Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Het volksgezondheidsrisico van directe dier-mens overdracht van pathogene bacterien: epidemiologie en blootstelling | RIVM

Jaar: 2007 Documenten: 1
Het is veelal niet mogelijk om betrouwbare uitspraken te doen over het risico voor de volksgezondheid van direct contact tussen dier en mens. Gegeven deze onzekerheid zijn er meerdere aanwijzingen dat overdracht van Campylobacter door honden van belang is. Het is belangrijk om de kans op ziekte via voedsel-, water- en direct contact-routes tegen elkaar af te wegen, zodat de overheid voor de meest effectieve maatregelen kan kiezen. De pathogenen Campylobacter, Salmonella en Shiga toxine-producerende Escherichia coli O157 (STEC O157) en de transmissieroutes hond, kat en kinderboerderij werden onderzocht met de methoden van epidemiologische analyse en blootstellingsschatting. Epidemiologisch literatuuronderzoek toont aan dat overdracht van STEC O157 op kinderboerderijen plaatsvindt, maar de omvang is onbekend. Campylobacter-infecties worden in veel onderzoeken in verband gebracht met honden en veel minder vaak met katten. Toch blijkt 3-6 % van de humane gevallen toe te schrijven aan contact met honden en 4-7 % aan contact met katten. Voor de overige pathogeen-route combinaties is overdracht onvoldoende bewezen of niet beschreven. Anderzijds blijkt volgens de methode van blootstellingsschattingen dat de gemiddelde blootstelling voor Nederlanders duidelijk het hoogste is voor de pathogeen-transmissieroute combinatie Campylobacter - hond. De blootstelling aan STEC O157 via de drie routes en aan Salmonella via honden en de kinderboerderij is relatief laag. De overige pathogeen-route combinaties vertonen een intermediaire blootstelling. Er is een aanvang gemaakt om de aansluiting tussen beide methoden te verbeteren, gericht op het omrekenen van blootstellingsschattingen in epidemiologische associatiematen.