Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Risk assessment of Deoxynivalenol in Food. An assessment of exposure and effects in the Netherlands | RIVM

Jaar: 2001 Documenten: 1
De probabilistische blootstellingsschatting van deoxynivalenol (DON) werd uitgevoerd aan de hand van de monitoringsgegevens van DON in tarwe en tarwebevattende voedingsmiddelen (monsternameperiode sept. 1998 - jan. 2000) en de gegevens over het consumptiepatroon in Nederland. De inname van DON in Nederland in de betreffende periode overschreed de voorlopige TDI van 1.1 ug per kg lichaamsgewicht, met name in kinderen. Brood vormt de belangrijkste bron van DON. Bij eenjarigen vormt ook pap een belangrijke bron van DON inname. De probabilistische effectschatting toonde aan dat, uitgaande van het 95e percentiel van DON-inname bij eenjarigen, gezondheidseffecten mogelijk zijn. Bij dit innameniveau worden de suppressieve effecten op het lichaamsgewicht (groeivertraging) en het relatieve levergewicht geschat op respectievelijk 2.2 en 2.7%. De betrouwbaarheidsintervallen zijn echter groot, hetgeen aangeeft dat de grootte van deze effecten onzeker zijn. Of de geschatte effectniveaus (on)acceptabel zijn is voor discussie vatbaar en maakt onderdeel uit van het risico'management' proces. De probabilistische effectschatting is gebaseerd op extrapolatie van observaties in proefdieronderzoek. Momenteel bestaat er (nog) geen evidentie dat dergelijke effecten zullen optreden in de humane populatie.