Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Environmental risk limits for twelve volatile aliphatic hydrocarbons. An update considering human-toxicological data | RIVM

Jaar: 2010 Documenten: 1
Het RIVM heeft milieurisicogrenzen voor water, bodem en lucht afgeleid voor twaalf vluchtige koolwaterstoffen. Het gaat om de volgende stoffen: 1,1,2-trichloorethaan, hexachloorethaan, chloorethyleen (vinylchloride), 1,1-dichloorethyleen, 3-chloorpropeen, 2-chloorbutadieen, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2,2-tetrachloorethaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,2-dichloorethyleen, 1,3-dichloorpropeen en 2,3-dichloorpropeen. Milieukwaliteitsnormen zijn concentraties van een stof in het milieu die mens en ecosysteem op verschillende niveaus beschermen tegen nadelige effecten. Het RIVM heeft de afleiding van de milieurisicogrenzen uitgevoerd volgens de methodiek die is voorgeschreven door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De milieurisicogrenzen worden gebruikt in het Nederlandse milieubeleid: ze dienen als advieswaarden voor de Nederlandse Interdepartementale Stuurgroep Stoffen, die de uiteindelijke milieukwaliteitsnormen beleidsmatig vaststelt. De milieurisicogrenzen zoals afgeleid in dit rapport zijn dus voorstellen zonder officiele status. Nederland onderscheidt vier milieurisicogrenzen: een niveau waarbij het risico verwaarloosbaar wordt geacht (VR), een niveau waarbij geen schadelijke effecten zijn te verwachten (MTR), het maximaal aanvaardbare niveau voor ecosystemen, specifiek voor kortdurende blootstelling in water (MACeco) en een niveau waarbij mogelijk ernstige effecten voor ecosystemen zijn te verwachten (EReco). De grenzen voor risico's specifiek voor de mens uit dit rapport zijn vergeleken met grenzen voor risico's specifiek voor het ecosysteem, die in 2007 gepubliceerd zijn. De laagste waarde van de twee is vervolgens gekozen als definitieve milieurisicogrens voor de desbetreffende stof in water, bodem en lucht. Voor de waterbodem zijn geen milieurisicogrenzen afgeleid, want de binding van de koolwaterstoffen aan sediment blijft beneden het hiervoor vastgestelde criterium (minimale blootstelling van organismen aan de stoffen via sediment). De nieuw afgeleide milieurisicogrenzen liggen voor de meeste stoffen lager dan de bestaande milieukwaliteitsnormen. Op basis van een beperkte evaluatie van monitoringsgegevens van oppervlaktewater zijn er aanwijzingen dat voor een aantal stoffen het Verwaarloosbaar Risiconiveau wordt overschreden, maar het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau niet.