Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Een conceptuele basis voor het omgaan met risicogrenzen en achtergrondgehalten bij het afleiden van milieukwaliteitsdoelstellingen | RIVM

Jaar: 1996 Documenten: 1
Van nature aanwezige stoffen kunnen voorkomen in concentraties die hoger liggen dan de huidige risiconiveau's. Dit was aanleiding voor een inventariserend onderzoek met als vraagstelling: "Hoe kan op wetenschappelijk verantwoorde wijze bij het afleiden van milieukwaliteitsdoelstellingen voor zware metalen rekening gehouden worden met de achtergrondgehaltes van deze van nature voorkomende stoffen en met verschillen in beschikbaarheid van deze verbindingen voor opname door organismen?". Om deze vraag te beantwoorden zijn experts geconsulteerd op de vakgebieden (hydro-)geochemie, aquatische en terrestrische chemie en (eco-)toxicologie. Deze consultaties hebben geleid tot een voorstel voor een methode om natuurlijke achtergrondgehaltes en verschillen in beschikbaarheid in de normstelling van van nature voorkomende stoffen te incorporeren: de methode van effect-limitatie. Deze methode gaat ervan uit dat voor wat betreft natuurlijk voorkomende verbindingen, er een onderscheid gemaakt kan worden tussen een biobeschikbare en een niet-beschikbare fractie. De biobeschikbare fractie zal leiden tot een achtergrondeffect. Dit achtergrondeffect is gedefinieerd als die fractie van de species in een ecosysteem die niet wordt beschermd als gevolg van de biobeschikbare fractie van het achtergrondgehalte. Door vervolgens het beleidsmatig vastgestelde beschermingsniveau op te tellen bij het achtergrondeffect kan aan de hand van de cumulutatieve dosis-effect curve het maximaal toelaatbare (biobeschikbare) risiconiveau worden berekend.