Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

De morbiditeit van astma en COPD in Nederland; leemtes in kennis gevuld door aanvullende analyses en actualisering van beschikbare gegevensbronnen | RIVM

Jaar: 2003 Documenten: 1
Dit rapport geeft inzicht in prevalentie en incidentie van astma en COPD in aanvulling op een eerder inventariserend rapport (Smit en Beaumont, 2000). Specifieke doelen waren: 1) het integreren van recent beschikbare gegevens over trends in astma en COPD uit huisartsenregistraties 2) het vullen van leemtes in kennis over prevalentie van combinaties van kenmerken van astma en COPD en van sociaal-economische en etnische verschillen in astma en COPD, door secundaire analyse van populatiestudies. De actualisering van de huisartsenregistraties lieten zien dat de prevalentie van astma is toegenomen van 5 per 1000 personen in 1983 tot 26-31 per 1000 personen in 1999. De prevalentie van COPD was licht afgenomen bij mannen tussen 1975 en 19999, terwijl er bij vrouwen een sterke stijging werd waargenomen van 10 per 1000 rond 1980 tot 19 per 1000 in 19999. Secundaire analyse van epidemiologische populatiestudies liet zien dat: - De prevalentie van astma symptomen in combinatie met luchtweggevoeligheid en atopie in 8-12 jarige kinderen rond 3,5% was; - De prevalentie van COPD-symptomen in combinatie met een verlaagde longfunctie ongeveer 2% was in volwassen mannen en 1% in volwassen vrouwen. De analyses van respiratoire symptomen in combinatie met klinische kenmerken van astma en COPD gaf een beter beeld van de respiratoire problemen die ten grondslag liggen aan de prevalentiecijfers die in huisartsenpraktijken worden geregistreerd. Secundaire analyse van sociaal-economische en etnische verschillen in astma en COPD lieten de volgende resultaten zien: - er waren geen sociaal-economische verschillen in de prevalentie van astma in kinderen en volwassenen - De prevalentie van COPD in hoogopgeleide volwassenen was lager dan in laagopgeleide volwassenen. Verschillen in rookgewoonten en andere leefstijlfactoren verklaren een belangrijk deel van deze sociaal-economische verschillen; - Er waren geen etnische verschillen in de incidentie van de huisartsendiagnose COPD. De conclusie is dat de aanvullende analyses op basis van beschikbare gegevens zonder nieuwe gegevensverzameling, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het vullen van leemtes in kennis over de morbiditeit van astma en COPD in Nederland.