Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Schatting van de totale stralingsbelasting van het Energie-onderzoek Centrum Nederland, Mallinckrodt Medical B.V. en het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie | RIVM

Jaar: 1997 Documenten: 1
Het Energie-onderzoek Centrum Nederland (ECN), Mallinckrodt Medical B.V. en het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, die op hetzelfde bedrijventerrein in Petten zijn gevestigd, beschikken over diverse vergunningen in het kader van de Kernenergiewet. Teneinde een beter inzicht te verkrijgen in de mogelijke cumulatie van stralingsrisico's voor de nabije omgeving, is een berekening gemaakt van de dosis die een omwonende kan oplopen ten gevolge van alle vergunde activiteiten. Bij lozen van de maximaal vergunde hoeveelheden is de dosis ten hoogste 10 microSv/a in een duingebied direct grenzend aan het ECN-terrein. De belangrijkste nucliden zijn Ar-41, Kr-85 en Xe-133 voor wat betreft de externe bestraling door radioactiviteit in de lucht, Co-60 voor externe bestraling van op de grond gedeponeerde activiteit en H-3 en I-131 door (potentiele) consumptie van melk uit hetzelfde gebied afkomstig. De dosis door de maximaal vergunde lozingen in zee bedraagt circa 0,1 microSv/a. De externe bestraling direct vanaf het terrein is afkomstig van besmette materialen die op het terrein zijn opgeslagen, en van de reactoren, versnellers en andere apparatuur aanwezig in verschillende gebouwen. Ze varieert sterk in de tijd en bedraagt bij benadering 20 microSv/a bij een verblijfsduur van 300 u/a op de locatie waar de hoogste waarde is gemeten. De totale maximale dosis voor multifunctioneel gebruik van de omgeving bedraagt dus circa 30 microSv/a. De dosis ten gevolge van de hoogste reele lucht- en waterlozingen is meer dan een factor tien lager dan dit berekende maximum.