Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Wachtlijstontwikkeling in de zorg voor verstandelijk gehandicapten | RIVM

Jaar: 1999 Documenten: 1
Het Ministerie van VWS heeft ter ondersteuning van haar beleidsvoorbereiding door het RIVM een simulatiemodel laten ontwikkelen dat de ontwikkeling van de wachtlijst voor woonvoorzieningen voor verstandelijk gehandicapten beschrijft, over de periode 1996-2020. Een referentiescenario en een viertal alternatieve scenario's zijn doorgerekend op hun consequenties voor de wachtlijstontwikkeling. Het aantal verstandelijk gehandicapten in Nederland groeit in de periode 1996-2010 van 104.400 tot 109.700. Van 2010 tot 2020 vlakt de groei af. Het aandeel 65-plussers onder de verstandelijk gehandicapten groeit van ruim 4% in 1996 tot ruim 9% in 2020. Onder het referentiescenario groeit de wachtlijst van ruim 6.800 in 1996 tot 8.200 in 2000, en neemt dan weer geleidelijk af tot 6.000 in 2010. Twee van de alternatieve scenario's laten ten opzichte van het referentiescenario een lagere wachtlijstontwikkeling zien. Deze verlaging is 50% (in 2010) onder de veronderstelling dat verstandelijk gehandicapte kinderen langer of volledig thuis blijven wonen, en 23% (in 2010) bij een veronderstelde opschoning van de wachtlijstregistratie voor ten onrechte vermelde personen. Het derde alternatieve scenario laat juist een sterke groei zien, ten opzichte van het referentiescenario. Hier is in 2010 de omvang van de wachtlijst 82% groter, onder de veronderstelling dat minder mensen de wachtlijst uitstromen. Het vierde alternatieve scenario veronderstelt een extra verbetering van de overleving van verstandelijk gehandicapten. Hier is het verschil met het referentiescenario gering: een ruim 2% grotere wachtlijst in 2010. Uit de scenarioberekeningen blijkt dat de wachtlijstontwikkelingen het meest gevoelig zijn voor variaties in de in- en uitstroom van de wachtlijst. Tegelijk zijn juist op dit punt de gegevens onvolledig, en ontoereikend voor het maken van betrouwbare schattingen voor de toekomst. De resultaten van deze studie moeten daarom meer gezien worden als middel om de discussie over wachtlijsten te structureren dan dat ze reeds nu kunnen dienen als solide basis voor beleidsbeslissingen.