Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Adverse Events Following Immunisation under the National Vaccination Programme of The Netherlands Number IX - Reports in 2002 | RIVM

Jaar: 2004 Documenten: 1
Sinds 1962 bewaakt het RIVM de veiligheid van het Rijksvaccinatieprogramma. Vanaf 1964 gebeurt dat in nauwe samenwerking met de Gezondheidsraad. Het merendeel van de meldingen van vermoede bijwerkingen komt binnen via de telefoondienst van het RIVM, waarbij de meeste meldingen afkomstig zijn van de Jeugdgezondheidszorg. Nadere informatie wordt zonodig verkregen van ouders en behandelende artsen. Na aanvulling en verificatie wordt aan de hand van de (werk)diagnose de causaliteit beoordeeld. Alle in 2002 binnengekomen meldingen zijn in dit rapport opgenomen en gerubriceerd naar aard van de gebeurtenis en naar causaal verband. Onderrapportage, vertekening en specifieke beelden worden besproken, met aandacht voor effecten van de vervroeging van het vaccinatieschema. Er zijn 1332 meldingen binnengekomen, op een totaal van meer dan 2,5 miljoen vaccinaties. Hiervan waren 12 (0,9%) meldingen niet te beoordelen vanwege ontbrekende informatie. Bij 80% (1057) van de meldingen werd een mogelijk causaal verband vastgesteld en bij 263 meldingen (20%) werd een oorzakelijk verband onwaarschijnlijk of afwezig geacht. Vergeleken met 2001 waren er geen relevante verschillen in aantal, aard, ernst en mate van oorzakelijk verband van de meldingen.