Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

ARI-EL: een case-controle onderzoek naar Acute Respiratoire Infecties in de Eerste lijn. Tussenrapportage over okt. 2000 t/m sept. 2001 | RIVM

Jaar: 2002 Documenten: 1
Vanaf oktober 2000 is de Nederlandse influenza-surveillance tijdelijk uitgebreid tot een case-controle studie naar acute respiratoire infecties (ARI) bij huisartspatienten: de ARI-EL studie. Doel is inzicht verkrijgen in de incidentie en etiologie van ARI, risicofactoren voor ARI en in de zorgvraag en ziektelast tengevolge van ARI. Huisartsen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) registreren wekelijks het aantal consulten voor ARI en bemonsteren maximaal een case en een controle per week. De monsters worden onderzocht op respiratoire pathogenen op het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en op het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburg met kweek en PCR. De deelnemende patienten vullen thuis een vragenlijst in. Bij cases werd significant vaker een virus aangetoond (bij 53 % van de cases versus 19% van de controles). Influenzavirus en rhinovirus werden significant vaker aangetoond in cases. Het percentage van de monsters waarin een bacterie werd aangetoond verschilde niet significant tussen cases en controles. Alleen beta-haemolytische streptokokken groep A werden significant vaker aangetoond bij cases. Bij 31% van de cases en bij 67% van de controles werd geen ziekteverwekker aangetoond Het blijkt dat de studie haalbaar is, maar wel redelijk belastend voor de huisartsen. De ARI-EL studie loopt door tot en met minimaal september 2002. Dit is nodig om voldoende gegevens te verzamelen voor statistische analyse met voldoende power om conclusies te kunnen trekken. Het verlies van gegevens door strikte toepassing van de case- en controledefinities en het feit dat winter 2000/2001 een uitzonderlijk rustig influenzaseizoen is geweest, benadrukken het belang van voldoende lange gegevensverzameling. Dan zal deze unieke studie informatie opleveren over de jaar- en seizoensincidentie van ARI en daarmee samenhangende pathogenen, ziektelast, zorgvraag en determinanten bij huisartspatienten.