Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Alternative methods in reproductive toxicity testing: state of the art | RIVM

Jaar: 2008 Documenten: 1
Dit rapport geeft een overzicht van de in vitro testmethoden die de afgelopen decennia voor reproductie toxiciteit onderzoek zijn ontwikkeld. Het validatieproces van deze alternatieven voor dierproeven wordt hier eveneens beschreven. Daarnaast geeft het rapport aan wat de knelpunten zijn om deze methoden in internationale testrichtlijnen te kunnen invoeren. Inmiddels zijn voor embryotoxiciteit een aantal testen gevalideerd, die in de toekomst na verdere optimalisatie toegepast kunnen worden. Daarnaast kunnen individuele in vitro testen mogelijk ingezet worden bij het screenen van stoffen. Dit kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van het proefdiergebruik voor reproductie toxiciteitstesten. Hoewel verscheidene alternatieven voor dierproeven voor reproductie toxiciteitstesten voorhanden zijn, blijken veel van deze methoden nog onvoldoende ontwikkeld en niet gevalideerd te zijn. De huidige testrichtlijnen voor reproductie toxiciteit vergen een groot aantal proefdieren. De vereiste aantallen varieren van 560 - 6,000 proefdieren per chemische stof, afhankelijk van de hoeveelheid waarin de stof wordt geproduceerd of geimporteerd. Bovendien dreigt het gebruik van proefdieren sterk toe te nemen vanwege de invoering van REACH, de nieuwe Europese wetgeving voor registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. Binnen REACH zullen naar verwachting miljoenen dieren gebruikt worden om 30.000 bestaande stoffen alsnog te registreren. In vitro testmethoden op het gebied van reproductie toxiciteit zijn sterk in ontwikkeling. Ze bevinden zich momenteel veelal in het stadium van validatie, waardoor ze nog niet inzetbaar zijn. Reproductie is een complex samenspel van zeer verschillende processen. Om het effect van chemische stoffen hierop te kunnen toetsen is een reeks van in vitro modellen nodig, die vervolgens samengevoegd worden in een teststrategie.