Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Exposure assessment of food additives with use levels provided by industry : A pilot study | RIVM

Jaar: 2012 Documenten: 1
Door gebruik te maken van door de voedingsindustrie aangeleverde gegevens kan de blootstelling aan kleurstoffen nauwkeuriger worden geschat. Het RIVM concludeert dit na een pilotstudy waarin de blootstelling van Nederlandse kinderen aan twee kleurstoffen geschat wordt met behulp van door fabrikanten opgegeven gebruikte hoeveelheden in voedingsproducten. De aanleiding voor deze studie was dat blootstelling aan additieven vaak wordt overschat. Voorheen werden voor de schatting van inname van additieven vaak de maximaal toegestane hoeveelheden voor een product gebruikt, die meestal hoger zijn dan de door de fabrikanten gebruikte hoeveelheden. Daarnaast was vaak een uitgangspunt dat deze hoeveelheden voor de gehele voedselcategorie (zoals alle soepen) gelden, in plaats van voor bepaalde typen producten (zoals tomatensoep). In het huidige onderzoek zijn de specifieke gegevens van de producttypen gebruikt. De nieuwe data van de hoeveelheden kleurstoffen zijn vervolgens gekoppeld aan de mate waarin mensen kleurstofbevattende producten consumeren. Deze laatste gegevens zijn ontleend aan de consumptiedata uit de Voedselconsumptiepeiling onder jonge kinderen (2005/2006). Met deze methode worden de blootstellingschattingen naar verwachting lager en realistischer. Dit onderzoek is in samenwerking met de industrie uitgevoerd op initiatief van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hiervoor heeft de industrie data aangeleverd van het gebruik van de kleurstoffen E120 (karmijnrood) en E133 (briljantblauw) in voedselproducten. Deze data blijken geschikt te zijn om de blootstelling te monitoren, op voorwaarde dat ze de in Nederland veel geconsumeerde voedselproducten goed vertegenwoordigen. Daarnaast is een goede communicatie tussen het RIVM en de industrie belangrijk om eventuele onduidelijkheden in de verkregen data op te helderen. De methode lijkt bruikbaar om uiteenlopende additieven te kunnen monitoren en kan in principe door alle Europese lidstaten worden gebruikt. Dit onderzoek is uitgevoerd in een publiek-private samenwerking.