Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Ugilec 141, PCB's en dioxinen in paling uit de Roer | RIVM

Jaar: 1997 Documenten: 1
Naar aanleiding van vragen over het gezondheidsrisico bij sportvissers in het geval van consumptie van eigen gevangen paling uit de Roer werd in 1993 een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van PCB's, dioxinen en Ugilec 141 in deze paling. Gebruik makend van door het Laboratorium voor Organisch-analytische Chemie ontwikkelde analysemethoden voor Ugilec 141, planaire-, mono-ortho- en indicator PCB's en PCDD/F's, werd de voorbewerking voor de verschillende stofgroepen gecombineerd uitgevoerd. De verschillende komponentengroepen kwamen voor op niveaus varierend van pg/g vet tot ug/g vet. Planaire PCB's kwamen voor op niveau van 0.2-0.8 ng/g vet en PCDD/F's op een niveau van 0.1-12 pg/g vet. Mono-ortho PCB's, indicator PCB's en Ugilec 141 zijn aangetoond op een niveau van 0.1-1.2 ug/g vet. De som van de gehalten van de onderzochte componentengroepen, uitgedrukt in 2,3,7,8-TCDD equivalenten (TEQ), werd hoofdzakelijk bepaald door de bijdrage van de planaire PCB's en de som van de twee onderzochte mono-ortho PCB's, namelijk ruim 90%. Door het toekennen van een relatief hoge toxiciteitsequivalentiefactor van 0.1, in combinatie met hoge gehalte, leverde PCB 126 de grootste bijdrage aan de totale toxiciteit. Ugilec 141 en de PCDD/F's droegen elk aan het totaal gehalte uitgedrukt in TEQ voor ongeveer 4% bij. Voor de onderzochte stofgroepen geldt dat de gehalten in paling afkomstig uit de Roer een dalende trend te zien geven in de tijd. Tegelijkertijd kan worden vastgesteld dat de aangetoonde niveaus in paling afkomstig uit de Roer boven de niveaus liggen van die in overige Nederlandse oppervlaktewateren.