Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Dioxins in Dutch vegetables | RIVM

Jaar: 2004 Documenten: 1
De blootstelling aan dioxinen vindt plaats via de voeding. De belangrijkste bron van deze stoffen in de voeding is dierlijk vet. Desalniettemin is de bijdrage van groenten geschat op 13 % van de totale dioxine-inname via de voeding, hoewel de onzekerheid van die waarde groot werd geacht (Freijer et al., 2001). Het doel van de huidige studie is om de dioxineconcentraties in individuele groenten en vervolgens de inname door de consumptie van groenten vast te stellen. Daartoe zijn achttien soorten groenten ingekocht bij acht Nederlandse detailhandels in twee seizoenen. De monsters zijn per seizoen gemengd en geanalyseerd op het voorkomen van polychloordibenzo-p-dioxinen en -dibenzofuranen (PCDDs/PCDFs) en de dioxine-achtige non-ortho polychloorbifenylen (no-PCBs). De zomergroenten zijn met extreme gevoeligheid geanalyseerd. De maximum niveaus (waarbij als een congeneer niet werd aangetroffen de concentratie werd aangenomen ter waarde van de detectielimiet) varieren van 3 tot 10 pg toxische equivalenten (TEQ) per kg versgewicht. De analyse van de wintergroenten was iets minder gevoelig. Hierbij zijn detectiegrenzen gehaald van ongeveer 10 pg TEQ/kg versgewicht per congeneer. De maximum niveaus (met uitzondering van boerenkool) varieren van 30 -70 pg TEQ/ kg versgewicht. Het gemiddelde niveau van de boerenkool is 100-200 pg /kg versgewicht. Met deze maximale niveaus kan een maximale gemiddelde inname via de consumptie van groente van 0,12 pg TEQ/kg lichaamsgewicht/dag worden geschat. Indien wordt aangenomen dat er een consistent patroon is voor deze verbindingen in de diverse type groenten dan is de meest waarschijnlijke gemiddelde inname ongeveer 0,014 pg TEQ/kg lichaamsgewicht/dag. Dit is minder dan 2 % van de totale gemiddelde dioxine inname.
Documenten (1)