Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Een inventarisatie van laboratoriumdiagnostiek van volksgezondheid-relevante micro-organismen | RIVM

Jaar: 1998 Documenten: 1
Het inventariseren, binnen Nederland, van de beschikbaarheid van methoden en expertise voor laboratorium-diagnostiek van volksgezondheid-relevante humane infectieziekten. Een selectie van bacterien, parasieten, schimmels en virussen werd gemaakt op basis van de lijst van aangifteplichtige ziekten en de verwekkers van infectieziekten waarvoor officiele protocollen voor beheersing en bestrijding in het kader van volksgezondheid bestaan (eerste categorie). In een later stadium werden enkele 'opduikende' micro-organismen toegevoegd aan deze selectie (tweede categorie). Middels schriftelijke enquetes en interviews met stafleden van enkele grote microbiologische laboratoria, werden gegevens verzameld betreffende de beschikbare methoden voor laboratorium-diagnostiek. Voor alle pathogenen werd tevens informatie verzameld over indicatoren als incidentie en lethaliteit, karakteristieken van het pathogeen als transmissie-wijze en mogelijke reservoirs, en enkele andere factoren als beschikbaarheid van vaccinatie-mogelijkheid en kans op outbreaks. De inventarisatie betrof 105 micro-organismen, 66 van de eerste categorie (36 bacterien, 9 parasieten/schimmels en 21 virussen) en 39 van de tweede categorie (3 bacterien, 8 parasieten/schimmels, 27 virussen en 1 niet-classificeerbaar agens (BSE)). Per micro-organisme worden de laboratoria (c.q. het laboratorium) vermeld die de laboratorium-diagnostiek van dat agens uitvoeren (c.q uitvoert), inclusief vermelding van de specifiek toegepaste methode(n). In Nederland zijn voor de meeste van de geselecteerde micro-organismen methoden en expertise voor laboratorium-diagnostiek beschikbaar. Voor enkele micro-organismen geldt dat klinische diagnose volstaat en laboratorium-diagnostiek niet beschikbaar is of toegepast wordt. Voor enkele andere micro-organismen zou men de beschikbare laboratorium-diagnostische methoden als suboptimaal kunnen beschouwen. Voor een groot deel van de geinventariseerde micro-organismen functioneert het Rijksinstitituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) als referentie-laboratorium. Desalniettemin zijn verschillende andere laboratoria van belang, in het bijzonder voor de laboratorium-diagnostiek van enkele zeldzame of exotische micro-organismen waarvoor het RIVM geen praktische expertise heeft. Er is geen geformaliseerde structuur van referentie-laboratoria.