Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Houdbaarheid en conservering van grondwatermonsters voor anorganische analyses | RIVM

Jaar: 1995 Documenten: 1
Houdbaarheid en conserveringsmogelijkheden voor anorganische analyses van grondwater zijn onderzocht. Grondwatermonsters, wel en niet geconserveerd met zuur, van vier meetpunten uit het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit zijn daartoe tien keer in de loop van drie maanden geanalyseerd op een zestal komponenten, te weten opgelost organisch koolstof (DOC), ammonium (NH4), totaal-fosfor (Totaal-P), chloride (Cl), nitraat (NO3) en sulfaat (SO4). Alleen voor lage concentraties nitraat in de niet geconserveerde monsters wordt een significante vermindering van het gehalte in de tijd gekonstateerd. Alleen voor chloride zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' geheel afwezig. Voor ammonium, totaal-fosfor en sulfaat zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet geconserveerd' vrijwel afwezig, behalve bij zeer lage concentraties, rondom de desbetreffende aantoonbaarheidsgrenzen, waar geringe verschillen waarneembaar zijn. Ook voor nitraat is het verschil tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' afwezig bij de gemeten concentratie van 1.2 mmol/l, maar substantieel bij concentratienivo's lager dan ca. 60 mumol/l. Bij de monsters van een meetpunt traden voor DOC verliezen op bij conserveren, gemiddeld 10%. Bij sulfaat trad in de geconserveerde monsters van een sulfide-rijk meetpunt een toename in de tijd op, wellicht als gevolg van oxidatie van sulfide. De kwaliteit van de meetresultaten is over het algemeen goed: RSD-waarden voor duplobepalingen zijn vrij algemeen < 10%, behalve voor de gemeten nitraat- en sulfaat-concentraties in het gebied rondom de betreffende aantoonbaarheidsgrenzen. De grotere spreiding wordt in deze gevallen mede toegeschreven aan matrix-effekten. Algemeen wordt gekonkludeerd dat het effekt van de toegepaste zuur-conserveringen sterk matrix- en komponent-concentratie-afhankelijk is. De eindkonklusie is dat aanzuren van het monster het meest zinvol lijkt voor monsters met een lage nitraat concentratie. Omdat chloride, nitraat en sulfaat in de huidige praktijk in een analysegang worden gemeten, wordt aanzuren voor dit trio komponenten niet aanbevolen. Het nadeel van niet-aanzuren, nl. dat er twijfel kan bestaan aan de betrouwbaarheid van de metingen in het lage concentratiebereik van nitraat, kan ondervangen worden door zo spoedig mogelijk na monsterneming te meten, en extra meting(en) met aangezuurd monstermateriaal uit de fles voor de DOC-bepaling uit te voeren. De beste manier om betrouwbare resultaten van de onderzochte komponenten te verkrijgen blijft (zoals nu al wordt gepraktizeerd) zo spoedig mogelijk na monsterneming meten, voornamelijk met het oog op eventuele effekten in de lage concentratiebereiken voor de komponenten, in het bijzonder voor nitraat.