Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Enterovirus surveillance in the Netherlands 1996-1998: Indications for the absence of wild poliovirus circulation | RIVM

Jaar: 1999 Documenten: 1
Vaccinatie, surveillance and certificering vormen de hoekstenen van het WHO polio eradicatie programma dat wereldwijde eradicatie van de ziekte poliomyelitis en de verwekkers ervan, de wilde poliovirussen, in het jaar 2000 beoogt. Certificering van regio's als poliovrije zones kan enkel worden verkregen wanneer intensieve surveillance activiteiten, in combinatie met correct laboratoriumonderzoek de afwezigheid van wild poliovirus circulatie in alle landen van zo'n regio gedurende tenminste drie jaar hebben aangetoond. De gouden standaard voor de surveillance van poliomyelitis is surveillance van alle gevallen van acute slappe verlamming (AFP). Melding van tenminste een geval van niet door wild poliovirus veroorzaakte AFP per 100.000 kinderen onder 15 jaar is nodig als minimumeis voor adequate surveillance, mits gekoppeld aan juiste virologische analyse van twee correct afgenomen en vervoerde faecesmonsters in een door de WHO geaccrediteerd laboratorium. Voor Nederland zou optimale AFP surveillance laboratoriumanalyse van 60-70 faeces monsters per jaar vereisen. Non-polio enterovirussen hebben een aantal eigenschappen met poliovirussen gemeen : identieke plaats van vermenigvuldiging in de mens, vergelijkbare klinische verschijnselen en patroon van virusuitscheiding en van virusoverdracht. Enterovirussen kunnen derhalve opgespoord worden met behulp van identieke laboratoriumtechnieken in identieke monsters van een gelijke groep patienten. Wil een enterovirus surveillance system kunnen voldoen als systeem om de afwezigheid van wildtype poliovirus circulatie, dan zijn de volgende elementen onontbeerlijk: 1) representatieve gegevens over het totale aantal faeces monsters verkregen van personen onder de 15 jaar en gekweekt op cellen die geschikt zijn om poliovirus te vermeerderen. 2) representatieve gegevens over het totale aantal enterovirus-positieve isolaten, waarvoor (d.m.v. groeikarakteristieken, typering, intratypische differentiatie dan wel genetische karakterisering) uitgesloten werd, dat zij wild poliovirus bevatten en 3) een kwaliteitsbewakingssysteem dat optimaal virologische diagnostiek garandeert. Enterovirus surveillance in Nederland over de jaren 1996-1998 heeft de afwezigheid van wild poliovirus aangetoond in meer dan 15.000 faeces monsters, verkregen uit kinderen beneden de leeftijd van 15 jaar. In 980 van deze monsters werd enterovirus aangetoond, 8 isolaten bleken OPV-afgeleide poliovirussen, geisoleerd uit asymptomatische patienten. In al deze gevallen bleken de patienten recent met OPV gevaccineerd te zijn in het buitenland. Negentig procent van de in het enterovirus surveillance systeem deelnemende laboratoria behaalde een voldoende score van 80% of hoger in de jaarlijkse onder de auspicien van de SKMM georganiseerde proficiency test voor isolatie en typering van enterovirussen uit faecesmonsters. In meer dan 99% of de genoemde 15.000 faeces monsters, kon de aanwezigheid van wild poliovirus in het laboratorium worden uitgesloten. Optimalisatie van het systeem door inclusie van alle virologische laboratoria in Nederland omvat de jaarlijkse analyse van meer van 7500 faeces monsters per jaar, d.w.z ongeveer honderd maal meer monsters dan noodzakelijk voor optimale AFP surveillance. Hoewel objectieve criteria als voor optimale enterovirus surveillance nog niet geformuleerd zijn, geven de data over het in Nederland opgezette systeem, zoals beschreven in dit rapport, sterke aanwijzingen voor de afwezigheid van wild poliovirus circulatie in Nederland. De data zullen door de WHO gebruikt worden om mathematische modellen te toetsen, waarmee de kracht van de verschillende surveillance systemen voor de surveillance van poliomyelitis worden vergeleken.