Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Woontevredenheid en hinder in woonbuurten met industriele bedrijvigheid. Analyse van 'Telefonisch Leefsituatie Onderzoek'-data | RIVM

Jaar: 2003 Documenten: 1
Het begrip 'kwaliteit' speelt in steeds meer beleidsvoornemens van de (rijks)overheid een krachtig sturende rol. Voor de lokale omgeving, de leefomgeving, is de algemene beleidsdoelstelling van VROM het verbeteren en in stand houden van de woonkwaliteit. Belangrijke determinanten van de ervaren kwaliteit van de leefomgeving zijn (hinder van) geluid, geur, luchtverontreiniging en externe veiligheid. In dit onderzoek wordt de invloed van hinder van geluid en geur op de ervaren kwaliteit (tevredenheid) van de leefomgeving onderzocht. De belangrijkste vragen waren a) wat is de invloed van hinder op de woontevredenheid en b) welke persoons- en/of woonkenmerken zijn van invloed op de woontevredenheid? De gegevens zijn verzameld met behulp van Telefonische Leefsituatie Onderzoeken (TLO's) bij mensen die in de buurt van (industriele) bedrijvigheid wonen. Verschillende TLO's (n=19) zijn in een groot TLO-bestand samengevoegd. In deze analyse is gebruik gemaakt van 17 TLO's met daarin in totaal 86 onderzoekslocaties en ongeveer 18.000 respondenten. Vanwege de gelaagde structuur van de gegevens is uitgevoerd. Gegevens over (individuele) blootstellingniveaus waren voor deze analyses niet beschikbaar. Een opmerkelijk bevinding is de grote spreiding in de (cor)relatie tussen woontevredenheid en hinder per locatie (n=84, correlaties voor geluid tussen: -0,57 en 0,07; voor geur tussen -0,57 en 0,37). Dit is de reden waarom in afwijking van eerder onderzoek een multi-level analyse (MLA) is uitgevoerd. Deze bevinding duidt op locatie-specifieke verschillen die van invloed kunnen zijn op de relatie woontevredenheid en hinder. Verschillen in blootstellingsnivo's zouden hieraan ten grondslag kunnen liggen. De andere bevindingen zijn in overeenstemming met resultaten van soortgelijk onderzoek. De bezitsvorm van de woning (eigenaar-huurder) en het type woning blijken relatief belangrijke voorspellers van tevredenheid met de leefomgeving. In het algemeen zijn huurders minder tevreden dan eigenaren. Flatbewoners zijn minder tevreden dan mensen in (half)vrijstaande huizen. Daarnaast blijkt hinder (van lawaai en stank) een relatief belangrijke voorspeller van woontevredenheid te zijn. Naarmate respondenten meer hinder ondervinden zijn ze minder tevreden met hun leefomgeving. De leeftijd, het geslacht, en het aantal voorzieningen in de woning van de respondent zijn eveneens voorspellers van woontevredenheid, zij het in mindere mate. Vrouwen en oudere mensen zijn meer tevreden met hun leefomgeving dan mannen respectievelijk jongere mensen. Naarmate in een woning meer voorzieningen aanwezig zijn tonen de bewoners zich meer tevreden. De tevredenheid met de leefomgeving in woongebieden nabij industriele activiteit wordt bepaald door een mix van persoons-, belevings- en omgevingsgebonden kenmerken. De mate van hinder is een relatief belangrijke determinant van woontevredenheid maar is niet de belangrijkste. Bezitsvorm van de woning en type woning zijn, relatief gezien, belangrijker. Het is aan te bevelen de, mede op basis van de variatie in de relatie tussen hinder en woontevredenheid de TLO-data uit te breiden met (vergelijkbare) blootstellingsgegevens.