viruses in fresh water | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vuurwerk, adembenemend mooi? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cancer incidence and mortality in women occupationally exposed to chlorophenoxy herbicides, chlorophenols, and dioxins | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Neospora caninum als oorzaak van verlammingsverschijnselen bij jonge honden | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Distribution of wild type 1 poliovirus genotypes in China | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effects of UV-B on the immune system and the consequences for the resistance against infectious diseases. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Alternatieven voor dierproeven. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ontwikkelingen autogebruik in milieuperspectief. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Climate targets and comprehensive greenhouse gas emissions trading. Reconciling the desirable and the feasible. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ventilation rate and airflow measurements using a modified PFT technique. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cardiovasculaire risikofaktoren in relatie tot sociaal-economische status. Peilstationsprojekt hart- en vaatziekten. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Waar lopen we tegen op? Trends in het milieugebruik en mogelijke ontwikkelingen. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Public health and plant life under oxidant air pollution. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Areal units for environmental decision support: theory and practice. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Five years of EGIS, five years of RIVM-GIS: an evaluation. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
DISCET, a system for exchange and presentation of environmental and health data. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Het rapport geeft een landsdekkend overzicht van de huidige door de provincies geinventariseerde bodembeschermingsgebieden en de milieukwaliteit in deze gebieden.
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Effect of micro-organisms on the bioavailability and biodegradation of crystalline naphthalene | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Synthesis of 8-[18O]hydroxy-2'-deoxyguanosine | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Gearing production models to ecological economic aspects. A case-study within the input-output framework of fuels for road transport | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Nature of DNA polymorphism in the direct repeat cluster of Mycobacterium tuberculosis; application for strain differentiation by a novel typing method | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Global warming by halocarbons and nitrous oxide | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modeling resource allocation in Potamogeton pectinatus L. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
HIV-infectie in een Nederlandse groep homoseksuele mannen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
SOTRAS deelrapport nr. 2. Het grafisch programma XY. Een programma voor visualisatie van de resultaten van rekenprogramma's | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Aardappelverwerkende industrie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Preventie van Industrieel Afval. Een verkenning van het potentieel aan kwantitatieve preventie van industrieel afval | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Abstract niet beschikbaar
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Basisdocument fijn stof | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
A risk assessment method for accidental releases from nuclear power plants in Europe | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Documenten: 1
Management of the zinc chain | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Fluctuations in the Dutch badger Meles meles population between 1960 and 1990 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Objectives of long-term areal soil monitoring | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Air pollution | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Sensorbehoefte in verband met het milieu [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Carotenes from natural sources (algal and vegetable) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Mathematical tools for changing spatial scales in the analysis of physical systems | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ecologische normen en risicobenadering. Aanzet voor vermesting en verdroging | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Gallates (propyl, octyl and dodecyl) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Indicators for geographical environmental policy | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Een landelijk meetnet voor de bodemkwaliteit. Een ontbrekende schakel in de milieumonitoring | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Expert assessment network on soil protection | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Safety approaches and regulations: biotechnology-derived foods | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
AIDS scenarios for The Netherlands: the impact on the health care system | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Propylene glycol alginate | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
An integrative, patient-based registration model for monitoring hospital activities, costs of care, and quality of life related to treatment of HIV infection and AIDS: a user-menu for data retrieval purposes | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Geintegreerde monitoring | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Draaiboek. Screening op PKU (Phenylketonurie) en CHT (Congenitale Hypothyreoidie), 2e ed | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Rekening houden met atmosferische depositie in normstelling en bodembeleid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Het beloop van hepatitis B bij 9 kinderen die ondanks vaccinatie positief werden voor het virale oppervlakteantigeen HBsAg | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The fourth international CO2 conference: new research directions | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Oorzaken kanker van de alvleesklier | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The residue analysis of chlorophenoxy acids and triclopyr in cereal and bean sprouts using off-line spe and on-line column- switching RPLC | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Rapid screening method for ditallowdimethylammonium chloride at the low ppb level in surface water using solid phase extraction and normal-phase liquid chromatography with on-line post-column ion-pair extraction and fluorescence detection | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Rapid method for the determination of 8 chlorophenoxy acid residues in environmental water samples using off-line solid-phase extraction and on-line selective precolumn switching | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Epidemiological aspects of fish in the diet | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Quality assurance in environmental analysis: a European perspective [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Endocrine toxicology: a review of the application of endocrinology in experimental toxicology | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Optimal choice of sample fraction in extreme-value estimation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Study on contamination routes and control of Campylobacter jejuni in poultry broiler flocks [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Geneesmiddelen en zwangerschap | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effect of a weight cycle on visceral fat accumulation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Poliomyelitis en andere besmettelijke ziekten in het ziekenhuis - hoe personeel en patienten te beschermen? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Relative effects of weight loss and dietary fat modification on serum lipid levels in the dietary treatment of obesity | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Self-rated health, mortality, and chronic diseases in elderly men - The Zutphen Study, 1985-1990 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modeling climate related feedback processes | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Phylogeny and biogeography of the Niphargus transitivus group of species (Crustacea, Amphipoda) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
On the pharmacological modulation of ischaemia- and antigen-induced effects on the cardiovascular system of the rat | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluatie van een decennium neonatale screening op congenitale hypothyreoidie in Nederland | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Statistics in ecotoxicology: quantifying the biological effects of chemicals. | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
In vitro assays for the developmental toxicity of xenobiotic compounds using differentiating embryonal carcinoma cells in culture | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluation of an enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA) for the determination of quinmerac in cereals | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
SPANS MAP: assessing the health impact of Schiphol Airport | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Public health status and prospects; the 1993 issue of a Dutch policy support document [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Economie en de milieupraktijk. Verslag van de studiedag op 13 mei van de PSG Milieu & Economie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vaccine development and animal experiments | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Model-based risk analysis of dioxins in Dutch cow's milk and policy implications | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Are reference materials and collaboratively tested methods necessary? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
De beoordeling van voorlichtingsmateriaal over roken en lichamelijke activiteit aan de hand van epidemiologische maatstaven [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Development and evaluation of alternative testing methods for the in vivo NIH potency test used for the quality control of inactivated rabies vaccines | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The identification of hydroxymethyluracil in DNA of Trypanosoma brucei | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Impaired immune response by isoniazid treatment during intravesical BCG administration in the guinea pig | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Experimental chemometrics, an alternative way for estimating overall reliability | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Mycobacterial adherence and BCG treatment of superficial bladder cancer | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Fetal exsangulination by chorlonic villus sampling [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Uitdagingen voor toekomstonderzoek; verkenning van grenzen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Opportunities to replacement, reduction and refinement of animal experiments in the quality control of bacterial vaccines | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
UV-B suppresses resistance against systemic (not skin-related) infections | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Pharmacokinetics of the enantiomers of bupivacaine following intravenous administration of the racemate [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Paralytic and diarrhoeic shellfish poisons: occurrence in Europe, toxicity, analysis and regulation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
A global vegetation model based on the climatological approach of Budyko | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Polychlorinated dioxins, furans and non-ortho polychlorinated biphenyls in blood of exposed laboratory personnel | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Global vegetation change predicted by the modified Budyko model | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Alternatives to animal testing in the production and quality control of vaccines: present practice and prospectives | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Residue analysis for beta-agonists: results of an EC cooperative study and future perspectives | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Goederenvervoer en milieu: waar gaat het naartoe? Prognoses goederenvervoer in de derde Nationale Milieuverkenning en de SVV-verkenning 1993: modellen, methoden en resultaten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Growth of mycoplasma transformed tTN129 cells depends on IGF-1 [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Nieuwe geinactiveerde vaccins | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Intake of potentially anticarcinogenic flavonoids and their determinants in adults in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Anti-interleukin-5 inhibits tracheal hyporeactivity but not the increased pulmonary resistance in toxocara canis infected mice [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bal cells of toxocara canis-infected mice cause changes in tracheal reactivity in vitro [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Aminoglycoside dosage regimens. Is once a day enough? | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Epidemiologic studies on eskimos and fish intake | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Resistentie tegen antimicrobiele middelen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Identification with generalized orthonormal basis functions - statistical analysis and error bounds | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxocara canis: the inflammatory response in the lungs of experimentally infected mice is characterized by eosinophils and tracheal hyporeactivity [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
On orthogonal basis functions that contain system dynamics | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Worldwide ochratoxin A levels in food and feeds | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Over de oorzaken van kanker van de exocriene alvleesklier. Een patient-controle-onderzoek in de algemene bevolking | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Evaluatie van het hepatitis B-preventieprogramma bij pasgeborenen. I. Landelijke gegevens, 1990 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Risicoverhogende factoren in de voeding en kanker van de alvleesklier | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Proceedings of the international IPCC workshop methane and nitrous oxide; methods in national emissions inventories and options for control, Amersfoort, February 1993 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voorkomen van determinanten in combinatie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modelling zooplankton | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bestrijding van infectieziekten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Maagkanker | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Screening in de zwangerschap op rhesus(D)-factor, syfilis en hepatitis B | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Dikke darm- en endeldarmkanker | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Epidemiologie van slechthorendheid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Longontsteking en acute bronchi(oli)tis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Aangeboren afwijkingen van het centrale zenuwstelsel | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Het gebruik van antibiotica en het optreden van resistentie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Gezondheidsbescherming | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Infectieziekten van het maag-darmkanaal | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Straling | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Levensverwachting | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Inleiding ziekten en aandoeningen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Algemene inleiding: fysieke omgevingsfactoren en gezondheid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Behandeling van vergiftigingen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoening (CARA) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Sterfte | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Screening op fenylketonurie (PKU) en congenitale hypothyreoidie (CHT) | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Aanwezigheid van ziekten en aandoeningen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Micro-organismen in drinkwater | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Reumatoide artritis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Populatie attributieve risico's | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Glucosetolerantie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verontreiniging van de buitenlucht | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verontreiniging van de binnenlucht | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Serum cholesterol | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verloren levensjaren | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Afwezigheid van ziekten en aandoeningen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verkoudheid, acute sinusitis en acute tonsilitis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Regionale gezondheidsverschillen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Geluid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Alcoholgebruik | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Syndroom van Down | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Deel I. De gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking 1950-2010: hoofdlijnen en integratie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Roken | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ongewenste effecten van geneesmiddelen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ervaren gezondheid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Reizen en importziekten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Afwezigheid van medische consumptie | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Virale SOA | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Towards a strategy for high density cultures of vero cells in stirred tanks reactors | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Lichaamsgewicht | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Influenza | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Meningitis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Het immuunsysteem als determinant van gezondheid | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immediate asthmatic reactions and changes in airway responsiveness after single versus chronic ovalbumin inhalation in sensitized mice [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cardioprotective properties of O-(beta-hydroxyethyl)-rutosides in doxorubicin-pretreated BALB/c mice | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Transcription activation by non-methylated and methylated human pepsinogen promoters: differences in DNA-protein interactions [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Volksgezondheid Toekomst Verkenning. De gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ziekenhuisinfecties | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cerebrovasculaire aandoeningen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Diabetes mellitus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Psychische problematiek | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bacteriele SOA | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Physiological aspects of scaling up and monitoring | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Sepsis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cells with UV-specific DNA damage are present in murine lymph nodes after in vivo UV irradiation [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Lichamelijke beperkingen en handicaps | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vaccinaties | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Investigation of high sensitivity GC-FTIR as an analytical tool for structural identification | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
AIDS en HIV-infecties | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Coronaire hartziekten | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Acute urineweginfecties | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Verworven eigenschappen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Molecular characterization of the 98-kilodalton iron-regulated outer membrane protein of Neisseria meningitidis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
UVB suppresses imunity and resistance against systemic infections in the rat [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Polio de wereld uit in het jaar 2000 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Toxic effects of pollutants on the mineralization of acetate in methanogenic river sediment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cloning and molecular analysis of the galE gene of Neisseria meningitidis and its role in lipopolysaccharide biosynthesis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Lactoferrin triggers in vitro proliferation of T cells of Lewis rats submitted to Mycobacteria-induced adjuvant arthritis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Meningococcal lipopolysaccharides: virulence factor and potential vaccine component | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Questionable reliability of the polymerase chain reaction in the detection of Mycobacterium tuberculosis [Letter to the editor] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Immunotoxic effects of the color additive caramel color III: immune function studies in rats | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Validation of some extrapolation methods used for effect assessment | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ultrastructural localization of the phosphorylcholine-associated antigen in Trichinella spiralis | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cells with UV-specific DNA damage are present in murine lymph nodes after in vivo UV radiation [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Successful primate immunization with peptides conjugated to purified protein derivative of mycobacterial heat shock proteins in the absence of adjuvants | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Properties of Bacillus cereus spores in reference materials prepared from artificially contaminated spray dried milk | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Heavy-metal adaptation in terrestrial invertebrates. A review of occurrence, genetics, physiology and ecological consequences | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Bioavailability and disposition of H-3-solanine in rat and hamster | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Vaccination against polio vaccine used in the Netherlands and Burkina Faso | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Correlation between nematode abundance and decomposition rate of Spartina anglica leaves | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modelling feedback mechanisms in the carbon cycle; balancing the carbon budget | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Drugs of choice in pregnancy; primary prevention of birth defects | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The rivers Rhine and Meuse in the Netherlands; present state and signs of ecological recovery | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Cadmium-induced inhibition of proliferation and differentiation of embryonal carcinoma cells and mechanistic aspects of protection by zinc | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Microbiological standardization | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Backward semi-langrangian methods: an adjoint equation method | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Linear upwind biased methods | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Disease mapping using empirical Bayes and Bayes methods on mortality statistics in the Netherlands | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
An enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA) for monitoring guineapigs and rabbits for Bordetella bronchiseptica antibodies | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Intake of 2,3,7,8 chlorine substituted dioxins, furans, and planar PCBs from food in the Netherlands: median and distribution | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding en kanker | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
An enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA) for monitoring rodent colonies for Streptobacillus moniliformis antibodies | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voedingssupplementen | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Diabetes Mellitus | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Ambient test procedure to demonstrate reference equivalency of measurement methods for fine suspended particulate matter up to 10 mu-m for compliance monitoring | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Author's reply to: 'Characterization of Mycobacterium bovis BCG vaccines by DNA fingerprinting by a standardized methodology [Letter to the editor by SC.Arya] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Modeling long-term exposure of the whole population to chemicals in food | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding en risicofactoren voor het hartinfarct | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Quality assurance and quality control of chemical residue analysis of anabolic agents: alternatives to tradition [Abstract] | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Effect of dietary saturated, cis- and trans-monounsaturated and polyunsaturated fatty acids on fasting blood ketone levels in man | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Experimental procedures | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Voeding in Nederland: gezondheid, groei en ontwikkeling | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The global terrestrial carbon cycle | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
The interaction of climate and land use in future terrestrial carbon storage and release | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Thermodynamics basis of capillary pressure in porous media | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
General strategy for multiresidue analysis of polar pesticides in ground water using coupled-column reversed-phase LC and step-gradient elution | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Equilibrium analysis of projected climate change effects on the global soil organic matter pool | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Quantifying feedback processes in the response of the terrestrial carbon cycle to global change: the modeling approach of IMAGE-2 | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Alternatives to animal experimentation | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Onderzoek in konijnen naar alternatieven voor Freund's adjuvans | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Organization and management of animal experiments | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek
Obesitas | RIVM
Jaar: 1994
Onderzoek