Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Infecties met HIV,HBV, en HCV onder injecterende druggebruikers in Heerlen/Maastricht | RIVM

Jaar: 1997 Documenten: 1
In dit project wordt de prevalentie vastgesteld van HIV, hepatitis B (HBV), hepatitis C (HCV) en het risicogedrag onder injecterende druggebruikers (IDs) in Heerlen/Maastricht. Er werd nagegaan of er belangrijke verschillen zijn ten opzichte van de meting twee jaar geleden. Het risico werd ingeschat op verdere verspreiding van HIV naar andere IDs, niet-injecterende druggebruikers en de rest van de algemene bevolking. Tussen 7 oktober en 5 december 1996 werd bij 203 IDs uit Heerlen en omstreken en 101 IDs uit Maastricht een speekselmonster, een bloedmonster en een vragenlijst naar risicogedrag afgenomen. Van de 304 IDs waren 36 HIV-positief. Risicofactoren voor HIV-infectie waren geen vast adres hebben, gevangenisstraf, actueel spuiten, polydruggebruik en jonger dan 16 jaar bij eerste spuit. Van de 209 actuele spuiters had 17% in de laatste zes maanden een gebruikte spuit of naald van een ander geleend, 11% had een spuit of naald uitgeleend en 30% had een gebruikt watje, lepel, filter of spoelwater (spuitattributen) geleend. Vijfenveertig procent van de IDs had in de laatste zes maanden een vaste seksuele partner gehad. Bij 40% hiervan was dat geen druggebruiker, bij 13% een niet-injecterende druggebruiker. In vier van de vijf vaste relaties werd nooit een condoom gebruikt. De prevalenties van anti-HBV, HBsAg en anti-HCV waren respectievelijk 63%, 6% en 74%. Concluderend is de prevalentie van HIV onder IDs in Heerlen/Maastricht ongeveer 12%, vergelijkbaar met het niveau in de meting van 1994. De prevalentie van HIV onder IDs uit Heerlen e.o. was vijf keer zo hoog als die onder IDs uit Maastricht ; een dergelijk verschil is in 1994 niet vastgesteld. Het risicogedrag is in vergelijking met 1994 niet in belangrijke mate veranderd. Nieuwe HIV-infecties komen nog steeds voor als gevolg van het lenen van gebruikte spuiten en naalden en mogelijk ook via seksuele transmissie. Vooral vaste partners kunnen een risico lopen. Via deze weg is verspreiding naar niet-IDs aannemelijk. Transmissie van HBV en HCV via gebruikte spuitattributen en seksuele contacten (alleen HBV) lijkt waarschijnlijk.