Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Een vergelijking tussen (passieve) NO2 metingen en rekenresultaten in 2010 | RIVM

Jaar: 2012 Documenten: 1
Metingen van stikstofdioxide (NO2) concentraties met zogeheten Palmesbuisjes en formele referentiemethoden laten betrekkelijk kleine verschillen, van 10-15%, zien met resultaten van berekeningen met wettelijk voorgeschreven standaardrekenmethoden. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze metingen zijn uitgevoerd om een beeld te krijgen van de concentraties in gebieden waar geen continue metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) worden verricht. Palmesbuisjes zijn kleine plastic buisjes met daarin een chemisch actieve stof die NO2 aan zich bindt, waarmee de NO2-concentratie worden bepaald. De aanvullende metingen hiermee vinden plaats op verschillende achtergrondlocaties in steden, langs enkele snelwegen, langs een drukke vaarweg en bij enkele tunnelmonden. Waar mogelijk zijn de metingen vergeleken met de resultaten van berekeningen met de in Nederland wettelijk voorgeschreven standaardrekenmethoden. De in straten en langs snelwegen gemeten NO2-concentraties komen goed overeen met de resultaten van de rekenmethoden. Metingen langs een kanaal met veel scheepvaart laat slechts een kleine verhoging van de NO2-concentratie op de dijk zien. Bij tunnelmonden zijn sterk verhoogde NO2-concentraties gemeten.