Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Standpunt Beweegstimulering door de jeugdgezondheidszorg | RIVM

Jaar: 2009 Documenten: 1
Het RIVM heeft in kaart gebracht welke mogelijkheden de jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft om jongeren meer te laten bewegen. In het standpunt 'Beweegstimulering door de jeugdgezondheidszorg' is uiteengezet hoe de JGZ het beweeggedrag kan volgen, hoe zij een gebrek aan beweging kan signaleren en hoe zij kinderen (en hun ouders) kan motiveren om meer te gaan bewegen. Ook kan de JGZ kinderen zo nodig gericht doorverwijzen naar passende beweegactiviteiten. Het standpunt is in opdracht van het ministerie van VWS geformuleerd. Een groot deel van de Nederlandse jeugd beweegt te weinig, wat de lichamelijke en psychosociale gezondheid negatief kan beinvloeden. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) ziet (bijna) alle kinderen vanaf hun geboorte regelmatig en kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren om ze meer te laten bewegen. Onderzoek wijst uit dat mensen die op jonge leeftijd actief zijn, dat vaker ook op latere leeftijd zijn. Behalve activiteiten op individueel niveau kan de JGZ aanhaken aan bestaande collectieve activiteiten. Daar bestaan veel kansen en mogelijkheden voor aangezien het stimuleren van sport en bewegen een belangrijk speerpunt is van de overheid. Veel gemeenten hebben bijvoorbeeld beweegstimuleringsprojecten ontwikkeld in het kader van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen, of van het Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs. JGZ-organisaties kunnen hierbij aansluiten en de gemeenten adviseren over activiteiten die aansluiten bij lokale aandachtspunten, zoals het voorkomen van obesitas of bewegingsarmoede bij jongeren. Ook kunnen zij meer samenwerken met het onderwijs, sportverenigingen en gezondheidsbevorderende instanties om de jeugd in beweging te krijgen.