Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Fysieke productieontwikkelingen in de industrie. Het gebruik van STREAM bij verkenningen | RIVM

Jaar: 2001 Documenten: 1
De levenscyclus van materialen als staal, aluminium en papier belast het milieu. Met name omzetting van grondstoffen naar basismaterialen door o.a. kraak- en smeltprocessen kost veel energie. Op Europese schaal dragen de productie en verwerking van materialen door de basisindustrie voor circa 25% bij aan de totale broeikasgasemissie. Voor Nederland met een relatief energie-intensieve sectorstructuur is dit aandeel nog hoger. Om inzicht te hebben in de toekomstige ontwikkelingen in milieudruk door materiaalstromen is inzicht in de fysieke productieontwikkelingen in de basisindustrie van groot belang, immers energiegebruik en emissies van stoffen zijn gekoppeld aan fysieke productiehoeveelheden van materialen. Om die reden is door het CPB in samenwerking met het RIVM het model STREAM ontwikkeld. Met STREAM kan voor Nederland, West-Europa en wereld worden verkend hoe ontwikkelingen in economie en (milieu)beleid doorwerken in de fysieke omvang, de locatie en de inputefficiency (arbeid, kapitaal en energie) van de materialenproductie. STREAM bevat de materialen staal, aluminium, papier, petrochemische productie (monomeren, polymeren, oplosmiddelen) en kunstmest, en modelleert zowel de productieontwikkelingen van materialen o.b.v. primaire ('maagdelijke') grondstoffen als de productie o.b.v. gerecyclede materialen. STREAM bevat veel modelparameters, die zijn bepaald uit of gekalibreerd zijn op monitoringsgegevens over de periode 1960-1993. Uit een globale onzekerheids- en gevoeligheidsanalyse concluderen we dat de belangrijkste onzekerheden en gevoeligheid van het Nederlandse 'blok' in het model zijn te vinden in de gehanteerd import-export elasticiteiten. Deze geven aan, dat een kostprijsverhoging in Nederland t.o.v. het buitenland van 1% resulteert in een exportdaling van 6-8%. Gezien de onzekerheden in het model beschouwen we de modelresultaten als indicatief en trendmatige ontwikkelingen weergevend. ent STREAM een verdere groei van de vraag naar en de productie van basismaterialen. De mate van groei verschilt per beschouwd materiaal. De vraag naar materialen uit de basischemie, zoals polymeren en oplosmiddelen, en de vraag naar aluminium groeien het sterkst terwijl bijvoorbeeld de West Europese productie van kunstmest stagneert. De productiegroei van basismaterialen in Nederland, grotendeels ten behoeve van de export, houdt gelijke tred met die in de rest van West Europa. Hoewel de energie-efficiency van de productie van basismaterialen toe blijft nemen, mede door een toenemend aandeel secundaire productie, blijft ze achter bij de productiegroei. Het industriele energiegebruik en de daarmee samenhangende CO2 emissies nemen daarom toe. Tot op heden zijn de milieukosten in de Nederlands industrie 1-2% van de totale productiekosten en niet aantoonbaar hoger dan in omringende (concurrerende) landen. De toekomstige kosten, bij het nu vastgestelde milieubeleid, lijken de concurrentiepositie ook niet of beperkt aan te tasten. Dit beleid doet industriele emissies in Nederland (verder) dalen, uitgezonderd CO2, maar emissiedoelen voor 2010 blijven veelal buiten bereik. Rekenvarianten waarin het milieubeleid wordt aangescherpt geven een verdere illustratie van de 'spanning' tussen milieubeleid enerzijds en verlies aan concurrentie-kracht anderzijds.