Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Ontwikkeling van uitloogproeven voor minerale olie. Evaluatierapport | RIVM

Jaar: 1996 Documenten: 1
Het project 'Uitloging van organische componenten' wordt door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitgevoerd in het kader van het Taakstellend Plan ter ondersteuning van de normcommissie 390 11 'Uitloogkarakterisering van bouw- en afvalstoffen' (TSP). Het doel van het project is het ontwikkelen van een set van uitloogproeven voor organische componenten. Het laboratoriumonderzoek is gerapporteerd in de vorm van drie deelrapportages onder RIVM-rapportnummer 771402019. In dit evaluatierapport worden de resultaten van het laboratoriumonderzoek samengevat en geevalueerd in het licht van het einddoel van het onderzoek. Mogelijke opties voor het oplossen van de gesignaleerde problemen worden verkend. De evaluatie van de onderzoeksresultaten is uitgevoerd aan de hand van de handelingen, die deel uit maken van het verrichten van uitloogonderzoek. Bij monsterneming en monstervoorbehandeling betreffen de problemen het optreden van vervluchtingsverliezen. Bij de extrapolatie van de gemeten emissie naar perioden langer dan de duur van de uitloogproef, wordt gewezen op de mogelijke invloed van microbiologische afbraakprocessen. Om bij het opvangen van de afzonderlijke eluaten, gesignaleerde problemen te ondervangen is het noodzakelijk om op onderdelen sterk af te wijken van de gestandaardiseerde uitloogproeven voor anorganische componenten. De haalbaarheid van meerstaps uitloogproeven (cascadeproef, diffusieproef) wordt laag ingeschat. De belangrijkste problemen worden gesignaleerd bij het verwijderen van deeltjes groter dan 0.45 um uit de eluaten. Hiervoor zijn de methoden filtreren en centrifugeren onderzocht. Beide methoden leiden tot zeer grote verliezen van minerale olie. De verliezen varieren sterk voor de verschillende fracties minerale olie C10-C12, C12-C18 en C18-C40. De verliezen van minerale olie bij het afscheiden van deeltjes groter dan 0.45 um zijn dermate groot, dat de problematiek bij eventueel vervolgonderzoek de eerste prioriteit heeft. Om deze verliezen tegen te gaan worden een drietal opties onderscheiden: uitloogproeven enkel richten op de zware fractie C18-C40, de eluaten centrifugeren, eluaten laten bezinken (niet actief filtreren of centrifugeren), het afwijken van de grens van 0.45 um. De verschillende opties zijn beoordeeld op de mate waarin hiermee verliezen voorkomen kunnen worden, en op de mate waarin andere problemen ontstaan bij uitvoering van de opties. Deze problemen liggen met name op het gebied van een beperkt testbereik van de uitloogproeven en de praktische uitvoerbaarheid. Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek en de daarop gebaseerde conclusies en mogelijke opties, wordt door de auteurs geconcludeerd dat de ontwikkeling van routinematig uitvoerbare uitloogproeven voor minerale olie met de huidige stand der techniek niet haalbaar is.