Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Tracerexperiment uitgevoerd in april/mei 1996 ten behoeve van de In Situ Biorestauratie te Asten | RIVM

Jaar: 1997 Documenten: 1
Ter afsluiting van de praktijksanering in het kader van het project "in situ biorestauratie van een met olie verontreinigde bodem", is een tracerexperiment op de locatie te Asten uitgevoerd. Bij deze saneringstechniek wordt gebruikt gemaakt van water om zuurstof (in de vorm van waterstofperoxyde) en nutrienten aan de locatie toe te voeren ter stimulering van de microbiologische afbraak van de verontreiniging. Voor een goed eindresultaat is het van belang dat de bodem uniform doorstroomd wordt. Het doel van het tracerexperiment was na te gaan in hoeverre dit bereikt is door de stroombanen en verblijftijden van het grondwater te onderzoeken. In het infiltratiewater werd chloride gedoseerd; door metingen in alle 25 onttrekkingen werden doorbraakcurves bepaald. Tussen de onttrekkingen traden grote verschillen op in het moment van chloridedoorbraak, maar de onderlinge resultaten in drie gebiedjes op de locatie vertoonden overeenkomsten. Met name in het gebied ten oosten van de bedrijfswoning begon de chlorideconcentratie al snel op te lopen en trad na ongeveer 235 uur doorbraak op. In de onttrekkingen ten westen van het tankeiland is geen doorbraak gemeten. De verschillen in doorbraaktijd kunnen waarschijnlijk toegeschreven worden aan de bodemkarakteristieken zoals bijvoorbeeld de doorlatendheid. Aan de hand van de resultaten uit het tracerexperiment kunnen de grote verschillen die te zien zijn in de gemeten benzinegehaltes in de bodem en -concentraties in het grondwater verklaard worden.