Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Risk factors for food allergy | RIVM

Jaar: 2011 Documenten: 1
Het is niet duidelijk welke externe factoren het risico op voedselallergie kunnen verhogen. Het is daarom niet mogelijk om wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen op te stellen om het risico op voedselallergie te verlagen. Dit blijkt uit een literatuurstudie van het RIVM. Er zijn aanwijzingen dat voedselallergie steeds vaker voorkomt. Deze toename kan niet verklaard worden door genetische veranderingen en wordt waarschijnlijk veroorzaakt door veranderde blootstelling aan externe factoren, zoals wijzigingen in ons dieet of van onze levensstijl. Om aanbevelingen op te kunnen stellen om het risico op voedselallergie te verlagen is het belangrijk om inzicht te krijgen in externe factoren die van invloed zijn op voedselallergie. Voedselallergie komt voor bij 2 tot 6% van de kinderen en 2 tot 3% van de volwassenen. Deze aandoening heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Door per ongeluk producten te eten die het allergeen bevatten dat iemand niet verdraagt kunnen zelfs levensbedreigende symptomen ontstaan. In deze literatuurstudie is gezocht naar de invloed van ziekteverwekkers, giftige stoffen, voeding en levensstijl op voedselallergie. Voor het merendeel van deze factoren blijken te weinig studies te zijn uitgevoerd of spreken de resultaten uit studies elkaar tegen. Er is beperkt bewijs dat inname van visoliesupplementen gedurende de zwangerschap het risico op ei-allergie verlaagt, maar deze bevindingen moeten in grotere klinische studies worden bevestigd. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het uitstellen van de introductie van voedselallergenen in het dieet van baby's tot na de leeftijd van zes maanden een mogelijke risicofactor is. Momenteel loopt er een aantal klinische studies om deze aanwijzingen verder wetenschappelijk te onderbouwen.
Documenten (1)