Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling - praktijkonderzoek met een kwantitatieve Triade-benadering | RIVM

Jaar: 2002 Documenten: 1
Huidige methodieken voor locatiespecifieke ecologische risicobeoordeling zijn gebaseerd op de inschatting van effecten op basis van toxiciteitsdata uit de literatuur en de aanwezigheid van contaminanten in de bodem en biota. Biologische testen, zoals bioassays en veldwaarnemingen, worden steeds meer toegepast bij ecologische risicobeoordeling. Het doel van het praktijkonderzoek was het toetsen van de bruikbaarheid van de Triade-benadering als basis voor een methodiek voor locatiespecifieke risicobeoordeling. De Triade bestaat uit drie elementen, nl. een inschatting van effecten op basis van de aanwezigheid van contaminanten op de locatie, een inschatting van de effecten op basis van de meetbare toxiciteit in monsters van de locatie, en een inschatting van effecten op basis van veldwaarnemingen aan het ecosysteem. Integratie van deze onafhankelijke sporen leidt tot een verbeterd inzicht in de effecten van de verontreiniging. Voor dit onderzoek werden Triade-gegevens van een aantal verontreinigde locaties verzameld. Vier uitgangspunten werden hierbij gehanteerd: 1) op elk Triade-spoor was de inzet vergelijkbaar t.b.v. een afgewogen integratie, 2) de individuele parameters werden gekwantificeerd (geen integer uitdrukking of tekst), 3) om de vergelijking te vergemakkelijken werd een eenduidige effectschaal toegepast, namelijk van 0 (geen effect) tot 1 (maximaal effect), en 4) t.b.v. de efficientie werd een gelaagde aanpak gebruikt, waarbij simpele testen bij de lage trede ingezet werden en complexe testen bij de hoge trede. De conclusie uit de resultaten van het onderzoek op de verontreinigde locaties is dat de kwantitatieve Triade geschikt is als basis voor een risicobeoordelingsmethodiek.