Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Control of whooping cough in the Netherlands : Optimisation of the vaccination policy | RIVM

Jaar: 2013 Documenten: 1
Vaccinatie van vrouwen op het eind van de zwangerschap is een haalbare en doelgerichte benadering om ziekte en sterfte door kinkhoest bij pasgeborenen te voorkomen. Onderzoekers van het RIVM beoordeelden verschillende mogelijke vaccinatiescenario's om kinkhoest terug te dringen, met name om de risico's voor pasgeborenen te beperken. Bij hen treedt de meest ernstige ziekte en soms ook sterfte door kinkhoest op. Zij zijn nog te jong om zelf gevaccineerd te zijn maar er zijn mogelijkheden om hen indirect te beschermen. Sinds midden jaren negentig van de vorige eeuw is er ondanks de vaccinatie tegen kinkhoest in het Rijksvaccinatieprogramma een toename van het aantal gevallen van kinkhoest. De toename wordt vooral gezien bij heel jonge kinderen (jonger dan 3-5 maanden, te jong om gevaccineerd te zijn) en kinderen van 6 tot 19 jaar. Ook bij volwassenen komt steeds vaker kinkhoest voor, zij het vaak in een minder typische vorm. Vaak zijn zij de bron van besmetting van zuigelingen. Juist bij deze heel jonge kinderen kan kinkhoest ernstig verlopen. Het leidt tot 50 à 100 ziekenhuisopnames per jaar en in een enkel geval zelfs tot overlijden. Niet alleen in Nederland, maar in veel landen doet deze ontwikkeling zich voor. Diverse mogelijke vaccinatiescenario's om de bescherming van jonge zuigelingen tegen kinkhoest te verbeteren zijn beoordeeld. Het gaat om bijvoorbeeld vroegere vaccinatie van de zuigeling, vlak na de geboorte, vaccinatie van de aanstaande moeder op het einde van de zwangerschap, vaccinatie van moeders of ook vaders na de geboorte van een baby en vaccinatie van mensen die professioneel in contact komen met de baby (in de zorg of kinderopvang), of vaccinatie van vrouwen met kinderwens voordat er zwangerschap optreedt, of een extra vaccinatie van kinderen en adolescenten. Per scenario is gekeken naar 1. veiligheid, 2. werkzaamheid en effectiviteit, 3. doelmatigheid, 4. haalbaarheid en operationele aspecten, en 5. 'bekende onbekende zaken'. De auteurs zagen vaccinatie van moeders op het einde van de zwangerschap als een haalbare en doelgerichte benadering met potentieel hoge impact op ziekte en sterfte bij pasgeborenen. Deze verkenning wordt ingebracht in de beraadslagingen van de Gezondheidsraad over kinkhoestvaccinatie.