Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

MMR vaccine in 14 months old children, intramuscular versus subcutaneous administration | RIVM

Jaar: 2001 Documenten: 1
In deze studie is de gebruikelijke en in de bijsluiter geadviseerde subcutane toedieningsroute van het BMR vaccin vergeleken met intramusculaire toediening, zowel wat betreft veiligheid als immunogeniciteit. De studie populatie bestond uit 14 maanden oude kinderen uit Amersfoort of Utrecht die in aanmerking kwamen voor hun eerste BMR vaccinatie. De deelnemers (N=67) werden 'at random' verdeeld over twee onderzoeksgroepen gebaseerd op de toedieningswijze van het vaccin (intramusculair of subcutaan). Pijn direct na vaccinatie was de meest gemelde lokale reactie. Heftige pijn kwam wat vaker voor na subcutane injectie. Het aantal deelnemers is echter te klein om dit statistisch te onderbouwen. Bijwerkingen door de infectieverschijnselen, die door het vaccinvirus veroorzaakt kunnen worden, treden met name op in de tweede week na de BMR vaccinatie. Ook in dit onderzoek was een piek in de algemene gezondheidsklachten te zien in de tweede week na vaccinatie. Deze klachten waren onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. Het is echter moeilijk te bepalen welke klachten een direct gevolg van de BMR vaccinatie zijn, omdat deze vaak niet te onderscheiden zijn van symptomen van ziektes die bij 14 maanden oude kinderen veel voorkomen. te een goede immuunrespons op. De hoogte van ELISA titers tegen bof en rubella lijkt onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. De antistoffen tegen mazelen lagen na subcutane vaccinatie op een iets hoger niveau dan na intramusculaire vaccinatie, zowel voor antistoffen gemeten met ELISA als met de virusneutralisatie assay. Dit verschil was echter niet statistisch significant. De toedieningsroute was niet van invloed op de percentages kinderen met antistoffen boven het als beschermend beschouwde niveau tegen zowel bof (92%), mazelen (100%) als rubella (100%). Dit onderzoek toont aan dat er geen reden voor revaccinatie is, wanneer het BMR vaccin per ongeluk intramusculair toegediend is. In de toekomst kan mogelijkerwijs in de bijsluiter van het RIVM BMR vaccin opgenomen worden dat het vaccin zowel subcutaan als intramusculair toegediend mag worden.