Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Voedingsstatus van Hindoestaanse en Creoolse Surinamers en autochtone Nederlanders in Nederland : Het SUNSET-onderzoek | RIVM

Jaar: 2011 Documenten: 1
Dit onderzoek toont aan dat de vitamine D status met name in Surinamers en de ijzerstatus van vrouwen in de vruchtbare leeftijd in het algemeen ontoereikend zijn. Daarnaast is aandacht nodig voor de matige vitamine D-status (< 50 nmol/L) bij autochtone Nederlanders, matige vitamine B12-status in de totale bevolking en matige zinkstatus bij Creools Surinaamse vrouwen. Onderzoek naar de voorziening van voedingsstoffen in het lichaam (voedingsstatusonderzoek) geeft inzicht in mogelijke problemen die er zijn met de voedingsstoffenvoorziening en kan aanleiding zijn om bepaalde bevolkingsgroepen gericht te adviseren hoe de voedingsstoffenvoorziening verbeterd kan worden. Over het algemeen is er weinig bekend over de voedingsstatus van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond. Op basis van de beperkt beschikbare gegevens wordt verondersteld dat eventuele knelpunten in de voedingsstoffenvoorziening kunnen verschillen tussen autochtone Nederlanders en Nederlanders met een niet-westerse achtergrond, waardoor deze laatste groep specifieke aandacht verdient. In het huidige onderzoek is de voedingsstatus onderzocht van 35-60 jarige deelnemers aan de SUNSET-studie (SUrinamers in Nederland: Studie naar gezondheid en ETniciteit). Deze studie is uitgevoerd tussen 2001 en 2003 bij een steekproef uit de Surinaamse en autochtoon Nederlandse bevolking van Amsterdam. Aan de hand van verschillende parameters is van deze groepen de vitamine D, ijzer, vitamine B12, magnesium en zink status vastgesteld en beoordeeld. Vergeleken met de door de Gezondheidsraad opgestelde richtlijn voor een toereikende vitamine D status (>30nmol/L, en voor vrouwen >50 jaar >50nmol/L), komt een gebrek aan vitamine D voor bij ongeveer 40% van de Surinamers. Bij Surinaamse vrouwen ouder dan 50 jaar ligt dit percentage zelfs op 80% (tegenover 40% van de Nederlandse vrouwen ouder dan 50 jaar). Van de autochtoon Nederlandse bevolking heeft circa 40% een matige (<50 nmol/L) vitamine D status. De resultaten van het onderzoek laten verder geen verschil zien tussen autochtone Nederlanders en Surinamers wat betreft de voedingsstoffenvoorziening van ijzer, vitamine B12 en magnesium. IJzergebrek is een punt van aandacht voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd in het algemeen. Matige vitamine B12-status komt voor bij een tiende van de onderzochte populatie. Deze groep heeft een verhoogd risico op het ontwikkelen van vitamine B12-deficiëntie. De prevalentie van lage zinkstatus in deze populatie geeft geen problemen aan met de zinkstatus. Wel komt een lage zinkstatus relatief vaker voor onder Creools Surinaamse vrouwen. De magnesiumstatus is voldoende in beide bevolkingsgroepen.