Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Onderzoek naar het gebruik van ivermectine in slachtdieren. Methodevalidatie en bewakingsonderzoek | RIVM

Jaar: 1995 Documenten: 1
Ten behoeve van bewakingsonderzoek naar het voorkomen van residuen van het diergeneesmiddel ivermectine werd een analysemethode op basis van vloeistofchromatografie operationeel gemaakt. Op het niveau van de laagste thans geldende Maximale Residu Limiet (MRL) van 15 mug/kg voor lever bleek de herhaalbaarheid van de methode, uitgedrukt als relatieve standaarddeviatie, 10% (9 vrijheidsgraden (vhg)) terwijl de binnen laboratorium reproduceerbaarheid, eveneens uigedrukt als relatieve standaarddeviatie, 6% (vhg 2) bedroeg.Met de methode werden 107 monsters lever, afkomstig van kalveren, volwassen runderen, paarden, schapen, varkens (o.a. zeugen), geiten en een bok onderzocht. In vier monsters werd ivermectine aangetoond. In drie gevallen was het gehalte echter minder dan 15 mug/kg (rund (1), schaap (1) en zeug (1)). In een monster, afkomstig van een schaap, werd 54 mug/kg aangetroffen.De MRL voor monsters lever afkomstig van schapen, varkens en paarden bedraagt 15 mug/kg, voor runderen 40 mug/kg. Het aantal positieve, dat wil zeggen de MRL overschrijdende, monsters bedroeg derhalve slechts 1 (ca. 1%). Hoewel dit percentage niet verontrustend is, is herhaling van dit onderzoek over 3 jaar gewenst. De aard van de analysemethode maakt dat de hiervoor benodigde analytische capaciteit slechts beperkt is.