Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Addendum - Meten, Rekenen en Onzekerheden. De werkwijze van het RIVM-Milieuonderzoek | RIVM

Jaar: 1999 Documenten: 1
Naar aanleiding van uitlatingen van een RIVM-medewerker in de pers, is discussie ontstaan over de onafhankelijkheid en wetenschappelijke integriteit van het RIVM. In het bijzonder werden kritische kanttekeningen geplaatst bij de realiteitswaarde van de jaarlijkse Milieubalans en de door het RIVM uitgevoerde Schiphol-studie. In deze rapportage wordt daarom informatie gegeven over de werkwijze van het RIVM en de onzekerheden waarmee de gepresenteerde resultaten omgeven zijn in het bijzonder met betrekking tot de Milieubalans en de Schipholrapportage. Meer in het algemeen zijn met betrekking tot de ontstane discussie de volgende door RIVM tot op heden gehanteerde uitgangspunten van belang: Als milieuplanbureau wordt door het RIVM in beginsel gerapporteerd als daar vanuit het beleid om wordt gevraagd, maar dan wel volgens de bestaande - per definitie onvolledige - stand van de wetenschap, en onder vermelding van de beperkingen van het onderzoek. De onvolledigheid van de wetenschappelijke kennis is in deze zienswijze minder belangrijk dan de politieke wenselijkheid om, ondanks dat, toch beleid te ontwikkelen. Een bekend voorbeeld van het beleidsmatig omgaan met wetenschappelijke onzekerheden is de broeikasproblematiek.In de Milieubalans wordt gerapporteerd over verschillende onderwerpen waarvan de wetenschappelijke inzichten nog in ontwikkeling zijn. Zo zijn voor verzuring en verstoring een evaluatie van de nieuwste inzichten en daaraan gekoppelde beleidsdoelstellingen voorzien. Onzekerheden in de beschrijving van de actuele milieukwaliteit moeten beoordeeld worden tegen de achtergrond van de in het algemeen nog steeds forse mate waarin die gemeten niveaus de doelstellingen overschrijden. In de Milieubalans zijn omwille van leesbaarheid, de onzekerheden in de resultaten alleen weergegeven waar die voor de beleidsconclusies relevant zijn.- De door RIVM gebruikte modellen, die relevant zijn voor de conclusies, zijn veelal ontwikkeld in samenwerking met andere instituten en zo veel mogelijk getoetst in experimentele programmaAs (veldexperimenten, proefvelden, etc.) of, waar dat niet mogelijk is aan de omvangrijke meetreeksen van meetnetten.Sommige onzekerheden in het milieu- (en in het bijzonder het klimaat-)onderzoek zullen - ook bij een aanzienlijke uitbreiding van de meetinspanningen - nooit verdwijnen. Om zo betrouwbaar mogelijke uitspraken te doen worden door het RIVM op grote schaal monitoringsprogramma's (bijna 20 miljoen gulden per jaar) uitgevoerd, gericht op de milieuconcentraties die direct relevant zijn voor de belasting van mens en milieu, en waarvoor milieudoelstellingen zijn geformuleerd